Categorie archief: Favoriete dichters

Ik lees geschiedenis

Ter ere van de goedertieren maan

.

Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.

Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:

Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler.  De gedichten ademen een soort luguber realisme.

Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.

.

Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.

Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd

en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd

en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.

.

En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen

en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt

door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen

en door de absurde energie, daaraan gewijd.

.

Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat

heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.

Maar hoeveel moediger is niet een man

.

die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,

dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,

kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.

.

vincent-millay1

 

 

Martijn Teerlinck

Ademgebed

.

Martijn William Zimri Teerlinck (1987 – 2013) was een in België geboren Nederlands muzikant en dichter. Op 26 jarige leeftijd overleed hij aan het syndroom van Marfan dat bij ongeveer 1 op de 10.000 voorkomt. Andere bekende namen die aan het syndroom zijn overleden zijn Joey Ramone, Niccolò Paganini en Sergej Rachmaninov.

Van Martijn Teerlinck is in 2014 postuum zijn debuutbundel ‘Ademgebed’ verschenen. Tijdens zijn leven wilde geen uitgeverij de handen branden aan deze post-romantische lyriek maar een jaar na zijn overlijden verscheen dan toch bij Lebowski publishers zijn debuut.

Martijn Teerlinck won in 2010 het NK Poetry Slam. Bijdragen van hem verschenen in de bloemlezing ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ ( 2011), een persoonlijke bloemlezing van Arie Boomsma, in ‘Deus ex Machina’ en ‘Awater’ en in het online literaire tijdschrift ‘Samplekanon’.

Uit de bundel ‘Ademgebed’ het gedicht ‘Lucht’.

.

lucht

alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is

maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen

mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar

en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden

als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven

maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst

daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij

.

Teerlinck-Ademgebed-193x300

 

teerlinck

Ivo de Wijs

Sonnet

.

Vandaag wil ik graag de koning van de Light Verse in het zonnetje zetten namelijk Ivo de Wijs (1945). Ivo de Wijs is oud-leraar Nederlands, cabaretier, tekst- en liedjesschrijver, en radiomaker. Als dichter en samen met andere dichters (bijvoorbeeld Drs. P.) is hij verantwoordelijk voor vele mooie en bijzondere bijdragen aan de Nederlandse liedkunst en poëzie.

Uit ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ uit 1985 het gedicht ‘Sonnet’.

.

Sonnet

.

Ze wil me overwegend niet geloven

Als ik oprecht zeg dat ik haar bemin

Ze schenkt me, spottend lachend, nog ‘ns in

Of schampert:’Zit je niet zo uit te sloven!’

.

De mooie pathetiek van ons begin

Borrelt bij mij nog af en toe naar boven

Maar wordt door haar met liefde weggewoven

Het hoeft niet meer, we zijn nu een gezin

.

Het hoeft niet meer, want tussen haar en mij

Werd het gewone, bijna ondermaatse

Het dagelijkse tot een soort symbool

.

Wat hield ik van haar toen ze onlangs zei:

‘Ik moet een nieuw spiraaltje laten plaatsen

Haal jij vandaag de kinderen uit school?’

.

Ivo

 

200

Liefde didactisch

Leonard Nolens

.

In een artikel van 4 november 1999 in het Leidsch Dagblad dat ik tegenkwam, las ik een recensie van Hans Warren over de bundel ‘Voorbijganger’ van Leonard Nolens. In het artikel staat onder andere  “Bij niemand was het verdriet zo groot (over de dood van Herman de Coninck WvH) als bij de 52 jarige bard Leonard Nolens”.

Nu heb ik al een aantal keer eerder op dit blog aandacht besteed aan de dichter Nolens maar met dit gegeven ben ik zijn werk nogmaals gaan lezen en ik begrijp wat Hans Warren bedoeld als hij stelt “Hij is zo’n beetje de laatste figuur die in poëzie de grote gevoelens en de grote woorden zoekt in plaats van schuwt”.

Uit ‘manieren van leven’ uit 2001 een voorbeeld van zijn ‘stijl’ van dichten.

.

Liefde didactisch

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

.

Nolens

 

nolens (1)

Roodvocht

Tjitse Hofman

.

Tjitse Hofman (1974) is dichter/performer. In 1999 debuteerde hij met de bundel  ‘TV 2000’. Hiervoor werd zijn werk gepubliceerd in de bundels met De dichters uit Epibreren. Hiervoor ontving hij in 2003 de Johnny van Doorn prijs.

Uit zijn tweede bundel ‘Roodvocht’ uit 2003 hier het titelgedicht.

.

Roodvocht

.

Meer meer

en vooral meer

en dat het mooi

.

Roodvochtige ijlslaap

van stroom en stroom

dat er bloedsoep kookt

.

Dat het borrelt

dat wij blootlijf

.

Koudzweet en warm

rillen en alles willen

alles tegelijk

.

Dat we dampen

stijgen en hopen

dat het licht uit

.

dat het donker –

.

hofman

 

hofman_roodvocht_npe

Toekomst

Met een klank van hobo

.

Zondag, Herman de Coninckdag. Vandaag uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980 het gedicht ‘Toekomst’.

.

Toekomst

.

Weggaan. En terugkomen.

Dromen. En niet meer dromen.

En niet meer weggaan.

.

En echte weemoed, niet om hoe het vroeger was

maar om hoe het ook vroeger nooit is geweest.

De herinnering aan wat nooit heeft bestaan.

.

Ik steek nog even een sigaar

niet op, drink nog even niet van een glas Marc,

wacht nog even op wat ik heb, bedachtzamer.

.

Want we hebben de tijd.

Je bent in mij als schemer in de kamer.

We hebben de verleden tijd.

.

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

photorealistic 3d sky-high future ahead street sign

Liederlijke poëzie

Abū-Nuwās

.

Abū-Nuwās  (750-810) was een Arabische dichter, die wordt gerekend tot de grootste klassieke Arabische en Perzische dichters. Hij was een meester in alle standaard genres van Arabische poëzie. In de verhalen van Duizend-en-één-nacht is hij de metgezel van kalief  Haroen ar-Rashid.

Vanaf de tweede helft van de achtste eeuw, zo’n tweehonderd jaar na de geboorte van de profeet Muhammed in Mekka, verspreidt de islam zich razendsnel. Langs de hele zuidkust van de Middellandse zee, op het Arabisch schiereiland en Perzië vormt zich een Islamitische staat. Het is niet alleen de bloeiperiode van de vroege islam, maar ook de tijd waarin de Mujun, een bandeloze, humoristische en aanstootgevende stroming binnen de klassiek-Arabische poëzie, tot wasdom komt. Een van de dichters binnen deze stroming is Abū-Nuwās.

De gedichten bieden een inkijkje in de onofficiële Arabische geschiedenis. We spreken van een “Islamitisch Rijk”, maar uit de losbandigheid van de Mujun blijkt dat niet iedereen zich die islamitische waarden eigen had gemaakt.

Hier een paar voorbeelden van gedichten van deze, tegenwoordig, verboden dichter in veel Arabische landen.

.

Iemands genot is pas volmaakt wanneer hij drinkt

Met baardeloze knapen als zijn drinkgenoten:

Eén zingt voor hem, de ander spreekt een zegewens

Wanneer hij hem de wijn aanreikt

En telkens als hij één van beiden kussen wil

Laat hij zijn mond hem kussen.

Gezegend zij de tijd dat ik met hen

De nacht doorbracht! Hoe heerlijk was het!

Wij dronken haar, gemengd en ongemengd,

En onze regel was: wie er in slaap valt neuken we.

.

Vertaling: Geert Jan van Gelder

Een ander voorbeeld waarin overduidelijk de homoseksuele aard van de dichter naar voren komt.

.

‘Ik bleef maar vriendelijk en zei tegen mezelf:

Het meisje is nog maagd: een maagd is altijd bang

Toen wij het echter eens waren geworden stak ik van wal,

Op naar de volle zee. – O mensen, ik verdronk in de baren!

En als ik niet mijn jongen had geroepen, als hij mij niet

De reddingslijn had toegeworpen, dan was ik gezonken op de bodem.

Toen zwoer ik: van mijn leven zal ik nooit op zee veroveringen maken:

Alleen op ruggen wil ik reizen.

.

Vertaling Yasser Ibrahim

Abu_Nuwas

Met dank aan folia.nl en Wikipedia

 

The N-word

Countee Cullen

.

Countee Cullen (1903-1946) werd als wees geadopteerd door een dominee en groeide op in een Methodistisch gezin. Als student blonk hij uit en hij schreef op zijn 14e zijn eerste gedichten. Als student  aan de New York University was hij het productiefst, hij publiceerde in die periode zijn eerste drie bundels: ‘Color’, ‘Copper sun’ en ‘The ballad of the brown girl’. Cullen werd een prominent lid van de ‘Harlem Renaissance’ waar hij veel over raciale ongelijkheid en ongelijkheid tussen de rassen schreef. Zijn bundel ‘Color’ geldt als éen van de belangrijkste bouwstenen van deze beweging. Tegelijkertijd werd hij door sommige van zijn mede dichters bekritiseerd omdat hij sociale en politieke kwesties zou vermijden in zijn werk.

In 1929 had Cullen 4 bundels gepubliceerd. Het titel gedicht van ‘The black Christ and other poems’ werd sterk bekritiseerd omdat hij veelvuldig gebruik maakte in zijn gedichten van religieuze beelden. Zo vergeleek hij in het titelgedicht het lynchen van zwarte Amerikanen met het kruisigen van Christus.

In 1946 , na een bewogen leven, stierf Countee Cullen aan hoge bloeddruk en bloedvergiftiging. Een filiaal van de Openbare Bibliotheek van New York is naar hem vernoemd en in 2013 werd zijn naam toegevoegd aan de New York Writers Hall of Fame.

In 1925 was er nogal wat ophef toen Countee Cullen het N-word (Nigger) gebruikte in zijn gedicht ‘Incident’ maar het gedicht legt de vinger op de zere plek en geeft precies weer hoe de verhoudingen lagen tussen de blanke en zwarte Amerikanen in die tijd. Hoewel Cullen liever niet als ‘zwart’ dichter bekend wilde zijn (maar gewaardeerd wilde worden om zijn gebruik van de zogenaamde ‘traditional English standards’) worden juist zijn meest kritische gedichten als hieronder het hoogst gewaardeerd. Cullen wordt tegenwoordig als één van de belangrijkste African-American schrijvers ooit gezien.

.

Incident

.

Once riding in old Baltimore,
Heart-filled, head-filled with glee,
I saw a Baltimorean
Keep looking straight at me

.

Now I was eight and very small,
And he was no whit bigger,
And so I smiled, but he poked out
His tongue, and called me, ‘Nigger.’
.
I saw the whole of Baltimore
From May until December;
Of all the things that happened there
That’s all that I remember.
.
cullen
CCgrave
ccmomument1

 

 

 

Wie zie je het liefst?

De hectaren van het geheugen

.

Zondag dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag is mijn keuze komen te vallen op het titelloze gedicht  dat begint met de regel ‘Wie zie je het liefst, de poes’ uit de bundel ‘De hectaren van het geheugen’ uit 1985.

.

‘Wie zie je het liefst, de poes
of mij?’ vraagt ze.

En zoent me, niet om mij,
maar om haar lippen te proberen.

Als ik haar optil, slaat ze haar armen
om me heen omdat ze anders valt.

Als ik haar neerzet loopt ze weg
en ik haar na.

Nader is een comparatief die nooit
eindigt, zoals vader.

.

Hectaren

Nog maar eens Paul van Ostaijen

Alpejagerslied

.

Aangemoedigd door een aantal reacties die ik kreeg op het schrijven op dit blog over Paul van Ostaijen zijn gedicht ‘Melopee’ ging ik op zoek naar andere gedichten van zijn hand. Over ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ had ik al eens geschreven maar het onnavolgbare ‘Alpejagerslied’ (dat hij schreef voor E. du Perron) is in zijn soort uniek en daarom voor iedereen die het niet kent, hier en nu dit gedicht.

.

Alpejagerslied

.

Een heer die de straat afdaalt
een heer die de straat opklimt
twee heren die dalen en klimmen
dat is de ene heer daalt
en de andere heer klimt
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx
vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx van de beroemde hoedemakers
treffen zij elkaar
de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand
de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand
dan gaan de ene en de andere heer
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
de rechtse die daalt
de linkse die klimt
dan gaan beide heren
elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed
elkaar voorbij
vlak vóór de deur
van de winkel
van Hinderickx en Winderickx
van de beroemde hoedemakers
dan zetten beide heren
de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende
eenmaal elkaar voorbij
hun hoge hoeden weer op het hoofd
men versta mij wel
elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd
dat is hun recht
dat is het recht van deze beide heren.

.

Uit: ‘Gedichten’ uit 1918.

.

Highhats