Site-archief
De verlatenheid van grensgebieden
Radna Fabias
.
De ster van de, op Curaçao geboren, schrijver en dichter Radna Fabias (1983) is snel rijzende. In 2018 debuteerde zij met haar bundel ‘Habitus’ waar ze tien jaar aan had gewerkt. Het is één van de meest gelauwerde bundels van de afgelopen jaren die opvalt door de sterk visuele vorm waarin de poëzie is geschreven. Voor deze bundel ontving Fabias de C. Buddingh’-prijs, de Awater Poëzieprijs en een nominatie voor de Eline van Harenprijs (allen in 2018), de Herman de Coninckprijs en de Grote Poëzieprijs (beide in 2019). In 2016 kreeg zij al de Poëzieprijs Stad Oostende.
Uit haar debuutbundel ‘Habitus’ hier het gedicht ‘de verlatenheid van grensgebieden’.
.
de verlatenheid van grensgebieden
de eerste kamer waar we niet slapen is een uitgeholde boom
we zijn termieten
we eten ons naar binnen, betasten het donker
je termietenstem vertelt me dat de moren de beschaving naar het westen hebben gebracht
ik vraag waar jij staat
in de discussie betreffende de etniciteit van de Messias onze Heer Jezus Christus je zegt
natuurlijk was Hij zwart maar de rest van dat verhaal is onjuist
je kijkt niet goed
ik ben onjuist
ik neem je niets kwalijk
termieten zijn blind
de tweede kamer waar we niet slapen is een spaceshuttle we zijn buitenaards
ik zie je voelsprieten aan voor tentakels en omgekeerd
we zijn weerzinwekkend
we zijn kosmisch
we zijn vochtig
je vertelt me dat je een astronaut gekend hebt die vernietigd is in een zwart gat
je vergeet de waarnemingshorizon je ziet chaos aan voor sloop ik zeg het niet
de volgende kamer is een vulkaan maar daar kan ik tegen
de hitte vreet de helft van je gezicht op en dan zie ik je eindelijk scherp
hoekig
bang
in de vierde kamer staat ten langen leste een bed maar de schrijftafel en de nachtkastjes
hangen aan het plafond
het nieuwe testament zou elk moment op ons kunnen vallen
je biedt me je andere wang en ik lik haar
in de vijfde kamer maak je van je handen kommen kom hier blijf hier we zullen moeten
trouwen
je verklaart ons je vertelt me dat ik vloeibaar ben en jij houdt ervan als dingen door je
stromen ik zeg
natuurlijk ben ik zwart, maar de rest van dat verhaal is onjuist
de zesde kamer waar we niet slapen bevindt zich tussen de lobby en de ontbijtzaal de receptioniste kijkt naar de telefoon maar neemt niet op in de ontbijtruimte liggen hardgekookte eieren in een metalen bak op een bedje van koffiebonen
we begrijpen niet waarom
iemand buiten de stad verplaatst heeft
ze zweeft nu op de wolken
het ziet er niet uit
voor de laatste kamer moeten we nogal een eind lopen om van de parkeerplaats bij de receptie te geraken de tegels in de badkamer brokkelen af de douche lekt er ligt haar in het putje het raam kan niet open de airco maakt te veel lawaai de dekbedden zijn te kort als het ontbijt op bed arriveert is het al bijna lunchtijd de bacon is taai het roerei soepig de koffie slap de waterleidingen beschimmeld er drupt iets uit het behang er is geen waterkoker er zijn geen badjassen de föhn werkt niet de sauna is slechts om de dag een uur open men moet bellen om de sauna aan te laten zetten het duurt minstens een half uur voordat het warm is bovendien ruikt de sauna helemaal niet naar eucalyptus
en het bed
is te zacht
.
Foto: Casper Kofi
Don Juan Lul
Lévi Weemoedt
.
Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.
In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”
.
Don Juan Lul
.
‘k Kan niet lezen en niet schrijven.
‘k ben de langzaamste in vlijt.
Maar het allerdroevigst ben ik
in sociale vaardigheid.
.
Nooit kan ik iets leuks verzinnen!
Sta ik voor een mooie meid,
ach, dan schiet mij slechts te binnen
dat ik dood wil. Heel de tijd.
.
Vanmorgen werd ik opgebeld
Ester Naomi Perquin
.
Dichter Ester Naomi Perquin (1980) debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’. In 2017 werd ze voor twee jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. In 2018 werd de Herman de Coninckprijs aan haar toegekend en ze ontving voor haar bundels meerdere literaire prijzen. In 2019 schreef Perquin het Boekenweekgedicht ‘Moeder’. Uit haar bundel ‘Namens de ander’ uit 2009 komt het proza-achtige gedicht ‘Vanmorgen werd ik opgebeld’.
Vanmorgen werd ik opgebeld
.
Vanmorgen werd ik opgebeld door een mevrouw die wilde weten
of ik Richard was. Dit was nooit eerder voorgekomen.
Veel mensen hebben gewild dat ik iemand was, soms iemand
die ik was geweest, soms iemand die ik zou moeten zijn
– kijk eens angstig, praat als een non, spring op en neer,
kun je niet een keer een rokje dragen –
maar Richard heeft niemand mij gevraagd.
(Ondertussen ruist de stilte van twee kanten in een oor.)
Er is een ander leven vóór ik antwoord geef, volop mogelijkheden,
voor het zelfde geld had het materiaal waaruit ik besta
een andere vorm of naam. Wat als ik ja zou zeggen,
ja, ik ben het: Richard. Bent u dat moeder?
Wat is het lang geleden.
Zou ik door Richard te worden ook Richard zijn, inclusief lichaam,
ademhaling, geheimen, de manier waarop hij ’s ochtends vroeg
zijn veters strikt? Houdt hij bijvoorbeeld van pastinaak?
Zou zijn moeder de verbinding verbreken
of uit standvastigheid
of uit eenzaamheid
of uit gezelligheid
in mij geloven?
Is Richard nog in leven of belt zij steeds een ander op,
vraagt ze naar hem omdat wie weet toch iemand zegt:
Richard? Ja hoor. Die is boven.
Laat niemand haar vertellen dat Richard is verdronken, dat hij is
verdwaald, ontvoerd, verongelukt. Was er niet ergens
een feestje, een man? Heb ik Richard niet alleen
gekend maar zelfs gekust, gesproken,
dronk hij wijn, lachten we samen?
Nu, precies nu is het nog mogelijk geen geluid te maken,
op te hangen of met zakjes te gaan kraken alsof we – helaas –
zijn ingesneeuwd, ik kan u niet verstaan.
Ik stel me haar voor, ze staat in een donkere kamer, kijkt vragend.
Maar ik dan? Waar haal ik op dit uur een Richard vandaan?
Mevrouw, de eerlijkheid gebiedt mij u te zeggen
dat ik Richard niet ben, nooit ben geweest
en niet herken, hoewel onze nummers
misschien weinig verschillen, onze levens
zijn gescheiden door een acht, een vier, een twee.
Er zijn mensen met wie ik minder scheel dan een getal
maar wier moeders mij niet kennen, niet zullen bellen.
U verspilt uw tijd, ik besta slechts uit halve stemmen,
halve gezichten, geen Richard waardig, geen hond
heb ik ooit meer gebracht dan halfslachtige aanwezigheid.
(Er klinkt een vastbesloten stilte op de lijn.)
Mevrouw, ik weet niet tot wie maar ik bid met u mee
dat het iemand zal lukken.
Dat het iemand zal lukken om Richard te zijn.
.
Handle with care
Mahlu Mertens
.
De Maastrischtse Mahlu Mertens (1987) groeide op in Nederland, maar verhuisde in 2011 naar België waar ze als promovendus hedendaagse letterkunde aan de universiteit Gent werkt op het departement van Literaire studies. Naast dichter is ze ook theatermaker en literatuurwetenschapper. Samen met Hanne Vandersteene vormt ze de kern van grensgeval, een gezelschap dat voorstellingen maakt op de grens van theater, geluidskunst en circus.
Haar poëzie verscheen in Het gezeefde gedicht, de Poëziekrant en bij Meander. Haar taal is bijzonder, haar Nederlands vervlaamst, haar Vlaams vreemd. In februari 2019 won ze de Zeef poëzieprijs met haar bundel ‘Ik tape je een bed’ die bij uitgeverij De Zeef verscheen.
Handle with care
.
ik behandel je als een kartonnen doos met een etiket erop:
‘breekbaar’. ongeopend loop je over straat, niemand
weet wat je verpakt, en ook wij wachten af, verwachten
weinig tot niets: de doos lijkt te licht, een ruimte gevuld met hoop.
.
we tellen stappen, stoeptegels, lantaarnpalen: even is goed nieuws,
oneven niet. oneven. opnieuw. elke afslag een nieuwe kans,
de stad als gokautomaat die we steeds opnieuw bespelen. even
geloven in een winnende hand.
.
hoe langer je iets moet dragen, hoe zwaarder het lijkt,
dus ook jouw vermoeidheid is geen doorslaggevend bewijs.
.
Poëziebustoer 2019
Nieuwe namen
.
Ook in 2019 gaat de Poëziebus weer op toer door Nederland en België, dit jaar met weer een hoop nieuwe namen. Wie gaan ermee? Dat zijn Steff Citroengeel, Akim A.J. Willems, ParaDockx, Terence Roelofsen, Evy van Eynde, L-Deep, Aurora Guds, Stokely Dichtman, Doreen Hendrikx, Foleor van Steenbergen, Anna Khina, Rik Sprenkels, Demi Baltus, Doeko L., Isha van der Burg, Mischa van Huijstee, Naomi Veldwijk, Jens Meijen, Jolies Heij en Samoerai. Kijk voor een introductiefilmpje van deze deelnemende dichters op https://poeziebus.nl/deelnemers/
Dit jaar rijdt de Poëziebus van 5 augustus tot en met 11 augustus langs een aantal steden. Wil je weten waar precies hou dan de dienstregeling in de gaten via de website of de Facebookpagina. In 2017 gingen er ook een aantal nieuwe namen mee en een van die nieuwe namen was Cissy. Praat je over Groningen en spoken word dan kom je al snel uit bij zangeres, dichter en creatieve tornado Cissy. Van 2012 tot 2015 zat ze bij Poetry Circle Groningen. Dat Cissy afstudeerde aan de Academie voor Popcultuur richting muziek/performance lees je terug in haar teksten. Haar gedicht ‘Mama is een positief gedicht over een zwaar onderwerp, schrijnend, eerlijk en waar. Uit de Poëziebundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ uit 2017 haar gedicht/lied ‘Mama’.
.
Mama
.
Mama, ik heb honger
Mama, ik ben moe
Mama, gaan we vandaag nog naar de winkel toe?
.
Ik heb honger, ik heb dorst
maar de koelkast is leeg
En, ik weet dat de fiets stuk is
maar is de winkel open?
Ik wil best lopen
als je moe bent
.
Mama, ik zie mensen om me heen met
zoveel spullen, zoveel kleren, zoveel speelgoed
.
waarom hebben wij het niet
en zij het wél goed?
.
Mama, gaan we nog ergens naar toe?
Op vakantie, zoals de kinderen uit mijn klas?
.
Mama, mag ik voor kerst misschien die jas?
En als ik geen zakgeld meer vraag
misschien dan ook die tas?
.
Want…
ze pesten me op school
ze zeggen dat ik schooi
ik voel me zó anders
maar met die spullen ben ik mooi
.
Mama
ik hou van jou
ik wéét dat je je best doet
ik hou van jou
.
We hebben niet zoveel, maar je bent er
We hebben niet zoveel spullen of centen
.
maar de meester zei
dat je alles voor me doet
En dat je houdt van mij
Dus alles komt vast goed
.
Helaas dood
Janine van Elzakker
.
Wilhelmina Kuttje (met twee T) is afgelopen maandag 11 maart overleden op 73 jarige leeftijd. Dat las ik in de overlijdensadvertenties in de Volkskrant van zaterdag. Boven officiële overlijdensadvertentie stond ‘Helaas dood’ zoals je van haar radiopersonage zou verwachten. Wilhelmina Kuttje was een personage in het radioprogramma van Wim T. schippers ‘Ronflonflon avec Jacques Plafond’ dat werd uitgezonden in de jaren tachtig op radio 3 elke woensdagmiddag van 5 tot 6 uur. Ik luisterde altijd naar dit programma dat tekstueel volledig werd geschreven door Wim T. Schippers. Wilhelmina Kuttje was de vaste huisdichter van het programma en wanneer zij werd aangekondigd door Jacques plafond (Wilhelmina Kuttje met twee T) dan reageerde Jan Vos (een ander personage) steevast met: wie had er twee thee besteld?
Janine van Elzakker die de rol van Wilhelmina Kuttje speelde is dus overleden. In 1989 verschenen in de Ronflonflonreeks 4 delen (boekjes) waarvan Kuttje compleet (deel 3) er een van was. In dit bundeltje staan de gedichten van Wilhelmina genoteerd met teksten die in het radioprogramma werden uitgesproken wanneer het item aan de beurt was.
In nagedachtenis aan Janine van Elzakker, aan wie ik dus mooie herinneringen heb, hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Snijbonen’ (uit haar dadaïstische verzen). In 2014 plaatste ik al eerder drie gedichten uit deze bundel zoals https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/07/20/kuttje-compleet/
.
Snijbonen*
(een zomervers uit de bundel Conserven)
.
Boontje, loontje, o, gewoontje dacht je
maar niet heus
Hebben wij niet winterkeus?
.
‘k Lach om de seizoenen
gewapend met een blikopening
Roetsj! Plens plens!
Mens… Even opwarmen en
verorberen maar!
Zie daar!
.
Damasten tafelkleden kliedervol
Liederlijk, fijn gesneden
Maat houden, lieveling
Begrijpt gij er iets van?
Nee, dit niet!
.
En sluit ik af dit vers
met vers gesoldeerde deksel
op vertind stalen koker
Kom maar op! Tandenstoker!
.
* Het gedicht ‘Snijbonen’ uit de bundel Conserven is een licht dadaïstisch vers, want daar wist grootmoe ook wel raad mee. Uit 1934. de ondertitel luidt: Een zomervers, en hoe wij dat nu precies moeten duiden, dat blijkt in de loop van het vers, want op het eerste gezicht zal men zeggen: Hoe nu? snijbonen uit blik? – want daar komt het tenslotte op neer- ‘is dat nu wel zo zomers? Is de zomer nu juist niet de tijd van volop verse groenten? Nu moet men niet vergeten dat juist in die tegendraadsheid in het onderhavige vers – ik heb het nog steeds over: ‘Snijbonen”- een zomervers- uit de bundel Conserven, de grote kracht, poëtische zeggingskracht, zeg maar, dat eigenlijk het totale oeuvre van mijn grootmoeder zo kenmerkend eh… kenmerkt. met andere woorden: Juist die ongerijmdheid, om het in poëtische termen te zeggen, zorgt voor de overdracht van een zeker gevoel van onbestemdheid, waar mijn grootmoeder zo in uitblonk, maar evenzeer onder gebukt ging.
.
.
Poëzieweek
31 januari t/m 6 februari 2019
.
Vandaag begint de Poëzieweek 2019, een week lang landelijke (Nederland en Vlaanderen) aandacht voor poëzie in de media, boekhandels, bibliotheken en andere plekken waar poëzie leeft. Na een aantal jaar de Nationale Gedichtendag te hebben georganiseerd is er nu alweer voor het zevende jaar sprake van de Poëzieweek. Ik schreef het al eerder en ik herhaal het nog maar een keer; liever zie ik, net als in de Verenigde Staten, een Poëziemaand maar ik ben al blij met een week.
Dit jaar heeft de Poëzieweek als thema ‘Vrijheid’. Een mooi algemeen thema waar je werkelijk alle kanten mee op kan. Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk ‘Zonder handen, zonder tanden’ en dat krijg je in de Poëzieweek gratis bij besteding in de boekhandel van minimaal € 12,50 aan poëzie (zeg maar de aankoop van 1 poëziebundel). Dan wordt op 6 februari bekend gemaakt welke bundels genomineerd zijn voor de Grote Poëzie Prijs (de opvolger van de VSB Poëzieprijs) waarvan de winnaar op 16 juni bekend wordt gemaakt.
Maar er is meer. Op 2 februari is de finale van het NK Poetry Slam in Tivoli Vredenburg, en er zijn tal van voordrachten, projecten, podia rond en met dichters. Zo zijn er poëziewedstrijden, poëzievertaalwedstrijden, Poëzie en Kunst, een poëzieparcours, een light verse middag, interviews met dichters en ga zo maar door. En dan op 7 februari, na een week van tientallen en misschien wel honderden poëzieactiviteiten, wordt het stil.
Ik ben heel blij met de Poëzieweek, de dichtkunst staat een week lang in het centrum van de belangstelling en tegenwoordig in deze vluchtige maatschappij mogen we daar al heel blij mee zijn. Voor de ware liefhebber (en dat zijn er vele en worden er steeds meer) is het dan weer wachten op een initiatief, een project, een voordracht ergens in het land. Dat zou toch ander moeten. Hier op dit blog kan je dagelijks terecht voor een portie poëzie en wie weet komt het ooit zover dat poëzie net proza een vaste plek in het literaire landschap weet te veroveren.
Tot die tijd ook vandaag een gedicht. Van Tom Lanoye uiteraard, de Poëzieweek dichter van 2019. Uit de bundel ‘Hanestaart’ uit 1990 het gedicht ‘Programma’.
.
Programma
.
Weet ik veel hoe poëzie eruit
moet zien. Niet dat statische,
dat uniforme. Daar hou ik niet
zo van. Dezelfde toon herhaald
tot in den treure, en dat dan
‘vormvastheid’ noemen, of ‘een
eigen stem’, dat soort gelul.
Nee daar hou ik niet zo van.
Geef mij dan maar het favoriete
snoepgoed uit mijn jeugd. De
toverbal. Je zuigt en zuigt
maar, telkens komen er andere
kleuren te voorschijn en voor
je ’t weet, heb je helemaal
niets meer. Dát is het, vind
ik. Zoiets. Ongeveer.
.
A. den Doolaard
Poëzieweek 2019
.
Zoals op elke zondag deze maand aandacht voor de komende poëzieweek die loopt van 31 januari t/m 6 februari. Op zondag 27 januari echter trappen we in Maassluis al af met o.a. een optreden van de dichter Ingmar Heytze https://www.poezieweek.com/activiteit/poeziemiddag-4/
Op de zondagen in januari schrijf ik over gedichten van Ingmar Heytze of over het thema van deze Poëzieweek ‘Vrijheid’. Vandaag een gedicht over de vrijheid van schrijver, dichter, journalist A. den Doolaard of Bob Spoelstra (1901 – 1994), zoals zijn echte naam was.
Al heel vroeg, nog ver voor de oorlog, publiceerde A. den Doolaard waarschuwende artikelen tegen het opkomende fascisme. Een aantal kritische artikelen die hij schreef voor het Nederlandse dagblad Het Volk over totalitaire landen werd gebundeld in 1937 in ‘Swastika over Europa – een grote reportage’ . Deze anti-nazi-artikelen resulteerden in uitzetting uit Italië, Oostenrijk en Duitsland. De Duitse krant Völkische Beobachter beschuldigde Den Doolaard van lasterlijke berichtgeving.
Van de oplage van 1000 exemplaren werden er ongeveer 500 onverkochte exemplaren in mei 1940 door uitgeverij Querido vernietigd , toen het Duitse leger Nederland binnenviel en hij en zijn vrouw naar het zuiden vluchtten. Uiteindelijk slaagden ze erin Engeland te bereiken als Engelandvaarder , na bijna een jaar in Frankrijk te hebben doorgebracht. In Londen werkte hij voor de Nederlandse radio-omroep Radio Oranje en vaak verzorgde hij toespraken voor de Nederlandse bevolking onder Duitse bezetting, wat weerstand aanmoedigde.
In 1944 verscheen in Londen van zijn hand de dichtbundel ‘De partisanen en andere gedichten’. In 1945 werd deze bundel bij De Bezige Bij herdrukt. Uit deze bundel het gedicht ‘De partizanen’.
.
De partizanen
.
Dit is de roem der partizanen:
Te strijden, de uitkomst ongeteld,
Niet deinzend voor het dichtst geweld
Noch zijn miljoenen onderdanen,
.
Alleen te staan desnoods, met God,
Alleen, gesteund door ’t straf geweten;
In ’t kleed, tot op de draad versleten
Koning te zijn in ’t vuilste kot.
.
Dit is het lot der partizanen:
Gebrand te worden en gekerfd
Gelijk een waas te zijn verscherfd
Druipend van bloed en bittere tranen,
.
Van hoofd tot scheen te zijn bedekt
Met d’eretekens der wonden,
Door ketenen te zijn geschonden,
Misvormd te zijn en uitgerekt.
.
Dit is het loon der partizanen
Tien regels in ’t geschiedenisboek,
Een kuil, in een vergeten hoek
En hier en daar herdenkingstranen.
.
Wie over vijfentwintig jaar
Als straten naar ministers heten
Kent nog de man, die heeft gesmeten
Die eerste bom, in ’t eerste jaar?
.


















