Site-archief
Rust
Fjedor Tjoettsev
.
De Russische dichter Fjedor Tjoettsev (1803 – 1873) groeide op als telg van een oude adelijke familie. Hij werkte als diplomaat in München en Turijn.. Hij is misschien wel de grootste laatromantische Russische dichter, die na zijn dood door de symbolisten als een van hun voorlopers werd beschouwd.. Zijn lyriek stoelt op een wereldbeschouwing die doet denken aan Schellings natuurfilosofie en uitgaat van een bezielde natuur en een dualistische kosmologie (Ideen zur einer Philosophie der Natur , 1797) .
Uit ‘De tweede ronde’ uit 1996 het gedicht ‘Rust’
.
Rust
.
Het onweer was voorbij – nog rokend lag
Een hoge eik, geveld door bliksemschichten;
Grijsblauwe damp sloeg van zijn takken af
Naar ’t groen, dat na de bui weer helder lichtte.
En eerder al had, klaar, in menigvoud,
De zang van de geverderden weerklonken;
De regenboog stond wijdbeens op het woud,
De voeten in die groene zee verzonken.
.
Alex Roeka
Liedtekstdichter
.
Zanger Alex Roeka werd geboren als Alex van Mourik. Hij studeerde psychologie, maar besloot na zijn kandidaatsexamen de grote vaart op te gaan. Tijdens een van zijn reizen langs Zuid-Europa en West-Afrika ontdekte hij de Portugese fadozangeres Farouka, waaraan hij zijn artiestennaam Alex Roeka ontleende.
Hij begon midden jaren negentig, liederen te schrijven en op te treden. Hij nam een demo op, die hij Jacques Klöters toestuurde, die het op de radio begon te draaien. Klöters bracht hem ook in contact met een platenmaatschappij. Zijn debuut-cd kwam in 1996 uit: ‘Zee van onrust’.
Drie jaar later won hij de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het lied ‘Noem ’t geen liefde’. Sindsdien maakte hij diverse cd’s, trad op in vele theaters in Vlaanderen en Nederland en kwam er in 2007 een boek van zijn hand uit: ‘Mannenwoestijn’, verzamelde teksten met bijbehorende cd. Twee van zijn cd’s werden bekroond met een Edison: ‘Beet van Liefde’ in 2009 en ‘Gegroefd’ in 2013.
Veel van zijn fans roemen zijn poëtische teksten. Hier een voorbeeld dat je ook als gedicht zo zou kunnen lezen. ‘Als je blijft’ staat op de cd ‘Gegroefd’ uit 2012.
.
Als je blijft
.
Nee, ik zal niet meer drinken
In zwijmel verzinken
Althans niet meer zo lang
Niet meer nachten verdwijnen
Door de stad lopen deinen
Alleen zo nu en dan
Ik zal de tuin laten bloeien
De heg laten groeien om ons stille domein
De hond laten springen
Het huis laten zingen van ons geheim
Als je blijft, als je blijft
Ja, ik zal beter luisteren
Mijn oor aan je kluisteren
Ook al klets je maar wat
Mijn hand op je leggen
Met zachte stem zeggen
Dat je gelijk hebt schat
Ik zal het afval verbranden
De schuld en de schande, ons beider venijn
De vlammen vereren
En uit de kleuren leren hoe het terug zal zijn
Als je blijft, als je blijft
We zoeken de plekken weer op
De zomerse heuvel, de lange galop
Je weet wel, mooie, wat ik bedoel… Dat gevoel
Ik zal je lijf laten gloeien
Je heupen verschroeien, de demonen verslaan
Je mijn hart laten voelen
Je ermee overspoelen zodat je nooit meer wilt gaan
Als je blijft, als je blijft
.
Met dank aan http://www.epernet.nl
Neeltje Maria Min
Wak
.
Neeltje Maria Min (1944) haar eerste gedichten werden gepubliceerd onder het pseudoniem Sophie Perk, verwijzend naar Jacques Perk in 1964 in het Nederlands cultureel en literair tijdschrift De Gids, twee jaar later gevolgd door enkele gedichten in het literair tijdschrift Maatstaf. Haar eerste bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’, uit 1966 was met een oplage van 7000 exemplaren meteen een groot succes. Haar gedichten daarin gaan over liefde en dood en over de verhouding tussen ouder en kind.
Haar vijfde en vooralsnog laatste bundel verscheen in 1995 en was getiteld ‘Kindsbeen’. Uit deze bundel, die in 1996 de publieksprijs won komt het titelloze gedicht waarbij ik meteen een beeld had. Een beeld dat je tegenwoordig steeds minder vaak te zien krijgt namelijk een wak in het ijs met in dat wak een obstakel dat door het ijs gevangen is.
.
Een toegetakeld wak,
een hinderlaag van ijs.
Het tabernakel geeft
niet prijs wat het heeft ingelijfd.
.
Waar roestig ijzer schrijft,
waar tekening begint
van lijn en hapering,
houdt wind de adem in en snijdt.
.
Hier is het wachten op:
Het einde van de tijd,
een kilte die ontdooit,
de dag waarop hij vleugels krijgt.
.
Noordereiland
J. Eijkelboom
.
Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse dichter, journalist, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Op 3 maart 2001 werd hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. Eijkelboom schreef en publiceerde verschillende dichtbundels en in 2002 werd een verzamelbundel uitgegeven onder de titel ‘Tot zo ver’. Hierna zou hij nog twee dichtbundels publiceren.
Uit zijn bundel ‘Het lied van de krekel’ uit 1996 komt het gedicht ‘Noordereiland’. Dit gedicht gaat over het Noordereiland in Rotterdam, een eiland in de Nieuwe Maas, verbonden door de Willemsbrug en Koninginnebrug.
.
Noordereiland
.
Toen, in die hoek
waar eerdere wind dood blad had vergaard
bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg
die als een bruine tol de lucht inging.
.
En uit de top daarvan
ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm
voorheen verscholen, luid
kwetterende mussen.
.
Ze leken meer te twisten dan te zingen.
Toch hoorde ik in al dat leven
de leeuwerikjes van de winter
.
Politics
Bob Kaufman
.
Daags na de verrassende keuze van een vreemd volk is het tijd voor een stem uit datzelfde volk op poëtisch gebied. Het gedicht ‘Believe, Believe’ gaat over politiek en over hoe wij als mens beter kunnen blijven geloven in mooie dingen dingen zoals muziek en poëzie dan ons dwars te laten zitten door politici en hun ideeën. Ik ben niet tegen politieke processen of hoe de democratie is geregeld, integendeel, maar voor hen die dat wel zijn is dit gedicht misschien een alternatieve denkrichting.
Bob Kaufman (1925 – 1986) was een Amerikaanse Beat Poet en surrealist die zijn inspiratie vond in Jazz muziek. In Frankrijk waar hij vele bewonderaars had werd hij ook wel de ‘Black Americain Rimbaud’ genoemd. Het gedicht ‘Believe, Believe’ komt uit ‘Cranial guitar’ uit 1996.
.
In blue skies, radiating young breast,
Een man dacht
Dichter van de maand
.
Nog tweemaal in oktober een gedicht van de dichter van de maand Toon Tellegen. In 1996 publiceerde Tellegen de bundel ‘Als we vlammen waren’ en uit die bundel heb ik het gedicht ‘Een man dacht’ gekozen.
.
Een man dacht…
Een man dacht:
wanneer zal ik eens 1 minuut niet aan haar denken?
Nu?
Hij ging zitten
en dacht 1 minuut niet aan haar.
Toen stond hij op en wandelde verder, dacht verder,
steeds verder, zonder tussenpozen,
aan haar.
.
Do not stand at my grave and weep
The nation’s favorite poems
.
In 1995 vroeg de Het boekenprogramma van de BBC ‘The Bookworm’, in samenwerking met de National Poetry Day aan de inwoners van Groot Brittanië wat hun favoriete gedicht was. Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren ( men dacht dat er vooral dirty limericks ingezonden zouden worden) reageerden maar liefst 12.000 mensen. De absolute winnaar was Rudyard Kipling’s gedicht ‘If’.
Omdat ik dit gedicht al eens plaatste op 31 mei 2013 ( zie het archief hier ter rechter zijde) heb ik de keuze laten vallen op een gedicht dat anoniem werd ingezonden. Het betreft hier het gedicht ‘Do not stand at my grave and weep’. Dit gedicht bleek in een enveloppe te zitten voor de ouders van Steven Cummins, een soldaat die was gestorven in actie tijdens zijn dienst in Noord Ierland. De enveloppe mocht alleen worden geopend in geval van zijn overlijden. Na publiceren ontstond er een grote vraag naar kopieën van het gedicht ( er zouden in totaal ruim 30.000 vragen komen naar een kopie).
In eerste instantie dacht men dat het gedicht door Cummins zelf was geschreven maar dit was niet het geval. Men dacht aan een publicatie uit een negentiende-eeuws magazine en zelfs aan een gebed van Navaho indianen maar uiteindelijk blijft het een mysterie wie het gedicht heeft geschreven. In feite bleek dit dus het meest favoriete gedicht van de Engelsen maar omdat er geen dichter bekend is heeft het niet mee gedongen naar de titel.
In het boek ‘The nation’s favorite poem’ dat de BBC in 1996 heeft uitgegeven is het echter wel opgenomen in het voorwoord.
Nagekomen bericht: Via een oplettende lezer (Annekomm) kreeg ik een bericht dat de identiteit van de dichter toch bekend is. Het betreft hier de Amerikaanse (!) dichter Mary Elisabeth Frye. De identiteit van de dichter was inderdaad onbekend tot Frye in eind van de negentiger jaren van de vorige eeuw onthulde dat zij de schrijfster was het gedicht. Het gedicht werd geschreven in 1932. Haar claim werd bevestigd in 1998 na onderzoek door Abigail Van Buren.
.
Do not stand at my grave and weep
.
Do not stand at my grave and weep;
I am not there. I do not sleep.
I am a thousand winds that blow.
I am the diamond glints on snow.
I am the sunlight on ripenend grain.
I am the gentle authumn rain.
When you awaken in the morning’s hush
I am the swift uplifting rush
Of quiet birds in circled flight.
I am the soft stars that shine at night.
Do not stand at my grave and cry;
I am not there. I did not die.
.
Poëziebus 4
Jana Beranová
.
Een groot dichter en vertaler, voormalig stadsdichter van Rotterdam en al lange tijd een goede bekende, dichter Jana Beranová (1935) gaat ook mee dit jaar op de Poëziebus. Haar enorme kennis en ervaring zal veel jonge dichters en performers verder helpen en inspireren.
Jana Beranová vluchtte met haar ouders uit Tsjecho-Slowakije. In Nederland vestigde ze zich als vertaalster en dichteres. Tegenwoordig is ze steeds vaker ook mentor van jonge dichters. Uit het grote oeuvre van Jana het gedicht ‘Plekje op Olsany’ uit de bundel ‘Kiskassend gedicht’ uit 1996.
.
Plekje op Olsany
voor Jan Palach
Kale elzetakken flirten met grafzerken,
eenzaam als verstokte vrijgezellen. Winter-
licht valt op het plekje naakte aarde, niet
ver van de kerkhofmuur.
Ik ken zijn foto, de zachte jongenstrekken,
eenentwintig jaar, zijn toekomst legde hij
in de as (ofschoon geen zelfmoordenaar).
Ik weet de plek op de Wenceslasplein,
het vuur rende met hem mee, drong steeds
dieper in zijn huid. De oogleden weggebrand
doet zijn nacht voorgoed geen ogen dicht.
Met geheven vlam zweren kaarsen sindsdien
onze eed van trouw. Ook op dat plekje op
Olsany. Het is weer lente. En wat voor één.
De elzen kijken hun katjes uit.
.
Hans Lodeizen
Wandelend in de tuin
.
Hoewel Hans Lodeizen (1924 – 1950) een zeer kort leven gegeven was (hij werd 26) en maar één bundel publiceerde (Het innerlijk behang) en wat nagelaten werk, is zijn invloed op de poëzie in Nederland vernieuwend geweest. Hij wordt wel als een voorloper van de Vijftigers gezien met zijn experimentele poëzie. Uit de ‘Verzamelde gedichten’ uit 1996 het gedicht ‘Wandelend in de tuin ontdekte ik…’ dat ook verscheen in “Het muzikaalste gedicht’ De mooiste gedichten over muziek uit Nederland en Vlaanderen.
.
Wandelend in de tuin ontdekte ik…
.
Wandelend in de tuin ontdekte ik
Bloemen wier lichte gratie ik
Bijna vergeten had als de muziek
Die ’s ochtends na het bal door de tuinen
Zweeft; een herinnering en meer niet.
.
















