Categorie archief: jonge dichters
Dit is de avond niet
Literaire prijs van de stad Sint-Truiden
.
In Vlaanderen is het niet ongebruikelijk dat een gemeente een dichtwedstrijd uitschrijft. Dit kan zijn omdat bijvoorbeeld een bekende dichter er woonde (Linter, Tienen en Landen: dichter Julia Tulkens was daar ereburger) of geboren was (Oudenaarde: Waar dichter Jotie ‘T Hooft is geboren) maar ook omdat men poëzie van belang vindt. Zo weet ik van verschillende gemeenten dat ze dichtwedstrijden uitschrijven waar ook regelmatig Nederlandse dichters aan meedoen, ik zelf incluis. Hierbij kun je denken aan gemeenten en steden als Ichtegem, Vlassenbroek, Sint-Niklaas, Sint-Truiden, Avelgem en Zwevegem,
In 2022 werd in Sint-Truiden ook weer een wedstrijd uitgeschreven. Ik denk dat dit de laatste wedstrijd was waar ik een inzending voor deed want ik kreeg via de post een brochure met daarin alle prijswinnaars. Maar liefst 410 inzendingen waren er in de categorieën Jongerenprijs voor poëzie, Guido Wulms-prijs voor poëzie Guido Wulms woonde in Sint Truiden), Simon Michaël Coninckx-prijs voor poëzie en nog twee prijzen voor korte verhalen.
De jury van de Guido Wulms-prijs bestond dit keer uit Herman Fabré, Herman Rohaert, Katrien Frederix en Marleen Wulms (de oudste dochter van Guido Wulms). Dit laatste, een familielid in de jury, zie je bijvoorbeeld ook bij de Jotie ‘T Hooft-prijs waar de weduwe van Jotie in de jury plaats heeft. In de jury van de Jongerenprijs voor poëzie komen we ook bekenden tegen: Lotte Dodion, Anke de Vrij en Joost Stockx. De mooiste naam uit de juryleden vind ik persoonlijk die van Margot Delaet, niet zozeer om haar naam maar om het gegeven dat zij Fruitdichter is, wat nieuwsgierig makend is.
De Guido Wulms-prijs ging in 2022 naar Leen Pil met het gedicht ‘Dit is de avond niet’ waarover de jury schrijft: ‘De originaliteit, heel mooie beeldspraak, maar vooral de ruimte voor interpretatie (gaat het over oorlog, een (bijna) verkrachting?) maakte het verschil.
.
Dit is de avond niet
.
Ontering houdt geen einde in, het is een doorgeefspel
zijdelings en zonder aankijken. Halverwege spreekt een
twijfelaar eerder over tasten en begrijpen. Een getuige
.
is er ook maar blijft niet lang. Wat blijft zijn buren
en gelaatsuitdrukkingen, wat blijft is brein, voorspelt
het landschap snel, poetst schutting weg tot pantserglas.
.
Blauw licht rukt uit en spant de adem over straten
tot een dunne zuurstoftent. In het midden beweegt
een steen. Of is het angst die niet meer waarrond,
.
waarheen? De flits keert terug, haakt zich in het uur,
aan jonge vogels die in stille parken dekking zoeken,
aan snelle meisjes die om doel en bomen heen lopen.
.
Leen Pil (derde van links) met de andere prijswinnaars
Mondmaskerpoëzie
Michiel van Opstal
.
Voormalig stadsdichter van de gemeente Hoogstraten (provincie Antwerpen) Michiel van Opstal (1992) heeft in zijn periode (2019-2021) als stadsdichter verschillende activiteiten georganiseerd naast het schrijven van stadsgedichten. Zo organiseerde hij een zoektocht naar het middelpunt van Hoogstraten middels poëtische wegwijzers, schreef hij een stadsgedicht in het plaatselijke dialect én zorgde hij in Coronatijd voor poëzie op doosjes mondmaskers.
Het bedrijf DeSter, gespecialiseerd in de productie van bestek en verpakkingen voor de luchtvaartsector, schakelde tijdens de voorbije coronacrisis over naar de productie van chirurgische mondmaskers. De schoonvader van Michiel van Opstal werkt bij dit bedrijf en dat gaf hem het idee om een coronagedicht de wereld in te sturen. “Het idee achter het gedicht is adem, want die houden we voor ons achter het masker”, zei Michiel Van Opstal hierover. “Ik hang een beeld op dat je adem het kostbaarste is, een soort schat, die je steeds moet beschermen.”
Michiel van Opstal was één van de deelnemende dichters aan de toer van de Poëziebus 2016. Toen wilde hij al stadsdichter worden, hetgeen hem dus gelukt is.
Dit is het gedicht dat op het doosje was afgedrukt.
.
Als je jezelf beschermt
begin dan met iets kostbaar
iets waardevol
waar alles mee begint
je adem
die hevig na het sporten hijgt
of rustig al zittend deint
in en uit
de sleutel tot rust
en tot gezond
als je de jouwe
hier
Anke Senden
.
De Vlaamse dichter Anke Senden (1994) was van jongs af aan gefascineerd door taal en schrijven. Daarom studeerde ze Taal- en Letterkunde Engels-Nederlands aan de universiteit in Leuven en volgde ze de opleiding Literaire Creativiteit aan de Stedelijke Academie van Deinze. Ze won verschillende prijzen op poëziewedstrijden voor jongeren en staat ook graag op het podium in literaire programma’s. Ze beschouwt zichzelf als een ‘dichter’ in de eerste betekenis van het woord: een ‘maker’: altijd bezig met het uitwerken van het volgende wild creatieve idee.
Op de website The Low Countries is haar gedicht ‘hier’ dat ook verscheen in ‘Het liegend konijn’ 2019/1 vertaald in het Engels. Hier kun je het origineel lezen.
.
hier
.
je begin is bepoteld worden, al onmiddellijk
geldt: wie je bent, wordt bepaald
door je vlees, je piemel of je spleet
.
het is vel tegen vel, jij tegen haar, jij tegen hem,
als er al een ik bestond, zou het zich verzetten
maar het zit gesnoerd in kilo’s en centimeters
.
en mensen op wie het lijkt of zou moeten lijken
het besef bonkt in je oren: dit kan je nooit meer
overdoen, je eigen begin is je uit handen gerukt
.
als een kind uit de armen van zijn moeder
uit je keel breekt de schreeuw van wie nog alles
te verliezen heeft, jouw pijn is het lachen van anderen –
.
in je hoofd begint het denken zichzelf uit te vinden, zwermen
gedachten om die onmacht te maskeren, te vergeten
dat ze later, tot op het laatst, terug zal keren
.
De kreeft op de telefoon
With a Poet’s Eye
.
De gemiddelde tijd die een bezoeker aan een kunstgallery besteed aan het kijken naar een kunstwerk is gemiddeld minder dan een minuut. In 1985 wilde de Tate Gallery in Londen daar iets aan doen. Het idee was om een aantal activiteiten en events te organiseren waarbij poëzie aan kunstwerken (van de Tate Gallery) werden gelinkt.
Zo organiseerde men een nationale poëziecompetitie voor kinderen en volwassenen, een serie lunchvoordrachten door dichters en poëzieworkshops voor kinderen en volwassenen. Daarnaast vroeg men een aantal gerenommeerde Engelse dichters gedichten te schrijven bij kunst uit de Tate Gallery.
Dit resulteerde in 1986 tot de publicatie van de prachtige bundel ‘With a Poet’s Eye’ A Tate Gallery Anthology. De gedichten die in opdracht waren gemaakt werden samen met de beste gedichten uit de poëziewedstrijd voor kinderen en volwassenen gebundeld en in de bundel samengebracht met afbeeldingen van de kunstwerken waarbij ze gemaakt waren.
Deze bundel is dus om meerdere redenen een pareltje. Uit de bundel koos ik voor het gedicht van Eleanor Snow bij het kunstwerk ‘Lobster Telephone’ van Salvador Dali (1904-1989) uit 1938. Eleanor Snow (1979) was 6 jaar oud toen ze het gedicht ‘The Lobster on the Telephone’ schreef. Haar gedicht kan zich in absurditeit meten met het kunstwerk van Dali.
.
The Lobster on the Telephone
.
I saw a lobster
Yellowish and orangish
Sitting on a telephone.
And I said
‘Does your mummy know you are here
You naughty lobster?
Did she say yes?
The lobster curled his legs
Tiredly and crossly.
.
Kinderkleuren
Sara Eelen
.
Als een van de jongste leden van Collectief Dichterbij viel Sara tweemaal in de prijzen bij de Turnhoutse voorronde TXT van de Kunstbende. Eelen (1994) is meer dan alleen dichter, zo fotografeert en filmt ze maar ze werkt ook met audio en, uiteraard, tekst. Voor dat ze debuteerde in 2020 met de dichtbundel ‘Het nodige breken’ bij uitgeverij Vrijdag werd werk van haar hand gepubliceerd in Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Kluger Hans, Hard//Hoofd en Papieren Helden. Ook werd haar werk al bekroond bij Frappant TXT, de Babylon Interuniversitaire Literaire Prijs en de Poëzieprijs Stad Harelbeke.
Sara is een van de drijvende krachten achter de Klimaatdichters en Hart boven Hard, een burgerbeweging, opgericht in 2014 die als missie heeft:
Hart boven Hard wil een inclusieve en duurzame samenleving helpen creëren, waarin de waarde van mensen voorgaat op het pure streven naar winst. Hart boven Hard beweegt en verbindt burgers over maatschappelijke thema’s en sectoren heen om hun gedeelde bekommernissen creatief te uiten én de samenleving te winnen voor het realiseren van alternatieven. Op deze manier wordt de participatieve democratie beoefent die Hart voor Hard meer wil zien.
Van deze geëngageerde dichter hier het gedicht ‘Kinderkleuren’.
.
Kinderkleuren
.
Het roze potlood is altijd als eerste op in de kleurdoos
want de vader en de moeder moeten steeds opnieuw getekend
hun wangen extra dik aangezet, een laagje fond de teint.
.
Mengen leert het kind pas later.
Net als het feit dat mensen niet roze zijn
en moeders en vaders niet altijd in dezelfde afbeelding passen.
.
Niemand wil het kind nu al leren
dat het meer rode en blauwe plekken moet arceren
of beter nog de vader doorzichtig laat.
.
Het is al goed dat het zichzelf niet langer
tussen de ouders in tekent
de handen als stekelige bollen op elkaar
.
dat het in de bladspiegel plaats laat voor verdriet
daar kunnen we later nog wat mee.
.
Meesterwerk
Frederique van Domburg
.
Via een vriend hoorde ik van Frederique van Domburg (1991). Ze studeerde voor Theater docent/maker aan Artez in Arnhem. Vanuit die studie is ze gaan werken. Zo begon ze met een jongen van klei die Ave Maria op een kleine piano speelt, een piano in een koffer. Toen kwam er nog een koffer bij en nog één en kroop zij zelf ook in een koffer.
Er ontstond een bijna-levend prentenboek waarin iedere koffer die opengaat een nieuwe bladzijde was van een verhaal. Met deze voorstelling ‘Een jongen en een zee’ won ze in 2018 de jonge makers-jury prijs op het festival Puppet Internationaal.
Maar ze doet meer. Zo tekent, borduurt en boetseert ze, en schrijft ze gedichten op haar website . Altijd nieuwsgierig ben ik uiteraard een kijkje wezen nemen en vond daar mooie staaltjes van haar schrijfkunst. Zoals het gedicht ‘Meesterwerk’. Misschien nog wat ruw aan de randjes maar de moeite waard. Elk gedicht wordt samengesteld uit woorden die ze uitknipt en achter elkaar legt, een vorm van collagepoëzie zeg maar.
.
Meesterwerk
.
ik blijf vergeten
ik stap in de gevoelens
van vreemden en
vlinders alsof ik iets
anders kan worden
gedragen ga worden
ik heb van nature
iets onthouden een taal
een kier een deur
die kinderen vinden
binnen één zak met
zwerfvuil ik denk
weleens er is weinig sprake
van een levenseinde
ik ga met hoge leeftijd
echt alles worden
.
Audit
Iduna Paalman
.
Toen ik het gedicht ‘Audit’ van Iduna Paalman (1991) las in haar bundel ‘De grom uit de hond halen’ uit 2019, dacht ik twee dingen. Allereerst de titel van de bundel, die komt in dit gedicht als regel voor. Ik zie het graag als dichters een regel of een woord uit een gedicht nemen voor de titel van een bundel (zelf verschillende keren gedaan). De andere observatie was die van de auditor. Iedereen die weleens een auditor over de vloer heeft gehad weet ongeveer wat hem of haar te wachten staat. Aan de ene kant is het gedicht grappig herkenbaar en aan de andere kant vraag ik me af of een riskmanager die een audit zelf de problemen gaat oplossen. Maar dat is dan weer het mooie van literatuur (en poëzie) daar is alles mogelijk. Ik vind dit gedicht in ieder geval erg verfrissend en lekker leesbaar.
.
Audit
.
Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van. We komen graag
samen in een huis met gematteerde ramen, taxeren de dreigingen, verdelen
ons zorgvuldig over de straten.
.
Al op de eerste hoek weet ik een schaafwond uit een tegel te schrapen,
een clash uit een auto, een grom uit een hond. Botten bevrijd ik
van hun prematuur gevormde breuken, parkeergarages
van hun diep in de staalconstructies verscholen rekenfouten.
Uit een vrouw verwijder ik het weggaan, uit het kind
de vroegtijdige verlating.
.
Van wat pijn lijdt en kouvat neem ik de besmetting weg. Ik repareer
wat harig schuurt, roestig drupt, weerloos naakt op de akker staat.
Kompasnaalden in zakken van traag volgezogen jassen, stikgevaar
in stilstaande adem, de onderstroom in vreemde gangen, sluizen
in manieren van praten
.
’s avonds rapporteer ik: alles wat misging is voorkomen, alles wat
jankte kan rustig gaan slapen.
.














