Site-archief
Het houdste van
Ruud Osborne
.
Ik wil dit jaar positief en met een boodschap van liefde beginnen (het afgelopen jaar was een tranendal in vele opzichten),en hoe kan je dat beter doen dan met een liefdesgedicht. In dit geval van dichter Ruud Osborne. In zijn bundel ‘Ik zeg je de kleinste liefde’ uit 2007, poëzie voor jongeren van 14+ (maar ook uitstekend te lezen door volwassenen) staat het gedicht ‘Het houdste van’.
‘Ik zeg je de kleinste liefde is een verzameling gedichten rond de thema’s puberliefde, bestaande liefde en ouder worden. Met gekleurde illustraties in collagetechniek van Gudrun Makelberghe. Ruud Osborne is energetisch therapeut (AETM), counselor, kind- en jeugdscoach en dichter. Zijn werk verscheen in bundels en o.a. in Het Liegend Konijn, Tirade, De Nederlandse Kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (samengesteld door Gerrit Komrij) en in het prachtige boek ‘Heel de wereld wordt wakker’. Zijn laatste bundel ‘Lef’ stamt uit 2022 en bevat gedichten zonder leeftijd.
.
Het houdste van
.
in hun bedjes
van het zachtste van het mooiste
van het warmste van het liefste
liggen ze samen
het houdste van
het allerhoudste van dat ik ken
.
ze slapen de handjes open de mondjes dicht
de hartjes open
het openste dat ik ken
.
ze dromen de dag dicht de nacht dicht
de tijd dicht
het dichtste dat ik ken
.
ze zijn uit het kleinste uit het grutterigste
uit het kruimeligste tevoorschijn gekomen
uit het nietigste dat ik ken
.
ze zijn voor mij het altijd aanwezigste het altijd blijvendste
het altijd altijdste
het eeuwigste dat ik ken
.
ze zijn het allerhoudste voor mij.
.
Stasi poëzie
Wolf Biermann
.
Ik kreeg het boek ‘The Stasi Poetry Circle’ the creative writing class that tried to win he cold war, van Philip Oltermann cadeau en ben er momenteel in aan het lezen. Een wonderlijk, bizar maar waargebeurd verhaal over een groep Stasi agenten (de Stasi was de afkorting voor het Ministerium für Staatssichterheit) die een werkgroep creatief schrijven (dichten) vormen. Dit werd gedaan onder begeleiding van een gevestigd schrijver om poëzie te schrijven die uitdrukking moest geven aan de wil om de staat en maatschappij van de DDR te dienen én die voldeed aan eisen van literaire kwaliteit.
De reden om een werkgroep van medewerkers met dichterlijke ambities te vormen was omdat men zich ernstig zorgen maakte in de jaren 1970 over de hang naar westerse muziek en literatuur onder haar jongeren, een hang die ze interpreteerde als sociaal-culturele staatsondermijning. Al te populaire, kritische kunstenaars, zoals Wolf Biermann, konden onschadelijk worden gemaakt door ontneming van het DDR-burgerschap en uitzetting naar West-Duitsland, maar dat middel kon alleen al om praktische redenen slechts incidenteel, in individuele gevallen, worden toegepast. Daarom was het noodzakelijk om te tonen dat zuiver dichterschap en absolute loyaliteit aan DDR-staat hand in hand konden gaan: ook de Stasi had zijn dichters en – na een poëziecursus te hebben doorlopen – wellicht goede dichters bovendien.
Omdat ik nog aan het lezen ben wil ik hierbij graag verwijzen naar het uitstekende artikel van Hans van der Heijde op Tzum uit 2022 over dit boek. In dit artikel (en ik het boek) wordt verwezen naar een bundel ‘Wir über uns’ waarin de pennenvruchten van deze groep in zijn opgenomen. Aan het einde van het artikel schrijft van der Heijde dat dit boek, ook antiquarisch, nergens te vinden is. Ik heb nog gezocht op namen van de dichters die in het boek voorkomen maar ook daar vond ik niets van.
Wolf Biermanns teksten werden in de jaren 60 en 70 steeds kritischer voor het DDR regime, hij mocht dan ook niet in het openbaar optreden in de DDR. Na een tournee door West-Duitsland in 1976 werd hem de toegang tot het land ontzegd en werd hij geëxpatrieerd. Vanaf dat moment werd Biermann, levend in de Bonds Republiek Duitsland (West Duitsland), een van de belangrijkste invloeden op vele politieke zogenaamde Liedermachers en ontving hij vele prijzen voor zijn werk.
Een liedtekst / gedicht van Bierman (1936) dat tot op de dag van vandaag actueel is, is ‘Soldaat, soldaat’ of in het Duits ‘Soldat, Soldat’ dat Biermann schreef in 1965.
.
Soldaat soldaat
.
Soldaat soldaat in grijze standaard
Soldaat soldaat in uniform
Soldaat soldaat, je bent zo veel
Soldaat soldaat, dit is geen spel
Soldaat soldaat, ik denk het niet
Soldaat soldaat, jouw gezicht
Soldaten lijken allemaal op elkaar
Levend en als lijk
.
Soldaat soldaat, waar gaat dit heen?
Soldaat soldaat, wat heeft dat voor zin
Soldaat soldaat, in de volgende oorlog
Soldaat soldaat, er is geen overwinning
Soldaat, soldaat, de wereld is jong
Soldaat soldaat, zo jong als jij
De wereld heeft een diepe duik genomen
Soldaat, je staat op de rand
.
Soldaat soldaat in grijze standaard
Soldaat soldaat in uniform
Soldaat soldaat, je bent zo veel
Soldaat soldaat, dit is geen spel
Soldaat soldaat, ik denk het niet
Soldaat soldaat, jouw gezicht
Soldaten lijken allemaal op elkaar
Levend en als lijk
.
Soldat Soldat
.
.
Bloemkool in de bonus
Daniel Vis
.
Dichter en schrijver Daniel Vis (1988) stond al in 2014 op het podium van poëziestichting Ongehoord!, vlak na het verschijnen van zijn debuutbundel ‘Crowdsurfen op laag water’, de bundel waar hij als dichter mee debuteerde. In 2018 werd deze bundel gevolgd door ‘Insect Redux’ en in 2020 kwam de bundel ‘Het weefsel’ uit. Zijn laatste wapenfeit is een roman ‘Een woelend lichaam’ die in 2022 verscheen.
Daniel won het NK Poetry Slam, werd genomineerd voor de J.C. Bloem-prijs en ontving de Frans Vogel Poëzieprijs. Zijn werk verscheen onder meer in Tirade en Het Liegend Konijn, en werd vertaald in het Frans, Spaans, Pools, Baskisch en Portugees. Hij treedt op in binnen- en buitenland.
Lezend in zijn debuutbundel kwam ik het gedicht ‘De bloemkool in de bonus’ tegen. In dit gedicht klinkt zoveel menselijk leed dat het, voor mij in ieder geval, heel grappig aandoet. In een artikel van de taalunie uit 2014 zegt Daniel hierover: “Er wordt vaak om mijn gedichten gelachen maar ik stop er nooit expres een grap in” en “Wat er staat betekent wat er staat. Er is me wel eens oppervlakkigheid verweten. Maar de betekenis zit bij mij niet in metaforen, hij zit onder de tekst.’ Daarom komt de woordkeus nauw, zegt hij. ‘Mijn gedichten moeten zijn als foto’s of filmscènes, de woorden moeten precies het beeld oproepen dat ik wil weergeven.”
.
De bloemkool in de bonus
.
tussen ons in wordt de bloemkool
langzaam koud.
we kijken ernaar.
.
‘er komt geen stoom meer af,’ zegt ze.
.
ik houd m’n hand erboven:
lauw.
.
in de metalen kromming van de pan
lijken onze gezichten vervormd.
.
de geur van bloemkool
wordt als ongezellig ervaren.
.
kook het nooit als je huis te koop staat.
.
we hebben bij de kringloop rummikub gekocht,
ieder een euro ingelegd.
.
het doosje stinkt.
de steentjes zitten in een oude washand.
de washand stinkt.
.
Gelieve u eerst aan te melden
Tania Verhelst
.
In juli van dit jaar schreef ik al over de bundel ‘U kunt uw lichaam hier achterlaten‘ van Tania Verhelst (1974) en deelde toen het gedicht ‘Homeless Jezus’. Toen ik weer in deze bundel aan het lezen was bleef ik hangen bij het gedicht ‘Gelieve u eerst aan te melden’. Toen ik dit gedicht las moest ik onwillekeurig denken aan iets dat ik eerder deze week op de radio hoorde. Het ging over het gegeven dat je een abonnement kon krijgen bij Meta (Facebook, Instagram, WhatsApp)) zonder advertenties maar daar zaten wel kosten aan. Per account leveren advertenties Meta € 7,- per maand op.
Er werd ook nog bij gezegd dat je data (bij een betaald abonnement ) veilig was en verder niet gebruikt werd. Maar bewijzen deed Meta dat verder niet. Ik denk dan meteen, ze gebruiken het dus wel degelijk. Maar los van dit geval zijn steeds meer zaken die voorheen gewoon gratis en voor niets te genieten waren, niet meer gratis. Als je je nou maar aanmeldt, lid wordt, je gegevens achter laat dan kun je ‘gratis’ gebruik maken. Daar gaat dit gedicht over. En over de consumeerdrift van de moderne mens. Instant hapiness van plastic en piepschuim. Betaald of gratis maar nooit voor niets.
.
Gelieve u eerst aan te melden
.
de binnenkant van een zakdoek
het vruchtvlees van een hand
ze zijn van u voor vijf euro
.
een stad in een glazen bol, goede schudden voor gebruik en kijk
deze nacht van sneeuw is uw deel voor 10 euro
tussen haakjes: mogen wij u erop attent maken dat uw winkelmandje nog steeds leeg is?
en nee, niemand valt erover dat de sneeuw van piepschuim is
en dat de binnenkant van een zakdoek verassend goed lijkt op zijn buitenkant
tenminste toch voor er wordt gesnoten
.
zelfs de zee is van u maar vanaf de branding moet u betalen
en ja, zelfs de zee past in een winkelmandje
wij verpakken haar golven in zilverpapier
wat dacht u van elke maand een golf in de bus?
na een jaar hebt u een meer
.
u hoeft zich enkel aan te melden
hier
nu
.
Topdog
Anne van Amstel
.
Ik las in de bundel ‘Trapezista’ van Anne van Amstel (1974) het gedicht ‘Alfaman’ en ik moest meteen aan mijn gedicht ‘Mannenman‘ denken. Hoewel anders van aard en toon gaan beide gedichten over een soort man dat, naar het schijnt, langzaam aan het uitsterven is. Ik geloof dat niet, dit soort mannen zullen er altijd zijn. En er zullen altijd, zo nu en dan, gedichten over worden geschreven.
Anne van Amstel studeerde maar liefst in drie richtingen af ( Engelse letterkunde, klinische psychologie en gezondheidszorgpsycholoog) en is werkzaam als hoofddocent aan de RINO in Amsaterdam, maar debuteerde desondanks in 2004 met de dichtbundel ‘Het oog van de storm’. In 2009 verscheen de bundel ‘Vlinderslag’ waarbij een CD zat met het gelijknamige poëzie- en slagwerkprogramma dat ze samen met Rob Kloet ontwikkelde. In 2007 won Anne de VU-podium poëzieprijs en in 2015 een schrijversbeurs in de categorie poëzie van Hollands Maandblad.
Haar werk verscheen in verschillende verzamelbundels en (poëzie-)tijdschriften als De Tweede Ronde en Hollands Maandblad. In 2016 verscheen haar bundel ‘Geef me nu ik wil’ en in 2022 de bundel ‘Trapezista’ waar dus het gedicht ‘Alfaman’ in is opgenomen.
.
Alfaman
.
alfaman al wat stram in de schouders
maar ongeslagen want zonder rivalen
.
spiegel ik je koude blik
dan spijt het je dat je niets voelt
.
je leeuwinnen zouden doden
als ze konden maar klauwen naar
zweepslag naar woorden naar lucht
.
geef me een lange haal van je tong
laat me lui tegen je aan liggen
tot je brult tot je gromt
.
wie zoekt er warmte
in de vacht van een leeuw
les lions ont peur aussi hein
.
ja ook leeuwen zijn bang
maar nog het minst in de slipjas
van mijnheer de dompteur
.
Fonteintje
Annemarie Estor
.
De Nederlandse Annemarie Estor (1973) is dichter en essayist. Zij woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje). Ze groeide op in Nederlands Limburg en studeerde van 1991 tot 1996 Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. In 1996 werd zij AIO aan de vakgroep Engelse Taal en Letterkunde van de Universiteit Leiden. In juli 1999 was zij ‘fellow’ aan de International School for Theory in the Humanities te Santiago de Compostela. Na haar doctoraat in 2004 trok zij naar Antwerpen en sindsdien is zij actief als tekstredacteur in opdracht van onderzoekers en beleidsmakers. Sinds 2015 leeft zij off-grid op haar amandelboerderij in Aragon.
Naast haar werk als dichter en redacteur van het cultureel maatschappelijke tijdschrift ‘Streven’ dat zich vooral richt op essayistiek. In Estors narratieve en mythologische poëzie zijn de planten- en de dierenwereld vaak prominent aanwezig. Alertheid, betrokkenheid, gevoel, compassie, expressiviteit en verbinding door wederzijdse transformatie zijn de creatieve principes onderliggend aan alle artistieke en dus ook haar literaire creaties.
Annemarie Estor zet zich in voor de universele vrijheid van meningsuiting en voor de versterking van internationale netwerken van geëngageerde schrijvers. Estor was bestuurslid van PEN Vlaanderen van 2014 tot en met 2018, waar zij onder andere meewerkte aan het project ‘Polyfoon’, met Arabische auteurs. Estor vertaald incidenteel Arabische poëzie naar het Nederlands.
In 2010 debuteerde Estor met de bundel ‘Vuurdoorn me’. Voor deze bundel ontving ze in 2011 de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. In 2018 ontving ze de Jan Campertprijs voor haar bundel ‘Niemandlandsnacht’. Haar laatste bundel is van 2022 en is getiteld ‘Nanopaarden en megasteden’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Fonteintje’, een gedicht dat actueel is in deze warme nazomer.
.
Fonteintje
–
Op minder dan twee uur gaans
staat in de nog steeds heel erg hete avondzon
een fonteintje, met ornamenten,
wat oleanders erom,
en verder beton.
–
Dagloners stappen er uit een oude Renault,
ze stoffen elkander af, zo goed en zo kwaad
als dat gaat,
overalls, touwhaar,
het smeltend asfalt van hun verlangens, rorschach
zweetplekken tussen de schouderbladen,
ze koelen de paarden
die ze uit de kattenbak halen
onder het vredig snorren van de nachtzwaluwen
.
Het orakel
Menno van der Beek
.
In literair tijdschrift Liter, nummer 104 uit 2022 lees ik het gedicht ‘Het orakel’ van de Rotterdamse dichter Menno van der Beek (1967). Een wonderlijk maar mooi gedicht met een boodschap waarvan ik nog niet zeker ben wat ie nou precies is. Menno Van der Beek werd opgeleid tot organisch chemicus. Hij is werkzaam als computerprogrammeur. Vanaf 2002 is hij medewerker aan een langlopend her-vertaalproject van alle Hebreeuwse psalmen.
Van der Beek is poëzieredacteur van het literaire tijdschrift Liter. Hij was onder andere ook medewerker van Woordwerk (een netwerk van schrijvers, dat samenwerkt met vormgevers en fotografen), Zulma (tijdschrift voor jong literair en grafisch talent), Meander en Rottend Staal.
Van der Beek debuteerde in 1999 met de bundel ‘Vergezocht’ waarna nog een aantal bundels zouden volgen. Zijn laatste bundel is uit 2020 en heeft als titel ‘Naar de maan’, een in oblong formaat gedrukte bundel waarin een cyclus staat (tien kwatrijnen met een staartregel) waarin bespiegelingen zijn opgetekend, genoteerd in de laatste tellen voor het vertrek, van iemand die misschien wel naar de maan gaat. Gedichten van Van der Beek zijn daarnaast opgenomen in verschillende bloemlezingen.
.
Het orakel
.
Jij zei niet veel, je ging de deur uit met
je zware aktentas met initialen
en links en rechts een cijferslot: je hebt
het allemaal al van tevoren aan zien komen
.
want het was jouw idee, dat ik met hem ging praten:
hij was een kennis van je, deze psychiater,
.
die van mijn kleine ziel geen groot probleem maakte-
in plaats daarvan leerde de man mij schaken
.
en hij had ook een Vliegend Hert, een dode kever,
twaalf centimeter groot gestold op tafel liggen:
.
die tor in plastic gieten, had hij zelf gedaan,
en net niet goed, het blok zat vol met belletjes.
.
Het leek mij helder, dat het ding voor mij was,
maar toen ik het op die manier ook vastpakte
.
zei hij geen woord- ik mocht het beest weer neerleggen
en ik was uitgeschaakt, dus ik ging bij hem weg:
.
de koning, die moest dood, zoveel was duidelijk,
en wie iets wil bewaren, die moet rustig gieten
.
want anders krijg je belletjes en daarom werkt het niet.
.















