Site-archief
De cirkelgang van de tijd in een lichaam
Jelena Sjvarts
.
Jelena Sjvarts (1948 – 2010) was een dichteres uit Sint Petersburg die op jonge leeftijd begon met dichten. Haar eerste officiële bundel kon echter pas in 1989 verschijnen. Jelena Sjvarts werd tijdens de periode van de ‘stagnatie’ niet gepubliceerd. Wel was ze bekend in undergroundkringen. Haar gepassioneerde voordrachten waren populair. Ze interesseerde zich voor drama. Ze studeerde theater, muziek en film, en voor haar levensonderhoud vertaalde ze toneelstukken. Sjvarts was een excentrieke, talentvolle dichteres met een flink oeuvre. Haar werken zijn geschreven in dezelfde sfeer als het werk van o.a. Chlebnikov en Koezmin.
.
De cirkelgang van de tijd in een lichaam
.
Dit meisje is door iemand grootgebracht,
in haar ogen kabbelt lichtblauw water,
in haar liezen is het donker, splijt de nacht,
en ook een roze sterre staat er.
.
En in haar hart, hoe laat zou het daar zijn?
Ergens tussen wolf en hond.
Kobalt en schemerig golft het satijn
daar waar een naald het centrum wondt.
.
In haar hoofd begroet een tuin het wonder
van weer een nieuwe dageraad,
maar in haar nek gaat rood de zon al onder
en nacht kruipt in haar ruggengraat.
.
Uit: Optima, 1997 (vertaling Peter Zeeman)
.
Onweer
Arseni Tarkovski
.
Arseni Tarkovski (1907-1989) werd geboren in Jelizavetgrad en werkte als journalist en vertaler van oosterse poëzie. Tarkovski begon pas na zijn vijftigste poëzie te publiceren. Zijn gedichten zijn filosofisch en traditioneel van aard in de traditie van het Acmeïsme. Het Acmeïsme is een stroming die in 1910 in Rusland ontstond. De Acmeïsten verzetten zich tegen het symbolisme en streefden in hun verzen naar opperste helderheid. Acmeïsme komt van het Griekse woord ‘acme’ dat ‘hoogtepunt’ betekent.
Uit de bundel ‘De tweede ronde’ uit 1993 het gedicht ‘Portret’.
.
Portret
.
Niemand die zich naast mij zet.
Aan de muur hangt een portret.
.
Over de geportretteerde
Zie ik vliegen rondmarcheren.
.
Als mijn blik haar blik ontmoet,
Vraag ik: Gaat het u daar goed?
.
Vliegen op haar blinde ogen,
En zij antwoordt afgewogen:
.
‘Hoe vergaat het jou, alleen
In je lege huis van steen?
.
Met jou, na een film
Oud gedicht
.
Ik heb in mijn kast een paar notitieboekjes waarin ik vroeger mijn gedichten schreef. Netjes in blokletters, zodat ik ze nu kan kan teruglezen ( mijn handschrift was destijds niet altijd even leesbaar).
Uit het laatste notitieboekje vandaag het een na laatste gedicht dat uit ca. 1988 / 1989 moet zijn met de titel ‘ Met jou, na een film’ . Heerlijk onduidelijk met zinnen waarvan ik me nu afvraag; Waarom? Maar ach, ook wel weer leuk om te delen.
.
Met jou, na een film
.
Natuurlijk
ik weet mij te redden
met pauzes
.
en een pauze
.
maar mijn verlangen
laat zich niet betalen,
niet onderbreken voor
koffie en ijs,
pinda’s en popcorn
toch is jouw intensiteit,
voor mij,
die van na de pauze
.
Neeltje Maria Min
Twee zusjes
.
Lezend in de bundel ‘De gedichten’ van Neeltje Maria Min kwam ik een gedicht tegen over twee zusjes. Nu heb ik twee zusjes als dochters en ik zag meteen voor me wat Neeltje Maria Min bedoelde. Daarom dit gedicht ‘Twee zusjes zitten voor het raam’.
.
Twee zusjes zitten voor het raam.
Eén leest. De ander luistert.
Haar handje schuifelt door het haar.
Er is nog even samenhang
maar dan ontgaat haar het verhaal.
De duim blijft steken tussen mond en kin.
De oudste leidt met zachte dwang
haar zusje weer het sprookje in.
.
Kuttje compleet
Ronflonflon Reeks Deel 3
.
Eind jaren 80 was er op 3FM (wat toen nog radio 3 heette) het legendarische middagprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond. Als er ooit een radioprogramma was dat het absurdisme hoog in het vaandel had dan was het dit programma van Wim T. Schippers. Volledig absurde dialogen, interviews die meestal geen interviews waren, liedjes die ineens werden afgebroken of waar volledig doorheen gepraat werd, bedenk het gekste wat je kunt verzinnen en dan nog gekker.
Een vast onderdeel van het programma waren de gedichten van Wilhelmina Kuttje. Het onderdeel dat steevast werd aangekondigd als “de gedichten van Wilhelmina Kuttje met twee t, waarna even later Jan Vos (het alter ego van Clous van Mechelen) inbrak in het programma met de woorden: Wie had er twee thee besteld?
Volledige anarchie op de radio gebracht door de VPRO. Van dit programma zijn 4 boekjes verschenen. Deel 1: Gevoelige plekjes van wilhelmina Kuttje, deel 2: Wel, en ook, het grote Jaap Knasterhuis Filmwoordenboek, deel 3: Kuttje compleet, gedichten van Wilhelmina Kuttje uitgelegd aan Jacques Plafond en deel 4: De grote hoop, tips en wenken van Jan Vos uitgelegd aan Jacques Plafond.
Aan deel 3, Kuttje compleet wil ik hier de komende weken aandacht besteden. Van de achterflap:
“Uit de honderden dichtbundels die haar grootmoeder, Wilhelmina Kuttje Sr. voornemens was te voltooien bij leven en welzijn (1901 – 1967) deed haar kleindochter, Wilhelmina Kuttje Jr. een welgemikte keuze, niet alleen als voordrachtsstof in het befaamde radioprogramma ‘Ronflonflon met Jacques Plafond’maar ook bijeengebracht in deze verzamelbundel. Uitvoerig geannoteerd en keurig van voetnoten voorzien geven zij een helder inzicht in de gedachtenwereld van de terecht herontdekte grote dichteres en als zodanig een cultuur-historisch overzicht van de eerste drie/vijfde van de 20ste eeuw. Met een voorwoord van haar kleindochter en een inleiding van Remco Campert.”
.
Brand* (uit de bundel ‘Verlangens’)
.
Nietsvermoedend zeurt
mijn diepgang voort
balancerend geurt
mijn oppervlakte, gloort
ginder spookt verlangen
naar het onbekende grote.
.
Wist ‘k maar waar het zich ontblootte
in zonneschijn en juub’lend denken
aan kreeg’lend vallen en weer opstaan
zie, daar staat vergeefs de hoop te wenken
laat ik maar een eindje verder gaan…
.
En plots: Daar vat ik vlam,
mijn leven en welzijn explodeert
ik sta in brand, ik wordt begeerd…
door jou, die in mijn leven kwam
maar hoelang? Houden wij die haard wel aan?
.
Immers, alles wat begint zal tot as vergaan
maar voorlopig brandt mijn ziel nog door…
Ik red het nog wel… tot den ochtendgloor
.
*Dit gedicht schreef Wilhelmina Kuttje op haar 22ste, kort nadat tekenaar H. Zedden haar voor het eerst bezocht, Zedden die op 18jarige leeftijd een pentekening van haar maakte.
.
En nog een Rus / Tsjoevasj
Gennadi Ajgi
.
Gennadi Ajgi wordt geboren als Gennadij Nikolajevitsj Lisin. Hij leefde van 1934 tot 2006 en was een Russisch tweetalig dichter. Ajgi schreef behalve in het Russisch ook in het Tsjoevasj. Tsjoevasjië is een autonome republiek van de Russische federatie waar vooral Bulgaarse Turken wonen.
Sinds 1960 bedient Ajgi zich op aanraden van Pasternak van het Russisch. Hij vertaalde Franse en Russische Lyriek in het Tsjoevasjisch. Sterk verbonden met de Avant-Garde kan hij gezien worden als de literaire tegenhanger van de abstracte schilder Malevitsj.
Ajgi gold lange tijd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur maar heeft deze nooit gekregen. Tijdens de periode van de Sovjet Unie mocht zijn werk van 1964 tot 1989 niet worden gepubliceerd. Dit verhinderde echter niet dat zijn werk toch in 24 andere landen werd uitgebracht en zelfs in 44 andere talen werd vertaald. De Nederlandse vertaling van enkele van zijn gedichten is verzorgd door Peter Zeeman en Willem Weststeijn.
Voor zijn werk ontving hij diverse prijzen , zoals in 1972 de Prix de l’Académie Francaise, in 1993 de Petrarca Prijs en in 2000 de Pasternak Prijs.
.
De weg
.
Wanneer geen mens ons liefheeft
beginnen we
onze moeders lief te hebben
.
Wanneer geen mens ons schrijft
oude vrienden
En woorden zeggen we alleen nog maar
omdat zwijgen ons bang maakt
en bewegingen gevaarlijk zijn
.
Maar op het eind- bij toeval beland in verwilderde parken
wenen we om trieste trompetten
van trieste orkesten
.
Voetbalpoëzie
Voetbal en gedichten
.
Nu het Wereldkampioenschap voetbal in Brazilië rap dichterbij komt lijkt het me een goede zaak eens een stuk te schrijven over voetbal en poëzie. Misschien staan de gedichten van de spelers die het Europees kampioenschap van 1988 wonnen nog in het geheugen of zijn er lezers van Hard Gras onder de lezers van dit blog. Hoe dan ook, er is wel wat te vertellen over voetbal en poëzie.
Om maar met het EK van 1988 te beginnen, in 1989 verscheen van de hand van Theun de Winter het boek ‘Nederland-Duitsland: Voetbalpoëzie’ met bijdragen van o.a. Hans van Breukelen, Ruud Gullit, Johnny Rep, Ruud Krol, Stanley Menzo, Jan Wouters, Wim Suurbier, Frans de Munck, Arnold Mühren, Johan Neeskens, Jan Mulder, Jules Deelder en Theo van Gogh.
.
.
Ook Nico Scheepmaker publiceerde in de bundel Nederland-Duitsland (1989) een gedicht over de overwinning, met een verwijzing naar een beroemde slotregel uit een sonnet van J.C. Bloem (1887-1966): ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’.
.
2-1 & 1-2
De wedstrijd was het juiste spiegelbeeld
van die 2-1 in het gedoemd verleden.
Eerst werd ik in de Hel gevierendeeld,
en daarna kwam ik in de Hof van Eden.
Twee-een verliezen of met 2-1 winnen:
ontgoocheling of een waanzinnig feest.
Je kunt er maar het best niet aan beginnen,
dan is je leven wel zo kalm geweest.
Ik vond het jammer dat wij toen niet wonnen,
want winnen is het doel van elke sport.
Maar anderzijds is voetbal maar verzonnen:
geen mens die er veel menselijker door wordt.
Natuurlijk was ik blij met onze zege,
als journalist was ik zelfs dubbel blij.
Wij hadden immers iets cadeau gekregen:
kopij, kopij, o en voorgoed kopij!
.
Maar ook een dichter als Elly de Waard heeft haar liefde voor voetbal, of in dit geval voor de voetballer Pierre van Hooijdonk in een gedicht vastgelegd. Hieronder het Typoscript van het gedicht van Elly de Waard (1940), oorspronkelijk geschreven naar aanleiding van het wereldkampioenschap voetballen 1994, maar voor de gelegenheid (tijdens een uitzending van het tv programma Laat De Leeuw) aangepast voor Pierre van Hooijdonk, oktober 1999.
.
Maar niet alleen Oranje inspireerde dichters, ook een groot voetballer als Abe Lenstra kreeg een eigen gedicht van Rutger Kopland in het NRC van 11 juni 1994 (vandaag op de dag af 20 jaar geleden).
.
.
En natuurlijk mag Jules Deelder niet ontbreken. De voetballiefhebber (Sparta) onder de dichters met het gedicht over Sparta.
.
Vroeger of later
Ga je dood
Dat staat als een paal
Boven water
Zo oud als Sparta
Word je nooit
En als je gaat
Is het je tijd geweest
Dat is één ding
Dat zeker is
Zo niet
Ofter een hemel is
Maar álster één is
Dan zal je zien
Dat de Hemelpoort
– Oh brok in ons keel –
Verdacht veel weg heeft
Van Het Kasteel
.
Met dank aan dbnl.org
Christy Brown
My left foot
.
Christy Brown (1932 – 1981) was een Iers schrijver, schilder en dichter die aan een serieuze hersenverlamming leed. Hij wist zijn handicap echter te overwinnen door te leren hoe hij met zijn linkervoet kon tekenen en schrijven. Hij is vooral bekend geworden voor zijn autobiografie My left foot, die in 1989 ook verfilmd (Met Daniel Day-Lewis in de hoofdrol) en bekroond werd met een Oscar.
Christy Brown werd in Crumlin, Dublin geboren als één van 22 kinderen (waarvan er 13 wisten te overleven). Hoewel hij gehandicapt was en jarenlang nauwelijks kon bewegen of spreken bleef zijn moeder met hem praten, werken en hem onderwijzen. Toen hij vijf jaar oud was kon hij alleen zijn linkerenkel bewegen. Op een dag pakte hij met zijn linkervoet een krijtje en begon daarmee te tekenen. Zijn moeder leerde hem het alfabet en dat was het begin van zijn schrijverschap.
Toen Browns moeder tijdens de bevalling van haar 21ste kind in het ziekenhuis lag ontmoette ze Katriona McGuire, die in de verpauperde binnenstad van Dublin werkte bij dokter Robert Collis. Ze vertelde Dr. Collis over het unieke verhaal van Christy en zijn moeder. Collis bezocht Brown en onderzocht hem. Hij stelde vast dat Collis hersenverlamming had en besloot dat hij het eerste behandelingscentrum in Ierland zou oprichten voor hersenverlamde mensen, en dat Brown zijn eerste patiënt zou worden. Dankzij hun voorliefde voor literatuur werden Brown en Collis levenslange vrienden. Collis kende ook veel Ierse dokters en auteurs, waaronder Cecil Day-Lewis, de vader van acteur Daniel Day-Lewis, die later Christy zou vertolken in de film “My Left Foot” (1989). Christy stelde Brown voor aan deze auteurs en hielp hem ook zijn debuutroman te schrijven: “My Left Foot” (1954).
Behalve deze roman schreef Christy Brown een paar dichtbundels. Uit de bundel ‘Of snails and skylarks’ het gedicht ‘Girl in the wind’.
.
“Girl in the wind
blowing wide open
the closed doors of my life –
which way are we going?
Standing against the lurid sky
on the stark brink of ocean
arms outstretched
as if your love and hunger
would embrace the world
and I in my inner room
playing my poetic premutations
can only look and ask the unanswerable.
Brave and cunning I speak to my typewriter
knowing it will not answer back
knowing it will not reply
what I ask and do not want to hear
as you with the vast sunset merge
a multitude of dreams away
uniquely alone and outside of me
in the purity and rarity of this moment
immeasurably beyond my love and my rage
and with the dying call of gulls
the echo resounds:
Girl in the wind
throwing aside
the tight shutters of my life –
which way are we going?”
.
Poetry International
Uit mijn boekenkast: 25 jaar Poetry International
.
Pas geleden gekocht in een tweedehands boekenwinkel de bundel 25ste Poetry International Rotterdam, The future of the past. Een mooie verzamelbundel waarin terug wordt gekeken naar de eerste 25 jaar van Poetry international. Het boek komt uit 1994. We zijn inmiddels bij de 44ste editie aangekomen.
In dit boekwerk een overzicht van 80 dichters die in die eerste 25 jaar deelnamen aan Poetry International.
Alle grote dichters zijn vertegenwoordigd met een korte biografie en een gedicht in de eigen taal en in de vertaling in het Nederlands en Engels waar van toepassing. In de bundel ook nog een losse uitgave van De Rode Hoed i.s.m. SLAA, van september 1994 (waarschijnlijk was de eigenaar van het boek ook daar aanwezig geweest) met de titel: Hommage aan lucebert.
.
Uit de bundel een bijzonder gedicht van Brigitte Olesschinski in de Nederlandse vertaling van Joke Gerritsen,
.
Iets leegs, iets stils blijft achter
.
op het strand, dat zich grijs en open tegen de wind wrijft
een schoongespoeld lichaam, ontspannen, verwrongen
waarboven het lichter wordt
en donker en weer licht, terwijl in de oogkassen
langzaam het zout droogt, haast als een nieuw netvlies
zonder verzet
naar de hemel gericht, ogen bijna voor-
goed opgeslagen
.
Van Lucebert een kort gedichtje: Memories are made of this
.
Memories are made of this
.
Voor Siep
.
Maak jij voor straf
alle lange lussen af
en voor goed gedrag
zet ook nog als bewijs
alle puntjes op de i’s en op de ij’s
zo is het goed maar nu opgelet
schrijf alles nog eens over in het net
.
Uit: Troost de hysterische robot, 1989
,


















