Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Poëzie op een auto
Geplaatst door woutervanheiningen
Katie Eberhart
.
Schrijfster en dichter Katie Eberhart en haar echtgenoot Chuck Logsdon woonden enkele jaren in Anchorage Alaska. Katie werkte in de loop van de jaren als onderzoeker, econoom en data-consultant, maar bleef ook schrijven. In 2010 verdiende ze een MFA van de Rainier Writing Workshop aan de Pacific Lutheran University. Katie’s gedichten en essays zijn verschenen in ‘Cirque Journal’, ‘Sand Journal’, ‘Elohi Gadugi Journal’ en in andere magazines. In 2011 verhuisden Katie en Chuck naar Bend, Oregon, waar Katie blogt over natuur en literatuur.
In Oregon begon Katie me het beschilderen van hun auto’s. Niet meteen met poëzie al had één auto wel het opschrift ‘I brake for poems’ achterop. Tijdens de Oregon Poetry Association Conference in Forest Grove in 2012 kwam ze echter met haar nieuwste aanwinst ‘The poetrycar’. Met een permanent marker schreef ze gedichten op haar auto. Soms wilde ze de gedichten vervangen en dan moest ze met nagellak verwijderaar aan de gang en daarom is ze nu bezig met het zoeken naar magnetische letters.
Katie Eberhart gebruikt zinnen en strofes uit gedichten die ze mooi vindt zoals uit het gedicht van Jack Gilbert ‘A brief for the defence’.
.
A Brief For The Defense
.
Sorrow everywhere. Slaughter everywhere. If babies
are not starving someplace, they are starving
somewhere else. With flies in their nostrils.
But we enjoy our lives because that’s what God wants.
Otherwise the mornings before summer dawn would not
be made so fine. The Bengal tiger would not
be fashioned so miraculously well. The poor women
at the fountain are laughing together between
the suffering they have known and the awfulness
in their future, smiling and laughing while somebody
in the village is very sick. There is laughter
every day in the terrible streets of Calcutta,
and the women laugh in the cages of Bombay.
If we deny our happiness, resist our satisfaction,
we lessen the importance of their deprivation.
We must risk delight. We can do without pleasure,
but not delight. Not enjoyment. We must have
the stubbornness to accept our gladness in the ruthless
furnace of this world. To make injustice the only
measure of our attention is to praise the Devil.
If the locomotive of the Lord runs us down,
we should give thanks that the end had magnitude.
We must admit there will be music despite everything.
We stand at the prow again of a small ship
anchored late at night in the tiny port
looking over to the sleeping island: the waterfront
is three shuttered cafés and one naked light burning.
To hear the faint sound of oars in the silence as a rowboat
comes slowly out and then goes back is truly worth
all the years of sorrow that are to come.
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie en Kunst
Tags: 2010, 2011, 2012, A brief for the defence, Anchorage Alaska, Auto, Bend, bestaande gedichten, blog, Chuck Logsdon, Cirque journal, data-consultant, dichter, econoom, Elohi Gadugi journal, essys, Forest Grove, gedicht, gedicht op een auto, gedichten, gedichten gedicht, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, I brake for poems, Jack Gilbert, Katie Ebertahrt, literatuur, magazine's, magnetische letters, MFA, nagellak verwijderaar, natuur, onderzoeker, Oregon, Oregon Poetry Association Conference, Pacific Lutheran University, permanente marker, poëzie, poem, poems, poet, poetry, Rainier Writing Workshop, Sand journal, schilderen, schrijfster, strofes, teksten, The Poetry car, verenigde staten, zinnen
GeenPunt
Geplaatst door woutervanheiningen
De Rotterdamse taalglossie
.
Van mijn collega bibliotheekdirecteur in Rotterdam kreeg ik GeenPunt, De Rotterdamse taalglossie. Dit is alweer de tweede editie van een magazine vol interessante taalfeitjes en – weetjes, inspirerende interviews, praktische taaltips én prachtige poëzie. Wat wil je ook als Derek Otte, tot begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam (inmiddels heeft Dean Bowen het stokje van hem overgenomen), de eindredacteur van deze glossie is. In GeenPunt dus op een aantal manieren aandacht voor poëzie. Het leuke van Derek Otte is dat hij op verschillende manieren aandacht besteed aan poëzie, niet alleen maar de wat bekendere poëzie van beroemde dichters maar ook aan cafés in de stad die bordjes hebben hangen met volkspoëzie. Soms verzonnen door de kroegbazen zelf (opvallend alle vier vrouwen!) in andere gevallen bestaand of door klanten verzonnen.
Maar ook mooie foto’s van straatpoëzie, gedichten in de openbare ruimte, stukjes over straatnamen die naar dichters verwijzen (Aagje Deken, Bilderdijk, Frederik van Eeden) maar ook Elfjes die gemaakt werden door deelnemers aan de taalsafari en de taalklassen. Daarnaast nog heel veel interessante informatie maar ik beperkt me hier even tot de stukken over poëzie. GeenPunt is een prachtig initiatief en een geweldig magazine met voor elk wat wils. Ik hoop dat dit een lange traditie van magazines over taal mag worden.
Daarom hier niet alleen een Elfje en een cafégedicht maar ook een gedicht van Frederik van Eeden met begeleidende foto’s.
.
Elfje
.
Creatief
Dingen maken
Gedachten los laten
Voelen hoe het is
Gemis
.
Cafégedicht
.
Iedereen praat
over mijn zuipen
maar niemand
over mijn dorst.
.
Zonnebloem
.
Ik ken een plant, niet fraai van loof
niet schoon, niet rank gesteeld.
Haar vorm is lomp, haar bloem is grof,
geen dichter zingt er ooit zijn lof
of nam haar tot zijn beeld.
.
Toch heeft zij iets wat mij behaagt.
Zij keert zich naar het licht,
van af het eerste morgen-uur
wendt zij naar ’t vrolijk zonnevuur
haar groot en geel gezicht.
.
Ik wilde dat ik als die bloem
naar ’t licht mij wenden kon.
Zij draagt de kleur der vrolijkheid
en richt haar kelk ten allen tijd
naar ’t helder licht der zon.
.
Geplaatst in Bibliotheken, Gedichten op vreemde plekken, Over Poëzie
Tags: 2017-2018, Aagje Deken, Bibliotheek, bibliotheek Rotterdam, Bilderijk, bordjes, cafégedicht, cafés, De Rotterdamse taalglossie, Dean Bowen, Derek Otte, dichter, dichters, eindredacteur, Elfjes, foto's, Frederik van Eeden, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, GeenPunt, glossie, interviews, kroegbazen, kroegen, magazine, poëzie, Rotterdam, Rotterdamse kroegen, stadsdcihter, straatnamen, straatpoëzie, taalfeitjes, taalklassen, taalsafari, taaltips, taalweetjes, volkspoëzie, Vrouwen, Zonnebloem
Doel
Geplaatst door woutervanheiningen
Dorpsdichters van een verloren dorp
.
Afgelopen week was ik in Doel, een dorpje in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Beveren. Doel ligt in het uiterste noordoosten van de provincie, op de linkeroever van de Schelde, in de polders van het Waasland, vlak bij de Nederlandse grens. Als je de grens oversteekt met Nederland kom je in de Hertogin Hedwigepolder, een polder die door Nederland onder water gezet gaat worden bij wijze van natuurcompensatie, en het wordt daarmee aangesloten bij het Verdronken land van Saefthinge.
Doel was ooit een klein dorpje van zo’n 1300 inwoners maar door (in eerste instantie) uitbreidingsplannen van de haven van Antwerpen (waarbij een dok dwars over het dorp aangelegd zou worden) is het al sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw onderwerp van gerechtelijke procedures bij onze zuiderburen. Het dorp is inmiddels zo goed als uitgestorven (in 2009 woonden er nog 84 mensen maar inmiddels is dat verder geslonken naar ik schat minder dan 20) en lijkt nog het meest op een spookdorp. Op de dag dat ik er was zag je een enkele auto van een bewoner en verder vooral fotografen want dat het dichtgespijkerde dorp inmiddels een aantrekkingskracht heeft op fotografen is duidelijk.
De kerk, het parochiehuis, de school, de woonhuizen en boerderijen, alles staat leeg en verlaten, vervallen of in een staat dat het niet lang meer duurt of het gaat instorten. Een desolate plek om te wonen lijkt me, helemaal omdat de twee kernreactoren van Doel op minder dan een kilometer afstand van het dorp staan. Toen ik daar rond liep kwam ik op een paar plaatsen gedichten van de dorpsdichters tegen; Mark Meekers (2007-2009), Hilde van Cauteren (2011-2013), Geert Colpaert (2018-2020) en van dichter/dichter en sixties-activist Herman J. Claeys. In de gedichten van deze dichters is altijd een activistische toon te lezen, verzet tegen de afbraak van hun dorp. Hieronder een paar voorbeelden en het gedicht ‘Uitgewoond’ van Mark Meekers.
.
Uitgewoond
.
herenwoning en arbeiderskrot, schouder aan
schouder, groot houdt schamel overeind.
een laan van stenen waar grassen alle
perken te buiten gaan, op de drempel
.
een contemplatieve kat, muizenparadijzen
in de kelders, wat merelrumoer, stilte door
kraaien doorprikt, grandioos alledaags.
er is plaats voor een knik, een ochtend-
.
zwaai, maar niet die morgen dat over
een rode loper van verpulverd brik de bull-
dozer heen en weer raast. het licht maakt
zich niet meer op, herinneringen kruipen
.
als processierupsen, nooit meer stralen
boven mijn straat de sterren als engelen-
ogen uit oude reliekschrijnen, elke steen
die overblijft: terzijde gelegde pijn.
.
Geplaatst in Dichter in verzet, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Vlaamse dichters
Tags: 1300 inwoners, 2007-2009, 2011-2013, 2018-2020, 84 inwoners, afbraak, Antwerpen, Beveren, dichter, dichter in verzet, dichters, dichters in verzet, dichtgespijkerd, Doel, DOK, dorpsdichter, dorpsdichters, fotografen, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, Geert Colpaert, gerechtelijke procedures, Herman J. Claeys, Hertogin Hedwigepolder, Hilde van Cauteren, houten paneel, huizen, kerk, Mark Meekers, muren, Oost Vlaanderen, parochiehuis, poëzie, polders van het Waasland, Schelde, school, schrijver, sixties-activist, spookdorp, uitbreiding havens, Uitgewoond, Verdronken land van Saefthinge, verzet
Door stad en land
Geplaatst door woutervanheiningen
Kom je de mooiste dingen tegen
.
Ik geef het toe, het is een afwijking. Overal waar ik ben in Nederland (of daar buiten), als een ik gedicht ergens zie op een muur, een raam, een gevel, bankje of een andere plek in de openbare ruimte, dan neem ik daar een foto van. Inmiddels weten veel mensen dat en die beginnen mij nu ook foto’s toe te sturen van gedichten in de openbare ruimte. Wanneer ik die mensen minder goed ken wijs ik ze altijd op de onvolprezen website https://straatpoezie.nl/ en met al die foto’s zit ik dan. Daarom nog maar eens een kijkje in mijn fotoalbum met gedichten uit Leeuwarden, Utrecht, ‘s-Hertogenbosch, Franeker, Sneek, Schiedam en Warnsveld.
.
Leeuwarden
Franeker
Sneek (geintje!)
‘s-Hertogenbosch
‘s-Hertogenbosch
‘s-Hertogenbosch
Warnsveld
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Over Poëzie, websites over poëzie
Tags: 's Hertogenbosch, Arjan Hut, bankjes, boekhandels, Derwent Christmas, dichter, dichters, Fedde Schurer, foto's, Franeker, gedicht, gedichten, gedichten in de publieke ruimte, gedichten op vreemde plekken, gevels, Keatsmuseum, leeuwarden, muren, Nannie Kuiper, Paul Rodenko, poëzie, ramen, Schiedam, Sneek, stdsdichters, Utrecht, Warnsveld, Willem Elsschot, www.straatpoezie.nl
Wat hier groeit
Geplaatst door woutervanheiningen
Joe Heithaus
.
Gedichten op gebouwen en muren worden vaak aangebracht ter decoratie, of om een gedicht in het zonnetje te zetten en de lezer van het gedicht aan het denken. In de staat Indiana in de Verenigde Staten is de reden voor een groot gedicht op de zijkant van een schuur echter heel anders. Hoogleraar Engels aan DePauw University en dichter Joe Heithaus kreeg het idee voor het gedicht na een gemeenschapsdiscussie in het Putnam County Museum, waar Joyce Brinkman haar idee voor dichters uit de hele staat presenteerde om poëzie aan te brengen op de muren van schuren. Op die manier wilde zij een verscheidenheid aan poëtische voorstellingen van voedsel en voedselproductie verzamelen uit de hele staat. Ze wilde dat deze schuurgedichten zowel Indiana als geheel vertegenwoordigen als de afzonderlijke gebieden waarin de schuur zich bevindt.
Met het gedicht ‘What grows here’ heeft Heithaus vorm gegeven aan dit idee. Het gedicht is geschilderd op een schuur ten westen van Greencastle. “Het is een uitnodiging om te vertragen en alles te lezen” zo zegt Heithaus want je kunt het niet helemaal lezen als je voorbij rijdt. Joe Heithaus woont in Greencastle. De kunstenaar en boer Jerry Bates ontwierp en plande de uitvoering, en samen met toen de vijfdejaars stagiaire bij DePauw Travis LaMothe, schilderden ze het gedicht op de schuur.
Gedichten van Joe Heithaus zijn onder andere gepubliceerd in de New York Quarterly, de American Literary Review en de American Poetry Journal.
.
What grows here
.
Beyond big walnut & the clusters
of sycamore & cottonwood, fields of corn & weed coming up
after the long furrows of winter, sheep lambing
in the frost beside the riprap of early spring, lightning
thudding up the dry summer dust. mr. alcorn nudging
the wheel of his combine while bees’ wings
of corn chaff swirl around him like snow,
ironweed, pokeweed, bindweed & the children
who grow so fast, some in the country, some in town,
all caught between our stories of how we got here & stayed?
.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: American Literary Review, American Poetry Journal, boer, decoratie, DePauw university, dichter, dichters, gedicht, gedicht op een schuur, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op schuren, gedichten op vreemde plekken, gemeenschapsdiscussie, Greencastle, hoogleraar Engels, Indiana, Jerry bates, Joe Heithaus, Joyce Brinkman, kunstenaar, New York Quarterly, poëzie, poem, poem on a barn, poems, poet, poetry, Putnam County Museum, schildering, schuurgedichten, stagiaire, Travis LaMothe, verenigde staten, voedsel, voedselproductie, What grows here
Het pad der zinnen
Geplaatst door woutervanheiningen
Poëziewandeling.
.
Van dichter Evy Van Eynde (van wie zeer binnenkort de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ uitkomt bij uitgeverij MUG books, kreeg ik een aantal foto’s van het Pad der zinnen toegestuurd, een stiltewandeling in het stiltegebied Zwarteput in Zutendaal België. Bij het bezoekerscentrum in Lieteberg kun je voor € 3,- een informatieboekje, een wandelkaart, en bladwijzers met daarop gedichten die je tijdens de wandeling tegen komt. Langs de route liggen namelijk allerlei stenen met daarop gedichten van onder andere Jeroen Brouwers, Herman Rohaert, Willem Vermandere en Leonard Nolens.
Het ‘Pad der Zinnen’ is in totaal 21 km lang maar kan opgedeeld worden in drie lussen (6,5 – 7 en 7,5 km). Hieronder een voorbeeld van het gedicht van Herman Rohaert.
.
’t wordt kort
en stil
het licht
breekt roerloos
als een paard, achtergelaten
de nacht, de dag
een haastige
hoest
.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Literaire wandelingen, Vlaamse dichters
Tags: België, bezoekerscentrum, bladwijzers, dichtbundel, dichter, dichters, Evy van Eynde, gedicht, gedichten, gedichten op stenen, gedichtenbundel, Herman Rohaerts, informatieboekje, Jeroen Brouwers, Leonrad Nolens, Lieteberg, lussen, MUG books, Pad der Zinnen, poëzie, poëziebundel, poëziewandeling, stenen, Stiltegebied, stiltewandeling, uitgeverij, Vlaams dichter, Vlaamse dichters, Vlaanderen, wandelkaart, Willem Vermandere, Zal ik liefde noemen, Zutendaal
Ik kijk
Geplaatst door woutervanheiningen
Iech Loer
.
Dat er vele gedichten in de openbare ruimte te lezen zijn in Nederland en Vlaanderen weet ik al heel lang en na het verschijnen van https://straatpoezie.nl/ weet een steeds groter deel van Nederland en België dit ook. Toch krijg ik nog steeds zo nu en dan foto’s toegestuurd van vrienden en bekenden met poëzie op muren, bruggen, huizen en andere objecten in de openbare ruimte. Zo kreeg ik van Cunera een tweetal foto’s die ze nam in Maastricht. Het aardige van https://straatpoezie.nl/ is dat ik nu kan opzoeken waar dit precies is, welk gedicht en van wie het is (dat was op de foto’s overigens wel goed te zien) maar ook een stukje achtergrond informatie en zelfs een vertaling. Chapeau, nogmaals, dus voor deze geweldige website en haar geestelijk moeder Kila van der Starre. Het gedicht ‘Iech loer’ is van Frans Budé, de vertaling uit het Maastrichts ‘ik kijk’ is van Ed Silanou. Het gedicht is geschreven op initiatief van de dialectvereniging, de Veldekring, ter gelegenheid van het 85-jarige bestaan. Het gedicht staat geschreven op twee blinde ramen op de gevel van een kapperszaak gelegen aan het Onze Lieve Vrouwenplein/hoek Achter de Comedie in Maastricht.
.
Iech loer
.
Iech loer
nao de luij
op straot, huur
wied eweg
veugel roond
park en Maos.
Wie gruuts alles
zingk vendaog.
Niks is gries
de wolke
die kroepe
zien veur
mörge, kläöre
vaanzelf op
.
Ik kijk
.
Ik kijk
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots alles
zingt vandaag.
Niets is grijs
de wolken
die aankomen kruipen
zijn voor
morgen, die klaren
vanzelf op.
.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie in dialect
Tags: Achter de Comedie, bekenden, bruggen, dialect, dialectvereniging, dichter, Ed Silanou, Frans Budé, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, gevel, huizen, Iech loer, Ik kijk, kapperszaak, Kila van der Starre, Maastricht, muren, Onze Lieve Vrouweplein, poëzie, Poëzie in dialect, straatpoezie.nl, vertaler, Vertaling, vrienden
Poëzie protest
Geplaatst door woutervanheiningen
Kipling versus Angelou
.
Net na de zomer van 2018, toen het nieuwe studiejaar begon aan de Manchester University, was er een relletje rond een muurschildering met poëzie. De Student Union van de universiteit had in de zomervakantie het Student Union Building laten renoveren en had op een muur in het gebouw het gedicht ‘If’ laten aanbrengen van Rudyard Kipling. Het gedicht lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/31/if. Als je dit gedicht lees kun je je de beweegredenen van het universiteitsbestuur indenken. Toch waren er studenten die het niet eens waren met de keus voor de dichter Kipling. Kipling schreef namelijk ook het gedicht ‘The White Man’s Burden’ dat, toen het gepubliceerd werd al tot grote discussies leidde. Het gedicht ‘A White Man’s Burden’ lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/01/18/the-white-mans-burden/
Als protest tegen de dichter van dit ‘racistische’ gedicht hebben studenten het gedicht ‘If’ overgeschilderd en voorzien van het gedicht ‘Still I rise’ van Maya Angelou, omdat dit gedicht beter overeenkomt met de waarden van studenten van tegenwoordig. De Student Union Diversity Officer (die hebben ze daar) Riddi Viswanathan, zegt daarover: Other student union members believe Kipling’s poems are “not in line with their values.” So, they decided to eliminate “The White Man’s Burden,” one of his most famous poems. Instead, they claimed Maya Angelou’s works are much more suitable to properly represent “black and brown voices.”
Aan de andere kant heeft expert, professor emeritus in de literatuur van de 20e eeuw aan de Kent University, Jan Montefiore, het tegenovergestelde standpunt. Montefiore, die de auteur is van de biografie van Kipling die in 2007 werd gepubliceerd, vindt het verschrikkelijk grof om Kipling als een racist te bestempelen. De Universiteit heeft besloten om het gedicht van Maya Angelou te laten staan.
.
I still rise
.
You may write me down in history
With your bitter, twisted lies,
You may trod me in the very dirt
But still, like dust, I’ll rise.
.
Does my sassiness upset you?
Why are you beset with gloom?
‘Cause I walk like I’ve got oil wells
Pumping in my living room.
.
Just like moons and like suns,
With the certainty of tides,
Just like hopes springing high,
Still I’ll rise.
.
Did you want to see me broken?
Bowed head and lowered eyes?
Shoulders falling down like teardrops,
Weakened by my soulful cries?
.
Does my haughtiness offend you?
Don’t you take it awful hard
‘Cause I laugh like I’ve got gold mines
Diggin’ in my own backyard.
.
You may shoot me with your words,
You may cut me with your eyes,
You may kill me with your hatefulness,
But still, like air, I’ll rise.
.
Does my sexiness upset you?
Does it come as a surprise
That I dance like I’ve got diamonds
At the meeting of my thighs?
.
Out of the huts of history’s shame
I rise
Up from a past that’s rooted in pain
I rise
I’m a black ocean, leaping and wide,
Welling and swelling I bear in the tide.
.
Leaving behind nights of terror and fear
I rise
Into a daybreak that’s wondrously clear
I rise
Bringing the gifts that my ancestors gave,
I am the dream and the hope of the slave.
I rise
I rise
I rise.
.
Geplaatst in Dichter in verzet, Favoriete dichters, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 2007, 2018, biografie, dichter in verzet, Engeland, gedicht, gedicht op een muur, gedichten, grof, I still rise, If, Jan Montefiore, Kent University, Manchester, Manchester University, Maya Angelou, muurschildering, poëzie, poem, poem on a wall, poems, poet, poetry, poets, professor emeritus, racistisch, Riddi Viswanathan, Rudyard Kipling, Student Union, Student Union Building, Student Union Diversity officer, studenten, The White Man's Burden, universiteitsbestuur
Hunebed
Geplaatst door woutervanheiningen
Gedicht op een grote steen
.
Met Oud en Nieuw bezocht ik het grootste Hunebed van Nederland in Borger in Drenthe. Dat Hunebed staat naast het Hunebed centrum waar een oertijdpark, een keientuin en een museum is gevestigd. Het centrum was overigens gesloten op oudjaarsdag maar bij de ingang stond een grote steen met daarop een gedicht dat mijn aandacht trok. De tekst luidt:
.
Rond gespoeld door water
lig ik hier voor later
als bron van uw leven
aanschouwt u mij even
laat mij weer alleen
ook ik ben niet van steen
streel mij eenmaal
op mijn wenken
opdat ik u hernieuwd
leven kan schenken
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: Borger, Drenthe, gedicht, gedicht op een steen, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, grootste hunebde van Nederland, Hunebed, hunebedcentrum, keientuin, museum, oertijdpark, oudejaarsdag, poëzie, steen
Tussen Gaylord en Norton
Geplaatst door woutervanheiningen
Sam Love
.
Dichter en organisator Sam Love uit Indiana (Verenigde Staten) is een enthousiast en creatief poëziepromotor. Zo organiseert jij maandelijks poëzieprojecten in de Lockport-vestiging van de White Oak Library District. Elke maand presenteert Love een ander thema tijdens zijn twee uur durende workshops voor volwassenen. In juli 2018 hadden deze workshops thema’s als: poëzie als kunst, geschiedenis in poëzie en het creëren van poëzie met behulp van de exquise lijkmethode. Met deze methode kondigde Love een thema aan en gaf vervolgens een vel papier door de kamer, waarbij elke deelnemer een regel toevoegt zonder te lezen wat anderen eerder hebben geschreven. Love hierover: Je zou kunnen denken dat dat leidt tot iets afschuwelijks maar het bleek juist heel bijzonder te zijn.
Naast de poëzieworkshops (die nieuwe en terugkerende deelnemers aantrekken bij elke nieuwe workshop), verzamelt Love in 2018 ook fragmenten van originele poëzie in het kader van het UNLOCK project. Geïnteresseerde bijdragers kunnen ook een of meer poëziebundels toevoegen aan de poëziecollectiebox in de Lockport-vestiging. Van deze fragmenten maakt Love, met behulp van tarwepasta, poëzie in de openbare ruimte. Hij gebruikt tarwepasta zodat de woorden zowel de elementen als het verstrijken van de tijd aankunnen. De resultaten van al deze fragmenten zijn te lezen onder de tunnel tussen de gebouwen Gaylord en Norton.
Tot juli 2018 heeft Love ongeveer 250 regels poëzie verzameld. Zijn doel is om alle balken van de onderdoorgangen te bedekken tegen de tijd dat UNLOCK dit najaar eindigt. Hij koos dat gebied omdat het een gemeenschapsruimte was die veel graffiti aantrok. Bij dit project draait het helemaal om ‘gemeenschapswoorden en ruimteterugwinning’. “Ik ben niet tegen graffiti,” zei Love. “Maar wat mensen op de kaarten indienen en tijdens de workshops is prachtig. Mensen begrijpen deze community en hun liefde ervoor. Bezoekers zullen ook de schoonheid ervan zien. ”
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie evenementen
Tags: 2018, 250 regels, dichter, exquise lijkmethode, fragmenten, Gaylord, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, gemeenschapswoorden, geschiedenis in poëzie, graffiti, Indiana, Norton, onderdoorgang, organisator, poëzie, poëzie als kunst, poëziecollectiebox, poëzieproject, poëziepromotor, poem, poems, poet, poetry, poets, ruimteterugwinning, Sam Love, tarwepasta, tunnel, UNLOCK, UNLOCK project, verenigde staten, White Oak Library District, workshops







































