Categorie archief: Favoriete dichters
Zo meen ik dat ook jij bent
Jan Hanlo
.
Jan Hanlo (1912 – 1969), onsterfelijk geworden door zijn gedicht ‘Oote’ schreef prachtige gedichten. Ook over de liefde. Hier een voorbeeld van zo’n liefdesgedicht getiteld ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.
.
Zo meen ik dat ook jij bent
.
zoals de koelte ’s nachts langs lelies
en langs rozen
als wit koraal en parels diep in zee
zoals wat schoon is rustig schuilt
maar straalt wanneer ik schouwen wil
zo meen ik dat ook jij bent
.
als melk
.
als leem
en ’t bleke rood van vaal gesteente
of porselein
zoals wat ver is en gering
en lang vergeten voor het oud is
.
zoals een waskaars en een koekoek
en een oud boek en een glimlach
en wat onverwacht en zacht is en het eerste
en wat schuchter en verlangend en vrijgevig
gaaf maar broos is
zo meen ik dat ook jij bent
.
Anton van Wilderode
Poëzie-avond
.
Begin van deze maand kreeg ik een uitnodiging van de ambassade van België, van Axel Buyse, algemeen afgevaardigde van de Vlaamse regering, voor een poëzie-avond die hij samen met de internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseert. Op deze avond in oktober in de residentie van de Belgische Ambassadeur in Den Haag worden gedichten van de deze Vlaamse dichter in drie talen voorgedragen door Axel Buyse en mevrouw Beatrijs van Creanenbroeck.
Anton van Wilderode (1918 – 1998) pseudoniem van Cyriel Paul Coupé, was een Vlaams dichter, auteur, classicus, vertaler en scenarist. Van Wilderode werd in 1944 tot priester gewijd en werkte vanaf 1946 als leraar aan het Sint Jozef-Klein-Seminarie in Sint Niklaas.
Zijn literair debuut kwam er met de nouvelle ‘Dis al’ in 1939, hetgeen de eerste van vele prijzen opleverde voor zijn talent. Zijn debuut als dichter kwam er in 1943 met ‘De moerbeitoppen ruischten’. Ook vertaalde hij gedichten van onder andere Vergilius en Horatius. Van Wilderodes Vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaamse Nationale Zangfeesten en voor de Ijzerbedevaarten.
In totaal publiceerde van Wilderode bijna 70 boeken, bundels en geschriften. In zijn periode als leraar gaf hij onder andere les aan Tom Lanoye en Paul Snoek.
.
Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 het gedicht ‘Villa Giulia Rome, het echtpaar’.
.
Villa Giulia Rome
het echtpaar
.
Houden haar vingers vogels vast, sieraden
of offerschaaltjes in doorschijnend glas,
zijn rechterhand een groen juweel van jade?
.
De lange zomer die hun leven was
liet op het gaaf gelaat de glimlach duren
begonnen op een buitenbed van gras.
.
Reikt hij de haarkam aan voor haar coiffure
en geeft zij hem de trouwring van agaat
met spiegelingen op de kamermuren?
.
Zij liggen in een ingetogen staat
van zaligheid en zichtbaar welbehagen
nog in de kleren van hun levensdagen.
.
Herhaalt zij met bewegelijke handen
momenten van geluk, en blijft zijn arm
intussen om haar hals, nabij en warm?
.
Tezamen ingescheept en onder zeil
om op een verdere oever te belanden
voor eeuwen slaap en onverliesbaar heil.
.
De jeugd eist
György Dalos
.
Hoewel György Dalos vooral bekend is van zijn romans kwam hij in 1980 naar Poetry International met zijn poëzie. Dalos is een Joods Hongaars dichter/schrijver. Hoewel hij in de jaren 60 studeerde aan de Lomonossov universiteit in Moskou, was hij in de jaren 70 een van de drijvende krachten achter de anti-communistische beweging in Hongarije. Vanaf 1987 woont hij in Wenen en Berlijn. In 2010 ontving Dalos de Leipzig Book Award for European Understanding.
Uit 1970 het gedicht ‘Mijn status in de staat’.
.
Mijn status in de staat
.
1
Voor verontwaardiging
heb je een bedrijfsvergunning nodig
Voor pessimisme
een douanestempel
En van de zelfmarteling
worden procenten afgetrokken
.
2
Ik ben
als een ontwikkelingsland
Bevrijd maar armlastig
leef ik van leningen
Ik verwacht niet veel van de toekomst
maar heb haar ook niet te duchten
.
3
Sinds twee jaar
leef ik zonder werk
Ik schaam mij
als ik bedenk
dat ze terecht jaloers op me zijn-
de straatvegers met hun vast inkomen
en de vuilnismannen met hun
onwankelbare status
.
Drie soorten van lachen
Herman de Coninckdag
.
Op deze Herman de Coninckzondag een gedicht over drie soorten lachen. Zelf (50+) schater ik nog regelmatig van het lachen. Om dit gedicht moest ik echter glimlachen. Zou hij dan toch gelijk hebben? Uit het hoofdstuk ‘Kijk eens hoe echt’ uit ‘Zolang er sneeuw ligt’ het gedicht ‘Over drie soorten van lachen’.
.
Over drie soorten van lachen
.
Giechelen is iets wat je nooit helemaal doet,
altijd bijna, tenminste als je een meisje bent
van wie niemand weet of ze achter haar hand
de woorden ‘hihi’ opeet, of zomaar een koekje.
Giechelen doe je als je 17 bent
en bijna moet lachen om wat
bijna gezegd is.
.
Schateren daarentegen zijn drie
lettergrepen als dokwerkers
die elkaar daverend op de schouders slaan,
schateren is het proletariaat van de lach,
ik droom van een revolutie
die alles zal wegschateren,
dan zal er niet meer gelachen worden!
.
Schrijf ik op mijn 30. En glimlachen
is helaas wat je daar vermoedelijk
op je 50ste om doet.
.
Vuilnisbaklevens
Charles Bukowski
.
Poëzie kom je werkelijk overal tegen. Dat beweer ik al lange tijd en wie er oog voor heeft zal dit beamen. Vorige week kreeg ik bij het afscheid van Henk Das, directeur van de NBD Biblion (dat is de organisatie die o.a. bibliotheken in Nederland voorziet van hun boeken) een Liber Amicorum of een vriendenboek. Lezend in dit boek kwam ik in een bijdrage van collega bibliotheekdirecteur Jacques Malschaert twee gedichten tegen van Charles Bukowski.
Uit ‘De genoegens van de verdoemden’ daarom hier één van deze gedichten ‘Vuilnisbaklevens’.
.
Vuilnisbaklevens
.
de wind waait hard vanavond
en het is een koude wind
en ik denk aan
de jongens van de daklozenopvang
ik hoop maar dat er een paar bij zijn
met een fles rood
.
’t is als je bij de daklozen bent
dat je merkt dat alles
van iemand is
en dat er een slot zit op
alles.
dit is de manier waarop een democratie
werkt
je pakt wat je krijgen kan,
probeert dat te houden
en er wat bij te krijgen
als het kan
.
dit is ook de manier waarop een dictatuur
werkt
alleen knechten ze daar
hun paupers of
maken ze kapot.
.
die van ons vergeten we
gewoon.
.
in beide gevallen
staat er een harde
koude
wind.
.
Reiziger er is geen weg
Antonio Machado
.
Al eerder schreef ik over de Spaanse dichter Antonio Machado, toen in de categorie ‘Dichter in verzet’. Vandaag een andere kant van Machado; de dichter die hoop en troost biedt. In een vertaling van Tjeerd de Boer en Kathleen Ferrier, het gedicht ‘Reiziger er is geen weg’ uit ‘Cantares y Proverbios’.
.
Reiziger er is geen weg
Reiziger,
er is geen weg
de weg maak je zelf, door te gaan.
Alles gaat voorbij en alles blijft,
maar het is aan ons om te gaan,
verder gaan en wegen banen,
wegen over de zee.
Nooit heb ik roem nagestreefd
en de mensen mijn lied willen inprenten;
ik houd van werelden die subtiel zijn,
gewichtloos en vriendelijk, als zeepbellen.
Ik houd ervan om te zien hoe ze geel en rood kleuren,
gaan trillen, plotseling en uit elkaar spatten.
Nooit heb ik roem nagestreeefd.
Reiziger, de weg,
dat zijn jouw sporen, en niets anders.
Reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan.
Door te gaan maak je de weg
en als je achterom kijkt,
zie je het pad dat je nooit meer zult hoeven betreden.
Reiziger, er is geen weg
alleen een schuimspoor in de zee.
Een tijd geleden hoorde men, op deze plaats, waar nu een doornbos staat,
de stem van een dichter die riep:
Reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan stap voor stap,
regel voor regel.
De dichter stierf ver van zijn huis, hem bedekt het stof van een naburig land.
Toen men van die plek wegliep, hoorde men hem huilen:
Reiziger er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan, stap voor stap, regel voor regel.
Als de vink niet kan zingen,
als de dichter een pelgrim is
als bidden ons niets oplevert:
reiziger, er is geen weg,
de weg maak je zelf, door te gaan stap voor stap,
regel voor regel
Waarom de sporen van het toeval wegen noemen?
Ieder die voortgaat, wandelt,
als Jezus, over de zee.
.
.
Met dank aan noorderlichtfonds.nl
Regenboog
Hiroshi Kawasaki
.
Kawasaki (1930-2004) was kort na de oorlog bouwvakker, klusjesman en kantoorbediende. Vanaf 1951 verschijnen gedichten van zijn hand in tijdschriften. Hij was één van de oprichters van het literaire tijdschrift Kai (1953). Hij debuteerde met zijn bundel ‘Hakucho’ (Zwaan) in 1955 en schreef daarna vele dichtbundels, luisterteksten, kinderboeken en essays. In 1980 nam hij deel aan Poetry International en in de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International 1970 – 1985’ zijn twee gedichten van hem opgenomen in vertaling van Noriko en Pim de Vroomen. Hier het gedicht ‘Regenboog’.
.
Regenboog
.
Verstrooid stond ik stil in het gras.
‘Jullie twee daar, gaan jullie trouwen?
hoorde ik zeggen.
Ik antwoordde: ‘Ja!’
‘Welnu, als dat het geval is’ – met die woorden
verscheen er een prachtige regenboog.
.
Plath en Hughes
Jij zegt het
.
Naar aanleiding van het boek ‘Jij zegt het’ van Connie Palmen (over het huwelijk van Sylvia Plath en Ted Hughes, beide dichters, de zelfmoord van Plath en het zwijgen van Hughes) wil ik hier graag een gedicht van beide plaatsen. Veel mensen kennen de namen van dit beroemde dichterspaar wel maar hun werk is vaak bij hen onbekend (zo was het bij mij ook). Daarom van Sylvia Plath het gedicht ‘Memoirs of a spinach-picker’ en van Ted Hughes het gedicht ‘The seven sorrows’.
.
Memoirs of a Spinach-Picker
They called the place Lookout Farm.
Back then, the sun
Didn’t go down in such a hurry. How it
Lit things, that lamp of the Possible!
Wet yet
Lay over the leaves like a clear cellophane,
A pane of dragonfly wing, when they left me
With a hundred bushel baskets on the edge
Of the spinach patch.
Bunch after bunch of green
Upstanding spinach-tips wedged in a circle—
Layer on layer, and you had a basket
Irreproachable as any lettuce head,
Pure leafage. A hundred baskets by day’s end.
Sun and sky mirrored the green of the spinach.
In the tin pail shaded by yellow paper
Well-water kept cool at the start of the rows.
The water had an iron taste, and the air,
Even, a tang of metal.
Day in, day out,
I bent over the plants in my leather-kneed
Dungarees, proud as a lady in a sea
Of prize roses, culling the fullest florets;
My world pyramided with laden baskets.
I’d only to set one foot in wilderness—
A whole sea of spinach-heads leaned to my hand.
.
The Seven Sorrows
The first sorrow of autumn
Is the slow goodbye
Of the garden who stands so long in the evening-
A brown poppy head,
The stalk of a lily,
And still cannot go.
The second sorrow
Is the empty feet
Of a pheasant who hangs from a hook with his brothers.
The woodland of gold
Is folded in feathers
With its head in a bag.
And the third sorrow
Is the slow goodbye
Of the sun who has gathered the birds and who gathers
The minutes of evening,
The golden and holy
Ground of the picture.
The fourth sorrow
Is the pond gone black
Ruined and sunken the city of water-
The beetle’s palace,
The catacombs
Of the dragonfly.
And the fifth sorrow
Is the slow goodbye
Of the woodland that quietly breaks up its camp.
One day it’s gone.
It has only left litter-
Firewood, tentpoles.
And the sixth sorrow
Is the fox’s sorrow
The joy of the huntsman, the joy of the hounds,
The hooves that pound
Till earth closes her ear
To the fox’s prayer.
And the seventh sorrow
Is the slow goodbye
Of the face with its wrinkles that looks through the window
As the year packs up
Like a tatty fairground
That came for the children.
.
Seamus Heaney
Night Drive
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag gekozen voor Seamus Heaney, Opened Ground; poems 1966-1996. En uit deze vuistdikke verzamelbundel het gedicht ‘Night Drive’ uit de bundel ‘Door into the dark’ uit 1969.
.
Night Drive
.
The smells of ordinariness
Were new on the night drive through France:
Rain and hay and woods on the air
Made warm draughts in the open car
.
Signposts whitened relentlessly.
Montreuil, Abbeville, Beauvais
Were promised, promised, came and went,
Each place granting its name’s fulfilment.
.
A combine groaning its way late
Bled seeds across its work-light.
A forest fire smouldered out.
One by one small cafés shut.
.
I thought of you continuously
A thousand miles south where Italy
Laid its loin to France on the darkened sphere.
Your ordinariness was renewed there.
.
Finis
Ida Gerhardt
.
Ida Gerhardt (1905 – 1997) is alweer enige jaren geleden overleden maar haar poëzie is nog altijd levend en zeer leesbaar. Ook dit gedicht dat in een ‘ouderwets’ Nederlands is geschreven heeft nog niets aan schoonheid en kwaliteit ingeboet. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1980 het gedicht ‘Finis’.
.
Finis
.
Wat ziet gij, liefste, mij aan?
Nóg kan ik donker vervaren
om het kwaad der donkere jaren
dat, donker, ik u heb aangedaan.
Wat ziet gij, liefste, mij aan?
Geen sterveling weet wat zij waren
dan gij, die dit donkere, zware
door liefde teniet hebt gedaan.
.


















