Categorie archief: Vlaamse dichters
(bijna) vergeten dichter
Astère Michel Dhondt
.
Astère Michel Dhondt is een Nederlandse schrijver van Belgische afkomst. Geboren in Machelen-aan-de-Leie (Vlaanderen) verwierf hij in 1975 de Nederlandse nationaliteit. Dhondt was vooral in de jaren 60’en 70′ actief als dichter waarbij zijn openlijke pedofilie als thema vaker in zijn werk voor kwam. De gedichtencyclus Maartse gedichten (waarvan hier een gedeelte) verscheen oorspronkelijk in ‘De koning en de koningin van Sikkim in de Haarlemmerhouttuinen’ uit 1971.
.
Maartse gedichten
.
Vrijdag 7 maart
Prins Bernhard der Nederlanden
Loopt
Al een jaar of dertig veertig
Met een anjer in zijn knoopsgat
.
Kuilen vol dode anjers
Heeft die man
Achter zich gelaten
.
Woensdag 19 maart
Doorheen de damp
En het geraas
Van deze nijvere stad
Spoedden twee heksen zich
.
Op een gammele bezem
Van de Kinkerstraat
Naar het Concertgebouw
.
Gezegend zij de Heilige Maagd!
Het bijgeloof begint weer te gedijen
.
Amsterdam, maart 1969
.
Menen – Rotterdam
Hervé Deleu
.
De Vlaamse dichter Hervé Deleu is voor de lezers van dit blog geen vreemde. Als dichter en poëzievriend heb ik al een aantal publicaties van hem besproken, hij was de eerste winnaar de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 en het is een fijn mens. Naar aanleiding van het eerste lustrum van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd, schreef Hervé een gedicht opgedragen aan mij. Omdat ik het zo’n prachtig gedicht vind wil ik dit graag delen met jullie. De titel is ‘Menen – Rotterdam’ een verwijzing naar zijn woonplaats en de plaats waar het begon voor hem in Nederland.
.
Menen – Rotterdam
Mocht hij maar twee harten hebben
mocht hij maar twee minnaars zijn
zijn dubbel leven zwaar om dragen
een stad bekend, een stad geheim
een stad bekend, veilige haven
hoewel de storm is uitgedeind
rimpelloos genoegen biedend
minder passie, minder pijn
een stad geheim die met haar lichaam
de kunst beheerst die hem verleidt
tot willoos blussen van haar lusten
die hopeloos verslavend zijn
en toch wil hij in ziel en lichaam
de minnaar van één liefde zijn
waarmee de keuze hartverscheurend
een dolk wordt die zijn leven splijt.
.
Jurkje
Pat Donnez
.
De Vlaamse journalist en radiomaker Pat Donnez (1958) is vooral bekend van radioprogramma’s zoals Titaantjes (met de slogan Over wat het is, of had moeten zijn), Bromberen en Leef Lang! en van zijn reeks over Godfried Bomans. Donnez woont in Mechelen. In 2007 verscheen van Donnez de dichtbundel ‘Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat)’.
Aan de gedichten in dit debuut is jarenlang door Donnez geschaafd. Ze getuigen van een ongewone helderheid en directheid. Maar ze zijn bedrieglijk eenvoudig. Albert Hagenaars schreef over deze bundel: “Donnez kan goed observeren en legt zijn bevindingen vast in een open, makkelijk leesbare stijl met humoristische, vaak licht ironische toets”. Uit deze bundel het gedicht ‘Jurkje’.
.
Jurkje
.
Nee, je hoeft geen jurkje
te dragen
als je dat niet wilt
ook niet dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes
waar je sandalen zo
goed bij passen
en je slipje –
dàt jurkje dus
en als we gaan wandelen
en je jurkje –
je weet wel
dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes –
waait op
zodat ik je slipje zie
dat er zo goed bij past
net als je sandalen
en als je je op mijn
vloerkleed legt
dat zo goed past
bij dat heel bijzondere
blauwe jurkje
met glanzende streepjes
en ik je slipje voel
dat je nu niet draagt
en je vraagt
eerlijk, ik hoor niet in een
jurkje, hè?
geloof me dan als ik zeg
nee, jij hoort niet in een jurkje
ook niet dat heel bijzondere
blauwe met streepjes –
glanzend blauwe streepjes
.
Meer gedichten van Pat Donnez staan op zijn website http://www.patdonnez.be/gedichten.php?
.
Foto: Joost Joossen
Co. 7
Liefdesgedicht van Eriek Verpale
.
Omdat het alweer even geleden is vandaag een liefdesgedicht. Uit de bundel ‘Op de trappen van Algiers’ uit 1980 van de Vlaamse dichter Eriek Verpale (1952 – 2015) het gedicht ‘Co. 7’.
.
Co. 7
.
Geen foto wil ik van je dragen, geen brieven –
zelfs geen zakdoek die ooit jouw lippen vond:
niets daarvan wil ik bewaren, laat staan
in een verouderd vers als dit verdoken
tot het mijne maken.
.
Maar het dunne stof, geschud
uit diepe mantelzakken, oud
speelgoed dat eens op je kamer stond,
of de beduimelde bril
– ik bewonder de dikke glazen –
.
alleen dàt wil ik van je sparen.
.
Wat een ander niet krijgen wil
zal ik van je hebben:
.
het hoogste bod zal de wereld
niet eens verbazen.
.
An
Herman de Coninck
.
In april 2016 ben ik gestopt met het, elke zondag, plaatsen van gedichten van één van mijn favoriete dichters aller tijden Herman de Coninck. Maar telkens als ik voor mijn boekenkast sta met dichtbundels trekken zijn bundels mijn aandacht. Dan neem ik ze één voor één ter hand, blader en lees er wat in en zet ze terug. En soms, zoals vandaag, denk ik; ik ga er gewoon weer een plaatsen.
Op de onvolprezen website http://www.dbnl.org/ staat te lezen over de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994:
“De Coninck is een dichter die zichzelf van nature tegenspreekt, in de rede valt, corrigeert. Hij moet wel iemand zijn die waarheden in het algemeen en ook zijn eigen waarheden wantrouwt. Dat heeft zo zijn consequenties voor zijn poëzie. Van grote onderwerpen ziet hij de ontnuchterende details, triviale kleinigheden brengen hem tot visioenen. Die wisselwerking levert karakteristieke gedichten op.”
In het gedicht over An ‘1971’ (dat gaat over zijn bij een ongeluk overleden vrouw An en hun zoon Tom) is de Coninck heel persoonlijk en zelfs wat afstandelijk in één gedicht. Hij ondergaat en hij observeert. Mede daarom bleef mijn oog hangen op dit gedicht.
.
1971
Verliezen lukte beter: daar heb ik ternauwernood
één dichtbundel over gedaan. Ik won
de Prijs van de Vlaamse Provinciën met jouw dood.
Ik herinner me vooral dat ik mijn bril niet vinden kon.
Die lag naast de auto op de grond. Eerst vond
ik hem, het was een nieuwe, dan jou.
Dank zij die bril kan ik je nog steeds zien.
Na een eeuwigheid, misschien.
een minuut of twee, wees een vrouw naar het gras:
kijk, een kindje. Oja, dat hadden we ook. Snel mond
op mond. Tom gillen als vermoord. Dat leek me gezond.
Pas toen besefte ik hoe stil het voordien was.
Ik dacht: zal ik eens proberen te huilen?
Het lukte. Dat kwam de volgende dagen goed van pas.
.
Eddy van Vliet
Vlaams dichter
Eduard Léon Juliaan (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.
Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.
De thematiek van zijn poëzie is gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.
.
Op de iden van maart
de dag dat Julius Ceasar werd geveld
zoals ik geleerd had
en toen nog dacht dat alles te leren viel
stierf zij
.
Zo ze dan toch moet verdwijnen
bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis
dan op de dag dat een keizer werd vermoord
zoals voorspeld in de vlucht der eenden
zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links
afrukkend en geil van verdriet
.
En na de koffie met ooms en tantes
nooit gezien en stervensgereed
de hoon van de vrienden
om mijn tekens van rouw.
.
De Coninck
Nog maar eens
.
Omdat de ‘Herman de Coninckzondag’ alweer een paar maanden achter ons ligt en ik sindsdien eigenlijk geen gedicht meer van hem heb geplaatst, vind ik het tijd weer eens aandacht aan deze geweldige dichter te besteden. Nog altijd één van mijn favoriete dichters en daarom een gedicht uit de bundel ‘De lenige liefde’ zonder titel.
.
Je truitjes en je witte en rode
sjerpen en je kousen en je directoirtjes
(met liefde gemaakt, zei de reklame)
en je brassières ( er steelt poëzie in
die dingen, vooral als jij ze draagt) –
ze slingeren rond in dit gedicht
als op je kamer.
.
kom er maar in, lezer maak het je
gemakkelijk, struikel niet over de
zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen,
gaat u zitten
.
(intussen zoenen wij even in deze
zin tussen haakjes, zo ziet de lezer
ons niet) hoe vindt u het,
dit is een raam om naar de werkelijkheid
te kijken, alles wat u daar ziet
bestaat, is het niet helemaal
als in een gedicht?
.
Zelfportret
Stefaan van den Bremt
.
Stefaan Van den Bremt (1941) is een Vlaams dichter en essayist. Hij debuteerde onder het pseudoniem Stevi Braem in 1968 met de bundel ‘Sextant’, waarmee hij de eerste debuutprijs (in 1969) won. Onder dit pseudoniem schreef hij ook als redacteur in het literair tijdschrift Kreatief (1966-2003). In 1980 ontving hij de Louis Paul Boonprijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn laatste bundel dateert alweer van 2002 maar hij is ook actief als vertaler van Mexicaans Spaanse poëzie. Hiervoor ontving hij in 2007 in Mexico de Internationale Poëzieprijs Zacatecas.
Uit de bundel ‘Rover en reiziger’ uit 1992 het gedicht ‘Zelfportret’.
.
Zelfportret
.
Ik die de nasmaak van loslippigheid
geproefd heb, en zij is te jong
en praat mijn mond voorbij en bijt
als peper op mijn tong;
ik die de vreemde kriebel van het woord
gevoeld heb als het witte blad
en zit te schrijven als vermoord
ik het, al dat wit zat;
ik die de ren van kippen zonder kop
gezien heb, en hoe oud was ik
die de stokkende hartenklop
gehoord heb van de schrik? –
Ik die aan boeken en een bloem
geroken heb, en ze niet noem.
.
Luuk Gruwez
Kanker
.
Laat je door de titel van dit blogbericht niet afschrikken. Het betreft hier de titel van een gedicht van de Vlaamse dichter Luuk Gruwez (1953). Het gedicht komt uit de bundel ‘De feestelijke verliezer’ uit 1985 en iedereen die iemand is verloren aan kanker (zeker zoals in dit gedicht een jongere zij aan borstkanker) zoals ik, zal het met mij eens zijn dat dit een prachtig gedicht is.
.
Kanker (1)
.
God, herstel deze vrouw, zij is nog niet
voltooid. Zij moet mij nog ten grave dragen.
o, leg haar straks, al stijf van ouderdom,
met beide borsten in een kist.
.
ik weet dat U soms voorkomt in het wild
naast aasgier, lynx en tijgerkat:
fouilleer haar niet tot op het bot
of daar nog ergens kanker zat.
.
ook ik lijd honger aan haar lijf.
wees niet bekommerd om uw maal:
ik wil een ander kwijt in ruil voor haar.
ik wil een ander kwijt, of tenminste mij.
.


















