Categorie archief: Nieuws

Nooit Meer Zo Nu

Serge van Duijnhoven

.

Op 5 september 2025 verschijnt het ‘Magnum Opus’ van schrijver, dichter en historicus Serge van Duijnhoven (1970) met de intrigerende titel ‘Nooit Meer Zo Nu’. Een bloemlezing van zijn werk aangevuld met nieuw werk: een kosmische explosie van “spontaneous prose”, Engelstalig met een typografische, bijna illustratieve inslag. Dit 344 pagina tellende werk, hardcover bekleed met rood linnen en met full colour binnenwerk is echter nu al te bestellen via deze link. Deze bundel is de eerste uitgave van de nieuwe uitgeverij Exupéry & Company.

Ik had het voorrecht om voordat de bundel gedrukt werd, mee te mogen lezen (samen met een aantal andere lezers). Ik heb sinds Serge samen met dj Fred dB optrad in de kantine van theater Walhalla in Rotterdam, en ik daar een stuk over schreef regelmatig digitaal contact met Serge. Ik schreef over zijn bundels ‘Vuurproef’ (2014), ‘Bloedtest’ (2003) en ‘Klipdrift’ (2007) en Serge was een van de eerste dichters die in MUGzine (#3) gedichten publiceerde.

En nu is er dan ‘Nooit Meer Zo Nu’, een werkelijk prachtige uitgave met een dwarsdoorsnee van zijn werk, oude en nieuwe poëzie. Ik heb de bundel met ontzettend veel plezier gelezen, me verwonderd over Serges wondere binnenwereld. Serge heeft een heel eigen stem in de Nederlandse poëzie en deze bundeling van zijn werk doet hier helemaal recht aan.

Over de bundel en CD ‘Vuurproef’ schreef ik destijds: “Wat ik ervoer tijdens het luisteren valt moeilijk te beschrijven, net als de inhoud van de CD, daarom maak ik jullie deelgenoot van de beelden, ideeën en namen die bij mij boven kwamen tijdens het beluisteren. Dat waren: Jacques Brel, klassiek, Laurie Anderson, native American, Jazz, Linton Kwesie Johnson, duister, lief, clubhouse, recht voor zijn raap, mystiek, what you hear is what you get, kabbelend, uitbundig.” Het geschreven woord laat zich al net zomin in een of twee thema’s vatten. Het benadrukt de veelzijdigheid van de dichter Serge van Duijnhoven.

Geen blog zonder gedicht en dus heb ik in ‘Nooit Meer Zo Nu’ gezocht naar een gedicht dat ik heel erg vind passen bij Serge. In het hoofdstuk IV Wis Uit Deze Boodschap, koos ik voor het gedicht ‘Het Boek Van De Slaap’ als knipoog want als ‘Nooit meer zo nu’ iets niet is dan is het een boek van de slaap.

.

Het Boek van De Slaap

.

Ik blader door het boek

van slapende figuren

speur naar de aan de dag

ontsnapte jaren

.

een treinkaart van een

ouderwetse prijs

een brief met onheuse woorden

een foto

met beurse kleuren

het bewijs dat je leven

had kunnen redden

.

een oude droom

een enkele vriend

een enkele reis

.

een uitgescheurde bladzijde

.

Siësta

MUGzine #28 is uit

.

‘De vrouw ligt als een opengeslagen blad op bed, de gordijnen wapperen zijdezacht. Je staat erbij en kijkt ernaar, blaast een zomerbries langs haar wang terwijl ze slaapt. Oh de zomerse slaap van de bosgoden, a midsummer night’s dream in het volle daglicht. Ze is een levend schilderij van Edward Hopper, een nachtzwaluw, niet jong maar zo mooi in het betoverend licht.’

Zo begint de nieuwste editie, nummer 28, van MUGzine. Te lezen en te downloaden via mugzines.nl. Een heerlijk zomernummer met als richting ‘Siësta’ passend bij het jaargetijde. Alle donateurs krijgen de papieren versie deze week via de post toegestuurd.

Dichters Twan Vet, Kamiel Choi en Oscar Tops leverden gedichten, de illustraties zijn van Yeon Choi en er is een nieuwe categorie ‘Muggedichten’, waarin steeds een gedicht over een mug, of waar een mug in voorkomt, wordt geplaatst. Deze keer is het gedicht van Eric Vandenwyngaerden. En natuurlijk een nieuwe Luule. Als opwarmertje hier een gedicht van Kamiel Choi van zijn website getiteld ‘Autocratie is een ramp’.

.

Autocratie is een ramp

.

Autocratie is een ramp:
Denk maar aan Peter,
die man van twee meter.
Een continent om te slopen.
Verlichting, ja, maar geen lamp
om tegenaan te lopen.

En als Peter al zijn hoofd niet stoot,
heeft de dwerg Poetin ruimte zat:
hij doet nu het licht weer uit

en slaat twee vliegen plat.

.

MUGzine wordt gemaakt door MUGbooks, Poetry Affairs en Brrt.graphic.design in samenwerking met een onafhankelijke redactie.

.

 

Inzicht

Intriges

 

Nadat de val van het kabinet werd aangekondigd op de nieuwskanalen, moest ik denken aan een gedicht van Albert Hagenaars (1955). Dit gedicht is getiteld ‘Inzicht’ en vooral de laatste paar zinnen deden mijn gedachten naar dit gedicht gaan. ‘Inzicht’ staat in zijn bundel ‘Intriges’ uit 1986. Dat de naam van de dichter een grappige verwijzing is naar de plek waar het kabinet is gevallen, of moet ik zeggen is opgeblazen door de man waaraan ik moest denken bij die laatste regels (de Hagenaars) is slechts toeval.

.

Inzicht

.

Verwijder ik me allengs minder over

hermetisch oude sloten, door verglaasd riet,

vaststrompelend ook soms in ruwe akkers

.

van papieren steden binnen houtwallen,

waarop gedurig en pal en ongemeen felle

hagel staat, die gaten slaat en verblindt.

.

Bereik ik dan zienderogen de laatste,

de enige dijk van waaraf het zicht door-

breekt op een zee van zout en kalk,

.

die, aldus ontdaan van wat hier niet meer

ter zake doet, verstuift in een symboliek

die zelfs hij niet meer in de hand heeft.

.

Haagse dichters

Dichters-top

.

Eerder dit jaar schreef ik al over het Haagse antiquariaat Colette en wat een rijkdom het hebben van een antiquariaat in een gemeente is. En in 2019 schreef ik over Haagse dichters naar aanleiding van de bundel ‘Den Haag, de stad van gedichten‘. Deze twee komen (in samenwerking met Het Woordenrijk) nu samen op 25 mei in Colette aan de Reinkenstraat 45 in Den Haag. In een dichters-top (een duidelijke verwijzing naar de NAVO-top die niet ver van Colette plaats vindt in Den Haag) onder het mom van ‘Poëzie versus Politiek’ treden maar liefst 32  Haagse dichters op zoals Kees ’t Hart, Edith de Gilde, Marilou Klapwijk, Dian van Faassen en Alexander Franken.

Het is de bedoeling dat tijdens de bijeenkomst in de tuin en op het terras van de boekhandel in de Haagse wijk Duinoord poëzie te horen is uit alle landen die binnen de NAVO zijn verenigd. De dichters wordt gevraagd een – bij voorkeur geëngageerd – gedicht van zichzelf voor te dragen en een gedicht in vertaling van een dichter naar keuze uit een NAVO-land. De 32 landen worden daarvoor willekeurig verdeeld onder de dichters.

Als voorproefje een gedicht van Kees ’t Hart (1944) uit de gelijknamige bundel ‘Kinderen die leren lezen’ uit 1998.

.

Kinderen die leren lezen

.

kinderen die leren lezen
zitten in lokalen
uit te rusten van
onrustige verhalen

er hangt een stilte
zoals tussen auto’s
op parkeerkerreinen
en tussen bomen

en juf beklimt
het podium
met wit papier

kinderen die leren lezen
hangen letters te drogen
aan de wanden
van de klas

in de winter steekt
juf de kaarsen aan
en kinderen die leren lezen
mogen zingen

en ze beschilderen papier
met de lievelingskleuren
van hun lievelingsdier

kinderen die leren lezen
denken aan de slaap
van de komende nacht

.

Muggenzuchten

Mooie zinnen

.

Mooie zinnen horen bij de literatuur. En natuurlijk bij poëzie. Veel mensen kunnen, daarnaar gevraagd, wel een zin reproduceren uit een gedicht of een roman die is blijven hangen, die iets met de lezer doet, een emotie teweegbrengt of een soort jaloezie; waarom bedenk ik niet van dit soort mooie zinnen?

In het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen MUGzine proberen we de lezer te verwennen met mooie, bijzondere, grappige, vervreemdende of emotionerende gedichten (en illustraties). Toch hebben we gemeend terug te keren naar ons oorspronkelijke uitgangspunt dat een tekst of stuk uit een verhaal of roman, die door het taalgebruik poëtisch is, ook een plek te geven.

Die plek is de rubriek Muggenzuchten geworden. Na Muggenbeten (met prikkelende en schurende uitspraken over poëzie), nu dus een rubriek met voorbeelden van prachtige en poëtische zinnen. We willen kijken hoe dit bevalt en we hebben al ideeën voor meer bijzondere rubrieken. Maar daarover later meer. In 2022 vroeg de CPNB naar aanleiding van de Boekenweek aan de bezoekers van het Boekenbal, wat zij de mooiste Nederlandse zin vonden. Dat werd toen een zin van Arthur Japin uit ‘Een schitterend gebrek‘.

Wij hebben de redactie gevraagd ( en zelf meegedacht) naar mooie zinnen. Die zijn opgenomen in Muggenzuchten in MUGzine #27 die de komende week verschijnt. Maar er is meer te vertellen over deze nieuwe editie. Het is een dik voorjaarsnummer geworden (maar liefst 24 pagina’s, zo dik was de MUGzine nog niet eerder) met vier prachtige dichters; de Vlaamse Veerle De Caestecker en Esohe Weyden, de Nederlandse Madelief Lammers en Marilou Klapwijk, illustraties van de zeer getalenteerde kunstenaar/illustrator Elzeline Kooy, natuurlijk een nieuwe @l.uule en een poëtisch voor woord van Marianne en als extra een gedicht van Marianne en van mij.

Kortom een MUGzine om te koesteren. Wil je nu zelf een jaar lang elke MUGzine op papier ontvangen? Word dan donateur. Dat kan al vanaf € 22,50, en door een mail te sturen naar mugazines@yahoo.com

Als voorproefje een gedicht van Esohe Weyden (niet in de MUGzine) dat zij schreef als campusdichter van de universiteit van Antwerpen, getiteld ‘De witte bladzijde’.

.

De witte bladzijde

.

Ik hoop dat je schrijfsels niet verdrinken.

Laat ze op serene wijze drijven

op een eindeloze

sinusgolf.

.

Laat

sommige woorden

even kopje-onder gaan,

de drukkende diepte verkennen

tot ze haastig moeten happen naar adem

om de lucht weer te kunnen

omarmen.

.

Ik wens je

duizenden geboortes toe

van verse zinnen die ervan dromen

om teksten te worden. Luister naar hoe ze

schreeuwen van verrukking bij

elke regel die dan toch

herschreven

wordt.

.

Voed je moed,

borstel de laatste

restjes twijfel van je borst.

.

 

 

Gesprek op radio 1

Bij Dijkstra en Evenblij Ter Plekke

.

Zondagavond wordt op radio 1 (BNNVARA) het radioprogramma Dijkstra en Evenblij Ter Plekke vanuit Vlaardingen uitgezonden. Ik ben gevraagd om een bijdrage te verzorgen over de in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt. Ik zal deelnemen aan dat programma in de rubriek ‘Literatuur voor BIJ of IN het hardvuur’. Het gesprek zal gaan over Lévi Weemoedt (1948), zijn werk en leven en de link met Vlaardingen uiteraard. Het programma is te beluisteren op Radio 1( van 19.00 – 21.00 uur). Het literaire onderdeel is in het laatste half uur (tussen half negen en negen uur).

Voor de lezer van dit blog is Lévi Weemoedt geen onbekende, zo schreef ik al verschillende malen over zijn bundels als ‘Van harte beterschap‘ uit 1982, ‘Geduldig lijden’ uit 1977, ‘Rijk verleden‘ uit 1999, ‘Geen bloemen’ uit 1978 en ‘Pessimisme kun je leren‘ uit 2018. Daarnaast heb ik meerdere korte gedichtjes van zijn hand opgenomen uit verzamelbundels.

Om alvast in de stemming te komen voor zondagavond hier een gedicht ‘Achterblijvers’ uit ‘Geduldig lijden’.

.

Achterblijvers

Ik fiets maar door het Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

Van koeien en van eendjes
zie ik nog niet de helft.
Maar ik zie elk dood vogeltje
van Vlaardingen tot Delft.

Achter mij in mijn mandje
jankt mijn kleine hond.
Die loopt, in plaats van fietsen,
veel liever op de grond.

Die loopt veel liever te rennen
achter een leuke meid.
Daar ben ik best jaloers op.
Ik ben de mijne kwijt.

Dat gaat zo in het leven.
Dat is gerust normaal.
En fietsen, zegt de dokter,
is goed voor elke kwaal.

Dus fiets ik maar door ’t Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

.

Vooraankondiging

De nieuwe MUGzine

.

In mei verschijnt de nieuwe MUGzine, nummer 27 alweer. En was er in de laatste nummers regelmatig poëzie van wat oudere dichters te lezen, dit nummer is volledig gevuld met poëzie en illustraties van krachtige jonge getalenteerde vrouwen. Zo leveren Madelief Lammers (1998), Marilou Klapwijk (1990), Esohe Weyden (1999) en Veerle De Caestecker (1998) gedichten en zorgt Elzeline Kooy (1990) voor de illustraties.

De richting die MUGzine #27 meekreeg was ‘Koorddansen, dansen en balanceren’. Natuurlijk is er ook weer een voorwoord van Marianne en een nieuwe @Luule. Mugzine verschijnt gratis op de website mugzines.nl maar de ware liefhebber heeft de MUGzine natuurlijk liever in handen. Dat kan. Wanneer je donateur bent van MUGzine (vanaf € 20,- per jaar) sturen we je elk nummer (en een extraatje) op papier via de post toe.

Om alvast in de stemming te komen hieronder een gedicht van Madelief Lammers getiteld ‘de platte mens’.

.

de platte mens

.

vandaag heb ik een stapel brieven uitgezocht
de kreukels uit de tweedimensionale versie van mijn vrienden en
de kleverige herinnering mijn vingers in gewreven
een berg papier als krap omhulsel van een mens op een moment

.

ik heb niemand weggegooid en alles opgeborgen, de platte mens weer in de la gestopt
daarna heb ik een kaart getrokken die me vertelde wat ik al wist
ik heb een vriend getroffen in de nieuwe supermarkt
hij zei het tegenovergestelde, ook dat wist ik al

.

we leren snel, wennen langzaam
ik zie nog steeds de oude winkel voor me
een vorig handschrift, een vorig leven
alles bestaat hier tegelijk en tegenstrijdig en alleen daarom is het echt

.

vermoed ik, vlak voor ik in slaap val, en ik kan het maar nét denken
een mens als krap omhulsel van een werkelijkheid

.

Vers uit de tuin

Constantijn Huygens.

 

Het Huygens Museum (Hofwijck) in Voorburg ken ik van een bezoek dat ik er ooit bracht toen een collega uit de bibliotheekwereld daar afscheid nam. Een leuk klein museum met een fraaie tuin eromheen. Dit museum presenteert nu samen met de Universiteit Gent een nieuwe tentoonstelling over de geschiedenis van Nederlandse poëzie over tuinen, met een hoofdrol voor de zeventiende-eeuwse dichter, componist en diplomaat Constantijn Huygens (1596-1687).

“Vers uit de tuin, Constantijn Huygens over mens, tuin en natuur,” zoals deze tentoonstelling is getiteld, belicht de jeugdjaren van het hofdicht en de unieke historische tuin die Constantijn Huygens zelf ontwierp. Deze tuin inspireerde Huygens tot het schrijven van een van de beroemdste gedichten uit de Nederlandse literatuur, waarin hij reflecteert op de relatie tussen mens, tuin en natuur.

De Nederlandse tuingedichten zijn uitzonderlijk. Nergens in Europa zijn er zoveel gedichten over tuinen geschreven. Ze geven inzicht in hoe er gedacht werd over de tuin als door de mens gecontroleerde natuur. Ook etaleren de gedichten de goede smaak van de tuinbezitters en welk praktisch nut de natuur voor de mens kan hebben.

In 1651 voltooide Huygens ‘Hofwijck’, het grootste Nederlandstalige dichtwerk dat hij ooit geschreven heeft. In bijna drieduizend versregels beschreef hij zijn gelijknamige buitenplaats, die hij zo’n tien jaar daarvoor in Voorburg had laten aanleggen. In het begin van het gedicht geeft Huygens als reden voor het schrijven van dit grote werk over zijn buiten dat men het verwacht van hem, omdat hij nu eenmaal een bekend dichter is.

Hieronder een deel (het begindeel) van dit gedicht. Het hele eerste deel lees je hier.

 

Hofwijck

.

De Wijsen van eertijds hebben’t soo verstaen, ende
het is altoos waerachtigh gebleven, dat Vrught en
Vreughd, Voordeel en Vermaeck in een getwernt
den deughdelixten draed maken. Daer op sagh
ick dat mijn Vader gesien hadde, als hij sich
gelusten liet de lichamelicke lusten van sijn
Hofwijck soo te beschrijven, datse de ziel raeckten;
makende van die Wandeling een’ Handeling,
die naer hem sijn’ Erven, oock naerden ondergangh
vande plaetse, te stade komen moght. Ende
het soete voornemen alsoo uijtgevoert heeft mij
te dienstigen licht gedocht voor de Corenmate;
daer onder het geschapen was voor eerst te
smooren, sonder de moeijte die ick aengewent
hebbe, om het oock onse Eewe te moghen bekent
maken. Hoe het dese neus-wijse Wereld
sal op nemen, staet te sien. Bij U.E. en meen
ick geenen ondanck verdient te hebben. De
Stichter van Hofwijck is haer te lief, om een
stuxken wercks vanden Dichter te verwerpen.
Een stuxken Bijwerks noemde ick het beter:
dewijle wij heel wel weten, en qualick gelooven
konnen, dat hij daeraen all gaende en staende
niet meer en heeft besteedt, als de brockelinghen
van vier der druckste maenden die hij beleeft
heeft; sonder dat ijemand getwijffelt hebbe, dat hij
in ’t gewoel van soo vele andere besigheden ijet
sulx onder de leden soude hebben.
.

De stad is een beest

Femke de Heer

.

De Rijksuniversiteit Groningen benoemt elk jaar een huisdichter. Dit jaar werd het vijfentwintigjarig bestaan van het huisdichterschap gevierd in de Usva (Universitaire Stichting Vormingsactiviteiten, het studenten cultuurcentrum van de Universiteit). Deze zogenaamde studentdichter schrijft gedurende het collegejaar gedichten. Eerdere huisdichters waren onder andere Daniël Dee, Joost Oomen, Lilian Zielsta, Jephta de Visser en, de huidige stadsdichter van Groningen, Esmé van den Boom. Het eerste optreden van de huisdichter is tijdens de opening van het academisch jaar.

De nieuwe huisdichter (2024-2025) van de RUG is Femke de Heer (2002). Zij voltooide in Groningen de bachelor Astronomy en volgde enkele vakken aan de kunstacademie. Als dichter was ze al een regelmatige gast op de Groningse podia. In 2024, het eerste jaar van haar huisdichterschap, is ze begonnen aan haar master Quantum Universe.

Bij de opening van het academisch jaar droeg Femke haar gedicht ‘weekdier/ stadsmens’ voor. Ze zegt hierover:  “Het uitgangspunt is de verhouding tussen stad en platteland, ik kom namelijk uit Drenthe, en de afstand tussen student zijn en je ouders thuis. Hoe een gedicht uitpakt is bij mij niet te voorspellen, ik schrijf iets en stuur het langzaam naar het thema. Een gedicht heeft ook een eigen wil.” Een ander voorbeeld van de verhouding tussen het platteland en de stad komt naar voren in haar gedicht ‘de stad is een beest’.

.

de stad is een beest

.

we slijten een weg in elkaar
hoeveel makkelijker is het
om iets af te breken dan om iets op te bouwen

de paden die ik in gedachten loop
eindigen in knopen
ik wil dat je me aanraakt ik bedoel ik wil dat je me bent ik bedoel
ik wil dat je meer in me ziet dan er is, we zien een stad in elkaar

de stad is een beest
dat ergens in de weilanden is gaan liggen
we zijn bang om het wakker te maken

.

Nuages

Studenten beginnen nieuwe poëzie uitgeverij

.

Afgelopen week kreeg ik een bericht in mijn mailbox van VOX, onafhankelijk magazine van de Radboud universiteit. In dat bericht staat dat twee studenten, Mirjam Rijpma (22) en Robin Chardon (22) een eigen uitgeverij hebben opgericht: Nuages (Frans voor Wolken). De twee richten zich op Nederlands- en Franstalige poëzie en experimentele teksten. ‘We willen deze genres toegankelijker maken voor een jong publiek’ zeggen ze in het artikel op VOX.

Grote uitgeverijen geven vaak prioriteit aan bekende auteurs en populaire genres, daardoor is het voor beginnende schrijvers lastig om een plek te veroveren in de literaire wereld. Precies de reden waarom ik in 2014 een eigen uitgeverij van poëzie ben begonnen met als naam Mugbooks. Later (2020) gevolgd door een mini-poëzietijdschrift MUGzine.

‘Waarom dan niet zelf een uitgeverij beginnen?’, dachten studenten Mirjam Rijpma (Klassieke Cultuur) en Robin Chardon (Literatuur en Samenleving). Door het heft in eigen handen te nemen, creëren ze niet alleen een podium voor hun eigen werk, maar hopen ze in de toekomst ook andere jonge auteurs een kans te geven op de boekenmarkt.

In het artikel leggen ze ook uit waarom ze zich op experimentele poëzie en Franse poëzie, toch niet meteen een erg voor de hand liggende combinatie, richten:

Dat is een bewuste keuze, legt Chardon uit. ‘We hebben voor poëzie gekozen omdat het de meest krachtige en directe vorm van literatuur is. Elk woord draagt betekenis. In een roman kun je betekenissen over een langere tekst verdelen, maar in een gedicht moet elk woord op zichzelf staan en direct aanslaan. Met experimentele teksten bedoelen we teksten waarbij ook aandacht is voor vormgeving, zoals lettertype, taal of illustraties. Dit is voor ons net zo belangrijk als de tekst zelf’, vult Rijpma aan. ‘De manier waarop woorden gepresenteerd worden voegt een extra laag toe. Dat zien wij nog te weinig op de literaire markt.’

Over de keuze voor Franse poëzie zeggen ze: ‘Frans wordt in Nederland vaak onderschat, terwijl het een belangrijke literaire taal is’, zegt Chardon. ‘We willen die zichtbaarheid vergroten. Bovendien schrijf ik zelf veel in het Frans – het voelde vanzelfsprekend.’ Of dat laatste een verstandige reden is zal de tijd leren denk ik.

Ik ben heel benieuwd met welke nieuwe stemmen Robin en Mirjam gaan komen. In ieder geval wens ik ze veel succes, elk initiatief om poëzie meer aandacht te geven en al helemaal experimentele (en Franse) poëzie kan op mijn steun rekenen. Om af te sluiten ben ik op zoek gegaan naar een gedicht van Robin en/of Mirjam maar ik heb niets kunnen vinden. Daarom een mooi voorbeeld van experimentele poëzie van Antony Kok (1882-1969) dat verscheen in 1921 in De Stijl getiteld ‘Stilte + Stem (vers in w)’.

.

Stilte + Stem (vers in w)

.

Wacht

Wacht

Wacht

Wacht

Wachten

Wachten

Wek

Wak

Wek

Wak

Wachten

Wachten

Wekken

Wekken

Wek

Waak

.

Foto: Diede van der Vleuten