Site-archief

Dag zestien

Vakantiegedicht

.

Uit de bundel van Etwin Grootscholten (1969) , voormalig provinciedichter van de provincie Zuid Holland, getiteld ‘Dichter bij Zuid-Holland’ uit 2022,  het gedicht ‘Helder’.

.

Helder

.

een kas is van glas

een vaas is van glas

.

ik zet paprika’s in een vaas

ik zet komkommers in een vaas

ik zet tomaten in een vaas

.

en de bloemen eet ik op

als ik kijk

naar duizend geuren

.

Dag elf

Vakantiegedicht

.

Uit het tweeluik ‘Wulk’ poëzie en proza, van Myrte Leffring (1973) uit 2022, uit de dichtbundel ‘Opstaan’ het gedicht met als titel ‘het licht was zacht / leek van vloeipapier’.

.

 het licht was zacht

     leek van vloeipapier

.

je was zo stil

die zomer

jong donderglas

.

wat als de wolken niet wit

maar zwart?

hoe leer je een tamme rat

gebarentaal?

.

stil was je, een stoere

engel zo taai

als trekdrop

.

ik weet nu

dat ook engelen

kunnen knappen

.

Dek

Ruth Lasters

.

Begin van dit jaar kwam de bundel ‘Wat maakt een gedicht goed’ van het literaire e-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander uit. In deze bundel staan de verzamelde antwoorden van een brede groep medewerkers, redacteurs, recensenten, schrijfdocenten, dichters en poëzieliefhebbers op de vraag ‘Wat maakt een gedicht goed?

Op het digitale platform voor uiteenlopende meningen en opvattingen ‘Streven vrijplaats‘ schreef dichter Frederik De Cock (1973) een bijzondere interessante en lezenswaardige analyse van de bundel. Nasst deze analyse toetst De Cock hetgeen hij heeft gelezen in de bundel aan een gedicht van Ruth Lasters (1979) over wie ik al eerder hier , hier en hier schreef.

Na zijn lezing neemt hij het gedicht ‘Dek’ waarmee Lasters de Melopee Poëzieprijs 2022 won. Deze prijs bekroont elk jaar het meest beklijvende gedicht dat voor het eerst verschenen in een literair Vlaams tijdschrift (in dit geval van van 2021). De jury selecteerde op basis van een puntensysteem 20 gedichten waaruit Ruth Lasters met het gedicht ‘Dek’ als winnaar uit de bus kwam.

Zijn analyse van het gedicht ‘Dek’ is zeer de moeite waard om te lezen, net als het gedicht zelf. Daarom hier het gedicht ‘Dek’.

.

Dek

.

Ze schrobben sinds hun dood het dek

van een bootje in een fles

al blijft het eeuwig schoon, vrij van meeuwendrek.

.

Het boeit hen weinig wat er eerst was: het glas,

het scheepje, zij? Zolang ze, likkend aan de wand vanaf de mast

geen resten proeven van een tafelwijntje maar van

.

een grand vin. Soms schiet hun hele moedertaal plots

in hen los zoals de schoot van een grootzeil. Dan kleppert het

in hen, klakken hun monden slechts nog door

.

wat vroeger koude heette in dat land van huis en hond en

ons en uren die zich sloegen nog met aardappel-

plonzen en rauwe naast de kom gevallen

.

tijd die evengoed conform doormidden werd

gehakt. Van voor- tot achtersteven hangt een walm

.

die mams en paps daar op hun tweemaster zo nu en dan

ontzet doet snuffelen aan

zichzelf tot ze de rotte stop zien boven in de flessenhals

.

die hen gelukkig, hoewel vals,

geruststelt dan. Je ziet, pardon zeggen én welverdiend pardonneren

kunnen nog best en het behoeft niets geks,

.

gewoon de juiste kurk kiezen

voor hen.

.

Ik ben met haar naar zee geweest

Koenraad Goudeseune

.

Van de Vlaamse dichter Koenraad Goudeseune (1965-2020) is in 2022 de bundel ‘Nagelaten gedichten’ verschenen. Goudeseune was ongeneeslijk ziek en koos voor euthanasie in plaats van een chemobehandeling die hem weinig kans op genezing bood. In de laatste fase van zijn leven schreef hij een reeks afscheidsgedichten. Twee jaar na zijn dood is van hem deze bundel uitgegeven. Op de website van Meander is een recensie verschenen van Herbert Mouwen die de moeite waard is te lezen.

Lezende in deze bundel bleef mijn oog hangen bij het gedicht ‘Ik ben met haar naar zee geweest’, een bijzonder mooi liefdesgedicht waar ik, wonend op een paar minuten lopen van zee, veel in herken.

.

Ik ben met haar naar zee geweest

.

Ik ben met haar naar zee geweest, ik moest haar laten zien

wat ik, als ik in mijn eentje ben en aan haar denk, gedurig zie.

Oog in oog met wat mijn hart te boven gaat, hoopte ik er rust

te vinden, soelaas, de oorzaak, een nieuw begin dat ik alleen

.

met haar zou kunnen delen. Maar zij was nog mooier daar.

Gezegd kreeg ik van dit alles niets en nu ik weer alleen ben

en alleen kan denken aan wat ik zeggen wilde, zie ik haar

opnieuw, de wind maakt haar zomers kleedje dartel, op blote

.

voeten zet zij de stappen die ik zet, een zelfde levend wezen,

enkel door biologie gescheiden en, naar Plato’s leer, op zoek.

Was het mij maar één keer gegeven niet te zitten schrijven

.

over wat onmogelijk kan hersteld of nog eens komen – vrede

had ik met het leven en onuitstaanbaar vond ik alles wat

poëzie wil zijn. Ik zou haar noemen, zonder woorden, mijn.

.

Vindersloon

Monica Boschman

.

Van dichter, schrijver en schrijfdocent Monica Boschman (1965) is bij uitgeverij U2pi de bundel ‘Vindersloon’ verschenen. Eerder publiceerde Monica de bundels ‘Nieuwe wegen voor Mariken’ in 2019 en ‘Zeerslag’ in 2018. Haar gedichten waren te lezen in het tijdschrift DICHTER, in MUGzine nummer 14 en in bloemlezingen. Daarnaast ken ik Monica van haar deelname aan de Gedichtenwedstrijd van poëziestichting ongehoord! waar ze tweemaal derde werd, in 2020 en in 2022.

Maar nu dus haar derde dichtbundel ‘Vindersloon’. Een mooie uitgave met 7 hoofdstukken. Lezende in haar bundel valt me haar taalgebruik op; helder en duidelijk, geen grote woorden of stijlfiguren maar poëzie in een taal die iedereen kan lezen en begrijpen. Poëtisch taal, dat zeker. Veelal vanuit de ik persoon geschreven lijken dit persoonlijke gedichten maar nergens is het sentimenteel of verwordt het tot getuigenispoëzie, het is alsof de dichter vanuit een helicopter-perspectief naar de eigen ik kijkt en daarvan verslag doet.

Ik heb geprobeerd een lijn te vinden in deze bundel maar die is er niet echt volgens mij. En dat hoeft ook helemaal niet vind ik. Tegenwoordig lijkt het alsof poëziebundels één geheel moeten zijn, met een thema dat door de hele bundel wordt uitgewerkt. En dan nog het liefste in hele lange proza-achtige gedichten. Ik ben niet van die school en Monica Boschman ook niet. Haar gedichten staan op zichzelf en beslaan nooit meer dan een pagina.

Toch is er wel iets te zeggen over de indeling en de verschillende hoofdstukken. De bundel begint met het gedicht ‘Kijk’ en dat gedicht staat op zichzelf alsof de dichter duidelijk wil maken dat dat precies is wat je moet doen, kijken. Ik lees in dit gedicht ook een kijk op het dichterschap. ‘Er zijn er met het hoofd omhoog, de ogen gericht op boven’ en in de tweede strofe ‘Er zijn er met het hoofd recht, ze leven op ooghoogte / daar waar ze bij kunnen’. In de derde strofe: ‘Er zijn er met het hoofd naar beneden, hun nekbotjes / nemen een gebogen vorm aan, de blik volgt’ en in de vierde strofe ‘Er zijn er die voortdurend omkijken. Er zijn er / met het hoofd ver voor het lichaam uit’.

Ik denk dat Monica met dit gedicht haar bundel heeft samengevat. Er zijn vele manieren om poëzie te schrijven, met het hoofd in de wolken, in het hier en nu, te neer geslagen of met een vooruitziende blik. In deze bundel komen deze vier typen van poëzie schrijven voor.

Dan de hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk ‘Waar jij net liep, loop ik’ beweegt en ontmoet de dichter. Of het nu de ontmoeting is uit het openingsgedicht van dit hoofdstuk, de schommel in de lucht, de schemer onbemand op doortocht of de menigte die inhaakt en van links naar rechts meedeint in de feestzaal, alles beweegt in dit hoofdstuk en de taal beweegt mee. Tot aan de dichter zelf in het gedicht ‘Etude’ waar ze schrijft ‘Mijn mond geeft adem’.

In het tweede hoofdstuk ‘Zilver van berkenbos’ krijgen de vogels en de bomen menselijke trekjes; het bos is zelfs boos of ‘hing te drogen met knijpers aan een lijn in de klas’. Maar ook een zwerfkei laat weten ‘Het donkert  onder mij / dicht van aarde.’ In het derde hoofdstuk ‘De boeggolf en het uitdeinen’ speelt de water dan weer de hoofdrol (de zee, een rivier, een bron) maar niet zozeer het water zelf als wel alles wat er zich afspeelt op en rond het water.

In het vierde hoofdstuk ‘Het uitblijven van antwoorden’ gaan de gedichten over het leven, het bloeien, een hogere macht. Wat is er te verwachten van het leven, hoe zal het verlopen, Maslov komt langs en eigenlijk geeft de dichter zelf in het gedicht ‘Hoeveel, wanneer en waar’ het antwoord; ‘Je moet een verhaal hebben of maken’ en dat is wat ze doet. Het vijfde hoofdstuk ‘Alvast wat knoopjes los’ laat zich makkelijker duiden. Hier lees ik het verloop van een liefde, een geschiedenis met een angst  ‘niet meer worden aangeraakt’ die overgaat in het ‘meeslepen van het verleden’ naar ‘Nu veeg ik jouw adem van mijn huid’.

In het hoofdstuk ‘Een taaie in de ring’ is daar de vader die aan Alzheimer leidt, naar woorden en dingen zoekt, tot aan zijn overlijden. In dit hoofdstuk het gedicht ‘Hij leeft zijn moeder na’ waarin de titel van deze bundel op zijn plaats valt. Tot slot het laatste hoofdstuk ‘Naar onbekende streken’  waar een aantal thema’s opnieuw aan de orde komen. Waarmee de cirkel rond is, waarmee de gedichten in deze bundel allemaal een plek kunnen krijgen in de kijk op het dichterschap uit het openingsgedicht. Van dromen naar kijken, naar  verduren en tot slot met het hoofd ver voor het lichaam uit de wereld tot je nemen.

De taal van Monica Boschman is prettig leesbaar, haar thema’s herkenbaar en met deze bundel geeft ze een kijkje in haar persoonlijk en gevoelsleven waar je na lezing met gemengde gevoelens aan terugdenkt en waar je, gedichten uit terug wil lezen. Los van de context, om te kunnen bekijken waar je je als lezer bevindt, waar je zelf met je hoofd beweegt, omhoog, recht vooruit, naar beneden of vooruit gestoken.

Om je nieuwsgierigheid een beetje te kietelen hier het gedicht waar de bundel zijn titel aan ontleent.

.

Hij leeft zijn moeder na

.

al zijn de namen anders, van het huis

en van de mensen. Hij onthoudt zich

van onthouden en ook weten

.

is al ver gewist. Mijn naam geeft stem

aan wat vergeten is, waarbij herhalen

elke bodem mist.

.

We delen het vindersloon

wanneer een liedje zijn ogen kent

of een lepel zijn hand beweegt.

.

Op vleugelvoeten gaan we

door gangen. We weten

de helft van de weg.

.

Homeless Jezus

Er ligt een man in het park

.
De Vlaamse dichter Tania Verhelst (1974) schrijft en tekent en werd in 2018 verkozen tot stadsdichter van Brugge. In 2021 verscheen haar debuutbundel ‘Twee helften’ bij Uitgeverij De Zeef. Zij maakt deel uit van het dichterscollectief ‘Obsidiaan’. Ze publiceerde eerder in Het Liegend Konijn, De Gids, Deus Ex Machina en Kluger Hans. In 2022 verschijnt haar bundel ‘U kunt uw lichaam hier achterlaten’.
Op haar website zijn een aantal van haar gedichten te lezen waaronder het onderstaande gedicht zonder titel dat is geïnspireerd op het beeld ‘homeless Jezus’ van Timothy Schmalz. Voor een goed begrip heb ik een foto van dit beeld bijgevoegd.
.

er ligt een man in het park
op een bank onder een jas onder een krant
ligt een man in het park
en als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
zoals de buste van de koningin aan de rand van het park

 

wat zij met hem te maken heeft
want ook al is zij postuum en van patina
en hij meer van slaap dan van bloed
als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
en als zij niet van steen was zou je denken dat zij zich over hem

 

boog

.

 

.

Wolk 2.0

Maak je eigen gedicht in augmented reality

.

Afgelopen vrijdag was ik bij de presentatie van de nieuwe WOLK app, Wolk 2.0. De oude wolk app waarbij je met behulp van een app op je telefoon gedichten kon lezen in augmented reality in de ruimte waarin je op dat moment bent (in de bibliotheek van Maassluis bijvoorbeeld waar de wolk app zuil staat) is nu vernieuwd en te gebruiken door in je browser van je laptop, je tablet of telefoon naar wolkapp.nl te gaan. Door dit te doen open je de app. Je kan in de nieuwe app zelf een gedicht schrijven (keuze uit: limerick, sonnet, haiku, elfje of vrije vorm).

Door de app te volgen kun je je gedicht vervolgens bekijken in de augmented reality omgeving. En behalve dat je nu zelf een gedicht kan maken (je kunt ook nog steeds uit gedichten van Joke van Leeuwen, Akwasi, Roos Rebergen, Teske de Schepper, Edward van de Vendel, Tim Hofman, Radna Fabia en Anne Vegter) kun je deze ook delen via social media. Je gedicht is alleen zichtbaar voor jezelf tenzij je het deelt.

Wolk maakt poëzie laagdrempelig, toegankelijk en leuk. Het is een vernieuwende manier om bezoekers (aan de bibliotheek waar de app voor is ontwikkeld) met poëzie in aanraking te laten komen. Wolk laat je kennis maken met de technologie van augmented reality en met poëzie. De app is in opdracht van de bibliotheek ontwikkeld door Johannes Verwoerd Studio.

Natuurlijk een gedicht met wolken, dit keer van Henny Vrienten (1948 – 2022).

.

Als mijn adem op

is, het gedaan is

met mijn leven

reis ik naar de

hemel toe om een

concert te geven

want ik was nog

lang niet klaar,

mijn bas niet

uitgeklonken

ik klop aan en

meld me daar, bij

het bandje in de

wolken

.

 

Hoeveel letters

Bianca Boer

.

De Rotterdamse dichter Bianca Boer komt uit Groningen maar is inmiddels een ‘echte Rotterdammer’ geworden. Bianca schrijft boeken; romans, kinderboeken en poëzie. In Mugzines #9 staan tekeningen en poëtische teksten van Bianca. Haar achtergrond (Kunstacademie en Schrijversvakschool) staan garant voor veel fraais zowel in beeld als in tekst. Ze is eindredacteur bij literair kindertijdschrift BoekieBoekie en schrijfdocent bij de VAK in Delft en de SKVR in Rotterdam.

In haar laatste poëziebundel ‘Vaste grond’ uit 2022 (genomineerd voor de Mr. J. C. Bloem Poëzieprijs 2023) staat het verlies van een moeder aan Alzheimer centraal en wat dat betekent voor de wereld rondom die moeder.

Uit deze laatste bundel las ik het gedicht ‘Hoeveel letters maak ik aan je vuil’ waarin de tekst dit keer belangrijker is dan het beeld, komt de ziekte duidelijk naar voren.

.

Hoeveel letters maak ik aan je vuil

.

aan het eind van de wereld zwijgen de bomen

woorden spelen verstoppertje

liefde staat bij de z van zucht

.

het zijn de seizoenen geweest

die ons met regen willen troosten

bij eik staat begeerte

onder verliefd verlies

bij jou en mij staat hardhout

.

een snuitkever volgt de openstaande rand

van onze initialen in de stam van de boom

letters als littekens van jaren die verstreken

het bos is oud geworden zonder ons

.

3 PAK

Gershwin Bonevacia

.

Ter gelegenheid van de Boekenweek voor jongeren komt de CPNB elk jaar met een uitgave speciaal gericht op jongeren. En dan vooral om het leesplezier van jongeren aan te wakkeren. In 2022 was dit de uitgave ‘3PAK’ met verhalen van Daan Heerma van Voss en Chinouk Thijssen en gedichte van Gershwin Bonevacia.

Bonevacia schrijft op zijn website: “Gershwin Bonevacia is dichter, schrijver en performer. Van maart 2019 tot januari 2022 was Gershwin stadsdichter van Amsterdam, en schreef hij maandelijks een gedicht in Het Parool. Zijn poëziedebuut ‘Ik heb een fiets gekocht’ gaf hij in 2017 in eigen beheer uit en maakte hij eigenhandig tot underground classic door er meer dan 6000 exemplaren van te verkopen.” In 2021 verscheen van hem de bundel ‘Toen ik klein was, was ik niet bang’ en in 2022 was hij de eerste dichter die gevraagd werd voor ‘3PAK’.

Een van de gedichten in deze bundeling van poëzie en verhalen is getiteld ‘Veertien’.

.

Veertien

.

jongens hebben voetbal, een bank in het park

stunten op een BMX

en basketballen op het plein tot middernacht

meisjes hebben schaamte

.

op een dag

als we groot zijn

en zelf kunnen denken

zullen we moedige vrouwen zijn

met een gezin, een baan en zwaartekracht

we zullen zitten in een bus

en het gewicht van onze nieuwe vormen

naar de randen van open plekken duwen

.

we zullen veertienjarige meisjes zien voor wat ze zijn

omdat wij hen zijn geweest

ze zullen voor ons zitten

lachend om onze schoenen

meisjes met vleugels

terwijl in onze ooghoeken

de jongens elkaar uitdagen

om hoger en hoger te springen

.

Libretto

Peter Holvoet-Hanssen

.

‘Libretto’ Lied- en muziekdoosgedichten uit 2022 is een bloemlezing van liedgedichten en ‘muziekdoosgedichten’ uit eerdere werken van de Vlaamse dichter Peter Holvoet-Hanssen (1960). Holvoet-Hanssen debuteerde in 1998 met de bundel ‘Dwangbuis voor Houdini’. Hiervoor ontving hij in 1999 de Vlaamse Debuutprijs. In 1999 verscheen ‘Strombolicchio. Uit de smidse van Vulcanus’ waarvoor hij in 2001 de Dirk Martensprijs ontving. Naast deze blijken van waardering ontving hij ook nog onder andere de Louis Paul Boonprijs voor ‘Blauwboek’ in 2019 en de Paul Snoekprijs voor ‘Navagio’ in 2010.

In 1994 richte hij samen met zijn partner Noëlla Elpers het Kapersnest op om interesse voor (jeugd)literatuur en (kunst)geschiedenis bij kinderen aan te wakkeren. Noëlla Elpers verzorgde ook de samenstelling, het voorwoord en de pentekeningen in ‘Libretto’.  Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Wolk van de Zwarte God’.

.

Wolk van de Zwarte God

.

het regent op Watou

in de verte roept een pauw

‘Claus! Claus!’

en iedereen is moe

.

het blaft en het waait

stap over de stormgrens

een man in pyjama

loopt zijn voordeur achterna

.

dan zwaluwt de kerk

hier drinkt Gerrit op de hoek

daar zinkt Eddy in het gras

gedichten doe de luiken toe

.

zing van het korreltje zand

en bevlieg dit dodenland

hop dans duivencirkels tien

de weg is anders dan voorzien

.