Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken
Simon Vinkenoog
.
Ik lees een engelstalig stuk over dichters en drugs en onwillekeurig gaan je gedachten dan toch naar de bekendste wietrokende dichter die Nederland ooit kende, Simon Vinkenoog. In de bundel ‘Eerste gedichten’ uit 1966 staat een gedicht met een intrigerende titel ‘Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken’. Of dit gedicht onder zekere invloed is ontstaan weet ik natuurlijk niet maar dat doet er ook eigenlijk niet toe.
.
Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken
.
een kraan het hoog geluid van liefde fluit
een waterstraal die onverslapte aandacht tikt
een dronken boodschap in de brievenbus
een onverwacht bezoek aan de deur gevonden
de zee die door de straten weifelt
de zon een onbeholpen minnaar op mijn huid
en de doofstomme takken van de bomen
in mijn ogen et cetera
Tenzij ik jaren op je wachten wil
en op je mond het stempel ongeopend druk
als met een zegelring die woorden bloed
en vlijt in de nagels drijft
de handen die niets meer weten
van het feest dat morgen
in de cijfers van het heden
wijdbeens staat geplant
.
Slechtste poëzie in het universum
Paula Nancy Millstone Jennings
.
In de, van oorsprong, radio comdey ‘The Hitchhiker’s guide to the Galaxy’ van Douglas Adams, komt de naam voor van Paul Neil Milne Johnstone als zijnde de dichter van de slechtste poëzie in het universum, op de voet gevolgd door de poëzie van de Azgoths of Kria en de Vogons. Johnsone had met Adams op school gezeten en ze hadden zelfs een prijs voor Engels gewonnen met neprecensies over hun eigen gedichten. Toen The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy een hit werd (boeken, graphic novels, film, toneelstuk) verving Adams de naam van Johnstone voor die van het fictieve personage Paula Nancy Millstone Jennings. Paul Neil Milne Johnstone werd later redelijk succesvol in de poëziewereld als redacteur en festival organisator.
Een voorbeeld van een gedicht van Paul dat in alle navolgers aan Paula werd toegewezen:
.
The dead swans lay in the stagnant pool.
They lay. They rotted. They turned
Around occasionally.
Bits of flesh dropped off them from
Time to time.
And sank into the pool’s mire.
They also smelt a great deal.
.
Een voorbeeld van hele slechte Vogon poëzie:
.
See, see the underground sky
Marvel at its big black depths.
Tell me, Amy do you
Wonder why the human ignores you?
Why its foobly stare
makes you feel stiff.
I can tell you, it is
Worried by your huftled facial growth
That looks like
A cheese.
What’s more, it knows
Your prissy potting shed
Smells of grapes.
Everything under the big underground sky
Asks why, why do you even bother?
You only charm noses.
.
In 2012 werd er in Londen zelfs een Vogon Poetry Slam georganiseerd. Voor de slechtste poëzie of zoals ze daar adverteerden ‘a celebration of Geekery and gut-wrenchingly bad poetry’.
.
Pero Senda
Stille ballade
.
Op woensdag 28 juni jongstleden was het de geboortedag van mijn vriend en collega dichter Pero Senda. In 2013 stierf hij een veel te vroege dood. Zijn hartelijkheid en mooie verhalen mis ik nog steeds. Pero Hrvoje Senda kwam in 1993 naar Nederland met zijn gezin als vluchteling voor het oorlogsgeweld in het toenmalige Joegoslavië (Bosnië).
In 1997 was hij één van de winnaars van de Dunya Poëzieprijzen met zijn gedicht ‘De vrouw’ elders op dit blog te vinden. Het jaar daarna heb ik hem voor het eerst ontmoet en in 1999 kwam met hulp van de gemeente Maassluis zijn eerste dichtbundel uit ‘Krhotine’ of ‘Brokstukken’ waarin hij veel verwerkte van wat hij had meegemaakt.
Uit deze bundel het gedicht ‘Stille ballade’.
.
Stille ballade
.
Ik vertrok, me van jouw leugens bewust
Kleurrijke helden schonken je veel meer lust
Ik hoorde je vloeken: lafaard, zo van mij scheiden
Nou, goed dan liefste, zij mogen je leiden
Je bent een vreemde, grillige en kokette
Donkere dame, blondine of brunette
Ik was niet goed genoeg voor jou
Die andere bleef je liever trouw
Voor liefde zal het te laat nu zijn
Je bleef niet bescheiden, je bent niet meer rein
Duister is je verleden, toen viel je uiteen
Geen pad is er meer, waar kun je nog heen
Wat betekenen mijn sonnetten en romances
Als jij meer gesteld bent op verre avances
Nog steeds ben jij de gekrenkte dame
Vol wrok, met niemand ben je meer samen
Ach, zouden er maar nieuwe minnaars komen
Maar die zijn onverschillig voor enkel dromen
Ik besta niet langer, en steeds minder luid
Spreek ik jouw naam – Bosnië – nu uit
.
Augustus
Roel Richelieu van Londersele
.
De Vlaamse dichter en thrillerschrijver van Londersele studeerde Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. Van 1971 tot 1982 gaf hij het literaire tijdschrift ‘Koebel’ uit, waarin generatiegenoten als Luuk Gruwez, Miriam Van Hee en Eriek Verpale debuteerden. Hij was ook redacteur van de tijdschriften ‘Restant’ en ‘Poëziekrant’. In het dagelijks leven werd Van Londersele leraar Nederlands en docent literaire creatie. Hij geeft poëzieworkshops bij Wisper en proza en poëzie in het basisjaar van de Antwerpse Schrijversacademie. In 2003 werd Van Londersele de eerste Gentse stadsdichter. Een jaar later debuteerde hij met zijn eerste thriller.
Van Londersele werd in 1992 onderscheiden met de Louis Paul Boonprijs. Zijn gedicht ‘Mats’, uit de bundel ‘Tot zij de wijn is’ uit 2009, werd in 2010 door het publiek bekroond met de Herman de Coninckprijs. In 2012 kreeg hij de Melopeeprijs voor zijn gedicht ‘Alzheimer’. De jury koos het als meest beklijvende gedicht verschenen in de Vlaamse literaire tijdschriften.
Uit zijn bundel ‘Een jaar van september’ gedichten 1980 – 1992, uitgegeven door het Poëziecentrum in Gent in 1992 het gedicht ‘Augustus’.
.
Augustus
.
het strand kijkt naar de zee en ziet
dat het water oud is geworden
de meeuwen vliegen door de gedachten van de zon
en hangen hun poten te drogen
in de liezen van de duinen
stoeien de vakantielieven in de lakens
van het zand
er knarst iets in de tederheid
de boeren oogsten hun twijfels
en na de avond kijken ze met de ogen
van hun tractors naar de open wonden
van de velden, er komt ruimte
voor de landing van de herfst
het jaar sterft een eerste keer
aan voorbij zijn, op de patio van hun afscheid
bergen de reizigers de avondzon in hun koffers
met het heimwee van hun aarzeling
verliezen ze hun keuze
tussen thuis en horizon
.
Vrouwen uit het verzet
Dichter op verzoek: 7
.
Op verzoek van Corrie Nieman een gedicht van een favoriete dichter van haar, Inge Boulonois. Ik ken Inge sinds 2008 toen wij samen met een paar andere dichters mochten voordragen bij Atelier 9en40 in Alkmaar ten huize van Alja Spaan.
Inge Boulonois (1945) is dichter en beeldend kunstenaar. Ze is geboren in Alkmaar en woont en werkt nu in Heerhugowaard. Van 2011 tot 2015 was Inge Boulonois officieel stadsdichter van Heerhugowaard. Verder is Inge Boulonois vaste medewerkster van het onderdeel Klassiekers van Meander Magazine.
Op haar tijdlijn op Facebook publiceert Inge regelmatig haar gedichten, meestal fraai vormgegeven met een foto of een afbeelding op de achtergrond die het gedicht een extra dimensie geven. Ik koos uit haar vele gedichten het gedicht’ Vrouwen uit het verzet’ bij een beeld van Elly Baltus, een mooi voorbeeld van hoe Inge zich kan inleven in het onderwerp van haar gedicht. Op haar website http://www.ingeboulonois.nl/ lees je veel meer over haar en haar werk. Het gedicht ‘Vrouwen uit het verzet’ staat in de bundel ‘Heerhugowaardse gedichten’ uit 2015.
.
Ik wil dat je een ding weet
Pablo Neruda
.
Op de geweldige website Poemhunter.com was ik wat aan het rondstruinen toen ik het gedicht ‘If you forget me’ tegen kwam van Pablo Neruda.
De Chileense dichter Pablo Neruda (1904 – 1973) werd geboren onder de naam Neftalí Ricardo Reyes Basoalto (volledig: Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto). Hij noemde zich Pablo Neruda naar de door hem bewonderde Tsjechische dichter Jan Neruda (1834-1891). Het willen voorkomen van een conflict met zijn ouders zou hierbij een rol gespeeld hebben; zij wilden niet dat hij schrijver zou worden. Pablo Neruda werd later zijn officiële naam.
Op Poemhunter zijn meerdere van zijn gedichten te lezen maar omdat dit zo’n prachtig liefdesgedicht is wil ik dit graag met je delen.
.
If you forget me
.
I want you to know
one thing.
You know how this is:
if I look
at the crystal moon, at the red branch
of the slow autumn at my window,
if I touch
near the fire
the impalpable ash
or the wrinkled body of the log,
everything carries me to you,
as if everything that exists,
aromas, light, metals,
were little boats
that sail
toward those isles of yours that wait for me.
Well, now,
if little by little you stop loving me
I shall stop loving you little by little.
If suddenly
you forget me
do not look for me,
for I shall already have forgotten you.
If you think it long and mad,
the wind of banners
that passes through my life,
and you decide
to leave me at the shore
of the heart where I have roots,
remember
that on that day,
at that hour,
I shall lift my arms
and my roots will set off
to seek another land.
But
if each day,
each hour,
you feel that you are destined for me
with implacable sweetness,
if each day a flower
climbs up to your lips to seek me,
ah my love, ah my own,
in me all that fire is repeated,
in me nothing is extinguished or forgotten,
my love feeds on your love, beloved,
and as long as you live it will be in your arms
without leaving mine.
.
In mantels van tandvlees
Ton Luiting
.
In 1971 verscheen bij de noord-nederlandse poëziereeks “taal op de tong”deel 1 met als titel ‘In mantels van tandvlees’. Dit heerlijk obscure werkje vond ik in een kringloopwinkel. Wat al helemaal grappig is , is dat het in Oudenaarde (België) werd gedrukt bij uitgeverij Saeftinge én bij uitgeverij de Koepel in Roosendaal.
In deze bundel staan gedichten van dichters als Hans Dütting, Catharina de Haas, Remco Heite, Wouter Kotte, Wim Pendrecht en Jan Visser. Zij staan ook op een werkelijk prachtige jaren zeventigfoto op de achterflap. Van elke dichter staat er een korte bio- en bibliografie (indien aanwezig) en zelfs korte stukjes uit krantenrecensies (indien aanwezig).
Kortom veel te genieten in dit bundeltje. In de categorie (bijna) vergeten dichters kunnen alle 6 de dichters zo bijgeschreven worden. Misschien is het dus niet de laatste keer dat ik uit dit bundeltje put.
Voor nu heb ik gekozen voor Wim Pendrecht. Als C.W. van der Neut geboren in 1930 woonde hij vooral in het Gooi. Behalve met het geven van taal-onderwijs houdt hij zich (in 1971) bezig met de taal van de liturgie en van de poëzie. In 1968 verscheen van hem de bundel ‘Communicerend’ en was zijn bundel ‘Voor de zonen van aardman’ in voorbereiding.
.
Belastende verklaringen
.
Familiereünie
.
Van woorden met een neef of nicht
wemelt het huis: een gek gezicht
al die portretten die maar jonger worden-
in ’t nieuw geslacht tenminste (en allicht)!
.
Pseudoniem
.
Mijn naam ontloopt de burgerlijke stand
en schuilt nu weg onder de hand.
Wanneer die naam is uitgeschreven
maakt hij zich overbodig en van kant.
.
Schools
.
Argeloos gaan zij naar school, in draf.
In rechte rijen levert men ze af
om in een proeflokaal te onderzoeken
wie koren is en wie het kaf.
.
Afgrond
.
Leven alleen bij plus en min
is dor en doelloos, zonder zin.
Wie aarzelt voor de tijd als voor een zwarte diepte
die valt er wikkend, wegend in.
.




















