Categorie archief: Nieuws

Gesprek op radio 1

Bij Dijkstra en Evenblij Ter Plekke

.

Zondagavond wordt op radio 1 (BNNVARA) het radioprogramma Dijkstra en Evenblij Ter Plekke vanuit Vlaardingen uitgezonden. Ik ben gevraagd om een bijdrage te verzorgen over de in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt. Ik zal deelnemen aan dat programma in de rubriek ‘Literatuur voor BIJ of IN het hardvuur’. Het gesprek zal gaan over Lévi Weemoedt (1948), zijn werk en leven en de link met Vlaardingen uiteraard. Het programma is te beluisteren op Radio 1( van 19.00 – 21.00 uur). Het literaire onderdeel is in het laatste half uur (tussen half negen en negen uur).

Voor de lezer van dit blog is Lévi Weemoedt geen onbekende, zo schreef ik al verschillende malen over zijn bundels als ‘Van harte beterschap‘ uit 1982, ‘Geduldig lijden’ uit 1977, ‘Rijk verleden‘ uit 1999, ‘Geen bloemen’ uit 1978 en ‘Pessimisme kun je leren‘ uit 2018. Daarnaast heb ik meerdere korte gedichtjes van zijn hand opgenomen uit verzamelbundels.

Om alvast in de stemming te komen voor zondagavond hier een gedicht ‘Achterblijvers’ uit ‘Geduldig lijden’.

.

Achterblijvers

Ik fiets maar door het Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

Van koeien en van eendjes
zie ik nog niet de helft.
Maar ik zie elk dood vogeltje
van Vlaardingen tot Delft.

Achter mij in mijn mandje
jankt mijn kleine hond.
Die loopt, in plaats van fietsen,
veel liever op de grond.

Die loopt veel liever te rennen
achter een leuke meid.
Daar ben ik best jaloers op.
Ik ben de mijne kwijt.

Dat gaat zo in het leven.
Dat is gerust normaal.
En fietsen, zegt de dokter,
is goed voor elke kwaal.

Dus fiets ik maar door ’t Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

.

Vooraankondiging

De nieuwe MUGzine

.

In mei verschijnt de nieuwe MUGzine, nummer 27 alweer. En was er in de laatste nummers regelmatig poëzie van wat oudere dichters te lezen, dit nummer is volledig gevuld met poëzie en illustraties van krachtige jonge getalenteerde vrouwen. Zo leveren Madelief Lammers (1998), Marilou Klapwijk (1990), Esohe Weyden (1999) en Veerle De Caestecker (1998) gedichten en zorgt Elzeline Kooy (1990) voor de illustraties.

De richting die MUGzine #27 meekreeg was ‘Koorddansen, dansen en balanceren’. Natuurlijk is er ook weer een voorwoord van Marianne en een nieuwe @Luule. Mugzine verschijnt gratis op de website mugzines.nl maar de ware liefhebber heeft de MUGzine natuurlijk liever in handen. Dat kan. Wanneer je donateur bent van MUGzine (vanaf € 20,- per jaar) sturen we je elk nummer (en een extraatje) op papier via de post toe.

Om alvast in de stemming te komen hieronder een gedicht van Madelief Lammers getiteld ‘de platte mens’.

.

de platte mens

.

vandaag heb ik een stapel brieven uitgezocht
de kreukels uit de tweedimensionale versie van mijn vrienden en
de kleverige herinnering mijn vingers in gewreven
een berg papier als krap omhulsel van een mens op een moment

.

ik heb niemand weggegooid en alles opgeborgen, de platte mens weer in de la gestopt
daarna heb ik een kaart getrokken die me vertelde wat ik al wist
ik heb een vriend getroffen in de nieuwe supermarkt
hij zei het tegenovergestelde, ook dat wist ik al

.

we leren snel, wennen langzaam
ik zie nog steeds de oude winkel voor me
een vorig handschrift, een vorig leven
alles bestaat hier tegelijk en tegenstrijdig en alleen daarom is het echt

.

vermoed ik, vlak voor ik in slaap val, en ik kan het maar nét denken
een mens als krap omhulsel van een werkelijkheid

.

Vers uit de tuin

Constantijn Huygens.

 

Het Huygens Museum (Hofwijck) in Voorburg ken ik van een bezoek dat ik er ooit bracht toen een collega uit de bibliotheekwereld daar afscheid nam. Een leuk klein museum met een fraaie tuin eromheen. Dit museum presenteert nu samen met de Universiteit Gent een nieuwe tentoonstelling over de geschiedenis van Nederlandse poëzie over tuinen, met een hoofdrol voor de zeventiende-eeuwse dichter, componist en diplomaat Constantijn Huygens (1596-1687).

“Vers uit de tuin, Constantijn Huygens over mens, tuin en natuur,” zoals deze tentoonstelling is getiteld, belicht de jeugdjaren van het hofdicht en de unieke historische tuin die Constantijn Huygens zelf ontwierp. Deze tuin inspireerde Huygens tot het schrijven van een van de beroemdste gedichten uit de Nederlandse literatuur, waarin hij reflecteert op de relatie tussen mens, tuin en natuur.

De Nederlandse tuingedichten zijn uitzonderlijk. Nergens in Europa zijn er zoveel gedichten over tuinen geschreven. Ze geven inzicht in hoe er gedacht werd over de tuin als door de mens gecontroleerde natuur. Ook etaleren de gedichten de goede smaak van de tuinbezitters en welk praktisch nut de natuur voor de mens kan hebben.

In 1651 voltooide Huygens ‘Hofwijck’, het grootste Nederlandstalige dichtwerk dat hij ooit geschreven heeft. In bijna drieduizend versregels beschreef hij zijn gelijknamige buitenplaats, die hij zo’n tien jaar daarvoor in Voorburg had laten aanleggen. In het begin van het gedicht geeft Huygens als reden voor het schrijven van dit grote werk over zijn buiten dat men het verwacht van hem, omdat hij nu eenmaal een bekend dichter is.

Hieronder een deel (het begindeel) van dit gedicht. Het hele eerste deel lees je hier.

 

Hofwijck

.

De Wijsen van eertijds hebben’t soo verstaen, ende
het is altoos waerachtigh gebleven, dat Vrught en
Vreughd, Voordeel en Vermaeck in een getwernt
den deughdelixten draed maken. Daer op sagh
ick dat mijn Vader gesien hadde, als hij sich
gelusten liet de lichamelicke lusten van sijn
Hofwijck soo te beschrijven, datse de ziel raeckten;
makende van die Wandeling een’ Handeling,
die naer hem sijn’ Erven, oock naerden ondergangh
vande plaetse, te stade komen moght. Ende
het soete voornemen alsoo uijtgevoert heeft mij
te dienstigen licht gedocht voor de Corenmate;
daer onder het geschapen was voor eerst te
smooren, sonder de moeijte die ick aengewent
hebbe, om het oock onse Eewe te moghen bekent
maken. Hoe het dese neus-wijse Wereld
sal op nemen, staet te sien. Bij U.E. en meen
ick geenen ondanck verdient te hebben. De
Stichter van Hofwijck is haer te lief, om een
stuxken wercks vanden Dichter te verwerpen.
Een stuxken Bijwerks noemde ick het beter:
dewijle wij heel wel weten, en qualick gelooven
konnen, dat hij daeraen all gaende en staende
niet meer en heeft besteedt, als de brockelinghen
van vier der druckste maenden die hij beleeft
heeft; sonder dat ijemand getwijffelt hebbe, dat hij
in ’t gewoel van soo vele andere besigheden ijet
sulx onder de leden soude hebben.
.

De stad is een beest

Femke de Heer

.

De Rijksuniversiteit Groningen benoemt elk jaar een huisdichter. Dit jaar werd het vijfentwintigjarig bestaan van het huisdichterschap gevierd in de Usva (Universitaire Stichting Vormingsactiviteiten, het studenten cultuurcentrum van de Universiteit). Deze zogenaamde studentdichter schrijft gedurende het collegejaar gedichten. Eerdere huisdichters waren onder andere Daniël Dee, Joost Oomen, Lilian Zielsta, Jephta de Visser en, de huidige stadsdichter van Groningen, Esmé van den Boom. Het eerste optreden van de huisdichter is tijdens de opening van het academisch jaar.

De nieuwe huisdichter (2024-2025) van de RUG is Femke de Heer (2002). Zij voltooide in Groningen de bachelor Astronomy en volgde enkele vakken aan de kunstacademie. Als dichter was ze al een regelmatige gast op de Groningse podia. In 2024, het eerste jaar van haar huisdichterschap, is ze begonnen aan haar master Quantum Universe.

Bij de opening van het academisch jaar droeg Femke haar gedicht ‘weekdier/ stadsmens’ voor. Ze zegt hierover:  “Het uitgangspunt is de verhouding tussen stad en platteland, ik kom namelijk uit Drenthe, en de afstand tussen student zijn en je ouders thuis. Hoe een gedicht uitpakt is bij mij niet te voorspellen, ik schrijf iets en stuur het langzaam naar het thema. Een gedicht heeft ook een eigen wil.” Een ander voorbeeld van de verhouding tussen het platteland en de stad komt naar voren in haar gedicht ‘de stad is een beest’.

.

de stad is een beest

.

we slijten een weg in elkaar
hoeveel makkelijker is het
om iets af te breken dan om iets op te bouwen

de paden die ik in gedachten loop
eindigen in knopen
ik wil dat je me aanraakt ik bedoel ik wil dat je me bent ik bedoel
ik wil dat je meer in me ziet dan er is, we zien een stad in elkaar

de stad is een beest
dat ergens in de weilanden is gaan liggen
we zijn bang om het wakker te maken

.

Nuages

Studenten beginnen nieuwe poëzie uitgeverij

.

Afgelopen week kreeg ik een bericht in mijn mailbox van VOX, onafhankelijk magazine van de Radboud universiteit. In dat bericht staat dat twee studenten, Mirjam Rijpma (22) en Robin Chardon (22) een eigen uitgeverij hebben opgericht: Nuages (Frans voor Wolken). De twee richten zich op Nederlands- en Franstalige poëzie en experimentele teksten. ‘We willen deze genres toegankelijker maken voor een jong publiek’ zeggen ze in het artikel op VOX.

Grote uitgeverijen geven vaak prioriteit aan bekende auteurs en populaire genres, daardoor is het voor beginnende schrijvers lastig om een plek te veroveren in de literaire wereld. Precies de reden waarom ik in 2014 een eigen uitgeverij van poëzie ben begonnen met als naam Mugbooks. Later (2020) gevolgd door een mini-poëzietijdschrift MUGzine.

‘Waarom dan niet zelf een uitgeverij beginnen?’, dachten studenten Mirjam Rijpma (Klassieke Cultuur) en Robin Chardon (Literatuur en Samenleving). Door het heft in eigen handen te nemen, creëren ze niet alleen een podium voor hun eigen werk, maar hopen ze in de toekomst ook andere jonge auteurs een kans te geven op de boekenmarkt.

In het artikel leggen ze ook uit waarom ze zich op experimentele poëzie en Franse poëzie, toch niet meteen een erg voor de hand liggende combinatie, richten:

Dat is een bewuste keuze, legt Chardon uit. ‘We hebben voor poëzie gekozen omdat het de meest krachtige en directe vorm van literatuur is. Elk woord draagt betekenis. In een roman kun je betekenissen over een langere tekst verdelen, maar in een gedicht moet elk woord op zichzelf staan en direct aanslaan. Met experimentele teksten bedoelen we teksten waarbij ook aandacht is voor vormgeving, zoals lettertype, taal of illustraties. Dit is voor ons net zo belangrijk als de tekst zelf’, vult Rijpma aan. ‘De manier waarop woorden gepresenteerd worden voegt een extra laag toe. Dat zien wij nog te weinig op de literaire markt.’

Over de keuze voor Franse poëzie zeggen ze: ‘Frans wordt in Nederland vaak onderschat, terwijl het een belangrijke literaire taal is’, zegt Chardon. ‘We willen die zichtbaarheid vergroten. Bovendien schrijf ik zelf veel in het Frans – het voelde vanzelfsprekend.’ Of dat laatste een verstandige reden is zal de tijd leren denk ik.

Ik ben heel benieuwd met welke nieuwe stemmen Robin en Mirjam gaan komen. In ieder geval wens ik ze veel succes, elk initiatief om poëzie meer aandacht te geven en al helemaal experimentele (en Franse) poëzie kan op mijn steun rekenen. Om af te sluiten ben ik op zoek gegaan naar een gedicht van Robin en/of Mirjam maar ik heb niets kunnen vinden. Daarom een mooi voorbeeld van experimentele poëzie van Antony Kok (1882-1969) dat verscheen in 1921 in De Stijl getiteld ‘Stilte + Stem (vers in w)’.

.

Stilte + Stem (vers in w)

.

Wacht

Wacht

Wacht

Wacht

Wachten

Wachten

Wek

Wak

Wek

Wak

Wachten

Wachten

Wekken

Wekken

Wek

Waak

.

Foto: Diede van der Vleuten

De mantel

Annemarie Estor.

 

Ik kreeg van Annemarie Estor een uitnodiging voor de presentatie van haar nieuwe verhalende gedicht ‘Het overschot’ dat 18 mei aanstaande verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek. De presentatie is bij filosofisch huis Het Zoekend Hert, in Antwerpen. Tijdens de presentatie zal filosoof Bart Loos en auteur Annelies Verbeke met Annemarie Estor dieper ingaan op dit nieuwe werk. Reserveren kan bij Het Zoekend Hert. Dit zijn altijd hele leuke en zeer informatieve bijeenkomsten. Helaas kan ik niet aanwezig zijn maar ik kan hier wel een gedicht van Annemarie Estor met jullie delen.

Annemarie Estor (1973) is dichter en essayist. Zij woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje) en ze is in mei van dit jaar vijftien jaar auteur. Ze debuteerde in 2010 met de dichtbundel ‘Vuurdoorn me’ en sindsdien verschenen verschillende boeken en gedichten van haar hand in een aantal gevallen samen met andere dichters en illustratoren als Lies Van Gasse, Joke van Leeuwen en Piet Gerbrandy.

In 2018 verscheen ‘Niemandslandnacht’ een crime poem en daaruit komt het gedicht ‘De mantel’.

.

De mantel

.

Ik zit in mijn kamer
en draag de mantel van de dood.

Hij is nog warm van jouw lichaam.
Hij ruikt.
Naar je zorgen.
Naar je zwerftochten.
Naar je orgasmes.
Naar je willen-weten.

En je bent er niet.

Straks,
als ook ik ben verdwenen,
ruikt hij waarschijnlijk naar mij.
Naar mijn lafheid.
Naar mijn gemakzucht.
Naar mijn nagellak
en mijn pannenkoeken met honing.

Ach, mantel, wade
voor de aftocht uit dit ademruim,
waar van alles nog af moet,
en onder zo veel voorwaarden.

Ach, mantel, voorhang
voor die ongekende ruimtetijd
waar de rook uit elkaar spat tot slordige tulpen,
waar de wijn door kelders trekt in purperen wolkenformaties,
waar de liefde wit als napalm je geslacht in brand steekt
om nooit meer weg te ebben.

Ik zit tussen muren van beton
die de mens uitlachen
om zijn zoeken naar betekenis.

Daarom vraag ik u,
bot van onze schedels,
os frontale, bot aan het front,
krommend Jupiter-brein,
buig u over ons
als het dak van het Pantheon.

Verander de bedompte bedstee van ons brein
in portalen vol bochtige pilaren en dartele gewelven
waar wij elkaar oneindig op de monden kussen,
tot het dondert in het oudste sterrenstelsel
dat zich aan ons voordoet als een blauwe kikker
slapend onder een blauwe mantel in een koude nacht.

.

Wat je hebt

Maaike de Wolf

.

In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.

Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.

Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.

In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”

.

Wat je hebt

.

Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.

Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat

het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.

Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt

Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.

Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.

.

Poetry of people

Jalal ad-Din Rumi

.

In het Wereldmuseum in Amsterdam is momenteel de tentoonstelling te zien ‘Poetry of the People’, waarin de dichtkunst met impact uit West Azië en Noord Afrika te zien is.  Poëzie is de belangrijkste kunstvorm in de regio’s, omdat dit een stem geeftaan emoties, volgens conservator Sarah Johnson, die de gedichten selecteerde. Bij elk gedicht is een afscheurblok geplaatst, zodat bezoekers hun favoriete gedichten (in vertaling) mee naar huis kunnen nemen. Dat is een traditie in de voornoemde culturen. Maar het verwijst ook naar een persoonlijk notitieboekje van Mohammad Ebrahim waarin hij in de 19e eeuwzijn favoriete Perzische gedichten opschreef.

In de tentoonstelling zijn gedichten opgenomen van Abu al-Qasim al-Shabbi, Dunya Mikhail, Forough Farrokhzad, Mahmoud Darwish, Nazim Hikmet en Rumi, in verschillende talen als Arabisch, Grieks, Hebreeuws, Perzisch, Tamazight en Turks. Aan het einde van de tentoonstelling krijgt de bezoeker de kans om zelf een gedicht of tekening achter te laten door het met een knijper aan een oranje draad te hangen. Dit verwijst weer naar een oude Arabische traditie waarbij zeven gedichten van de bekendste dichters uit de 6e eeuw aan de muren werden gehangen van de Kaäba in Mekka. De gedichten werden uitgekozen om hun uitzonderlijke kwaliteit.

De tentoonstelling begint met een gedicht van Jalal ad-Din Rumi (1207-1273). In 2007 zette Unesco zijn gedachtegoed op de werelderfgoedlijst. Voor de wereldwijde waardering van zijn lessen, de bewondering voor hem als vooruitziend denker, zijn ideeën die grenzen overschrijden tussen godsdiensten én nog steeds van grote betekenis zijn. Nog steeds worden spiritueel leiders en muzikanten geïnspireerd door Rumi’s teksten. Zo gebruikte Coldplay’s Chris Martin de tekst van het gedicht ‘The Guest House’ (vertaald door de bekende Rumi-vertaler Coleman Barks) in het liedje Kaleidoscope, als troost voor zijn break-up met Gwyneth Paltrow.

.

The Guest House

.

This being human is a guest house.
Every morning a new arrival.

A joy, a depression, a meanness,
some momentary awareness comes
as an unexpected visitor.

Welcome and entertain them all!
Even if they’re a crowd of sorrows,
who violently sweep your house
empty of its furniture,
still treat each guest honorably.
He may be clearing you out
for some new delight.

The dark thought, the shame, the malice,
meet them at the door laughing,
and invite them in.

Be grateful for whoever comes,
because each has been sent
as a guide from beyond.

.

She walks in beauty

Marianne Faithfull en 19e-eeuwse dichters

.

Ze overwon een alcohol- en heroïneverslaving, overleefde borstkanker en twee zelfmoordpogingen en kwam tijdens de covid-pandemie op de IC terecht. ‘Paliative care only’ schreef de dienstdoende arts op haar statuskaart. Maar Marianne Faithfull (1946-2025) kwam er weer bovenop, naar eigen zeggen om haar laatste album af te maken: twaalf gedichten van romantische dichters als Byron, Keats en Shelley, voorzien van een soundscape door Warren Ellis, het muzikale genie achter Nick Cave & The Bad Seeds. Marianne Faithfull, zangeres en icoon van de sixties, had dan wel zeven levens, maar de dood is in die gedichten van de Britse romantici nooit ver weg. Op 30 januari jongstleden is ze overleden.

Op haar laatste twee albums ‘Negative Capability’ uit 2018 en ‘She Walks In Beauty’ uit 2021 werkte ze samen met Nick Cave en Warren Ellis, de laatstgenoemde als producer. Op haar laatste album zong ze niet meer, maar droeg ze gedichten van 19de eeuwse dichters voor. Dat het album er kwam was een wonder, want sinds haar coronabesmetting in 2020 had ze te kampen met long covid.

Beroemde 19e eeuwse gedichten dus op dit album. Van dichters als Lord Byron (1788-1824) ‘She Walks in Beauty’, John Keats (1795-1821) ‘La Belle Dame sans Merci’, Percy Bysshe Shelley (1803-1822) ‘Ozymandias‘ en William Wordsworth (1770-1850) heeft ze gedichten opgenomen.

Van dit album koos ik het gedicht van Keats ‘La Belle Dame sans Merci’.

Poëzie in den Lande

Alphen Taal

.

In Nederland, en dat zal in België niet veel anders zijn, zijn overal dichtersgroepen en poëziestichtingen actief die podia organiseren, publicaties verzorgen, activiteiten organiseren en stadsdichters benoemen of kiezen. In de categorie Poëziepodia heb ik in de loop der tijd verschillende van deze initiatieven en clubs de revue laten passeren. Dat dit belangrijke initiatieven zijn blijkt wel uit de vele dichters die doorgebroken zijn en hun eerste schreden hebben gezet op een open podium of met de inzending van een deelname aan een poëziewedstrijd. Laagdrempelige, open, toegankelijke broedplaatsen voor jonge en nieuwe dichters zonder keuring of oordeel.

Een van die poëziegemeenschappen is Alphen Taal. Ik werd gevraagd door Peter Bouchier of ik interesse had in de voorzittersfunctie van deze stichting. Hoewel ik uiteraard vereerd was en zeker ook geïnteresseerd moest ik het aanbod afslaan in verband met mijn drukke werkzaamheden, de drie bestuurs- raad van toezichtfuncties die ik al bekleed en mijn particuliere poëziebezigheden (MUGzine, Mugbooks uitgeverij, Dichter bij de Dood en voordrachten). Maar ik heb Peter beloofd hier op dit blog aandacht aan te besteden omdat ik de stichting een warm hart toedraag, ze hele mooie initiatieven ontwikkelen en omdat ik het belangrijk vind dat dit soort poëzie- of taalstichtingen blijven bestaan.

Dus woon je in de omgeving van of in Alphen aan den Rijn, heb je het poëziehart op de juiste plek zitten en vind je het leuk om samen met anderen allerlei activiteiten te organiseren meld je dan aan via de website van Stichting Alphen Taal.

Geen blogbericht zonder gedicht en daarom het gedicht van de nieuwe stadsdichter van Alphen aan den Rijn, spoken word artiest Chanty Louis getiteld ‘Afro’, en het gedicht ‘Benthuizen’ van de vorige stadsdichter en voorzitter van Alphen Taal Lars Ferwerda.

.

Afro

.

Mijn haar neemt geen blad voor de mond

Ze mondt uit in een bladzijde van trots

Niet vaak als model geboekt

Omdat ze is afgeschreven

.

Gelukkig heb ik haar ontmoet

bij de gevonden voorwerpen van

losgelaten angsten

.