Site-archief

Poetry in motion

New York, 1992

.

Bij Poetry in motion moet ik altijd denken aan het lied van Johnny Tillotson uit 1960. Weliswaar ver van voor mijn tijd, maar het is zo’n liedje dat, als je het eenmaal gehoord hebt, blijft hangen. Verrassend was het dan ook toen ik surfend op het wereld wijde web de term Poetry in motion tegenkwam als een heel ander gegeven. In 1992 werd door de MTA (Metropolitan Transportation Authority) in New York, in navolging van een zelfde project in London, Poetry in motion geïnitieerd.

Samen met de Poetry Society of America werden gedichten geselcteerd om op borden in het openbaar vervoer aangebracht te worden. De eerste gedichten waren: “Crossing Brooklyn Ferry” van Walt Whitman, “Hope is the Thing with Feathers” van Emily Dickinson, “When You Are Old” van William Butler Yeats, en “Let There Be New Flowering” van Lucille Clifton. In de eerste 10 jaar werden de gedichten geplaatst op een bord dat, door de tegelstructuur, verwees naar de metrostations van New York.

poetry4

In de loop van 10 jaar werden meer dan 150 gedichten en dichters op deze manier getoond aan de inwoners van New York. Niet alleen Amerikaanse dichters maar internationaal bekende namen kwamen (in vertaling) op deze manier in het openbaar vervoer terecht.Het initiatief werd menigmaal bekroond. Na 2012 werd een nieuwe look geïntroduceerd. Hiervan enige voorbeelden:

poetry in motion1

poetry in motion 2

Geranium

Hans Vlek

.

Uit de fijne bundel ‘Voor wie dit leest, Proza en poëzie van 1950 tot heden (1977) een gedicht van Hans Vlek. Hans Vlek (1947) Dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en veroorzaakte enige commotie in Maastricht, waar hij bij een poëzie-manifestatie in de schouwburg naakt optrad. In de jaren zeventig verbleef hij enige tijd in psychiatrische klinieken. Vlek was medewerker van onder andere Tirade en De Gids en redacteur van Manifest. Het gedicht Geranium verscheen in zijn bundel Zwart op wit.

.

Geranium

.

Vanuit de slechtzittende

schoolbank in een geur van stof

oud hout en pis, onder hoge ramen

in bladderend kozijn: het rood

van de geranium

.

Mijn grootmoeder zwoegend boven

een tobbe in de tuin, en naast

het keurig tegelpad in rij, in het rood

waarvan mijn opa op vergaderingen

sprak: geraniums.

.

Thuis hadden wij er een

die nooit bloeien wilde omdat

iedereen zijn peuken doofde

in de pot. O god, de triestheid

van zijn harig-groene, knokelige

steel!

.

Geranium, prachtige bloem

die niet mooi is, wijn

van de kruidenier, kip

tussen de vogels, sieraad

van alles wat arm en goedkoop is.

.

Zwart op wit

 

voor wie dit leest

 

Hans Vlek

Hond met bijnaam Knak

Jan Hanlo

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik een paar mooie poëziebundels voor een habbekrats waaronder ‘Voor wie dit leest, proza en poëzie van 1950 tot heden’. Nu is heden een betrekkelijk begrip daar dit boekje uit de Salamanderreeks (nummer 306) gepubliceerd werd in 1977. Het papier is al behoorlijk bruin maar de gedichten in de bundel, samengesteld door Kees Fens, zijn er niet minder door geworden.

Uit deze bundel een gedicht van Jan Hanlo (1912 – 1969) met de intrigerende titel ‘Hond met bijnaam Knak’.

.

Hond met bijnaam Knak

.

God, zegen Knak

Hij is nu dood

Zijn tong, verhemelte, was rood

Toen was het wit

Toen was hij dood

God, zegen Knak

.

Hij was een hond

Zijn naam was Knak

Maar in zijn hondenlichaam stak

Een beste ziel

Een verre tak

Een oud verbond

God, zegen Knak

.

Voor wie dit

 

Hanlo

Jotie T’Hooft

Vlaamse dichters

.

Als ik de Vlaamse dichters behandel mag een van de belangrijkste en bekendste dichters Jotie T’Hooft natuurlijk niet ontbreken. Op veel te jonge leeftijd (21) overleden aan een overdosis cocaïne, heeft Jotie T’Hooft toch een aantal belangrijke dichtbundels gepubliceerd. Nog is de nagedachtenis aan T’Hooft niet minder geworden. Elk jaar wordt door Jong Groen Oudenaarde veel aandacht besteedt aan het leven en werk van Jotie T’Hooft .

Zo is er elke twee jaar (sinds 2008) een Jotie T’Hooft poëzieprijs voor jong en oud (mijn oudste dochter is ooit genomineerd voor de prijs van de jonkies).Maar er worden ook hommageavonden georganiseerd en men ijvert ervoor om zijn graf als funerair erfgoed te bewaren en te beschermen.

Jotie T’Hooft wordt wel eens het wonderkind van de jaren zeventig genoemd.

Hij werd geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde, net zoals zijn voorouders. Van jongs af aan was hij opvallend taalvaardig, las en schreef hij veel. Omwille van zijn druggebruik en rebels karakter deed hij bijna alle scholen van Oost-Vlaanderen aan. Hij werkte in het antiekatelier van zijn oom, als nachtwaker en als lector bij uitgeverij Manteau. Waar hij ook was, wat hij ook deed, steeds bleef hij schrijven. In 1975 huwde hij uit liefde met Ingrid en verscheen zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Voor zijn tweede bundel “Junkieverdriet” (1976) kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Jotie T’Hooft werd op korte tijd een literair fenomeen. Zijn belangrijkste thema’s zijn: druggebruik, dood, erotiek, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid,…

Voor hij de kans kreeg van zijn verslaving af te geraken, overleed hij op 6 oktober 1977 aan een noodlottige overdosis. Na zijn leven verschenen nog bundels met onuitgegeven werk. Dat dit prille oeuvre nog steeds wordt gelezen en heruitgegeven toont aan dat het een tijdloze herkenbaarheid bevat. Jotie’s oom Rik verzorgt nog steeds zijn sobere graf op de begraafplaats in de Dijkstraat te Oudenaarde. Je treft er nog geregeld attenties van bewonderaars aan. Jotie wandelde zelf graag over deze begraafplaats.

.

Playmate of the month
.
Naakt in een strandstoel,
Benen tomeloos gespreid –
De wond ontbloot
Waarin men glijdt –
 .
Foutloos lichaam fel belicht:
Hoe komt het, madame
Dat ik als een gordijn uw vlees oplicht
Alsof uw naaktheid niet volstond
 .
Om onder het verhit gezicht
Te vinden, wat ik altijd vond:
Een schedel, eens vergaan zó licht,
En ’t grijnzen van een tandeloze mond.
jotie_brosse1_web
 
Met dank aan http://www.jotiepoezieprijs.be/ en http://www.dbnl.org

Ik heb je liever

Hans Andreus

.

In de categorie liefdespoëzie vandaag een gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977)

.

Ik heb je liever

.

Ik heb je liever dan brood,

al zegt men ook dat het niet kan

en al kan het ook niet

.

Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,

liever dan de stilte van drie uur

in de rustig in- en uitademende nacht.

.

De meeuwen scheren overdag met hun vleugels

langs de blonde warme lucht.

De wilde bloemen staan te lachen

in het warme bad van de zon.

De zon danst zijn toch maar kleine rol

met zoveel overgave dat het heel

stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.

.

Ik heb je liever dan brood,

al zegt men ook dat het niet kan

en al kan het ook niet.

Liever dan vrolijkheid of regen,

liever nog dan ik heb je lief.

.

liefde_2

 

Uit: Gedichten 1948-1974, U.M.Holland, 1975

Iris

Laten we mijn lichaam delen

.

Uit de prachtige debuutbundel uit 2013 ‘Laten we mijn lichaam delen’ van Iris Brunia (1977) het titelgedicht.

.

Laten we mijn lichaam delen

om de week, afwisselend een weekend
Over halve dagen valt te praten

Mijn hemd deed ik bijna uit, hier, midden in het café
Gelukkig bedacht ik me, maar O die dag, dat ik te laat ben

wil je de notaris bellen?

Rond etenstijd kwam je binnen, we aten pannenkoeken met zeewier
Ik keek uit op het aquarium. Twee vissen treuzelden –

Een bubbelend in een boterhamzak, de ander lippen tuitend op haar af
botste, stuiterde kopje duikelend terug

Om te wennen zei de ober, anders gingen ze dood
De overgang zou te groot zijn

wennen? de dood?

Een pin van mijn kam schoot mijn nagelriem in. De rekening
Ik graaide in mijn tas

dus ja, ik bloed wel eens, maar ik vergeet

Bijna kregen we ruzie, omdat het aquarium klinkt als onze koelkast
Je wilde geen nieuwe zolang hij het deed, maar geluiden
kunnen ondraaglijk zijn

Ik las dat drie appels per dag goed zijn voor een gezond verstand
Je keek over je bril, slikte een hap weg, dat ik de boodschappen
dan niet moest vergeten

Ik begon maar weer over die vissen, dat ik me als ik een vis was
daar in het water niet thuis zou voelen, dat ik beter gedij
op plekken waar ik niet verwacht word

maar als ik naar je kijk ben ik er nog
en als ik glimlach beaam jij dat

.

Iris

Let the sun shine

Hans Andreus

.

Omdat het zulk prachtig weer is vandaag een toepasselijk gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Muziek voor kijkdieren’ uit 1951 (Windroosserie deel 12).

.

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
er ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

.

liggen

 

Lees ook de boeiende bespreking van dit gedicht op http://klassiekegedichten.net/index.php?id=87 van Joris Lenstra.

Staren

Gedichtje uit 1977

.

In de allereerste jaren van mijn ‘dichtleven’ schreef ik, zoals zoveel pubers, het liefst in het Engels. Uit 1977 het gedichtje ‘Staring’.

.

Staring

.

I look, I gaze, I stare at you

but you don’t see me…kid

Is it common blindness

or was it meant to be…shit

.

staren

Jabberwocky

Lewis Caroll en Terry Gilliam

.

Schreef ik vorige week nog over een van de meest vreemde gedichten (van een lijstje dat ik op 14 januari 2013 op dit blog plaatste) van Ezra Pound, vandaag alweer een gedicht van dit lijstje van Lewis Caroll met Jabberwocky. De reden dat dit gedicht hier behandeld wordt is dat er een film gemaakt is naar dit gedicht door Terry Gilliam.

Jabberwocky uit 1977 is een Britse fantasy film geregiseerd en mede geschreven door Terry Gilliam, die vooral bekend is van zijn werk met Monty Python. Zoals gezegd is de film losjes gebaseerd op het gedicht ‘Jabberwocky’ dat verscheen in ‘Through the Looking-Glass’ dat verscheen in 1871.

Het verhaal gaat over Cooper (in de film gespeeld door Michael Palin) die gedwongen wordt, door onhandige vaak ongelukkige omstandigheden, een verschrikkelijke draak op te jagen na de dood van zijn vader.

Hieronder het gedicht van Lewis Caroll.

.

Jabberwocky

 .

‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
.
“Beware the Jabberwock, my son
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!”
.
He took his vorpal sword in hand;
Long time the manxome foe he sought –
So rested he by the Tumtum tree,
And stood awhile in thought.
.
And, as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!
.
One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.
.
“And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!”
He chortled in his joy.
.
‘Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

.

Jabberwocky_AusDb

Jabberwocky

Gedichtje uit de jaren 70

Ca. 1977

.

Vanaf mijn allereerste gedichtje (ik was een jaar of 13, 14) heb ik alles wat ik ooit heb geschreven bewaard. Niet zo moeilijk want ik schreef al mijn gedichten in kleine boekjes. Leuk om eens wat te publiceren uit pak hem beet 1977 of 1978. Ik schreef toen regelmatig gedichtjes in het Engels. Zo ook deze.

.

Nature

Green skies are as strange

as red rivers in march

almost as beautiful

as a tree at it’s large

.

now we can see

what everyone feels

a reflected tree

spoiled by four wheels

.

Ja ik was toen al heel maatschappijkritisch.