Categorie archief: Gedichten in thema’s
Dies Irae
Peter Coret
.
De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.
In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.
.
Dies Irae
.
De laatste daad die zin gaf aan je leven
Was de ontkenning van een troosteloos bestaan
.
Je drift heeft je het leven uitgedreven
Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan
En zul je nooit meer pronken als de haan
Wiens veren ik met liefde heb beschreven
.
On klein verbond werd bitter opgeheven
De rekening blijft immer onvoldaan
.
Je liet me vallen toen ik jou liet zweven
We leefden beiden in een wrede waan
Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan
Aan jouw genot, of naar verzoening streven
.
Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven
Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan
.
Satie
Henk Romijn Meijer
.
Het gebeurt me nog wel eens. lezend in een dichtbundel (meestal een verzamelbundel) dat ik een gedicht tegen kom van een dichter die ik alleen als schrijver van romans of verhalen, of als columnist ken. Meestal betreft het hier éénmalige gedichten en heeft de schrijver in kwestie nooit een dichtbundel uitgebracht. En soms word ik verrast zoals in het geval van schrijver, taalkundige, vertaler en essayist Henk Romijn Meijer.
Henk Romijn Meijer (1929-2008) ken ik als schrijver vanaf 1983, toen een docent Nederlandse Letterkunde aan de P.A. Tiele Academie, waar ik mijn opleiding deed, ons studenten wees op Romijn Meijers roman ‘Mijn naam is Carrigue’. Henk Romijn Meijer brak in dat jaar door naar het grote publiek met deze roman, een boek dat een nieuw genre in de Nederlandse literatuur zou inluiden: de faction. Het is naar vorm en stijl een psychologische roman, naar intrige een thriller, maar gebaseerd op ware feiten.
Toen ik in de bundel ‘De vier jaargetijden’ een gedicht van zijn hand tegen kwam was ik dan ook verrast. Op zoek naar zijn oeuvre kwam ik via Wikipedia een enorme lijst van romans, verhalen, novelles en kritieken tegen én één poëziebundel uit 1986, getiteld ‘Resten van jou’. Destijds uitgegeven in een oplage van 750 stuks, voorafgegaan in een speciale druk van 250 exemplaren als relatiegeschenk in 1985.
Uit deze bundel is in ‘De vier jaargetijden’ een keuze uit poëzie over klassieke muziek uit 1991 het gedicht ‘Satie’ opgenomen.
.
Satie
.
De spotzieke lentevogel
klauwt aan zijn vingers vast.
.
nu zijn er bijna uitgesproken woorden
die aarzelen, dan wemelen als sneeuw,
dan dichtvallen als ogen, verschrikt verlegen.
.
eenzaamheid glimpt als de weerschijn
van een kaarslantaarn, bescheiden
en voorzichtig klinkt de eenzaamheid.
.
Anti-stress poëzie
Deborah Alma
.
Ik kende het begrip Bibliotherapie in algemene zin; een therapie waarbij gebruikgemaakt wordt van geschreven teksten zoals zelfhulpboeken, handleidingen, romans en prentenboeken om mensen van alle leeftijden te helpen met hun psychische en fysieke problemen. Al bij de oude Grieken was het bekend dat literatuur zowel psychologisch als spiritueel belangrijk was, en zij plaatsten boven hun bibliotheken dan ook een bord met het opschrift “Plaats ter genezing van de ziel“. Bij bibliotherapie kiest men lectuur uit als therapeutisch hulpmiddel bij medische en psychiatrische behandeling. Dit gerichte lezen als begeleiding bij de oplossing van persoonlijke problemen wordt bijvoorbeeld ook aangewend in ziekenhuizen. (bron”Wikipedia).
Dat poëzie in dit rijtje ook thuis hoort daar getuigt het boek van Sarah waarover ik gisteren schreef van; poëzie om een traumatische ervaring mee te verwerken. In Engeland vond ik een dichtbundel uit 2015 over dit onderwerp met de veelzeggende titel ‘The Emergency Poet’ An Anti-Stress Poetry Anthology.
‘The Emergency Poet’ werd samengesteld door dichter en schrijver Deborah Alma. In haar voorwoord schrijft ze dat ze een oude ambulance kocht uit 1970 en daarmee naar ziekenhuizen, tehuizen, evenementen, bibliotheken, scholen en festival reisde voor poëzie therapie en vriendelijke conversatie. De mensen die ze daar trof waren vaak op zoek naar raad en een emotionele oppepper. Deborah alma hielp ze met het vinden gedichten om de geest op te vrolijken, te troosten en te helpen omgaan met alle druk van de moderne tijd.
De bundel is opgedeeld in verschillende hoofdstukken met thema’s als ‘Voor dagen wanneer de wereld even te veel voor je is’, Pluk de dag’, ‘Liefde’, Óuder worden’, ‘Hoop’, ‘Over verdriet’ en ‘Moed en Inspiratie’. Alle gedichten in dit boek zijn door haar uitgetest en in de praktijk gebracht en hun nut is bewezen. Tijd voor een Nederlandse hertaling of editie met gedichten van Nederlandstalige dichters.
De meeste gedichten in deze bundel zijn van Engelse of Engelstalige dichters maar er staat ook (vertaalde) poëzie in van onder andere Miroslav Holub, Fernando Pessoa, Thich Nhat Hanh en Rainer Maria Rilke. Een aantal van de opgenomen gedichten is heel bekend en zelfs beroemd maar vele zijn ( voor mij) onbekend. Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Getting Older’ van Elaine Feinstein (1930 – 2019) een Engels dichter met grote affiniteit voor de Russische dichters van de vorige en deze eeuw. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Collected poems and translations’ uit 2002.
.
Getting Older
.
The first surprise: I like it.
Whatever happens now, some things
that used to terrify have not:
.
I didn’t die young, for instance. or lose
my only love. My three children
never had to run away from anyone.
.
Don’t tell me this gratitude is complacent.
We all approach the edge of the same blackness
which for me is silent.
.
Knowing as much sharpens
my delight in january freesia,
hot coffee, winter sunlight. So we say
.
as we lie close on some gentle occasion:
every day won from such
darkness is a celebration.
.
Tussen vandaag en morgen
Uit het dagboek van een gescheiden vrouw
.
In 1982 verscheen bij uitgeverij Bosch & Keuning nv de dichtbundel ‘Sarah, Tussen vandaag en morgen’ uit het dagboek van een gescheiden vrouw. Volgens de achterflap uitte Sarah, tijdens het rouwproces na haar scheiding, haar diepste gevoelens in dichtvorm. Poëzie die vrouwen van deze tijd (de jaren ’80) bijzonder zal aanspreken. Nu hou ik niet zo van getuigenis poëzie, poëzie als therapie maar aan de andere kant kan ik me voorstellen dat als je in dezelfde situatie verkeert, deze poëzie wel kan waarderen. De bundel is dermate obscuur inmiddels dat ik er nergens een vermelding van heb kunnen vinden.
Het openingsgedicht kan me wel bekoren, het is een gedicht waarin de breekbaarheid van de schrijfster op een bijzondere manier naar voren komt.
.
Voor mijn dochter:
.
Jouw gezicht doet me denken
aan een veld vol zomerbloemen
warmkleurig
blaadjes open naar de zon
heen en weer wiegend
op het lachen van de wind
bijen komen zoemend
naar je hart vol honing
.
voorzichtig lopend
ga ik door het veld
bang een blaadje te bezeren
.
Of je worst lust?
Panklaar
.
In de bundel ‘Panklaar’ Stadsgedichten over Oss, hebben stadsdichters Kitty Schaap en Jan van den Boom in samenwerking met de gepensioneerdenvereniging UVG-N en de Stichting Poëzie Podium Oss in 58 gedichten bij evenzoveel onderwerpen uit Oss ( straten, personen, de paardenmarkt, de worstfabrieken van Unox, Hartog en Zwanenberg) een fraaie bundel afgeleverd.
Met een financiële bijdrage van de voormalige Unilever Vleesgroep is deze bundel uit 2018 in een oplage van maar liefst 1500 stuks gedrukt. Alle leden van de gepensioneerdenvereniging kregen een exemplaar maar ook voor de inwoners van Oss en liefhebbers van poëzie van buiten Oss is dit een fijne bundel om te lezen.
Aan alles is te zien dat men met deze bundel een ode aan Oss wilde brengen. Een kwalitatief zeer fraai vormgegeven bundel met harde kaft en en een mooie zware papiersoort, mooie vormgeving en voorzien van vele oude foto’s van het Brabantse stadje. Veel gedichten gaan over de vleesverwerkende industrie, de worstfabrieken of de worst zelf. Ook het gedicht ‘We are food’ van Kitty Schaap gaat hierover maar dan vanuit een bijzondere begintoestand.
.
We are food
.
Dit vlezig bouwpakket bevat alles
om een varken in elkaar te zetten.
Begin met de poten, zet ribben aan elkaar
op volgorde van grootte volgens schema,
breng het buikspek aan en schuif voorzichtig
de karbonades op hun plaats. Verwar haas
niet met schouder. Bevestig de al dan niet gekrulde
staart op de bestemde plek bij de hammen
en vergeet de darmen niet. Plaats tenslotte
de kop met de wroetneus naar voren en fixeer
de oren aan weerskanten. Monteer de kleine
blauwe oogjes en lijm met de bijgevoegde tube
de borstelige haren uit het zakje op de rug en het lijf.
Daar staat uw eerste zelfgebouwde scharrelzeug.
.
Klacht voor een gestorven concubine
Keizer Woe van Han
.
Een liefdesgedicht hoort ook bij vakantiepoëzie. Daarom uit een van de mooiste bundel over de liefde ‘De liefste’ onsterfelijke liefdesverzen samengesteld en vertaald door Paul Claes uit 1990 een gedicht van Keizer Woe van Han getiteld ‘Klacht voor een gestorven concubine’.
.
Klacht voor een gestorven concubine
.
Van zijden mouwen geen geruis.
In ’t jaden voorhof groeit het gruis.
Verlaten ligt de kille zaal.
Een blad viel in het voorportaal.
Ik weet niet waar mijn liefste is.
Zij voelt niet hoezeer ik haar mis.
.
Blessuretijd
P.F. Thomése
.
Uit het literaire voetbaltijdschrift Hard gras, nummer 10 van april 1997, het themanummer over Johan Cruijff (naar aanleiding van zijn 50ste verjaardag) het gedicht ‘Blessuretijd’ van schrijver P.F. Thomése.
.
Blessuretijd
.
Ach Cruijffie, de tijden
die zo ras verglijden –
is ’t bijna voorbij dan?
Hoe bitter is ’t lot.
Want jij hebt gegeven
de zin aan het leven,
het voetbal verheven
tot liefde van God.
Als broer van de Heere
deed jij verkeren
het spel met de leren
in hemels genot.
Toen jij Zijn gezant werd
is ’t aanschijn veranderd,
want jij als geen ander
kon heersen op ’t veld.
Jouw kappen en draaien
deed backs pollen maaien,
de kieps bukken, graaien –
wij stonden versteld!
Nee, ’t is niet te verdragen
dat dit zal vervagen
en zelfs jouw grote dagen
op ’n dag zijn geteld.
.
Blue tits
Phoebe Hesketh
.
Afgelopen zaterdag droeg ik voor tijdens de Dag van de Roos in het Westbroekpark in Den Haag. In dit mooie park vol bomen, struiken, rozen en andere bloemen moest ik denken aan een bundel die ik ooit kreeg van Elisabeth getiteld ‘Poems for gardeners’ samengesteld door Germaine Greer uit 2003. Deze Engelse bundel (hoe kan het ook anders, een dichtbundel over tuinieren), met een collectie gedichten van de antieke oudheid tot de 21ste eeuw staat vol tuingedichten. Over specifieke bloemen en planten, over tuinieren, over bomen en zelfs over gemaaid gras. Maar ook over de dieren in de tuin, zoals de ‘Blue tit’ of Pimpelmees. Het aardige van dit boekje is dan ook nog, speciaal voor de echte natuurliefhebber, dat achterin de bundel informatie staat over het onderwerp van het gedicht. In het geval van de Blue tit over wat de Pimpelmees eet, en waar en wanneer hij nestelt.
De dichter die ‘Blue Tits’ schreef, Phoebe Hesketh (1909-2005) kwam uit Lancashire en was vooral bekend door haar gedichten over de natuur. Zij schreef in haar lange leven 17 dichtbundels.
.
Blue Tits
.
Bobbing on willow branches, blue and yellow
Acrobatic blue tits swing and sway
In careful somersault and neat gyrations
Grub-picking deftly down and bending spray.
.
Now one rebuffs an alien intruder-
Humdrum sparrow, drab among the gold-
Churrs and scolds in azure crested anger,
Scuttles down a twig in blue and bold
Defiance at this urchin gutter-haunter
Till all the blues combine against one grey:
Active whirr and flutter, feathered thunder
Of tiny wings to drive the foe away.
.
Brave blue tit, white-cheeked like a painted toy
Jerking to life from pavement-seller’s string,
Twirls round twigs, his natural trapezes,
Darts to snap a moth upon the wing.
Plumb-as-willow-catkin, primrose-breasted,
This sky-capped morsel magnifies the Spring.
.















