Site-archief

Verschijningen

Jan Prins

.

Over de dichter Jan Prins schreef ik al eerder. Als dichter en vertaler uit Rotterdam, als dichter actief in de kring rond het tijdschrift De Beweging van Albert Verwey, en als dichter die begraven ligt op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag (waar overigens vandaag om 14.00 uur een poëziepodium van Dichter bij de dood is, gratis toegankelijk en met een open podium, Laan van Eik en Duinen).

Jan Prins, pseudoniem van Christiaan Louis Schepp (1876-1948) publiceerde in 1924 een mooi klein bundeltje met als titel ‘Verschijningen’. Ik kocht dit bundeltje bij een kringloopwinkel in het oosten van het land (met een ex libris van Jan Salentijn). Uit dit bundeltje koos ik het gedicht ‘De duiven’. Omdat het een aardig gedicht is maar vooral omdat ik van dit gedicht weer wat geleerd heb; duiven die gedrenkt in specerij door de eetzaal bij de oude Grieken vlogen, zo hun welriekendheid verspreidend.

.

De duiven

.

Soms, om de feestelijke stemming te verhoogen,

bedienden eertijds zich de Grieken bij het maal

van duiven die, gedrenkt in specerij, de zaal

met haar klapwiekende welriekendheid doorvlogen.

.

En lang nadien bleef in den omtrek nog de lucht

als met geheugnis doortrokken van haar vlucht.

.

Zoo, met haar zoeten geur, doorvaren de gedachten

aan u, terwijl ik waak, de stilte mijner nachten.

.

 

 

Slechts een ontmoeting

Haarlemse dichtlijn

.

Zoals al vele jaren het geval is, organiseert de Haarlemse Dichtlijn ook dit jaar een poëziefestival op Hemelvaartsdag. Vandaag zullen vanaf 12.00 uur op 6 verschillende locaties in 3 rondes maar liefst 100 dichters van zich laten horen. Ook ik zal hier aanwezig zijn en mijn gedichten voordragen. Ik ben in de 2e ronde te horen in de kas van het Kweekcafé in het stadpark aan de Kleverlaan in Haarlem. In de 3e ronde ben te beluisteren in de Kennemer Boekhandel aan de Kleverparkweg 3 in Haarlem. Beide locaties (net als de andere vier locaties) zijn prima te voet te bezoeken en liggen in de buurt van het station.

Het thema van dit jaar is ‘In goede aarde’ en er zal ook weer een festivalbundel verschijnen die op de dag zelf te koop ius bij de organisatie. Het festival wordt geopend door de Dichter der Nederlanden Babs Gons. Veel van de dichters die aanwezig zijn ken ik van de vele podia die ik de afgelopen jaren organiseerde of bezocht. Het is altijd een verrassing te zien wanneer er nieuwe namen zijn en hoe zij het doen.

Een van de dichters die acte de présence geven is Kees van Meel (1948) die ook in de 3e ronde in de boekhandel te beluisteren is. Van hem hier het gedicht ‘Slechts een ontmoeting’ uit zijn bundel ‘Liefde Strijd Dood’ uit 2022.

.  

Slechts een ontmoeting
.
Soms ontmoet je een verwante ziel
uit het niets in een vliegtuig of een trein
de buitenwereld doet er niet meer toe
het innerlijk tikt de precieze woorden
.
beiden lezen hun eigen verhaallijn
in levens zo vreselijk uiteen zo ver
van hun eigen levenspad afwijkend
al is hun geest hier samengevloeid
.
niettemin weten beiden ook
slechts eenmaal en nooit meer
dan een gestolen momentum
van aantrekking voordat iets
.
ook maar de zuiverheid kan breken
het lot heeft gebracht en genomen
maar in hun harten zal er altijd
een ogenblik van de Eenhoorn zijn

.

Voor altijd de jouwe

Agnes de Graaf

.

Ik las in de verzamelbundel ‘Vrouwen dichten anders’ samengesteld en ingeleid door Cox Habbema uit 2000, een gedicht van Agnes de Graaf (1948) getiteld ‘Voor altijd de jouwe’. Een heel mooi liefdesgedicht. Nieuwsgierig als ik ben ging ik op zoek naar deze dichter die ik niet kende. Meteen stuitte ik op een artikel uit De Groene Amsterdammer uit 2001 waaruit al snel bleek waarom ik nog niet van deze dichter gehoord had. Ze werd in dit artikel besproken door Joris van Casteren in de rubriek Vergeten dichters.

Omdat ik een dergelijke rubriek al jaar en dag op dit blog voer was ik meteen geïnteresseerd. Agnes de Graaf haar debuut ‘Gotweet wat voor ongelukken hiervan komen’ uit 1970 werd zeer wisselend ontvangen. Ze bediende zich in haar eerste en enige bundel van een nogal afwijkend vocabulaire dat “ekspres” barstte van de fouten. Haar gedichten werden geschreven in een taal die geen rekening houdt met grammatica, ze zijn opgeschreven zoals ze klinken. Nu was dat in die tijd niet heel ongewoon, ook dichter en schrijver Remco Campert bediende zich in 1968 in zijn roman ‘Tjeempie! of Liesje in luiletterland’ ook van fonetische alternatieve spelling van woorden.

De recensenten waren echter in 1970 minder positief over de debuutbundel van Agnes de Graaf. Zo schreef Peter Berger in het Vaderland: “Datgene waar haar gedichten door opvielen, een merkwaardige, opzettelijke kinderlijkheid die merkwaardig contrasteert met de nogal rijpe dingen die het meisje te vertellen heeft, dat is allemaal even wel aardig maar veel meer dan dat heeft de dichteres niet in haar knusse huisje.” Los van het nogal aanmatigende toontje (Agnes was destijds 22) bevind Berger zich in een gezelschap dat het wel met hem eens is. Want ook Kees Fens was geen liefhebber. Hij schreef dat de spelling van kinderen nooit een systeem is en dat van Agnes wel en dat daar door een ‘schijn-kinderlijk uiterlijk’ ontstaat dat irritant kan gaan werken.

De Graaf blijft tot 1990 publiceren in Tirade en Hollands Maandblad. Haar taal verandert, haar toon wordt serieuzer. In het artikel in De Groene Amsterdammer schrijft Joris van Casteren dat ze op dat moment in Wales woont, daar dicht in het Engels. Ze heeft haar poëzie naar Poetry Wales opgestuurd, in de hoop op publicatie. Niet lang daarna verdwijnt Agnes de Graaf. Op 11 september 2016 raakt ze vermist. Ze is tot nog toe niet gevonden.

Het gedicht ‘Voor altijd de jouwe’ dat stamt uit de periode dat ze serieuzere poëzie schrijft, is genomen uit Hollands Maandblad, jaargang 20, nummer 366 uit 1978.

.

Voor altijd de jouwe

.

er was een overvloed aan tekenen geweest

waaruit al bleek

dat het in het geheel niet goed ging

meerdere poezen waren weggelopen

mijn gezondheid liet te wensen over

.

langzamerhand kwam ik tot het

verontrustende besef

dat ik mij stukken beter voelde

als er dagenlang niemand thuis kwam

.

want juist als jij mij zacht vast houdt

(en toch stevig zoals ik dat het prettigst vind)

ben ik zo bang dat je me vragen zult

nooit van je weg te gaan

.

ben ik bang dat je besluit me

zo grondig

de adem te benemen

dat ik voor altijd de jouwe zal zijn

.

 

 

Gesprek op radio 1

Bij Dijkstra en Evenblij Ter Plekke

.

Zondagavond wordt op radio 1 (BNNVARA) het radioprogramma Dijkstra en Evenblij Ter Plekke vanuit Vlaardingen uitgezonden. Ik ben gevraagd om een bijdrage te verzorgen over de in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt. Ik zal deelnemen aan dat programma in de rubriek ‘Literatuur voor BIJ of IN het hardvuur’. Het gesprek zal gaan over Lévi Weemoedt (1948), zijn werk en leven en de link met Vlaardingen uiteraard. Het programma is te beluisteren op Radio 1( van 19.00 – 21.00 uur). Het literaire onderdeel is in het laatste half uur (tussen half negen en negen uur).

Voor de lezer van dit blog is Lévi Weemoedt geen onbekende, zo schreef ik al verschillende malen over zijn bundels als ‘Van harte beterschap‘ uit 1982, ‘Geduldig lijden’ uit 1977, ‘Rijk verleden‘ uit 1999, ‘Geen bloemen’ uit 1978 en ‘Pessimisme kun je leren‘ uit 2018. Daarnaast heb ik meerdere korte gedichtjes van zijn hand opgenomen uit verzamelbundels.

Om alvast in de stemming te komen voor zondagavond hier een gedicht ‘Achterblijvers’ uit ‘Geduldig lijden’.

.

Achterblijvers

Ik fiets maar door het Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

Van koeien en van eendjes
zie ik nog niet de helft.
Maar ik zie elk dood vogeltje
van Vlaardingen tot Delft.

Achter mij in mijn mandje
jankt mijn kleine hond.
Die loopt, in plaats van fietsen,
veel liever op de grond.

Die loopt veel liever te rennen
achter een leuke meid.
Daar ben ik best jaloers op.
Ik ben de mijne kwijt.

Dat gaat zo in het leven.
Dat is gerust normaal.
En fietsen, zegt de dokter,
is goed voor elke kwaal.

Dus fiets ik maar door ’t Westland.
Ik maal de trappers rond.
Ik ben altijd zo treurig.
Maar fietsen is gezond.

.

Kind

M. Vasalis

.

In 2005 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker de verzamelbundel ‘Kinderen’ Meer dan honderd gedichten over hun wondere wereld. Verzameld en toegelicht door Willem Wilmink (1936-2003). In deze bundel is een grote variëteit aan gedichten (over allerlei aspecten en omstandigheden van het kind zijn) opgenomen en het aardige van deze bundel is dat Willem Wilmink bij elk gedicht  een toelichting geeft onder het gedicht.

Over het algemeen vind ik dat dichters die onder hun gedichten allerlei informatie geven over het gedicht, de plank een beetje misslaan. Als een gedicht allerlei informatie nodig heeft, schrijf dan geen gedicht maar een artikel, geef info achterin de bundel, of, in het geval van een woord dat onbekend is, werk met een * en zet dan onder het gedicht deze * met de betekenis maar dan in kleine letters. Goed genoeg mening voor nu en hier, terug naar de bundel ‘Kinderen’.

Willem Wilmink schrijft in korte commentaren iets over wat hem is opgevallen, iets over de dichter of de herkomst van het gedicht. Als lezer van gedichten vind ik dit minder vervelend dan het commentaar van de dichter zelf. Ik neem een voorbeeld dat ik tegenkwam en waar ik, met de informatie die Wilmink bij het gedicht geeft, meteen door geïnteresseerd was.

Het betreft hier het gedicht ‘Kind’ van M. Vasalis (1909-1998) dat genomen werd uit haar bundel ‘De vogel phoenix’ uit 1948. In de toelichting schrijft Wilmink: “De bundel waarin dit gedicht staat, De vogel phoenix, droeg de dichteres op aan haar zoontje, dat in oktober 1943 stierf, anderhalf jaar oud. Vasalis heeft me verteld dat deze bundel verreweg de minst verkochte is van de drie die ze schreef, want de mensen gaan verdriet nu eenmaal uit de weg.” Alle reden dus om juist dit gedicht onder de aandacht te brengen want verdriet is een emotie die je nooit uit de weg moet gaan.

.

Kind

.

Er was een lichte warmte boven zijn gezicht,

als van de aarde ’s avonds, als de zon verdween.

En als de wind in een gordijn, ging licht

zijn adem in en uit zijn lippen heen…

.

Hij was het leven, zichtbaar bijna zonder schaal

en niets dan leven, tot de rand geschonken

en zonder smet of schaduw neergezonken

en opgestegen in de broze bokaal.

.

Hoe wijd was nog de doorgang tot het leven

en hoe toegankelijk voor zijn eb en vloed…

Hoe licht en stil en schoon is met de dood

hij op het lege strand alleen gebleven.

.

 

Rokertje

Nico Scheepmaker

.

Mij is opgevallen dat tabakszaken tegenwoordig beter verborgen zijn, minder opvallend, dan coffeeshops (waar ze softdrugs verkopen). Tegenover mijn werk is in een winkelcentrum niet zo lang geleden een nieuwe tabakszaak geopend waarvan ik in eerste instantie niet door had wat er überhaupt verkocht werd. Je kan er niet naar binnen kijken, er zijn geen reclame of andere uitingen waarvan je kan denken: oh een tabakszaak!. Je moet langs een dubbel muur en daarachter ( ik ben niet binnen geweest maar dat vermoed ik) bevindt zich de winkel. Aan de voorzijde slechts wat attributen die je, met enige fantasie, aan een tabakszaak kan koppelen.

Wanneer ik in de stad dan langs een coffeeshop loop dan zie je prijslijsten, grote foto’s van weelderige wietplanten en allerlei foto’s en afbeeldingen die weinig aan de fantasie overlaten. Toen ik hierover nadacht moest ik weer denken aan de bundel die Peter van Straten (1935-2016) en Henny Vrienten (1948-2022) ooit samenstelde over rokers. Dus heb ik de bundel ‘Aan de laatste roker’ (2014) opgezocht. Veel geweldige tekeningen van Peter van Straten die de lulligheid ten top zijn als het gaat over het afbeelden van (verstokte) rokers.

En een hele fijne verzameling gedichten van bekende en iets minder bekende dichters over rokers en roken. Uit het uitbundige aanbod koos ik het gedicht ‘Verslaving’ van Nico Scheepmaker (1930-1990) dat oorspronkelijk gepubliceerd werd in ‘De gedichten’ uit 1991. Een gedicht uit een tijd dat er op feestjes nog uitbundig gerookt werd (zie de derde strofe).

.

Verslaving

.

Ik heb nooit hasj gerookt, en zelfs geen sigaret

heeft mijn gestel ooit kunnen ondergraven.

Wat dat betreft behoor ik tot de braven

die conformistisch zijn van foetus tot skelet.

.

Hoewel, wat wil dat zeggen: conformisme,

als al je vrienden en vriendinnen roken

en met de bouillabaisse de as meekoken?

Niet-roken is een vorm van nihilisme.

.

Als Brave Hendrik sta je aan de kant

met het gelijk uitbundig aan je zijde,

en je ziet toe: de typisch uitgewijde,

met hoogstens een gebaksvork in je hand.

.

God geve dat ik eens, als oude man,

de weg naar de verslaving vinden kan.

.

Hermans over Hölderlin

Dichter over dichter

.

Schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) schreef in zijn leven niet veel poëzie. Slechts ruim honderd gedichten, die in een relatief korte periode in een vroege fase van Hermans’ schrijverschap ontstonden. Zijn eerste gedicht publiceerde hij in 1939 in de schoolkrant, het laatste gedateerde is van 1953.

Hermans publiceerde vier bundels poëzie. In 1944 verscheen in een kleine oplage in eigen beheer ‘Kussen door een rag van woorden’, in 1946 ‘Horror Coeli en andere gedichten’, in 1948 ‘Hypnodrome. Gedichten’ en in 1968 ‘Overgebleven gedichten’. Hermans’ poëzie werd wisselend ontvangen, Hans van Straten schreef in een recensie dat zijn gedichten meer merkwaardig dan goed waren.

In 2011 verscheen bij De Bezige Bij de volledige poëziewerken van Hermans onder de titel ‘Volledige werken’ deel 9 Gedichten. Uit deze bundel nam ik het gedicht dat Hermans schreef over Friedrich Hölderlin (1770-1843).

.

Hölderlin

.

Hij gaat gebukt onder de droeve kanonnaden

Van de horizon der onsterfelijkheid.

Hij gaat blootshoofds de schrikkelpaden

Die tot verdwalen leiden. In zijn haar de zaden

Van gewassen die slechts daar ontkiemen,

Waar zij wiesen. En niet waar hij gaat:

.

Aangehitst door droefenis en grieven

Naar een veilig, maar steriel klimaat,

Nu de diepte van zijn trieste giechlen

Met zijn laatste tanden is betaald.

.

October

Top Naeff

.

De in Dordrecht geboren Top Naeff (1878-1953) is niet alleen de schrijfster van een van de bekendste meisjesboeken van Nederland, ‘School-idyllen’ ze schreef ook verhalen, brieven, toneelspelen en boeken voor volwassenen. En daarnaast was ze dichter. Naeff was het grote voorbeeld van die andere bekende schrijfster van meisjesboeken Cissy van Marxveldt (1889-1948) bekend van haar boeken rond Joop ter Heul.

In 1947 verscheen van Naeff de bundel ‘Klein witboek’ verzen 1940-1945. Deze bundel bevat oorlogsgedichten zo lees ik op de website schrijversinfo.nl en het gedicht ‘October’ dat ik nam uit ‘Facetten der Nederlandse poëzie’ van Kloos tot Elsschot, uit de Nimmer dralend reeks, enkel deel no. 68, komt uit die bundel. Aan de tijdsaanduiding in de vijfde strofe lijkt dit gedicht geschreven te zijn in 1944.

.

October

.

De ramen rillen heel den langen dag,

De kamer is zo stil, haast zonder leven.

Het is, of de oude aarde staat te beven.

Ademloos wachtend den genadeslag.

.

Ik doe mijn best een boeiend boek te leze:

De letters lees ik, mij ontgaat de zin.

De stilte vol bedreiging spint mij in,

Schrikbeelden komen voor mij opgerezen:

.

Nog ver is ’t groot geschut – de lafaard vreest –

Maar vrienden en bekenden die daar wonen,

Ginds, in die al bereikte helse zone,

Zweven, in doodsnood vluchtend, voor mijn geest.

.

Dan scheurt de lucht met knetterende slagen

Een kort alarm – het is alweer voorbij.

Mijn hart zingt zacht een doden-litanei,

De stilte valt nog moeilijker te dragen.

.

In het plantsoen de laatste herfstsering.

De dagen ijlen als verwarde dromen…

Wij wachten lang tot de kanonnen komen.

Wordt dit de vierde overwintering?

.

— — — — — — — — — — — — — — — — —

,

Terwijl de wereld in haar puin verzinkt

En wij niet weten waar we ’t zoeken moeten,

Daalt van Gods troon op strompelende voeten

De kleine Vrede, bloedend en verminkt.

.

 

 

De Nacht van de Poëzie 2024

Poëzie in overvloed

.

Afgelopen zaterdagnacht en zondagochtend was de 41ste editie van de Nacht van de Poëzie in Utrecht, georganiseerd door ILFU. In tegenstelling tot vorig jaar wilde ik dit jaar tot het bittere einde blijven en dat was een juiste beslissing. Een overdaad aan dichters en entr’actes kwamen voorbij aan de (zeker de eerste uren) bomvolle zaal. Het was dan ook uitverkocht. Later, na 12 uur werd het al snel rustiger, waarschijnlijk omdat de laatste treinen rond dat uur vertrokken.

Gelukkig was het programma afwisselend en veelkleurig. Van oude rotten in het vak als Anna Enquist (1945), Kees ’t Hart (1944) en Thomas Lieske (1943) tot de jonkies Lena Plantinga (1999), Roan Kasanmonadi (1995) en Yentl van Stokkum (1991). Maar ook mijn absolute favoriete dichters van de avond Ramsey Nasr (1974) die ik het indrukwekkendst vond, Lies van Gasse (1983) waar ik van genoot, Daan Doesborgh (1988) die me het meest positief verraste tot aan de dichter uit de buitencategorie Bibi Dumon Tak (1964) waarvan ik niet wist dat ze ook dichter was maar wier kinderboeken ik geweldig vind.

Maar ook de ontmoetingen met oude bekenden, Simon Mulder, Daniël Dee en Alek Dabrowski (Awater).  Of wat te denken van de legendarische introducties van Ester Naomi Perquin (1980) en Piet Piryns (1948), grappig, ter zake, poëtisch en liefdevol naar elke dichter. Een avond en nacht om te koesteren en lang van na te genieten. En dat bij het laatste optreden van een niet-dichter Parra.Dice mijn nichtje schitterde op saxofoon (verassing) maakte de Nacht van de Poëzie helemaal af.

Natuurlijk kreeg elke bezoeker de Nachtbundel met een gedicht van elke dichter en daaruit deel ik graag het gedicht ‘Wie ben ik’ van Ted van Lieshout (1955). Daaronder nog wat foto’s die ik nam gedurende de nacht.

.

Wie ben ik?

.

Ik vroeg aan mijn moeder waarom ik besta.

Papa had al negen kinderen. Wou hij er dan nóg een?

.

Nee, zei mijn moeder, hij wou neuken. – Let wel: dat is

dezelfde moeder die mij vertelde dat ik niet geboren ben,

.

maar in de bosjes ben gevonden toen ze haar eigen kind

per ongeluk bij de bakker had laten staan en toch graag

.

met een kind thuis wilde komen. Zo zorgt mijn moeder

ervoor dat ik nergens anders thuis kan horen dan bij haar.

.

Ramsey Nasr

Kees ’t Hart

Peter Verhelst

Ingmar Heytze en Babs Gons

Anna Enquist

Lies van Gasse

Roken!

Aan de laatste roker

.

Afgelopen week hoorde ik een bericht op de radio dat de inflatie maar een klein beetje gedaald was. Dat het niet meer gedaald was kwam vooral door de accijnsverhoging op tabak. Dat roken inmiddels een hele dure (en slechte) hobby is geworden toen ik hoorde wat je tegenwoordig voor een pakje sigaretten moet betalen. Nu is het natuurlijk het verstandigst om meteen te stoppen als je nog rookt, en het is alweer bijna stoptober (maand waarin het stoppen met roken wordt gepromoot),  maar ik weet dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan.

Ik moest ook meteen denken aan een bundel poëzie over roken. Dus in mijn boekenkast gekeken en daar de bundel ‘De laatste roker’ uit 2014 samengesteld door Henny Vrienten (1948-2022) en voorzien van heerlijke tekening door peter van Straten. In deze bundel staan gedichten van verschillende dichters waarbij roken het verbindende thema is. Gedichten over roken, waar sigaretten en sigaren de hoofdrol hebben en gedichten over stoppen of waarin het roken (min of meer toevallig) voorkomt.

In het gedicht ‘De laatste roker’ van Driek van Wissen (1943-2010), dat hij schreef in zijn periode als dichter des vaderlands (2005-2009) en dat in zijn bundel ‘Voor het vaderland weg’ verscheen, steekt hij de draak met de ‘stop met roken’ lobby.

.

De laatste roker

.

Hier zit ik in mijn stamcafé en paf

Nog vrolijk witte kringen in het rond

En weer steek ik mijn bolknak in mijn mond,

Want wie vandaag met roken stopt, is laf.

.

Mij nemen ze mijn levensvreugd niet af:

In weerwil van het antirookverbond

Blijf ik gewoon gezellig ongezond

En wacht als straffe roker op mijn straf.

.

Wanneer de klok straks twaalf uur heeft geslagen

Belt vast een fan van het gezond regime

Onmiddellijk “Meld misdaad anoniem”

Om zich over mijn houding te beklagen,

Waarna ik door een arrestatieteam

Word meegenomen in de boevenwagen.

.

Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie