Site-archief

Gedichten die vrouwen aan het huilen maken

Marianne Thieme

.

In navolging van de prachtige bundel ‘gedichten die mannen aan het huilen maken’ stelde actrice en schrijfster Isa Hoes in 2015 een bundel samen met de titel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’. Net als in de manneneditie vroeg zij bekende Nederlandse vrouwen naar hun meest dierbare gedicht.

Zo ook Marianne Thieme, partijleider en fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de tweede kamer. Het zal weinigen verbazen dat het gedicht dat zij uitkoos een link heeft met het gedachtegoed van deze partij. Als motivatie schrijft ze: “Ik heb mij altijd sterk verbonden gevoeld met de natuur en met dieren. Dat gevoel van verbondenheid weet de joodse dichter Marits Mok als geen ander op een sublieme manier in woorden te vatten. Woorden die zo duidelijk maken dat de praktijken als dieren experimenten, de bio-industrie en de jacht onethisch zijn en volstrekt indruisen tegen de humaniteit en beschaving.”

Uit de bundel ‘Het dierbaarst’uit 1990 het gedicht ‘Levenden’ van Maurits Mok (1907 – 1989).

.

Levenden

.

In dierenogen valt hetzelfde licht

als in het oog van mensen.

Het levende schept adem uit één bron,

vangt van zijn eerste kreet

tot aan zijn laatste huivering

dezelfde zon.

.

Denkenden gaan met dieren

onder dezelfde hemel

dezelfde einder tegemoet,

door één verlangen voortgedreven:

leven.

.

gedichten-die-vrouwen-aan-het-huilen-maken-isa-hoes-boek-cover-9789044629538

mariannethieme_1296527878_64

 

Niet als een vogel

Nachoem M. Wijnberg

.

Als je de C.V. van de dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg (1961) leest valt op dat we hier te maken hebben met een typisch geval van Alfa én Beta in één persoon. Hij studeerde rechten en economie en hij was hoogleraar industriële economie en organisatie aan de universiteit van Groningen.

Zijn debuut als dichter was in 1989 met de bundel ‘De simulatie van de schepping’ waarna inmiddels nog 14 bundels volgde. Voor zijn werk kreeg hij de Jan Campertprijs ( voor ‘Eerst dit dan dat’), de Ida Gerhardt Poëzieprijs (voor ‘Liedjes’), de Herman Gorterprijs (voor ‘Geschenken’), de Paul Snoek-prijs (voor ‘Vogels’)  en de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.

De kracht van zijn poëzie ligt vooral in het gegeven dat hij met weinig middelen een groot effect weet te bereiken, zoals ook blijkt uit het gedicht ‘Niet als een vogel’ uit ‘Vogels’ uit 2001.

.

Niet als een vogel

.

In vrouwen zijn

kleinere vrouwen,

soms grotere vrouwen

en nog grotere vrouwen in die vrouwen.

.

De mannen

laten zien aan wie niet kan

door te doen alsof zij bijna niet kunnen:

tussen schaduwen stil zitten.

.

Zij laten zien aan wie kan vliegen

niet als een vogel

maar als een vogel die uit een vogel

gehaald wordt en weer teruggezet.

.

vogels

 

Voordat

Ingmar Heytze

.

De in 1970 geboren Ingmar Heytze  studeerde Algemene Letteren in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde bij met ‘De allesvrezer’  (hoewel hij in 1989 al ‘Alleen mijn kat applaudisseert’ publiceerde bij Stichting Lift) en trad hij ook op tijdens de Nacht van de Poëzie en in het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste “huisfilosoof” van het Utrechtse Centraal Museum.

In 2009 werd hij als eerste benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Hij was stadsdichter tot 2011 en toen zijn termijn afliep is er geen nieuwe stadsdichter gekozen. Het Utrechts Dichtersgilde heeft het stadsdichterschap overgenomen.

Heytze schreef en publiceerde inmiddels 16 poëziebundels. Ook schreef hij proza en zijn een aantal van zijn gedichten in de openbare ruimte in de stad Utrecht te lezen. In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.

Uit de bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 het gedicht ‘Voordat’.

.

Voordat

.

Voordat ik me terugtrek

bij een vrouw

van rubber of papier

voordat ik niets meer klaarmaak

dan mezelf

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat de laatste ronde ingaat

en mijn ziel is weggezwommen

in het glas, mijn zinnen

opgelost in drank,

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat mijn gedichten

zijn verjaard tot voorbeeld

van het een of ander,

mijn talenten zijn vervallen

tot verzameld werk,

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat het licht

uit mijn ogen sijpelt,

mijn huid verdort tot vel,

voordat ik al mijn goud

veranderd heb in lood,

wil ik bij jou zijn

tot de dood.

.

alle goeds

Liedje voor de pijn

Jan Willem Otten

.

Schrijver/dichter Jan Willem Otten heeft een veelzijdig oeuvre opgebouwd van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. In 1973 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Een zwaluw vol zaagsel’ waarna hij nog elf dichtbundels publiceerde. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van ‘Tirade’.

Voor zijn poëzie ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Herman Gorterprijs en de Jan Campertprijs. Uit zijn bundel ‘Eerdere gedichten’ uit 2000 het gedicht ‘Liedje voor de pijn’.

.

Liedje voor de pijn

.

Een mevrouw loopt door de gang

met in een zilveren kom haar plas.

.

Zij zingt in zich zelf

van de pijn van vannacht

zo waaiend verwoestend

dat zij zich moest krimpen

tot iets van niks, tot pluisje

drijvend op die wind.

.

Het woei niet weg

het woei niet mee

is niet verpletterd

maar bestaat nog steeds

ook nu de pijnwind ligt.

.

Straks wordt zij zwaar

en bang voor nieuwe wind

voor splijten als een eik.

.

Maar hedenmorgen is zij

vederlicht. O bleef ik zo,

voor altijd zonder wil,

.

zingt de mevrouw op onze gang.

Haar zilveren kom spoelt zij nu om.

.

eerdere gedichten

Zo meen ik dat ook jij bent

Jan Hanlo

.

Jan Hanlo (1912 – 1969), onsterfelijk geworden door zijn gedicht ‘Oote’ schreef prachtige gedichten. Ook over de liefde. Hier een voorbeeld van zo’n liefdesgedicht getiteld ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.

.

Zo meen ik dat ook jij bent

.

zoals de koelte ’s nachts langs lelies

en langs rozen

als wit koraal en parels diep in zee

zoals wat schoon is rustig schuilt

maar straalt wanneer ik schouwen wil

zo meen ik dat ook jij bent

.

als melk

.

als leem

en ’t bleke rood van vaal gesteente

of porselein

zoals wat ver is en gering

en lang vergeten voor het oud is

.

zoals een waskaars en een koekoek

en een oud boek en een glimlach

en wat onverwacht en zacht is en het eerste

en wat schuchter en verlangend en vrijgevig

gaaf maar broos is

zo meen ik dat ook jij bent

.

JH

Billen

Nachoem M. Wijnberg

.

Nachoem M. (Mesoelam) Wijnberg (1961) is dichter en schrijver. In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘De simulatie van de schepping’. Daarna publiceerde hij nog 15 dichtbundels en 2 romans. In 2004 ontving hij voor de bundel ‘Eerst dit dan dat’ de Jan Campertprijs, in 2008 de Ida Gerhardtpoëzieprijs voor ‘Liedjes’ en in 2009 de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.

Uit: ‘Langzaam en zacht’ uit 1993 het liefdesgedicht ‘Billen’.

.

Billen

.

Billen naar achteren, lopend of zittend,

billen omhoog, liggend.

Ik verloor bijna een arm.

Je zegt niets voordat je beweegt.

.

Je onderlichaam naast mij

als los van de rest

van je navel tot het midden van je dijen,

en mijn vingers om een van je billen.

.

Totdat je je over mij heen legt

en je hals en schouders en borsten opheft

en tegen mij fluistert dat je niet moe bent,

alleen zwaar.

.

 

Billen 2

 

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

Jelena Sjvarts

.

Jelena Sjvarts (1948 – 2010) was een dichteres uit Sint Petersburg die op jonge leeftijd begon met dichten. Haar eerste officiële bundel kon echter pas in 1989 verschijnen. Jelena Sjvarts werd tijdens de periode van de ‘stagnatie’ niet gepubliceerd. Wel was ze bekend in undergroundkringen. Haar gepassioneerde voordrachten waren populair. Ze interesseerde zich voor drama. Ze studeerde theater, muziek en film, en voor haar levensonderhoud vertaalde ze toneelstukken. Sjvarts was een excentrieke, talentvolle dichteres met een flink oeuvre. Haar werken zijn geschreven in dezelfde sfeer als het werk van o.a. Chlebnikov en Koezmin.

.

De cirkelgang van de tijd in een lichaam

.

Dit meisje is door iemand grootgebracht,

in haar ogen kabbelt lichtblauw water,

in haar liezen is het donker, splijt de nacht,

en ook een roze sterre staat er.

.

En in haar hart, hoe laat zou het daar zijn?

Ergens tussen wolf en hond.

Kobalt en schemerig golft het satijn

daar waar een naald het centrum wondt.

.

In haar hoofd begroet een tuin het wonder

van weer een nieuwe dageraad,

maar in haar nek gaat rood de zon al onder

en nacht kruipt in haar ruggengraat.

.

Uit: Optima, 1997 (vertaling Peter Zeeman)

.

jelena_Sjvarts

Onweer

Arseni Tarkovski

.

Arseni Tarkovski (1907-1989) werd geboren in Jelizavetgrad en werkte als journalist en vertaler van oosterse poëzie. Tarkovski begon pas na zijn vijftigste poëzie te publiceren. Zijn gedichten zijn filosofisch en traditioneel van aard in de traditie van het Acmeïsme. Het Acmeïsme is een stroming die in 1910 in Rusland ontstond. De Acmeïsten verzetten zich tegen het symbolisme en streefden in hun verzen naar opperste helderheid. Acmeïsme komt van het Griekse woord ‘acme’ dat ‘hoogtepunt’ betekent.

Uit de bundel ‘De tweede ronde’ uit 1993 het gedicht ‘Portret’.

.

Portret

.

Niemand die zich naast mij zet.

Aan de muur hangt een portret.

.

Over de geportretteerde

Zie ik vliegen rondmarcheren.

.

Als mijn blik haar blik ontmoet,

Vraag ik: Gaat het u daar goed?

.

Vliegen op haar blinde ogen,

En zij antwoordt afgewogen:

.

‘Hoe vergaat het jou, alleen

In je lege huis van steen?

 

.

Arseny Tarkovsky

Met jou, na een film

Oud gedicht

.

Ik heb in mijn kast een paar notitieboekjes waarin ik vroeger mijn gedichten schreef. Netjes in blokletters, zodat ik ze nu kan kan teruglezen ( mijn handschrift was destijds niet altijd even leesbaar).

Uit het laatste notitieboekje vandaag het een na laatste gedicht dat uit ca. 1988 / 1989 moet zijn met de titel ‘ Met jou, na een film’ . Heerlijk onduidelijk met zinnen waarvan ik me nu afvraag; Waarom? Maar ach, ook wel weer leuk om te delen.

.

Met jou, na een film

.

Natuurlijk

ik weet mij te redden

met pauzes

.

en een pauze

.

maar mijn verlangen

laat zich niet betalen,

niet onderbreken voor

koffie en ijs,

pinda’s en popcorn

 

toch is jouw intensiteit,

voor mij,

die van na de pauze

.

film

 

 

Het gevecht met de muze

Bertus Aafjes

.

Vandaag wil ik aandacht besteden aan de dichter Bertus Aafjes. Aafjes (1914-1993) was schrijver en dichter die ook onder de naam Jan Oranje publiceerde. Hij debuteerde met ‘Het gevecht met de muze’ waarover hierna meer. Hij maakte deel uit van de redactie van de literaire tijdschriften ‘Criterium’ en ‘Ad Interim’, was één van de oprichters van het blad ‘Klondyke’ en verleende zijn medewerking aan talrijke tijdschriften. In 1953 verscheen zijn (voorlopig) laatste dichtbundel ‘De Karavaan’ nadat hij zich negatief had uitgelaten over de Vijftigers.

In opdracht van het Elseviers Weekblad zou Aafjes in de zomer van 1953 zes artikelen aan de Vijftigers wijden, drie tegen en drie vóór deze groep experimentele dichters. Elsevier stopte de reeks echter nadat de eerste drie kritische artikelen een storm van protest hadden losgemaakt. Aafjes koos dan ook voor een ongekend harde toon, en zijn zin: “Lees ik Lucebert’s poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnengemarcheerd”, werd berucht. Veel lezers van het rechtse Elseviers Weekblad steunden Aafjes in zijn kritiek op de Vijftigers, maar vrijwel al zijn collega’s en bekenden uit de literaire wereld vielen over hem heen. De Elsevier-artikelen leidden ertoe dat Aafjes alleen kwam te staan in de literatuur en luidden ook het einde van zijn eigen dichterschap in.

Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering. In een brief uit 1983 bood Aafjes zelfs zijn excuses aan Lucebert aan, een van de dichters die hij in 1953 hard had aangevallen. Lucebert reageerde dat hij nooit wrok had gekoesterd tegen Aafjes en dat het jammer was dat ze elkaar nooit ontmoet hadden. Dan had de “roestige nutteloze strijdbijl” meteen begraven kunnen worden.

In 1980 publiceerde hij nog wel de bundel ‘Deus sive natura’ met erotische poëzie maar deze bundel werd zeer kritisch onthaald. In totaal publiceerde Bertus Aafjes meer dan 100 werken en kreeg hij o.a. de Tollensprijs (voor zijn gehele oeuvre) in 1953, de ANWB prijs voor ‘De wereld is een wonder’ in 1960 en de Cestodaprijs in 1989.

Uit mijn boekenkast heb ik de bundel ‘Het gevecht met de muze’ gehaald. Deze bundel uit 1965 bevat de bundels ‘Het gevecht met de muze’ (1940) en het  ‘Het zanduur van de dood’ (1941). Deze laatste bevat, de afdelingen ‘Het zanduur van de dood’, ‘Sonnetten uit 1938’ en ‘Verspreide gedichten’.

Op de achterflap staat onder andere over Aafjes geschreven: Hij is geboren met het herscheppend dichteroog, waarmee hij een morbide wereld kan veranderen in een lieflijk paradijs – een charmante leugen, waarin wij hem zo nu en dan gaarne willen geloven.

Uit ‘Het gevecht met de muze’ het gedicht (hoe kan het ook anders vandaag) ‘Zondagmorgen’.

.

Zondagmorgen

.

Grijs staat de gracht gedempt

En in het water weerspiegeld

Toeven de takken gestremd

En door de mist doodgewiegeld.

Hoor je de hoer die giechelt

Naakt naast haar wollen hemd,

Gierend en ongeregeld

Of zit zij vastgenageld

tussen toeklappende deuren?

Nu klinkt het weer gedempt.

.

aafjesgevechtmuze3

aafjes