Site-archief
Werken
Dubbelgedicht
.
Een dubbel-gedicht over werken, een baan, een carrière, ga er maar aanstaan. Toch wilde ik een twee gedichten vinden die bij deze thema’s aansluiten. En met een beetje fantasie is het gelukt. Het eerste gedicht is van de Rotterdamse dichter Jules Deelder (1944 – 2019). De titel ‘Ogenschijnlijk’ geeft nog niet veel weer tot je bij de tweede strofe bent. Het gedicht komt uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979.
Het tweede gedicht is van een heel ander soort en geeft in de titel ‘Fin de carrière’ al weg wat de relatie tussen de twee gedichten is. Het gedicht is van de Vlaamse dichter Gust Gils (1924 – 2002) en ik nam het uit zijn bundel ‘Zanger met zuurstofmasker’ uit 1988.
.
Ogenschijnlijk
.
Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.
.
Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.
.
Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand’ren.
.
Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet ver vandaan.
.
Fin de carrière
.
hij moet voor bekeken houden
de vervaarlijke jager
op grof hersenwild
.
en genoegen nemen
met het slapen van de slaap
der onschadelijken voortaan
.
na het in een al te
roekeloze bui verschieten
van zijn laatste denkpatronen
.
Slechte film, goede poëzie
Hartenstrijd en Komrij
.
Afgelopen week keek ik naar de Nederlandse film Hartenstrijd uit 2016, een romantische komedie van het soort 12 in een dozijn. Niet een geweldige film maar een niemanddalletje voor tussendoor met Tibor Lukács en Jennifer Hoffman. Zo.n film waarin je allerlei situaties en verhaallijntjes ontdekt die je al in zoveel andere romantische komedies hebt gezien. Een film ook waarin best een paar grappige scenes zitten én een film waarin heel onverwacht twee gedichten een rol spelen.
Tijdens een huwelijksscene dragen de bruid en de bruidegom aan elkaar een gedicht voor. Één van die gedichten is me bij gebleven want dat is het gedicht ‘Liefde’ van Gerrit Komrij (1944 – 2012). Het gedicht staat in de bundel ‘Hutten en paleizen’ De mooiste gedichten, uit 2001. Het is me bijgebleven omdat het een vreemd gedicht is om aan je geliefde voor te lezen tijdens je bruiloftsceremonie. Oordeel zelf zou ik zeggen.
.
Liefde
.
Ze liggen op elkaar, schurft op eczeem.
Je hoort de schilfers knappen. Roos stuift op.
Hun schedels glimmen als een diadeem.
Ze liefkoost teder zijn gezwollen krop.
.
Zijn pink verdwijnt in een abces van bloed.
Ze kronkelt. Uit haar mond springt slijm. Een blaas
ontploft. Zijn krop wordt blauwer. Hij vat moed.
Hij rolt haar op haar rug. Hij is de baas.
.
Dan gaan zijn sleetse lendenen tekeer.
Het is een machtig knarsen. Het gesop
van kwijl in etter kent geen einde meer.
Zij kotst. Gods wonder in een notedop.
.
Winter
Herman de Coninck
.
Op mijn verjaardag geef ik jullie, mijn lezers, graag een gedicht van één van de dichters die ik het liefste lees, namelijk Herman de Coninck (1944 – 1997). En omdat dit gedicht ‘Winter’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1981, een gedicht is van weemoed maar vooral van hoop past het ook nog eens heel goed in deze tijd. Voor een zeer fijne analyse van dit gedicht verwijs ik graag naar http://www.poezie-leestafel.info/h-de-coninck-uitleg-winter
.
Winter
.
winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.
.
En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.
.
Anamorfose
Boudewijn de Groot
.
Als er een zanger is die vele prachtige poëtische liederen heeft voortgebracht dan is het wel Boudewijn de Groot (1944). Veel van zijn liedjes zijn geschreven door Lennaert Nijgh maar ook na het overlijden van Nijgh schreef de Groot menig prachtig en poëtisch nummer. In 2015 bracht hij de LP/CD ‘Achter glas’ uit waar onder andere het nummer ‘Anamorfose’ staat.
Een anamorfose is een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. De anamorfose ontstond in de tijd van de Renaissance. Kunstenaars wilden alles zo realistisch mogelijk weergeven, dus ging men het perspectief bestuderen. Meestal deed men dit omwille van een zo goed mogelijke natuurgetrouwheid, maar soms ook om te laten zien wat op dit gebied allemaal mogelijk was. Zo ontstond de anamorfose: een schilderij waarvan de afbeelding slechts op een bepaalde manier correct waar te nemen is. Een voorbeeld van een regelmatig gebruikte anamorfose is de zogenaamde memento mori, meestal te zien in de vorm van een vervormde schedel die ergens in het schilderij verwerkt zit en met een moraliserend vingertje wijst op de sterfelijkheid van de mens.
Boudewijn de Groot gebruikte dit beeld, en de betekenis van de anamorfose als uitgangspunt voor de tekst van zijn lied.
.
Anamorfose
.
blijf niet verborgen
in de spiegel van de tijd
kom nader
ik ben het zicht op
wie je was die jaren kwijt
kom nader
aarzel niet kom nader
wie gevangen zit
weet van geen horizon
maar wie gestorven is
weet van geen ketens
kom nader
.
in dit huis met zwarte trappen
naar waar geen kamer zich bevindt
waar ik op de zolder van mijn jeugd
nog altijd ronddwaal als een kind
geef jij niet thuis
het zijn de straten van de stad
waarin jij wel een kamer had
geen eigen huis
.
ik kijk en luister
in de stilte van de tijd
kom nader
vaag en vervormd
in je verborgenheid
kom nader
aarzel niet kom nader
er staat niet
wie er staat, zeg jij
maar wat ik hoor is:
help me vergeten
kom nader
.
alles is anders dan ik ooit dacht
terwijl de stem waarop ik wacht
zich schuilhoudt in de schemer
wat ik zie en hoor
is steeds iets anders dan
wat ik eens verloor
is dit de aarde of de hemel
.
het beeld verspringt
de stem vervormt
wat blijft is altijd weer het kader
sta niet verborgen
in de schaduw van de tijd
kom nader
aarzel niet kom nader
.
je was mijn vader
.
.
SOS
Rieneke Minderman-Grobben
.
Als er één dichter is die ik mis dan is het wel Rieneke Minderman-Grobben (1944 – 2018), de immer in het roze geklede Rotterdamse die jarenlang een vaste bezoeker en dichter was van de Ongehoord! podia die ik mede mocht organiseren. Haar vrolijkheid, haar nuchterheid en haar lach was genoeg om je dag glans te geven. Steevast noemde ze me Woutertje en zij mocht dat want ze bedoelde het altijd op een positieve en lieve manier.
Haar voordrachten waren legendarisch, haar gedichten altijd met een stevige knipoog. Zo ook het gedicht ‘SOS’ uit de bundel ‘De wereld volgens Grobben; Rotterdamse gedichten en verhalen’ die Joop van der Hor samenstelde in 2018.
.
SOS
.
Ik leed schipbreuk en spoelde aan
Het was geen prettige ervaring
Bijna was het met me gedaan
Ik stak nog een vuurpijl af
maar dat had géén effect
Doodmoe zeiknat
Maar God zij dank
Ik leefde nog
Dat had ik zojuist gecheckt!
Ik spoelde op een eiland aan
Viel in slaap
Werd wakker bij het rijzen van de zon
Maakte een plan
Hoe ik overleven kon!
Ik wilde dolgraag een vuurtje stoken
Maar mijn lucifers waren nat
M’n aansteker verloren
In mijn broekzak zat een gat!
Ik ging op verkenning uit
En keek op mijn kompas
Wilde water drinken uit m’n fles
Maar merkte dat het een wijntje was
SOS
Ik zit op 51 graden noorderbreedte
Het eiland onbewoond
De naam is Tiengemeten!
En als je me komt redden
Neem dan broodjes mee
Graag iets te roken en
Een warm koppie thee
Want…
Ik heb al 40 dagen niet gegeten
Op het eiland Tiengemeten
.
Genieten van kunst
Dubbelgedicht
.
Dat er veel onderwerpen zijn waarover dichters schrijven is duidelijk. Feitelijk kan een dichter over alles schrijven. Opmerkelijk is het dat bepaalde onderwerpen dan juist weer veel voorkomen, waarschijnlijk omdat het veel mensen aanspreekt (liefde, dood, het dichterschap). Ook over kunst of eigenlijk over losse kunstwerken wordt veel gedicht. Zelf heb ik me daar ook ‘schuldig’ aan gemaakt (bijvoorbeeld mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ over het gelijknamige kunstwerk van Salvador Dali https://www.deoptimist.net/2012/09/vers-in-de-etalage-17/ ).
Het is eigenlijk veel leuker om te kijken hoe dichters in algemene zin naar kunst kijken en erover schrijven, dus niet over een bepaald kunstwerk maar over de kunsten in brede zin. Daarover gaat dit dubbel gedicht.
Het eerste gedicht is van Willem Wilmink (1936 – 2003) en is getiteld ‘Kunstgenot’. Een gedicht waarin beschreven wordt hoe er van kunst (in dit geval klassieke muziek) genoten wordt door mensen die van kunst houden. het gedicht komt uit ‘Zeven liedjes voor een piek’ uit 1972.
In het tweede gedicht wordt door dichter Jules Deelder (1944 – 2019) ook de vraag gesteld wie er van kunst houdt, maar hier neemt het gedicht toch een heel andere wending. Het gedicht ‘Kunst’ komt uit ‘Renaissance; gedichten ’44 – ’94’ uit 1994.
.
Kunstgenot
(Wijze: Beethoven’s Negende, Slotkoraal)
Vliegen naar Belfast
Craig Raine
.
Hoewel Belfast jarenlang een slechte naam had (door de burgeroorlog die er woedde in Noord Ierland) is een bezoek aan de stad, ook door de recente geschiedenis, juist de moeite waard. In een deel van de stad is het of de tijd heeft stil gestaan en lijkt het alsof de strijd tussen de katholieken en de protestanten nog altijd niet is gedoofd (wat waarschijnlijk ook zo is). De dichter Craig Raine (1944) is opgenomen met het gedicht ‘Flying to Belfast, 1977’ in ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry international 1970-1984, samengesteld door Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij.
Het gedicht van Raine werd door Jan Eijkelboom vertaald naar ‘Vliegen naar Belfast, 1977’.
.
Vliegen naar Belfast, 1977
.
Lachen was mogelijk
toen de motoren fluitend kookten
.
bedenken hoe de wolken waren-
geschepte sneeuw, appelcharlotte,
.
schuimpudding… ik genoot
van de Ierse zee, de schepen, weeffouten
.
in een grote lap donker linnen.
Toen Belfast onder ons, een radio,
.
de achterkant eraf gerukt,
in de agrarische abstractie
.
van velden. Ingewikkeld,
ordelijk en net. De vensters
.
glommen als druppels soldeer-
alles was bedraad.
.
Ik dacht aan huwelijkscadeaus,
witte theedingen
.
op een dressoir geëtaleerd,
toen wij de wolken ingingen
.
en nergens waren-
een bruid met een sluier, lachend
.
om het gebeuren, slechts
half bang voor een leeg huis
.
met gordijnen overkokend
uit het slaapkamerraam.
.
1 x 1
E.E. Cummings
.
In 1944 verscheen van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings de bundel ‘One Times One’. Destijds de 9e bundel van de hand van Cummings. Het boek bevat 54 gedichten, waaronder portretten van mensen die belangrijk zijn voor Cummings, en anti-oorlogsgedichten. De bundel werd bekroond met de ‘Shelley Memorial Award’ in 1945, en werd in 1954 opnieuw uitgegeven door uitgeverij Harcourt Brace.
Ik ben al jaren een groot fan van Cummings en het gedicht dat ik uitkoos is weer een typisch voorbeeld van de heel eigen stijl van deze bijzondere dichter. Het betreft het gedicht zonder titel met de eerste zin ‘a salesman is an it that stinks Excuse’.
.














