Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte

Weesgedichten

Raampoëzie

.

Van 26 januari tot en met 1 februari 2023 is het weer Poëzieweek. Tijdens deze week staat poëzie extra in het zonnetje. De Poëzieweek wordt gevierd in Vlaanderen en in Nederland en ik heb weleens het idee dat het in Vlaanderen meer leeft dan hier in Nederland. Sinds de CPNB (die de propaganda voor het Nederlandse boek in ons land verzorgt) af is gestapt van het promoten van themaweken, zijn er allerlei kleinere en minder draagkrachtige organisaties in het gat gesprongen (anders zou de Poëzieweek al lang een stille dood zijn gestorven, hulde dus voor deze organisaties) maar echt het verschil maken blijkt toch moeilijker dan gedacht.

In Vlaanderen lijkt de organisatie van de Poëzieweek een minder groot probleem. Zo is het aantal acties en activiteiten groot en weet men partijen aan zich te binden. Zo ook in het jaar 2023, getuige bijvoorbeeld het initiatief Weesgedichten.

Hoe werkt Weesgedichten? De bibliotheken in Vlaanderen en Brussel bieden dit project aan met als basis: Laagdrempelige activiteit, gedichten in de openbare ruimte (namelijk bij een ieder die dit wil op het raam van een woning, winkel of bedrijf, rechtstreekse betaling aan de dichters en een innige samenwerking met het Poëziecentrum in Gent. Dichter Maud Vanhauwaert is de meter (de vrouwelijke variant van de peetvader) van dit project, zij schreef het themagedicht. Als bibliotheek kun je een pakket kopen van gedichten (25,50 of 100) en je betaald daar een vaste prijs voor. Die gedichten zijn dan te adopteren. Elk gedicht eenmaal. Je kunt je bij een bibliotheek aanmelden voor zo’n gedicht, de bibliotheek zorgt ervoor dat dat gedicht met een acrylstift bij jou op je raam wordt aangebracht.

Op deze manier komen er honderden gedichten bij in de openbare ruimte. Wordt poëzie dichterbij de mensen gebracht en komt er daardoor meer aandacht voor poëzie en dichters. Op de website van Weesgedichten staan de 100 gedichten en dichters te lezen. Een bont gezelschap van Vlaamse en Nederlandse dichters. Neem vooral eens een kijkje.

Omdat we in Nederland niet kunnen deelnemen aan deze actie lijkt het me een heel goed idee om zelf als individuele poëzieliefhebbers aan de gang te gaan met dit idee. Schrijf je zelf poëzie of ken je een dichter, vraag dan of je een gedicht van hem of haar mag gebruiken en schrijf deze zelf met een acrylstift op een raam. Wie weet als we dit massaal doen, dat we volgend jaar kunnen aansluiten bij Weesgedicht.

Uit de 100 gedichten die op de website van Weesgedicht staan, wil ik graag het gedicht ‘Vuurtoren’ van Astrid Arns hier delen.

.

Vuurtoren

.

Ik loop met mijn dochter door de slapende straat.

.

Het zwart sluit elke toegang af, ze vraagt

Waar zijn bloemen goed voor als vruchten niet rijpen?

.

Ik zwijg, de nacht wordt groter door de bliksem.

.

Ik dacht dat ik op alles een antwoord kon geven,

seinen als een vuurtoren aan een verre kust.

.

Maar meer dan me voor haar bewaren kan ik niet.

.

Het Einddoel

Jan Rot

.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij het jubileum van stichting De zoek naar schittering van Jiske Foppe als onderdeel van het festival ‘Woordnacht’.  Als lid van het comité van aanbeveling (samen met Sylvia Hagers, Bas Kwakman en Mart Bechtold) kon en wilde ik dit niet aan me voorbij laten gaan. Niet alleen omdat ik Jiske al langer ken en zeer waardeer om haar tomeloze inzet voor de poëzie maar ook zeker om te luisteren naar de lezing van Kila van der Starre (lid van de Raad van Toezicht van de stichting en all round “poëzieprofessor’).

Op de bijeenkomst in het Nieuwe Instituut in Rotterdam waren behalve de lezing en presentatie van Jiske over het werk van de stichting, ook voordrachten van drie Rotterdamse dichters; Daniel Dee, Peter Swanborn en Amber Rahantoknam. Jiske werd geïnterviewd door Woordnacht festivaldirecteur Hans Sibarani. Veel aandacht ging uit naar de Bruggedichten die Jiske met de stichting realiseert in Rotterdam maar ook andere projecten kwamen aan de orde zoals de gevelgedichten in Hordijkerveld, het Noorderdicht en Geluk op Zuid.

En er was aandacht voor de VERS app en de Route Lagogo, een poëtische wandeling door Hillegersberg en Schiebroek in Rotterdam. Bekende dichters, zowel landelijk als Rotterdams en lokaal, allen met een band met het festival Poëzie Lagogo of het gebied leverden gedichten aan en spraken ze in. Ze werden gekoppeld aan locaties die via de VERS app te vinden zijn. Sommige verschijnen als raamgedicht en andere gedichten zijn uitsluitend via de de app te beluisteren. Deelnemende dichters zijn onder andere Jana Beranová, Hester Knibbe, Ingmar Heytze, Elfie Tromp, Mark Boninsegna, Rob Hilz, Joz Knoop, Abdelkader Benali, Myrte Leffring, Edwin de Voigt en Anne Vegter.

Tijdens de presentatie liet Jiske een filmpje zien van Jan Rot (1957-2022) waarin hij het gedicht ‘Het Einddoel’ voordraagt dat hij samen met Boudewijn de Groot schreef als lied. Ook dit gedicht maakt deel uit van de Route Lagogo. Het is aangebracht op een raam van het cultuurcentrum De Buurvrouw aan de Larikslaan in Rotterdam.

.

Het Einddoel

.

Toen ik wist waarom ik huildeVielen beide ogen droogWat mijn tranen zo vervuildeWas de waarheid die ik loog
.
Nu lijk ik wel te dansenStevig vast en dan weer vrijEn al die tijd kijk ik naar jouEn jij verliefd naar mij
.
Toen ik wiste waarom ik beefdeWerden angsten minder grootEn toen ik wist waarom ik leefdeWas ik niet bang meer voor de dood
.
Ik was beschadigd moe en oudTe vaak verongelijktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt
.
Nu lijk ik wel te dansenTerwijl de wereld kijktEn veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereiktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt

.

 

Poëzieroute Waalwijk

Froukje Vos

.

De stichting DichterBijWaalwijk is in 2016 opgericht door Jozef Mahieu, Marian Mahieu-Stokwielder en Mathieu Mertens en werkt samen met de bibliotheek Waalwijk. De stichting organiseert allerlei poëzie activiteiten in en rond Waalwijk waaronder een gedichtenwedstrijd en een poëzieroute. Inmiddels hangen er in Waalwijk, Waspik en Sprang Capelle zo’n 34 gedichten in de openbare ruimte van verschillende dichters. Een groot deel ken ik maar een groot aantal ook niet.

Namen als Hein van der Schoot (oud winnaar van de gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!), Annette Akkermans, Erika Destercke en Gerardo Insua Teijero zijn vertegenwoordigd in de lijst. Uiteindelijk wil de stichting 50 gedichten in de openbare ruimte aanbrengen als onderdeel van de poëzieroute. een nobel streven lijkt me.

Op de website van de stichting is de route te zien en waar welk gedicht zich bevindt. Froukje Vos won in 2019 de gedichtenwedstrijd van stichting DichterBijWaalwijk met haar gedicht ‘de muze’. Haar gedicht heeft een plek gekregen bij het Galgenwiel in Waalwijk.
.

de muze

.

ergensverloor zij iets

wat dierbaar was, ergens

ze zocht en zocht

en vergat

.

totdat zij het ruisen hoorde

het ruisen van de bomen, dichtbegroeid,

het water van het wiel, dat zich langzaam

opent en weerspiegelt

ze riep en riep: “vertel mij wie ik ben”

.

aarzelend, zachtjes

en de geur van hout bracht beelden mee

strooide woorden in een vergeten wereld

glinsterend, laag voor laag, grenzeloos

op alle uren van de tijd

.

Dijkgedicht

Sef

.

Op 20 april 2021 was op de Ringdijk in Amsterdam Oost het 500 meter lange gedicht te lezen van rapper Sef (Yousef Gnaou) in letters van 1,25 bij 1,25 meter. Sef (1984) de eerste dijkdichter van Nederland werd gevraagd een gedicht over de Nederlandse dijken te schrijven door Waterschap Gooi, Amstel en Vecht. Sef zegt hierover: “Zonder dijken zou Nederland onder water staan. Ik vond het een mooie uitdaging om dingen die we voor lief nemen, zoals de dijken, uit te lichten en te bezingen,” en “Ons land is soms een geoliede machine, in vergelijking met andere landen waar veel toch minder soepel loopt. Het is goed om je af en toe te realiseren dat niet alles vanzelf gaat.” “Ik houd ervan om zulke bijzondere opdrachten te krijgen,”.

Straatkunstenaar Daan Wille schilderde het gedicht op de dijk dat er twee weken te lezen was. Gelukkig is het bewaard op een video en in tekst.

.

Een ambtenaar in functie. Haar titel waardig.
Wie houdt een indringer tegen als het nodig is.
Door haar strenge deurbeleid kan het Oosten slapen.
En weten allebei mijn voeten goed wat droogte is.
Heldhaftig, barmhartig en vastberaden.
Bewoners, wandelaars, gasten van La Vallade.
Waakt over ons allemaal, dus wij doen alles met haar samen.
Een dijk om door een ringetje te halen.

.

 

 

Gouden Yvonne

Jan Kal

.

Ik herinner me nog heel goed, de sensatie van de Olympische Winterspelen 1988; Yvonne van Gennip (1964). Ze won daar maar liefst drie gouden medailles en met haar natuurlijke openheid en charmante sproetjes was ze de lieveling van menig landgenoot. De Haarlemse dichter Jan Kal (1946) schreef er een gedicht over getiteld ‘Gouden Yvonne’. Dat gedicht werd in april van dit jaar aangebracht op een goud geschilderde muur van het Mendelcollege in Haarlem waar Yvonne van Gennip haar middelbare schooltijd doorbracht.

Tijdens de bijenkomst droeg de Haarlemse dichter Kal zijn gedicht voor in het bijzijn van Van Gennip en leraren en leerlingen van de school. Na de onthulling en de voordracht was het de beurt aan de brugklassers, die ook zelf geschreven gedicht mochten voordragen. Het gedicht en de muurversiering zijn een eerbetoon aan de prestaties van Yvonne tijdens de Olympische Winterspelen van 1988. Het is een initiatief in samenwerking met het Haarlems literair genootschap en het Mendelcollege, een zogenoemde ‘topsport talentschool’.

Het gedicht ‘Gouden Yvonne’ is een sonnet.

.

Gouden Yvonne

.

Yvonne met twee ijzers en wat ijs

maak jij uitsluitend goud en goud en goud.

Jouw rijden in ’t Olympisch ijspaleis

was hartverwarmend en liet niemand koud.

.

Je bent gesneden uit echt Haarlems hout,

en trekt je eigen baan op eigen wijs.

Wat greep je prachtig, zonder schoonheidsfout,

tot driemaal toe de allerhoogste prijs.

.

Drievuldige Yvonne, schaatgodin!

De 3, de 1500 en de 5,

ze zijn geschreven op je gouden lijf.

.

IJsheilige van Haarlem, jij je zin:

ik zal normaal doen, ja ik hou me in

Yvonne, wat ben jij een wereldwijf.

.

 

 

Bruggedichten

Alphen aan den Rijn

.

Stichting de Zoek naar Schittering is verantwoordelijk voor het project Open/Dicht bruggedichten in Rotterdam. Het project is gestart in 2017 door Jiske Foppe en heeft inmiddels drie bruggen over de Schie in Rotterdam voorzien van gedichten van Daniel Dee, Ester Naomi Perquin en Dean Bowen (alle drie voormalig stadsdichters van Rotterdam). Als lid van het comité van aanbeveling van de Zoek naar Schittering ben ik niet alleen zijdelings verbonden maar ook een groot fan van deze vorm van poëzie in de openbare ruimte.

Naast bruggedichten in Rotterdam en Antwerpen is de stichting (Jiske) nu ook gevraagd door de gemeente Alphen aan den Rijn om een bruggedicht te realiseren onder de Alphense Brug een van de bruggen over de Oude Rijn aldaar. De selectie voor een dichter gaat anders dan in Rotterdam. In Alphen aan de Rijn is gekozen voor een gedichtenwedstrijd. Van 9 mei tot en met zondag 5 juni kan iedereen die iets met Alphen aan den Rijn heeft, amateur- of professioneel dichter, een gedicht insturen. Voor de regels en voorwaarden kun je op de website van Khabbaz terecht.

Ik ben voor een klein administratief deel verbonden aan deze wedstrijd en ondersteun dit mooie initiatief van de gemeente Alphen aan de Rijn van harte. Ooit schreef ik een bruggedicht naar aanleiding van een bericht over deze vorm van poëzie in de publiekelijke ruimte. Het is getiteld ‘Onder de brug’.

.

Onder de brug 

.

Woorden ter inspiratie voor natgeregende fietsers

opdringerige brommerkoeriers, haastige passanten

stressende automobilisten en geduldige hengelaars

.

platgeslagen tekst, meestal onzichtbaar

alleen de schippers nemen flarden tot zich

in het voorbijgaan, in het half donker

.

pas wanneer er een pas op de plaats moet

worden gemaakt, openbaren zich de zinnen

de poëtische overdenkingen onder de brug

.

minutenlang mag de tekst haar lezers

plezieren en verwonderen, tot na het laatste

schip, waarna zij zich weer tijdenlang verbergt

.

Tramtram

Poëzie op een tram

.

Door Hans werd ik gewezen op een initiatief in Antwerpen uit 2012. Vanaf oktober dat jaar reed de Tramtram door de stad, een tram met daarop aangebracht een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2021), die destijds stadsdichter was van Antwerpen.

Tramtram is een vrolijke oproep om elkaar vriendelijk en respectvol te behandelen op bus en tram. De ‘Respecttram’ stond centraal in de jaarlijkse campagne voor meer wederzijds respect op bus en tram in Antwerpen. Ter gelegenheid hiervan schreef Antwerps stadsdichter Bernard Dewulf het stadsgedicht Tramtram.

Het zesde stadsgedicht van Bernard Dewulf was zes weken te lezen op deze ‘Respecttram’ die door de straten van Antwerpen reed. Zowel qua klank als vormgeving op de tram was het stadsgedicht een knipoog naar de beroemde avant-gardedichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen (1896-1938).

.

Tramtram

.

Dag meisje met het ijsje aan het raam.
Dag beentjes van het meisje in de tram.
Dag bengeling. En tingeling.

.

Dag Marokkaan, dag Indiaan, dag onderdaan.
Dag mevrouw getrouwd met uw sjakosj.
Dag meneer in de weer met uw moustache.

.

Dag gast, ik zie u groeien aan uw rugtas.
Dag Turk. Dag snurker uit de late nacht.
Dag Chinees, dag Kongolees, dag Kees.

.

Dag Jood, dag tingeling, dag rode muts,
dag kleine duts in de te grote koets.
Dag blinde en dag hond, dag blind verbond.

.

Dag hanger in de lus, dag musje in de hoek,
dag denker aan het venster,
dag oortjes in de oren van de stille zanger.

.

Dag reizigers allemaal. Dag elk verhaal.
Dag alle taal. Dag alle reizelingen
in de bedding van de stad. Dag dag dag.

.

Dagelijks klinkt in ons heelal de tingeling.

.

Gedicht aan de reiziger

Victor Vroomkoning

.

Sinds 1997 worden in de Rotterdamse metro gedichten geëxposeerd onder de titel ‘Gedicht aan de reiziger’. Elke drie maanden verschijnt een nieuwe serie gedichten. Het project is een samenwerking tussen het Rotterdams openbaar vervoerbedrijf RET en Poetry International. Of dit project nog steeds loopt heb ik niet kunnen achterhalen maar aangezien er in 1999 een bundel is verschenen over dit fenomeen blijkt het wel succesvol geweest te zijn. Rotterdam is niet de enige stad waar er in de metro aandacht wordt gegeven aan poëzie ook in  Parijs  Londen, nogmaals Londen, Brussel, nogmaals Brussel en New York  zijn poëzie projecten  geweest.

In de bundel ‘Gedicht aan de reiziger’ onder redactie van Janita Monna zijn 63 zeer verschillende dichters opgenomen. Rotterdamse dichters maar ook dichters uit andere Nederlandse windstreken en daarbuiten. Rotterdam had al eerder dichtregels op vuilniswagens aangebracht maar met Gedicht aan de reiziger (een variatie op het gedicht Bericht aan de reizigers van Jan van Nijlen laat Rotterdam maar eens te meer zien dat het een stad van poëzie is.

Lezend in de bundel bleef ik hangen bij het gedicht ‘Vuilniszakken’ van Victor Vroomkoning (1938). In 1991 heeft het gedicht, in een vertaling, ook in Ierse treinen gehangen. Victor Vroomkoning vertegenwoordigde toen de Nederlandse poëzie in Dublin, dat in dat jaar Culturele Hoofdstad van Europa was. In het gedicht vergelijkt Vroomkoning ouders met vuilniszakken maar dat is respectvol gedaan, hij beschrijft de machteloosheid over het onvermijdelijk naderende afscheid van oud geworden ouders. Tijd, liefde en relatie tussen ouders en kinderen zijn terugkerende thema’s in het werk van Vroomkoning.

.

Vuilniszakken

.

Zoals ze daar ’s morgens

op de stoep tegen elkaar

aan geleund warmte zoekend

in hun plastic jassen

staan te wachten, grijs,

vormeloos, vol afgedankt

leven, tegelijk broos

en weerloos. Je zou ze

weer naar binnen willen

halen, je ouders

wachtend op de bus.

.

Poëzie op afvalbakken

Poëzieweek 

.

In het kader van de landelijke Gedichtendag en de Poëzieweek 2022 deel ik in de weken voor 27 januari graag een aantal ideeën en initiatieven van nu en vroeger rondom deze week. Het thema van de Poëzieweek 2022 is de Natuur en wat past er beter bij dit thema dan vuilnis- of afvalbakken. Willen we de natuur een beetje leefbaar houden dan is het begin daarvan toch wel het deponeren van ons afval in vuilnisbakken en niet in de natuur.

In 2006 konden inwoners van Vlaardingen al gedichten insturen voor een wedstrijd op landelijke gedichtendag. Van die inzendingen werden 20 dichtregels uit de beste inzendingen gekozen en deze werden aangebracht op vuilnisbakken in de openbare ruimte. Er deden destijds maar liefs 180 Vlaardingers aan deze wedstrijd mee. In 2013 werd geconstateerd dat de meeste stickers (want dat waren het in 2006, stickers met dichtregels) vervaagd waren. Opnieuw werden Vlaardingers uitgenodigd om hun mooiste dichtregel in te sturen. Ook de leerlingen van het Geuzencollege deden mee aan deze wedstrijd die werd georganiseerd door Look Boden en Mirjam Poolster van de Stichting Anders Kijken.

Dit keer deden er 170 mensen mee en tien van de dichtregels van Vlaardingers en 10 dichtregels van leerlingen van het Geuzencollege werden gekozen. Deze werden gedrukt op posters en die werden op afvalbakken geplakt overal in Vlaardingen. Het waren blijkbaar kwaliteitsposters want nog regelmatig kom ik voorbeelden tegen. De aardigste regel die ik tegenkwam, en zo maar een Luule zou kunnen zijn, is toch wel:

 

In een speeltuin

op een bankje

kijken wij naar

onze toekomst

 

Hieronder een aantal foto’s van nog meer van de afvalbakkengedichten in Vlaardingen.

.