Categorie archief: Gedichten in thema’s

Vrijheid

5 mei

.

Het is vandaag bevrijdingsdag en ik had al een blogpost geschreven tot ik me bedacht dat 75 jaar na de bevrijding van Nederland het passend is om een gedicht te plaatsen over vrijheid of vrij zijn. zijn eerste gedachte was om een gedicht van een dichter uit de oorlog die over de bevrijding schreef te plaatsen maar ik gooi het vandaag over een iets andere, wat algemenere boeg als het om vrijheid gaat.

Tenslotte hebben wij in Nederland de luxe van al 75 jaar in vrijheid te kunnen leven terwijl er zoveel landen en volkeren zijn op de wereld die dat niet kunnen. Daarom koos ik voor een gedicht van de Chinese dichter Wu Mei (Wu Mei betekent volgens mij ‘Moedig mooi’ of mooi en moedig en dat slaat zeker op deze dichter uit China. Zij was getuige van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede op 4 juni 1989.

In de bundel ‘Vrij’ gedichten over vrijheid, vrede en vriendschap, uitgegeven door Amnesty International in de Rainbow Essentials uit 2008 is het gedicht ‘Vrijheid’ van haar opgenomen in vertaling van Daan Bronkhorst. Op bevrijdingsdag leek me dit een passend gedicht.

.

Vrijheid

.

Vrijheid kent geen enkel misdrijf,

zoekt geen ruzie, slaat geen wond,

pleegt geen echtbreuk, zet geen val,

is nooit schuldig aan bedrog.

.

Vrijheid heeft geen schuld, geen schande,

maakt geen aanspraak op excuus,

kent noch schaamte noch berouw,

doet zich nooit als ander voor.

.

Vrijheid is je stille adem,

is je almaar fluisterend bloed,

is je voet die bodem zoekt

waar de grond is weggeslagen.

.

Frietpoëzie

Paul Ilegems

.

De Brugse kunsthistoricus, schrijver en plezierdichter Paul Ilegems (1946) is samen met uitgever Jef Meert oprichter van het Frietkotmuseum, een reizende collectie van allerlei materialen, schilderijen, sculpturen en foto’s die in 2008 werden opgenomen in het Frietmuseum te Brugge. Inmiddels heeft Ilegems 7 naslagwerken over Friet en de frietcultuur geschreven en 2 dichtbundels.

Zijn eerste frietgedichten verschenen in 1981 in het bundeltje ‘Frieten bakken’, geheel volgens de strakke richtlijnen van het plezierdichten in vaste versvormen van Drs. P. Maar het onderwerp friet was voor Ilegems niet voldoende en hij begon ook over andere onderwerpen te dichten als een voorhistorisch monster, sigaren, vrouwenondergoed, de strooiweide en Brigitte Bardot. En niet te vergeten het dichterschap zelve. Kortom, een onbepaald allegaartje. In de bundel ‘Eeuwig zingen de frieten’ uit 2015 zijn deze gedichten samengebracht onder de noemer Fritto misto.

Maar omdat Paul Ilegems zo bekend geworden is door zijn fascinatie met friet hier een gedicht uit deze bundel over een frietkot.

 

Frituur Marleen

.

Frituur Marleen, hoewel zeer florissant,
Moest onlangs dicht: een anonieme brief.
De buurt scheen dit maar moeilijk te verkroppen.
De halve waarheid slechts kwam in de krant.
.
Marleen was wel een tikkeltje naïef
Maar had het strippen in haar vingertoppen
En danste onder ’t bakken expressief
Op melodietjes uit haar portatief.
.
Maar ook (en hierin was ze niet te kloppen)
Nam zij vaak weg wat op de heupen spant
Om tussendoor een onverschrokken klant
Een hoogst intieme friet te laten soppen.
.
Dit was, behalve lichter te verteren
Ook heel wat lekkerder dan kut met peren.
.
,

Waarom ben je niet bij mij

Kira Wuck

.

In de verzamelbundel ‘Waarom ben je niet bij mij’ die Arie Boomsma samenstelde in 2013 (met behulp van de bibliotheken van Thomas Möhlman, F. Starik en Tsead Bruinja, leuk om te lezen waar Arie Boomsma gedichten heeft zitten lezen voor deze bundel) staan liefdesgedichten. Na de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ uit 2011 dus een vervolg. De aandacht die aan deze uitgaven besteed werd, en schaar hieronder ook de twee delen ‘Gedichten die mannen/vrouwen aan het huilen maken’ en ‘Ik weet niet welke weg je neemt’, en de kwaliteit zijn uitstekend. Uitgeverij Prometheus heeft hiermee iets moois te pakken.

In deze uitgave dus liefdespoëzie. En zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, schrijf ik niet alleen graag liefdespoëzie maar heb ik ook een zwak voor liefdespoëzie. In de bundel zijn de dichters alfabetisch op achternaam gerangschikt waardoor het eenvoudig zoeken is waar het gedicht of de dichter van je keus zich in de bundel bevindt. Van de oudste dichters (Willem Kloos en Jacques Perk, beide met geboortejaar 1859, tot de jongste dichter Y.M. Dangre, geboortejaar 1988), vrijwel alle grote en bekende namen die liefdespoëzie hebben geschreven zijn vertegenwoordigd.

Zo ook de dichter Kira Wuck (1978) die ik uit deze verzamelbundel koos omdat de titel van haar gedicht me zo aansprak ‘Liefdesbrief. Een manier van communiceren (de brief en dan nog specifieker de liefdesbrief) die lijkt te verdwijnen. En voor een liefhebber en beoefenaar zoals ik, is dat toch heel jammer. Wanneer je het boek ‘Ik moet aldoor aan je denken’ Ontroerende liefdesbrieven uit 1993, dan is het zo goed voor te stellen hoe het moet zijn om een liefdesbrief te krijgen en ook hoe het is om een liefdesbrief te schrijven.

.

Liefdesbrief

.

Ik likte borden schoon

en keek hoe regen verdriet uit de lucht trok

.

Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen

sindsdien ruikt het hier naar vis

water drupte van zijn kin

.

Ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen

en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was

dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat

.

’s nachts fietste ik zonder licht

maar ik kan alles op gevoel

de meest vreemde dingen

Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek

wou ik mijn mond op de zijne drukken

daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden

en in een vissenkom doen

.

Climax

Opklimmend in de verdrukking

.

In maar vooral vlak na de tweede wereldoorlog verschenen nogal wat bundeltjes met gedichten over de verschrikkingen van de oorlog, het verzet en wat de oorlog met de mensen deed. Ik heb via een kringloopwinkel weer een bijzonder exemplaar kunnen bemachtigen met de veel zeggende titel ‘Climax, opklimmend in de verdrukking’ uit 1945. De bundel werd gepubliceerd door Rayon Barendrecht L.O. (Landelijke Organisatie)

In de inleiding staat: “Alle (gedichten), zonder uitzondering, zijn gemaakt in een tijd van duistere bezetting, door leden van het illegale front, waarvan er verschillende gevallen zijn op het veld van eer, terwijl anderen de publicatie van hun geschrift hebben mogen beleven. Ook de verdere voorbereidingen, om het werk in druk te doen verschijnen, moesten in alle stilte en met de grootste voorzichtigheid getroffen worden, zij het dan ook, dat de Dageraad der Bevrijding begon te gloren. Nu staat de bundel in het volle Licht der Vrijheid. De baten ervan vloeien in de kas, die gesticht is, om de nagelaten betrekkingen te ondersteunen van hen, die het kostbaarste, wat zij bezaten, veil hebben gegeven voor hun Vaderland.”

Nog voor de inleiding staat een foto van koningin Wilhelmina met daaronder 13 mei 1940. Gevolgd door een gedicht van, de op dat moment inmiddels overleden, Ds. W.L. Welter.

.

Neen, ’t was geen vlucht die U deed gaan

Maar volgen, waar God riep:

‘k vraag niet wat in U is doorstaan,

Een strijd hoe zwaar, hoe diep.

.

Wij knielen naast en met U neer,

Tot God de blik, de hand,

Geef Neerland aan Oranje weer,

Oranje aan Nederland.

.

En kome dan wat komen mag,

W’aanbidden, zwijgen stil.

De nacht zij zwart, omfloerst de dag,

Geschiedde Heer , Uw wil!

.

Verder in de bundel gedichten over die eerste maand van de oorlog, over de Jodenvervolging, het vastzetten en fusilleren van verzetsstrijders en over hoe Nederland herrijst na de 5 jaren duisternis. Maar ook gedichten (het grootste deel anoniem overigens) van strijd en hoop zoals het gedicht ‘Het hoofd omhoog’.

.

Het hoofd omhoog

.

Het hoofd omhoog, al schrijnt Uw hart

van al die nameloze smart……

Al wordt g’ook dodens-toe gesard

dan nog dien wreden beul getart,

Zij zullen ons niet krijgen!

.

Het hoofd omhoog, ook als het bloedt,

Omhoog naar God, die u behoedt,

En martelaarsbloed gedijen doet!

Het hoofd omhoog, met fiere moed;

Zij zullen ons niet krijgen!

.

 

 

Dichter op het kasteel

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

.

Het bestuur van de stichting Ongehoord! is in overleg met de stichting Kasteel van Rhoon om te kijken of de prijsuitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/02/dichter-doe-mee/ in het kasteel van Rhoon kan plaats vinden. De stichting Kasteel van Rhoon is een actieve stichting die vele activiteiten organiseert in het kasteel. De ambiance is geweldig (een bijzonder kasteel dat gebouwd is in 1432 als versterkt Donjon op de plek waar een ouder kasteel had gestaan, waarschijnlijk uit de 11e eeuw), de ruimtes prachtig en de stichting organiseert vele interessante culturele en culinaire activiteiten.

In 2018 werd op initiatief van Joop van der Hor en mogelijk gemaakt door de stichting, een boekje gepubliceerd dat gebruikt kon worden voor PR-doeleinden en als relatiegeschenk. In deze bundel tal van dichters uit de regio groot Rotterdam waaronder Edwin de Voigt, Joz Knoop, Manuel Kneepkens, Ton Huizer en Hans Wap, geïllustreerd met foto’s van de omgeving van het kasteel, het kasteel en kunst van lokale kunstenaars.

Uit dit mooi uitgegeven bundeltje koos ik het gedicht ‘Drie sterren’van Hans Wap, schilder, dichter en beeldend kunstenaar.

.

Drie sterren

.

in sommige restaurants doe ik geen bek open

ze doen me denken aan loopgraven

gevuld met riesling en pâté de foie

.

welgemikte schoten met champagnekurken

uit linkshandig gedraaide flessen

.

de oorlog van de gourmet tegen de gourmand

ingetekend op de stafkaart van Michelin

.

de drie sterren van het restaurant

tegen de vier van de generaal

.

laat ons lafhartige daden verrichten

die recht geven op medailles

.

een borst vol blik

dat na overlijden moet worden

teruggegeven

.

liever werd ik koninklijk onderscheiden

met een gratis parkeervergunning

voor het leven

of een vaste tafelreservering

in mijn favoriete restaurant

.

 

 

Oorlog en vrede

Dubbelgedicht

.

Ik wilde een dubbelgedicht wijden aan herdenken, aan de oorlog en het verzet of aan de overledenen en terwijl ik aan het lezen was in allerlei bundels op zoek naar geschikte gedichten kwam ik twee gedichten tegen die in mijn ogen aan elkaar gekoppeld konden worden. Vanuit de oorlog naar de vrede en hoe we daarna met de overlevering aan de oorlog omgaan. Juist ook omdat in deze tijd herdacht wordt Auschwitz 75 jaar geleden bevrijd werd door het Rode leger en de discussie over hoe en of we kunnen blijven herdenken als de ooggetuigen en overlevenden van de oorlog er straks niet meer zijn.

Het eerste gedicht is van Martinus Nijhoff (1894 – 1935) en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Vormen’ uit 1924. Wellicht is dit Nijhoff’s belangrijkste bundel. Hij schetst in deze bundel een beeld van de moderne mens in zijn verscheurdheid: zowel religieus verlangend, als zinnelijk en levensmoe. De wereld wordt ervaren als een chaos en de dichter tracht in zijn verzen deze te ordenen. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘Soldatenkerstmis’.

Het tweede gedicht is van Ed. Hoornik (1910 – 1970) en verscheen oorspronkelijk in De Gids (1965) en is getiteld ‘Tot de doden’. Reeds voor de oorlog waarschuwde Ed. Hoornik tegen het nazisme, onder meer met het gedicht ‘Pogrom’, met de slotregel “het is maar tien uur sporen naar Berlijn”. Door zijn verzet moest hij in de oorlog onderduiken, werd gearresteerd en werd via Kamp Vught in 1944 overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Dit verblijf in Dachau heeft zijn verdere leven getekend. In de bundel ‘Ex Tenebris’ schrteef hij hier onder andere over: “wie daarin opgenomen is geweest, zal de dood tot zijn dood met zich meedragen”.

.

Soldatenkerstmis

.

Zij dorsten niet te zingen in de tent

Zoolang het kindje op den trommel sliep.

Toen hief er één zijn glas omhoog en riep:

“Hoera voor ’t kind! Hoera voor ’t regiment!”

.

Het heele kamp drong om de tent te hoop,

En al die lachende oogen werden week

Als ’t kind om groote vingers greep, of keek

Naar ’t blinken van een afgesneden knoop.

.

Eén brengt een bloem, een ander voert een geit

Nabij, waarop een jongen schrijlings rijdt –

Hoor, het is Kerstmis! Hoor de klokken beven –

.

God gaf een kinderhart aan den soldaat

En heeft, ontroerd, toen het verweerd gelaat

Met bijl en beitel uit ruw hout gedreven.

.

Tot de doden

.

Wij kunnen U niet meer bereiken
Wij komen een zintuig te kort
Wij leggen ons neer bij feiten
Dat gij minder en minder wordt

.

De enkele keren dat ge
In dromen nog ons verschijnt
Wordt ge al ijler en ijler
Tot ge voor altijd verdwijnt

.

Straten houden uw namen
Voor heden en morgen in stand
Maar onze kinderen brengen
Ze niet meer met u in verband

.

Het land ligt nog net als het toen lag
Van polder tot polder te kijk
De mensen die er in wonen
Blijven zichzelve gelijk

.

Maar éénmaal per jaar is de stilte
Tot de hemel toe van u vervuld
En belijden wij zonder woorden
Onze dankbaarheid, onze schuld

.

Jas

Vicki Feaver

.

De BBC gaf in de jaren ‘90 van de vorige eeuw een aantal bundels uit met daarin de keuze van het Engelse publiek als het gaat om de mooiste gedichten, de mooiste liefdesgedichten, reisgedichten en de grappigste gedichten. Men vroeg het Engelse volk welk liefdesgedicht men het mooiste en beste vond.  Daaruit kwam een top 100 met daarin klassiekers als ‘Shall I compare thee to a summer’s day’ van Shakespeare en Elisabeth Barret Browning’s ‘How do I love thee’ (op de eerste plaats). Maar er staan ook minder bekende liefdesgedichten in, verrassende gedichten ook zoals die van Vicki Feaver (1943) ‘Coat’.

.

Vicki Feaver is een Engelse dichter. Ze heeft meerdere dichtbundels gepubliceerd. Feavers gedicht ‘Judith’, uit haar bundel ‘Handless  Maiden’, kreeg de Forward Prize voor het beste gedicht. De bundel ontving ook de Heinemann-prijs en werd genomineerd voor de Forward-prize. Feaver ontving ook een Cholmondeley Award.

.

Coat

.

Sometimes I have wanted

to throw you off

like a heavy coat.

.

Sometimes I have said

you would not let me

breathe or move.

.

But now that I am free

to choose light clothes

or none at all

.

I feel the cold

and all the time I think

how warm it used to be.

.

Gek van liefde

Francine Oomen

.

De illustratrice, ontwerpster en schrijfster ( van vooral heel veel succesvolle) jeugdboeken voor pubers ( de ‘Hoe overleef ik..’ reeks) Eclaire Francine Marie Oomen ( 1959) ken ik beroepshalve al heel lang. groot was dan ook mijn verbazing toen ik een dichtbundel tegenkwam van haar hand.

De bundel ‘Gek van liefde’ uit 2008 heeft de liefde als onderwerp. In ‘Gek van liefde’ beschrijft Francine Oomen gevoelens van verlangen, verliefdheid en liefdesverdriet. Haar gedichten bieden troost aan wie afscheid moet nemen van een oude liefde en herkenning voor wie hunkert naar een nieuwe.

Het leuke aan deze bundel vind ik dat er niet slechts liefdesgedichten in staan in de romantische betekenis van het woord maar dat de liefde hier dus veel ruimer geïnterpreteerd moet worden, dus ook de donkere kant van de liefde. Een van die gedichten heb ik uitgekozen omdat iedereen zich hier wel iets bij voor kan stellen.

.

Uitgesteld afscheid

.

ik wil je graag nog een keer zien

op een afschuwelijke plek

op een grauwe dag

op een onmogelijk tijdstip

.

trek je meest onflatteuze kleren aan

zet een ongeïnteresseerde kop op

rook sigaret na sigaret

blaas de rook in mijn gezicht

(een beetje rochelen helpt ook)

.

Maak me niet aan het lachen

en boei me niet, met niks

vertel me hoe gelukkig je bent

opgebloeid, doorgegroeid

tevreden en voldaan

.

als je me nog een keer aan wilt raken

doe dat dan met klamme hand

zodat ik je eindelijk kan schrappen

uit mijn hart, mijn lijf

en mijn verstand

.

Atletische verzen

Ivo de Wijs en Theo Danes

.

Zoals je misschien weet ben ik gek op thematische poëziebundels, Je hebt ze werkelijk in alle vormen en maten en thema’s. In 2006 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de charmante bundel ‘Atletische verzen’ van Ivo de Wijs en (zijn neef) Theo Danes. In deze bundel passeren alle atletieknummers de revue. Van de 100 meter sprint, de 400 meter hordelopen, hoogspringen en verspringen, de tienkamp, veldloop  en het speerwerpen, tot de halve marathon en het kogelslingeren toe. Theo Danes is Nederlands tienkamper en werd in deze bundel op poëtisch gebied gecoacht door zijn oom Ivo.

In de bundel vooral vrolijke gedichten in vaste versvormen van beide heren. Daarom van zowel Ivo de Wijs als van Theo Danes een gedicht.

.

Kogelslingeren (geschiedenis)

.

De ‘hammer throw’ stamt uit de tijd

Van louter burchten in de atlas

Toen het van pas kwam in de strijd

Wanneer het buskruit veel te nat was

.

Theo Danes

.

100 meter

.

Ik heb eens bij de New York Open

De benen van mijn kont gelopen

De benen liepen onverwacht

Een tijd van 10 seconden 8

Maar, teleurstellend, liep de kont

Een tijd van 12 seconden rond

Ik viel, helaas, op deze wijze

Gemiddeld nét niet in de prijzen

.

Ivo de Wijs

.

Columbus dus

Het nieuwe avontuur

.

Naast dat je op avontuur en ontdekkingsreis kunt gaan in de poëzie (wat ik iedereen kan aanraden) kun je ook in de poëzie op zoek gaan naar ontdekkingsreizen. Dat is precies wat Hans Heesen in 1991in opdracht van uitgeverij Kwadraat uit Utrecht gedaan heeft. Hij stelde de bundel ‘Het nieuwe avontuur’ ontdekkingsreizen in de poëzie samen.

In deze thematische verzamelbundel staan gedichten van dichters uit de vorige eeuw over ontdekkingsreizen. Veelal gaan ze over Columbus maar ook Stanley Livingstone Diego Cam, Vasco da Gama, Pizarro en James Cook komen voorbij. Dat je een gedicht over ontdekkingsreizen kunt schrijven en toch heel dichtbij huis kunt blijven bewijst dichter Leendert Witvliet (1936) in het gedicht ‘Columbus dus’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Sterrekers’ uit 1984.

.

Columbus dus

.

Een boot vaart voor het raam

het vloerkleed is de zee

elke stoel krijgt naam

van land of water mee

.

en de kast die op een flat gelijkt

waarop de kat soms ligt als ze niet krabt

waarvoor de boot de zeilen strijkt

en waarheen een reus nu stapt

.

nog zonder naam, nog echt

een kast met grote la

totdat de jongen zegt

die noem ik Amerika.

.