Categorie archief: Liefdespoëzie
Variatie op een thema
Charles Ducal
.
Met veel plezier heb ik een tijdje terug bedacht dat bij het kiezen van een gedicht, het toeval een rol laten spelen, een best aardig idee kon zijn. Ik noem dat blind gepakt maar feitelijk is het met je ogen dicht een bundel uit je boekenkast pakken en dan willekeurig een bladzijde openslaan. Het gedicht op die bladzijde is het gedicht dat ik dan deel op dit blog. Dit is overigens voor een ieder die niet blogt maar van poëzie houdt (en over een enigszins omvangrijke poëziecollectie beschikt) altijd een goed idee.
Vandaag heb ik een variatie op dit thema toegepast. Dit keer niet met de ogen dicht een bundel gepakt maar de Poëziekalender 2025 (met als thema ‘Liever de liefde) ter hand genomen. Ik ben iemand die geen blaadjes afscheurt maar elke dag naar de dag van vandaag bladert en daar het gedicht leest. Dus mijn exemplaar is nog volledig. Je pakt vervolgens de kalender, laat de bladzijden door je vingers gaan en stopt op een willekeurig moment.
Dar heb ik gedaan en ik kwam op woensdag 2 juli uit bij het gedicht ‘Voor de overkant’ van de Vlaamse dichter Charles Ducal (1952, pseudoniem van Frans Dumortier). Het gedicht werd genomen uit de bundel ‘Alsof ik er haast ben’ verzamelde gedichten 1987-2012 uit 2012. Ik schreef al eerder over Charles Ducal, zo was hij in 2021 nog dichter van de maand oktober op dit blog.
.
Voor de overkant
.
Er is geen later, zegt zij, het blijft altijd nu.
Wij kijken naar de leeggelopen vijver
waarin dezelfde vogels sporen schrijven
op zoek naar voedsel in het slijk. Het residu
.
van wat uit mij is weggevloeid is zij.
Het enige wat ik nog uit de tijd wil halen
is de onmogelijkheid haar te verlaten,
niet nu, niet later. Dat zeg je nu, zegt zij.
.
Aan de overkant landt in het riet een reiger,
dezelfde reiger, maar zij ziet het niet.
Het slijk droogt op. Ik heb haar lief.
Het enige wat overschiet is mij zorgvuldig
.
voorbereiden.
.
Flamingo / Kameleon
Charlotte Van den Broeck
.
Hoe de dingen soms kunnen lopen. Afgelopen zondag keek ik naar Studio Sport en een van de voetballers (even opgezocht: van PSV) heet Ryan Flamingo. Topnaam natuurlijk. Maandag las ik de krant een artikel over een serie waar de hoofdpersoon (een meisje) een Flamingo in haar kamer had staan. En nu lees ik in de poëziebundel ‘Kameleon’ gedichten uit 2015, van de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en wat kom ik daar tegen? Een gedicht met als titel ‘Flamingo’.
Hoeveel aansporing heeft een mens nodig? Dat bedoel ik. Blijkt dat ik het gedicht ‘Flamingo’ al een keer gedeeld heb op dit blog. Daarom heb ik gekozen voor een ander gedicht uit deze bundel en wel het titelgedicht ‘Kameleon (II)’, een ietwat tragisch liefdesgedicht.
.
Kameleon (II)
.
Ik spreek in een slepende melodielijn van ‘hier’ en ‘nu’ en ‘blijf ‘
herhaal dit zo vaak tot het schuurt
tot je me terug in je mond rolt, me onuitgesproken
op je deinende tong legt, zachtjes
zoals kleine meisjes met overgewicht zachtjes
stuiteren bij het lopen.
.
En ik wil dat je me opnieuw zegt, dat je niet kan ophouden mij te zeggen
dat ik uit de holte van je mond breek
en je me nieuwe namen geeft, de verkeerde
zoals ‘lief’ en ‘klein’ en ‘traag’
dat ik me daarnaar ga gedragen als een geconditioneerde hond,
voortaan mijn borsten bedek
als je onverwachts de badkamer binnenkomt.
.
Laten we ergens tussen tong en tanden
analoge liefde in dit hoofdkussen liegen.
Misschien schieten we elkaar alsnog te binnen.
Misschien herinneren we ons de plek
waar het schudden begon
en we het ritme niet meer vonden.
.
Het was zonnig
Martin Rombouts
.
In de Volkskrant van zaterdag jongstleden lees ik dat Martin Rombouts (1992), winnaar van ‘De slimste mens’, en dichter debuteert met een roman ‘Boek 1’. Nu is er niets nieuws onder de zon, dichters die romans gaan schrijven zijn van alle tijden. Blijkbaar is het schrijven van poëzie voor veel dichters niet voldoende of worden dichters tegenwoordig door hun uitgevers met zachte hand richting de proza geduwd? Geen idee maar ik blijf het een bijzonder fenomeen vinden.
Maar terug naar Martin Rombouts. Tijdens zijn verschijningen in ‘De slimste mens’ werd hij steeds opnieuw geïntroduceerd als dichter en toen herinner ik me, vroeg ik me al af waarom ik hem niet kende als zodanig. Wanneer je dagelijks met poëzie en dichters bezig bent is elke nieuwe naam er een om te ontdekken. Bij Rombouts was dat niet het geval tijdens zijn ‘fifteen minutes of fame’ op de nationale televisie maar nu, naar aanleiding van het verschijnen van zijn debuutroman dus wel.
Martin Rombouts komt uit Rotterdam, woont in Utrecht en studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Hij publiceerde op ABCyourself, in Tirade en in de Oerol Dagkrant, en trad op op onder andere Lowlands, het Wintertuinfestival en in Perdu. Rombouts is lid van De Literaire Boyband. Op de website van De Optimist, digitaal cultureel magazine zijn wat gedichten van zijn hand te lezen. Vormtechnisch word ik er niet heel warm van maar Rombouts is niet vies van het experiment en daar hou ik dan wel weer van. Het meest bekend is hij, naast zijn deelname aan ‘De slimste mens’ denk ik van het gedicht dat hij schreef voor de Zomerlezen campagne 2024 van de CPNB. Dat gedicht werd op een ansichtkaart gedrukt en er werden 100.000 exemplaren van verspreid door vooral Boomerang dat overal in Nederland kaartenrekjes heeft hangen met gratis kaarten.
.
het was zonnig dus ik moest aan je denken
.
was laatst ook daar en daar weer
sprak die nog
straks ook weer dat
en dat
was het daar toen fijn warm?
of toch te en
zie je x nog? denk soms
zie voor mijn part
iedereen maar
zoen ook mij
en of hem dat niet was
en/of had moeten zijn die
zomer
die zomer die zomer die
.
Foto: Aisha Zeijpveld
Na de liefde
Stefan Hertmans
,
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken een dichtbundel eruit gepakt. Het was dit keer de bundel ‘Een beeld van jou’ gedichten over de liefde uit 2016 van de Vlaamse dichter Stefan Hertmans (1951). De bundel in de hand genomen en zomaar willekeurig geopend (pagina 43 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Na de liefde’. Nu check ik voor de zekerheid altijd even of ik dit gedicht niet al eens plaatste (de bundel komt tenslotte uit mijn boekenkast) maar dat is niet het geval. Wel stuit ik op een (door mij) vertaald gedicht met dezelfde titel van de Duitse dichter Dirk von Petersdorff met als Duitse titel ‘Nach der Liebe’.
.
Na de liefde
.
Hoe vormloos uit de wasbak
hangt de warmte, bij het licht
dat van de daken springt,
over de bomenrij tot in het raam:
.
een t-shirt met je naam,
iets overhuivend dat ik niet
kan zien. Een afdruk van
je lijf misschien.
.
Alles wat je snel doet,
ben je kwijt.
Wat je niet doet,
leeft in een andere tijd.
.
Diep in de straat,
bij de platgeslagen zomer
en het opspringende hondje
.
danst de spijt nog naast je mee,
maakt een rondje, laat je dan alleen.
.
Maar je bent nog altijd
met ons tweeën.
.
Dag 13
Federico Garciá Lorca
Qasida van de liggende vrouw
.
Lijfelijkheid
Alja Spaan
.
Het thema van de Poëzieweek 2025 is ‘lijfelijkheid’ en in de Volkskrant schrijft Geertjan de Vught vandaag een aardige column over dit thema. Ook doet hij een aantal aardige suggesties voor dichtbundels die je kan kopen om zo aan het Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ te komen van Charlotte Van den Broeck. Ook een aanrader trouwens, ik heb de afgelopen dagen verschillende opnames van haar gezien waar ze de gedichten voordraagt en die zijn, meer dan zeer de moeite waard.
Nu zat ik nog even aan het thema te denken en kwam toen tot de conclusie dat de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik in 2011 samen schreef met dichter Alja Spaan (1957) eigenlijk heel veel raakvlakken heeft met dit thema. Deze bundel heeft de liefde in al haar verschijningsvormen als thema. Dus de romantische liefde, de hoofse liefde, maar ook de lichamelijke, lijfelijke en erotische liefde.
Daarom heb ik deze bundel nog maar weer eens ter hand genomen en al bladerend heb ik gekozen voor een toepasselijk gedicht bij het thema van deze Poëzieweek. Het betreft hier het gedicht ‘Sense’ van Alja Spaan.
.
Sense
.
morgen mag ik met mijn hoofd in jouw schoot
zeg je
en hoe vergaan de glorie was van deze hoofdstad
vuilnis op de straten
maar hoe aardig de mensen ook hier
en ik vertel je
hoe iemand binnenloopt en wijst en zegt
doe mij maar die
en die
en die
en me duizend contant betaalt
en je streelt mijn haar
ik knoop je broek los
.
Jij in het groene land
Hans Andreus
.
In de ‘Verzamelde gedichten‘ uit 2004 (herdruk van deze bundel uit 1983) van Hans Andreus (1926-1977) lees ik een bijzonder liefdesgedicht getiteld ‘Jij in het groene land’. Het gedicht valt mij meteen op door de eigenaardige eerste zin die meteen mijn aandacht vraagt (en krijgt). Nu ben ik een groot liefhebber van mooie liefdespoëzie en ik mag het ook graag zelf schrijven, dus alle reden dit gedicht hier te delen. Want van liefdesgedichten krijg en lees je nooit genoeg.
.
Jij in het groene land
.
Overal te mooi om los te lopen
loop je los
door het groene land dat verbleekt
bij je haar dat schoorstenen veegt
en je ogen van gerookt amber,
terwijl je mond het koppig blijft verkerven
bij het weiland en de sloot.
.
En daarbij loop je zo loom los,
toch driftig met passen die tikken
als een woedend aftikkende dirigent,
loop je zo vinnig en stil
met je passen van vrouw,
dat de huizen ervan schrikken hoewel ze
natuurlijk likkebaarden in hun kelders.
.
En later los kom je naast mij liggen maar niet
lang,
want een gelukkig rampjaar ’s nachts
lang lopen wij vast,
raken wij vast,
worden wij het eenparig dier dat van alles op aarde
het meest op een god lijkt, maar
denken wij daaraan?
.
Geen denken aan.
.
Zo mooi, veel te mooi ben je om er te zijn.
Maar je bent er en ik,
ik ben er om het je te zeggen:
zo mooi zwart en blank in het groene land.
.
Nog eens de liefde
Adriaan Morriën
.
In de loop der eeuwen is er heel veel geschreven over de liefde en minstens zoveel gedicht. Neem een kijkje in de categorie liefdespoëzie en je bent voorlopig niet uitgelezen. Zelf heb ik een hele bundel gewijd aan de liefde ‘XX-XY‘ in 2016 en samen met Alja Spaan publiceerde ik in 2010 de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘ over de liefde in al haar verschijningsvormen.
En, zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, plaats ik hier met enige regelmaat een liefdesgedicht van deze of gene dichter. En vandaag doe ik dat opnieuw. Dit keer is het gedicht van dichter, essayist, vertaler en criticus Adriaan Morriën (1912-2002) getiteld ‘Vraag en antwoord’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Moeders en zonen’ uit 1962.
.
Vraag en antwoord
.
Ik streelde haar; haar huid
smeekte mijn vingers: ga niet weg.
Ik ging niet weg, ik wilde het telkens horen,
dit spreken van haar huid tegen mijn vingertoppen,
het antwoord geven en tevredenstellen,
zoals een moeder kinderen sust, een man
een vrouw zegt dat zij slapen moet,
terwijl zij in het donker ligt te wachten,
met grote ogen luistert
of hij het nog eens zeggen zal,
een laatste maal, omdat zij dan pas slapen kan,
wegglijden uit zijn aandacht, haar geduld
dat ongeduld geworden is.
.
Poëziekalender 2025
Joke van Leeuwen
.
Begin deze maand maakte ik al bekend dat een gedicht van mij is opgenomen in de Poëziekalender 2025 met als thema ‘Liever de liefde’. En toen schreef ik al dat naast mijn gedicht nog 300 dichters zijn opgenomen met een gedicht. Om nog maar eens wat reclame te maken voor dit mooie initiatief van Plint, wil ik hier graag nog een gedicht uit deze kalender plaatsen.
Dit keer het gedicht ‘Dat we’ van Joke van Leeuwen (1952) uit de bundel ‘Grijp de dag aan’ uit 2013 (het gedicht staat op 6 mei 2025).
.
Dat we
.
Dat we eerst
dat jij begint te
en dat ik dan
dat ik dan zo
en dat jij dan
zo erlangs en
dat ik jou dan
dat ik dan zo
dat we
terwijl buiten
wij hierbinnen
dat we daarna
wij dan daarna
dat we
ooo
.
Gedicht in de Poëziekalender 2025
Plint
.
Elk jaar geeft Plint (je weet wel van de posters, kaarten, kussenslopen en nog veel meer met poëzie) een Poëziekalender uit. Voor de kalender 2025 met als thema ‘Liever de liefde’ met liefdesgedichten van de vroege middeleeuwen tot nu, heeft men mij gevraagd of ze een gedicht van mij mochten gebruiken (uiteraard!). Het betreft hier het gedicht ‘Kus’ uit mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus‘ die ik samen met Alja Spaan uitgaf. Van haar is er overigens ook een gedicht opgenomen ‘heldere plekken’ uit haar bundel ‘De hand de beweging laten maken‘. En van nog ruim 300 dichters trouwens.
De kalender is anders dan we gewend zijn van Plint, dit keer staat het gedicht op de voorkant en met de achterkanten kun je zelf maar liefst 46 poëzieposters maken. Op dit filmpje kun je zien hoe je dat doet. De beelden (die de poster maken) zijn van de Utrechtse kunstenaar en fotograaf Willem Popelier. In de kalender is poëzie van veel van mijn favoriete dichters opgenomen. Zo zijn onder andere Herman de Coninck, Maud Vanhauwaert, Vasalis, Alja Spaan en Toon Tellegen opgenomen met gedichten. Voor de hele lijst met namen kun je deze link aanklikken en dan op de link: In deze kalender staan gedichten van..
Zoals geschreven is mijn gedicht ‘Kus’ opgenomen en voor wie niet kan wachten tot de kalender uit is (hij is uit! bestel hem!) hier mijn gedicht.
.
Kus
.
Met je lippen open je een verleden
dat ik had weggestopt in mijn
dagelijkse agenda
.
Proef de vergleden momenten
als zout in mijn brave pap
kruidt mijn honger
met je eeuwig voedsel
.
Ik leef.
Ik leef, ik voel het
je ademt een oostenwind
in mijn verkleumde lijf
.
Ik zweef met jou maar
heel alleen de nacht in
je hebt me gemaakt
.
met je kus














