Site-archief
Dichter in het verzet
Louis de Bourbon
.
Louis Jean Henri Charles Adelberth de Bourbon (1908 – 1975) was een bijzonder mens, dichter en prozaschrijver. Hij was een achterkleinzoon van de in 1845 te Delft overleden Franse troonpretendent Karl Wilhelm Naundorff, wiens nazaten – ten onrechte, zou later blijken – gerechtigd waren de naam Bourbon te voeren. In 1998 werd middels DNA onderzoek aangetoond dat Naundorff niet verwant was met de familie de Bourbon en dus geen nazaat van Lodewijk XVI.
Louis de Bourbon studeerde in Nijmegen (rechten) en publiceerde vanaf 1932 werk in onder andere in ‘Het Venster’ en later in ‘De Gemeenschap’ waarvan hij ook redacteur werd. Van 1938 tot 1941 was hij burgemeester van Escharen. In 1941 werd hij benoemd tot burgemeester van Oss. Vanwege toenemende onvrede over de maatregelen van de Duitse bezetter nam Bourbon ontslag in 1943. Hij dook onder en ging in het verzet. De Duitse bezetter veroordeelde hem bij verstek ter dood. Daags na de bevrijding van Oss (19 september 1944) werd Bourbon als waarnemend burgemeester van Oss aangewezen. In 1946 trad hij terug en wijdde zich vooral aan de letteren. In de Nederlandse Poëzie Encyclopedie staat in een stukje over jonge katholieke dichters (de jong-katholieke poëten) uit de jaren dertig van de vorige eeuw:
“Een onthutsend groot aantal van hen (van de jong-katholieke poëten) belandde in nationaal-socialistisch vaarwater. Daarom was ik des te opgeluchter toen ik vandaag Louis de Bourbon in het lopende NPE-onderzoek behandelde. Niet alleen een goed dichter, maar ook nog eens een oprecht en dapper mens.”
In totaal publiceerde hij 8 dichtbundels. Uit de bundel ‘In Ballingschap’ uit 1939 het gedicht ‘Sonnet in de Lente’.
.
Sonnet in de Lente
.
Aan Gudrun
Christy Brown
My left foot
.
Christy Brown (1932 – 1981) was een Iers schrijver, schilder en dichter die aan een serieuze hersenverlamming leed. Hij wist zijn handicap echter te overwinnen door te leren hoe hij met zijn linkervoet kon tekenen en schrijven. Hij is vooral bekend geworden voor zijn autobiografie My left foot, die in 1989 ook verfilmd (Met Daniel Day-Lewis in de hoofdrol) en bekroond werd met een Oscar.
Christy Brown werd in Crumlin, Dublin geboren als één van 22 kinderen (waarvan er 13 wisten te overleven). Hoewel hij gehandicapt was en jarenlang nauwelijks kon bewegen of spreken bleef zijn moeder met hem praten, werken en hem onderwijzen. Toen hij vijf jaar oud was kon hij alleen zijn linkerenkel bewegen. Op een dag pakte hij met zijn linkervoet een krijtje en begon daarmee te tekenen. Zijn moeder leerde hem het alfabet en dat was het begin van zijn schrijverschap.
Toen Browns moeder tijdens de bevalling van haar 21ste kind in het ziekenhuis lag ontmoette ze Katriona McGuire, die in de verpauperde binnenstad van Dublin werkte bij dokter Robert Collis. Ze vertelde Dr. Collis over het unieke verhaal van Christy en zijn moeder. Collis bezocht Brown en onderzocht hem. Hij stelde vast dat Collis hersenverlamming had en besloot dat hij het eerste behandelingscentrum in Ierland zou oprichten voor hersenverlamde mensen, en dat Brown zijn eerste patiënt zou worden. Dankzij hun voorliefde voor literatuur werden Brown en Collis levenslange vrienden. Collis kende ook veel Ierse dokters en auteurs, waaronder Cecil Day-Lewis, de vader van acteur Daniel Day-Lewis, die later Christy zou vertolken in de film “My Left Foot” (1989). Christy stelde Brown voor aan deze auteurs en hielp hem ook zijn debuutroman te schrijven: “My Left Foot” (1954).
Behalve deze roman schreef Christy Brown een paar dichtbundels. Uit de bundel ‘Of snails and skylarks’ het gedicht ‘Girl in the wind’.
.
“Girl in the wind
blowing wide open
the closed doors of my life –
which way are we going?
Standing against the lurid sky
on the stark brink of ocean
arms outstretched
as if your love and hunger
would embrace the world
and I in my inner room
playing my poetic premutations
can only look and ask the unanswerable.
Brave and cunning I speak to my typewriter
knowing it will not answer back
knowing it will not reply
what I ask and do not want to hear
as you with the vast sunset merge
a multitude of dreams away
uniquely alone and outside of me
in the purity and rarity of this moment
immeasurably beyond my love and my rage
and with the dying call of gulls
the echo resounds:
Girl in the wind
throwing aside
the tight shutters of my life –
which way are we going?”
.
Willy Spillebeen
Dichter, schrijver, vertaler, bloemlezer, essayist
.
Afgelopen zaterdag, op de bundelpresentatie van Hervé Deleu (zie post van afgelopen maandag) had ik de eer om voorgesteld te worden aan één van Vlaanderens grootste dichters/schrijvers Willy Spillebeen. Willy (81 jaar) is een allervriendelijkste bescheiden man. Nog vol plannen en ideeën voor romans en nieuwe uitgaven. Zo vertelde hij me dat in het voorjaar van 2014 een aantal liefdesgedichten van E.E. Cummings (een van mijn favoriete dichters) in zijn vertaling op de markt komen.
Willy Spillebeens oeuvre bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. Schrijven is de zingeving van zijn bestaan. De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van metafysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. (bron: Wikipedia).
In totaal bracht hij 11 poëziebundels uit, 34 romans, 11 essays, 10 vertalingen, 5 bloemlezingen en vele kritische bijdragen over poëzie. Voorwaar een groot schrijver/dichter waar best weer eens wat aandacht aan besteedt mag worden.
Hieronder een prachtig gedicht van zijn hand.
Vlieger
.
Ik spit in mijn tuin van heden
en het handvat van mijn spade
wordt plots de houten klos –
het vliegertouw schiet los
en de vlieger op een windvlaag
springt als een vis in de hemel.
.
We liepen die middag over de stoppels
van de keiheuvel
bij het kastanjebos.
Het was de laatste augustusmaand
van mijn kinderjaren en ons spel
duurde niet langer dan een uur.
Maar dat ene uur bleef leven
en zoveel latere jaren zijn dood.
.
Plots brak een onweer los.
De wereld leek te vergaan.
De vlieger werd doorweekt.
Hij is nooit meer omhooggegaan.
.
uit: Land van vergeten, (Gent, Poëziecentrum 1995)
Met dank aan http://www.poezie-leestafel.info
.
Films gebaseerd op poëzie
Deel 1: Lady Lazarus
.
Was ik al een categorie begonnen over poëzie in films (meestal gedichten of delen van gedichten die in een film voorkomen), er zijn ook films gebaseerd op een gedicht of een dichtbundel. In deze nieuwe categorie zal ik een aantal van deze films behandelen.
Vandaag als eerste ‘Lady Lazarus’ van Sylvia Plath (1932 – 1963).
Deze experimentele film uit 1991 van filmmaakster en feministe Sandra Lahire is gemaakt rond het beroemde gedicht van Sylvia Plath ‘Ladfy Lazarus’. De film bestaat behalve uit audio fragmenten waarbij Sylvia Plath gedichten voordraagt als Lady Lazarus, Cut, Daddy, Ariel en Ouija ook uit een interview met haar uit 1962.Sandra Lahire beschrijft haar film als de eerste in een trilogie waarbij de film een visuele reactie is op de woorden van Sylvia Plath die vooral een voorbeeld zijn van haar zwarte humor en cinematografische visie, aldus Lahire. Een carrousel van ingeraamde beelden in een atmosfeer van constante metamorfose; haar poëzie als film.
.
Hieronder kun je de film bekijken.
https://player.bfi-staging.org.uk/free/film/watch-lady-lazarus-1991-online
.
Frederik van Eeden
Psychiater en dichter
.
Frederik van Eeden (1860-1932) was psychiater, schrijver en wereldverbeteraar (volgens zijn Wikipedia pagina). Blijkbaar is de combinatie psychiater en dichter een vaker voorkomende want wie mijn eerdere berichten over professor Rümke heeft gelezen weet dat hij beide ook combineerde. Frederik van Eeden is natuurlijk vooral bekend en beroemd om twee werken; De kleine Johannes (1885) en Van de koele meren des doods (1900). Minder bekend is hij als dichter terwijl hij toch poëzie heeft geschreven die zeer de moeite waard is.
Hier een voorbeeld uit 1908 uit de bundel ‘Dante en Beatrice’.
.
De dichter en de geleerde
.
De Dichter is een neuswijs kind,
dat Leven zoekt waar ’t niemand vindt.
Hij spreekt met bergen, maan en zon
alsof dat alles leven kon.
De Dood zelf lijkt hem een bedrog,
zelfs dáárin speurt hij ’t leven nog.
.
Maar de Natuurgeleerde
doet juist het omgekeerde.
Zijn hedendaagse wetenschap
is wonder-slim, en wonder-knap,
want die verklaart, met wijsheid groot,
het Leven door de Dood.
.









