Site-archief

Componisten

Dubbelgedicht

.

In de categorie Dubbelgedicht vandaag twee gedichten over componisten. Het eerste gedicht is van Erwin Steyaert (1959) en is getiteld ‘Scenario voor koffiereclame’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Handleiding voor het betrappen van stilte’ uit 2015. Steyaert is een Vlaams dichter. Hij studeerde klassieke filologie en filosofie. Zijn werk verscheen reeds in diverse literaire tijdschriften waaronder De Brakke Hond, Het liegend konijn, Ons Erfdeel en Deus Ex Machina. Tegenwoordig doceert hij klassieke talen in middelbare scholen.

Het tweede gedicht is van Luuk Gruwez (1953), ook een Vlaams dichter, schrijver en essayist. Na het verwerven van een schrijversbeurs in 1995 is hij  fulltime-schrijver met dichtbundels en proza en daarnaast columns, eerst wekelijks in De Standaard, vanaf 2001 tot 2003 maandelijks in De Morgen. Zijn laatste dichtbundel ‘Balts’ is uit 2023. Het gedicht ‘God betreurt Mozart & co’ komt uit zijn bundel ‘Lagerwal’ uit 2008.

.

Scenario voor koffiereclame

.

Wolfgang, Ludwig, Joseph en Franz

drinken Douwe Egberts.

.

Ze lezen zwijgend elkaars partituren,

luisteren naar de muziek in hun hoofd.

Ze knikken instemmend,

denkend aan eigen stukken.

.

Af en toe schrapen ze de keel,

als om iets te zeggen, maar zeggen niets,

uit eerbied voor de stilte

die hen als gelijken behandelt.

.

Ver is de afgunst, ver de koorts in hun hoofd,

de haast van hun handen naar het klavier.

Hoe futiel, vinden ze nu, een leven lang

klanken te willen dwingen

.

tussen vijf lijnen op muziekpapier.

onooglijk smal lijkt de bandbreedte

van hun ontembaar verlangen

vergeleken met het wit van het blad.

.

Ze kijken elkaar aan, langdurig, ernstig,

alsof ze voor het eerst elkaars stilte horen.

Wat valt te verbeteren aan deze muziek?

Ze sluiten de ogen, drinken,

.

proeven rust die niet één wil verstoren.

.

God betreurt Mozart & co

.

Die Mozart had hij beter niet geschapen, de goede God:

massa’s overuren nodig voor een bestaantje van

maar vijfendertig jaar. hij had het bij de paradijselijke

sachertorte moeten laten of bij mozartkugeln

.

van Herr Fürst. Maar Mozart zelf? Welnee!

Ach, dat soort lastpakken met ADHD!

Voor elke fractie van hun dierbare seconden

vereisten zij een eeuwigheid of twee.

.

Velen leken tijdverlies en zeker niet de minsten:

jonge snaken als een Schumann of een Schubert.

En allemaal moesten zij aandacht, zoveel aandacht.

Artiesten meneer, nukkige en zeurderige kinderen

.

die maar blijven dreinen tot daar iemand roept

-gegarandeerd die ouwe Bach: ‘Wees toch eens stil,

ik kan mijn eigen Weinachtsoratorium niet horen

en net zomin mijn Goldbergvariationen.’

.

Hij had ze beter geen van allen geschapen,

had dat gegoochel met hun noten nooit begrepen.

Maar uitgerekend op die ene dag,

de dag der doodgewone alledaagse dingen,

 

toen er muziek ontsnapte uit de wereld

en toen de wereld daar heel stil van werd,

zat God eensklaps op blote knieën tot zichzelf

te bidden. Opdat toch niets verloren zou gaan.

.

 

 

Zoals gewoonlijk

Claire Vanden Abbeele

.

Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:

.

Hier en nu

.

Op een dag in het hier en nu

zal ik zijn wie ik ben

geen mens van vrees en verdriet

alleen maar een vrouw, onbevangen

die vertrouwt en zich verbindt

met hen die me omringen

hier en nu

of in jouw

mijn liefste liefde….

.

Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.

Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.

.

Zoals gewoonlijk

.

Zoals gewoonlijk

alleen maar jij en ik

kijkend naar zoenen die zuchten.

Geen aarde, geen hemel

alleen kinderen die spelen.

Zoals gewoonlijk dromen jij en ik

zich tot zwervers die sterren plukken

om gitzwarte lakens van te maken

waarop ze reizen en rusten

voor altijd.

.

Honger, heteronormativiteit & het heelal

Lies Gallez

.

De Vlaamse schrijver, taaldocent aan migranten en dichter Lies Gallez (1990) was tot 2023 vooral bekend van haar verhalen. Ze behaalde in 2014 haar master Audiovisuele Kunsten Schrijven aan het RITCS in Brussel.  In datzelfde jaar won ze ook de publieksprijs van de A.L. Snijdersprijs, de Hendrik Prijs-prijs en de TOTAALprijs. Haar verhalen verschenen in onder meer De Gids, Kluger Hans en Deus Ex Machina. In 2021 verscheen haar bejubelde verhalenbundel Het water vangen en was ze ‘rijzende ster’ van het jaar volgens NRC Handelsblad.

Haar poëzie verscheen in Het Liegend Konijn en in 2023 verscheen haar debuutbundel als dichter ‘honger, heteronormativiteit & het heelal’, een persoonlijke maar kritische reflectie op conventionele waarden in drie delen. De bundel onderzoekt de zwaarte en complexiteit van het leven aan de hand van thema’s als homofobie, geweld, kapitalisme, overconsumptie en de invloed van sociale media.  Uit het eerste hoofdstuk ‘honger’ komt onderstaand gedicht.

.

je zegt niemand dat je dood wil, alleen dat je een kat wenst te adopteren tegen de leegte op je schoot.

je stiltes hebben nerven die eindigen bij je chronische angst om te struikelen. je wil het niet verliezen van de zwaartekracht. je weet: de zwaartekracht sterft nooit. je hink-stap-springt door de minuten. tussen je tenen zitten blaren.

je hebt een huis vol stopcontacten die je controleert, controleert, controleert. na de vierde ronde gaat die hyperactieve zee in je onderbuik misschien een hazenslaapje doen. je neuriet een liedje, prikt de blaren open met een naald.

je zegt: een lege schoot toont de afwezigheid van liefde. je wacht op windstilte. je wacht op een wapenstilstand. je wacht op een adoptieprocedure.

je zegt niemand dat je dood wil. de holtes tussen stiltes vul je. je kunt leren controleren. je kunt leren niet meer bang te zijn voor agressieve katten.

je wil geen kogel door je hoofd maar door je gedachten jagen. je naait een nieuwe huid over je blaren heen, noemt het een wapenstilstand. je zegt niemand dat je niet wil sterven met een lege schoot.

.

Mijn moeder droomt over mij

Valentijn Hoogenkamp

.

Al eerder schreef ik over Valentijn Hoogenkamp (1986) omdat ik zijn roman ‘Het aanbidden van Louis Claus‘ aan het lezen was (toen nog Helena Hoogenkamp maar hij identificeert zich als nu als non-binair).  De roman werd in 2022 genomineerd voor de Anton Wachterprijs. Dat Valentijn ook dichter was (en essayist) wist ik niet tot ik op de website raadgedicht.nl het gedicht ‘Mijn moeder droomt over mij’ tegenkwam. In het raadgedicht is het de bedoeling dat een woord wordt weggelaten waarvan de lezer mag raden welk woord dit is.

Valentijn Hoogenkamp schreef het gedicht in 2023 en noteerde hierbij: Dit gedicht schreef ik nadat ik van mijn moeder had gedroomd. Ze was toen nog maar net overleden. Elke keer dat ik over haar droom voelt het alsof ze bij me thuis langs is geweest. Dan word ik wakker en denk ‘o ja, zo was ze.’ Toen vroeg ik me hoe af het zou zijn als mijn leven eigenlijk haar droom is. Dus achtervolg ik haar in dit gedicht door een droomlandschap. Het is een metrostation, omdat ik vaak op de metro stond te wachten als ik haar in het ziekenhuis had bezocht. In dit gedicht kan ik met haar meereizen als ze voor het laatst vertrekt.

.

Mijn moeder droomt over mij

.

Mijn moeder droomt over mij.

Ik achtervolg haar een betonnen trap op.

Ze wacht op de metro met een blanco gezicht.

Er is dat liedje waar ze graag op danst.

Niet vergeten het te draaien op haar begrafenis.

Ze droomt  van haar kind dat vlak achter haar loopt,

maar omdraaien gaat al jaren niet.

Op de stationsmuur heeft iemand met zijn vingers geschreven:

Ik weet het geheim, ik weet van de baby’s. Geef ze terug (aan mij).

Tussen rails en tegels wuift het water.

Zacht zingt ze het liedje niet, het sterven niet.

Mijn moeder droomt dat ik een jongen ben.

Ze weet het zeker, voel maar aan haar buik.

Ik toon mijn kale kop in een ondergelopen landschap.

Voor de metro moet ik betalen met een afgeknipte paardenstaart.

Hakken kleven aan de vloer van het treinstel dat ons wegdraagt.

We banen ons een weg door krakende wolken.

Door het raam is het ziekenhuis krimpend zichtbaar.

Mijn moeders vleugels zijn van winddicht dons.

Met twee armen omhels ik het licht.

.

Rondeel – e – rondeel

Jaap Bakker

.

Al verschillende versvormen heb ik op dit blog beschreven. het zijn er dan ook heel veel. Vandaag voeg ik er weer een aan toe het rondeel – e – rondeel, bedacht door Jaap Bakker en gebaseerd op het grondtal van de natuurlijke logaritme. In dit geval is het aantal regels 2+7+1+8+2 en is het rijmschema AB bbabaab A abaababb BA. Geen eenvoudige vorm dus een echte uitdaging voor de vaste vormdichter. Voeg daar aan toe dat in de rondeel – e – rondeel A liefst mannelijk en B liefst vrouwelijk moet zijn en dat het metrum uit 4 of 5 jamben moet bestaan. Ga er maar aanstaan zeg ik.

Hieronder een voorbeeld van Jaap Bakker (1967), Bakker is een bekende in de wereld van de vaste vormdichters, een recensie van zijn bundel ‘Een zieke is een oude trui’ uit 2023 op de website van Meander vind je hier. Tenminste dat dacht ik. Er blijken twee Jaap Bakkers actief. De ene van de rondeel -e-rondeel (en het gedicht hieronder) en de andere, lightverse dichter van de bundel ‘Een zieke is eennoude trui’.

Wat ik met u vol ernst nu ga bespreken:

Een klooster midden in het Vlaamse land.

In’t dorpje Malle ligt het aan de rand

En eromheen is bos, naar alle kant.

We leefden er naar toe al vele weken;

Ik telde dagen, nee, dat is geen schand’.

We zijn voor de Trappisten weer bezweken.

– Hoewel hun stiltes vaak op stugheid leken -,

Maar met hun psalters hebben wij een band.

Wat ik met u vol vreugde wil bespreken

Is iets waarom ik af en toe kan smeken:

Zo’n mooie bruine Dubbel met schuimrand,

Die fles, wat heb ik daar vaak naar gekeken,

Het glas tenslotte (dat je nóóit mag breken),

Van al die dingen heb ik nu verstand.

“O, monnik, blijf hier energie in steken,

En draag het uit, voor mijn part in de krant:

“Westmalle is de top in Vlaanderland!””

Zo’n klooster, midden in het Vlaamse land:

Wat zou ik verder nog moeten bespreken?

.

Dit kan beter

Pim Lammers

.

Zoals elk jaar stuurde het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) ook dit jaar als kerstgroet een gedicht. Vorige jaren ontving ik al gedichten van Toon Tellegen, Judith Herzberg, Alfred Schaffer, Lieke Marsman en Charlotte Van den Broeck. En nu dus van dichter en schrijver Pim Lammers (1993). Los van wat er rond Lammers speelde in 2023 en hoe CPNB daar destijds mee omging (waarvoor hulde) is de keuze voor een dichter die speciaal voor jeugd en jongeren dicht interessant. tenslotte zijn er zoveel goede dichters die zich toeleggen op het schrijven van poëzie voor kinderen en jongeren. En het is goed dat de CPNB ook deze groep vertegenwoordigd en in het zonnetje zet middels dit gedicht en deze kerstgroet. En omdat de CPNB deze kerstgroet alleen naar haar relaties stuurt, en ik het mooi vind om zo’n initiatief wat verder te brengen, deel ik het gedicht hier met jullie.

.

Legpuzzel

Elfie Tromp

De Rotterdamse dichter, theatermaker, zangeres en columniste Elfie Tromp (1985) ken ik al sinds zij voordroeg bij het podium van toen nog Ongehoord Rotterdam in 2011, later poëziepodium Ongehoord! In 2012 begon ze samen met Jeroen Aalbers het literaire tijdschrift Strak. In 2013 stond ze opnieuw op het podium van Ongehoord! toen als dichter en schrijver (ze was gedebuteerd met de roman Goeroe in 2013 en was in het proces van het schrijven van haar volgende roman Alfateef).

De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) benoemde haar tot zomerdichter van 2020 en in 2023-2024 was ze stadsdichter van Rotterdam. Ze was vanaf 2013 vaste columnist voor het dagblad Metro en schreef onder andere voor de Volkskrant, Joop.nl en Passionate. In 2016 nam Tromp deel aan de televisiequiz De Slimste Mens en ze maakt webcasts voor onder andere de VPRO. In 2021 was ze columnist bij Vroege Vogels. Haar laatste wapenfeit is haar theatershow Van de gekken! waarin ze in de huid van cabaretlegende Adèle Bloemendaal kroop.

Elfie is kortom een zeer veelzijdige vrouw en artiest. In 2020 stonden een aantal van haar gedichten in MUGzine #4 en hoezeer ik van haar romans genoten heb, als dichter is Elfie me toch het liefst. In 2018 verscheen haar tot nog toe, enige dichtbundel ‘Victorieverdriet’. Uit die bundel die ze schreef nadat ze door haar vriend was verlaten en waarin je als lezer in drie afdelingen door Tromp door de verschillende fasen van haar rouwproces wordt meegenomen: de schok, de reactie, het herstel, nam ik het gedicht ‘Legpuzzel’ uit het eerste deel.

.

Legpuzzel

.

Ik leg graag

puzzels

maar krijg jou nooit

af

.

je was zo veel losse stukken

ik kwam een eind

dat moet je met me eens zijn

met gevoel, geduld en een portie

beginnersgeluk

.

de randen kloppen

.

ik had je bijna

opgelost

.

ik ben van buiten naar binnen toe begonnen

voor het hart

kreeg ik de kans niet

.

je bent andermans legpuzzel nu

met in het midden een gekarteld gat

.

Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer

Twan Vet

.#

Ik las dat de debuutbundel van Twan Vet (1998) ‘Troostpogingen’ die dit jaar uitkwam het erg goed doet in de verkopen en als liefhebber van poëzie kan je daar alleen maar blij mee zijn. Blijkbaar wordt er dus nog wel degelijk poëzie gekocht (en niet alleen gelezen of geschreven). Van Twan Vet werden er in MUGzine #28 enkele gedichten gepubliceerd. Maar hij werkt al langer als dichter aan de weg. Zo werden zijn gedichten gepubliceerd in onder meer Het Liegend Konijn , Hollands Maandblad en NRC. Hij droeg voor op literaire festivals zoals Crossing Border en Dichters in de Prinsentuin.

En eigenlijk is ‘Troostpogingen’ feitelijk niet zijn echte debuut. Zo verscheen in 2022 ‘DEMarrage’ een poëzie chapbook met Sofie Verraest, in datzelfde jaar ‘Amersfoorts Heimwee’ (gedichten bij foto’s van Cas Oorthuys) en in 2024 ‘Dag stad’ verzamelde stadsgedichten die hij schreef als stadsdichter van Amersfoort in de periode 2021 tot 2024.

In 2021 richtte hij, samen met Sjors Nab en Wijnand Reijmerink, literair tijdschrift Landauer op. In 2023 werd in Landauer een gedicht van mijn hand opgenomen ‘Lijnen‘. In 2021 was Vet Ambassadeur van de Vrijheid van het Bevrijdingsfestival Utrecht. Maar zijn grootste bekendheid kreeg hij na optredens bij Eus’ Boekenclub en als deelnemer aan De Slimste Mens, beide in 2025.

Lezend in zijn bundel ‘Troostpogingen’ kwam ik bij het gedicht ‘Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer’ een gedicht dat vet schreef nadat eind 2024 bekend werd dat Minister Faber deze cynische borden had willen laten plaatsen bij AZC’s. Zover is het gelukkig nooit gekomen maar het gaf Vet genoeg inspiratie voor dit gedicht.

.

Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer

.

Wij wisten het land te liggen, kruisten hoopvol

een plaatsnaam aan en besloten om te gaan.

.

Alles wat we in de haast konden verzamelen

namen we mee: kinderen, kleding en elkaar.

.

Met elke kilometer leken we iets van thuis

te vergeten: hoe het licht viel in de straten,

.

de geur van onze pasgewassen lakens,

de taal die we met vrienden spraken.

.

Na zeven taaie dagen kwamen we ergens aan-

er stond alleen een spandoek voor ons klaar.

.

 

laat mijn egel met rust

Een recensie

.

Dichter Katelijne Brouwer ken ik al enige jaren. Zo waren we beide gastdichters bij de presentatie van de bundel ‘Hoe een zee een woord werd‘ van Antoinette Sisto in 2017, stonden we beide op het podium bij de Groene Fee in Breda in 2018 en 2021, en schreef ik al eerder over haar debuutbundel.

In 2018 debuteerde dichter Katelijne Brouwer (1966) met de bundel ‘De maagden moeten bloeden’. Eerder publiceerde ze korte verhalen en gedichten in onder andere De Optimist, Het Liegend Konijn en Op Ruwe Planken. Ook het digitale tijdschrift Pretpark Poëzie nam gedichten van haar op. Ze publiceert regelmatig in het tijdschrift Dichter van Uitgeverij Plint. Daarnaast geeft ze schrijfworkshops aan de IMC-weekendschool en bij Inloophuis de Kraanvogel. In 2023 won ze Plantage Poëzieprijs.

En nu is haar tweede dichtbundel verschenen bij uitgeverij De Harmonie getiteld ‘laat mijn egel met rust’. Een minder wonderlijke titel dan je verwacht wanneer je weet dat Katelijne graag in Artis komt. In deze bundel zijn 31 gedichten opgenomen en je verwacht het al, deze gaan allemaal over dieren, waarmee het overkoepelende thema van de bundel gelijk benoemd is.

Lezend in de bundel valt me meteen op dat werkelijk in elk gedicht een dier genoemd wordt. Maar, en daar zit het mooie van deze bundel, sommige gedichten gaan helemaal niet over een dier, zoals het gedicht ‘poolnachtdromer’ waarin vis wordt genoemd in combinatie met jenever waarvan een zeeman goed groeit. In weer andere gedichten kruipt Katelijne juist in de huid van een dier om vanuit dat perspectief de wereld te aanschouwen. Een mooi voorbeeld vind ik het gedicht ‘wij ijsberen eisen ijs’ waar ze in de huid van een ijsbeer kruipt en en passant ook nog eens een kritische noot kraakt over de opwarming van het klimaat en de daarbij behorende ellende die dat brengt

Waar je bij een eerste oppervlakkige lezing zou kunnen denken dat dit een dierenbundel is, of op zijn minst een dichtbundel waarin het dier centraal staat, daar kom je er bij een herlezing of nauwkeuriger lezing achter dat Katelijne ook gedichten geschreven heeft waarin wel een dier genoemd wordt (eekhoorns in ‘maagdenpalm en bosaardbeitjes’ of slang en konijntjes in ‘porta inferno’) maar waar dat slechts een detail, aanleiding of excuus is om een thema aan te raken dat veel persoonlijker is.  Tel daar een flinke portie humor bij en je weet dat dit een gelaagde, thematische maar persoonlijke bundel is geworden. Een bundel met gedichten die licht verteerbaar zijn, poëtisch, grappig en die ook gedichten bevat waar je verder moet lezen dan wat je in eerste instantie denkt te lezen. In alle opzichten is dit een fijne, leesbare bundel geworden die ik zeker nog zal herlezen, want je weet maar nooit wat er nog meer in te ontdekken valt.

Ik koos voor het gedicht ‘blauw haar is raar’ waar, als je het strikt neemt, geen dier in voorkomt maar een zeemeermin en zelfs dat niet.

.

blauw haar is raar

.

er zit een meermin in lijn tien

met een blonde en blauwe vlecht

uit haar oren stroomt de zee en vissig

ziltig, zeegroen kijkt ze door me heen

.

zou ze wel benen hebben

die zeemeermin in de tram

of is het meer een meisje met vinnen

een meerminmeisje?

.

ik durf er niet langs, bang voor

het zwiepen van haar zware, natte staart

en ben blijven zitten tot vlak bij het IJ

daar is ze het water ingegleden

.

 

Linda Mence

Oud moedertje, oud besje

.

De uit Letland afkomstige Linda Mence (1992) is dichter, beeldend kunstenaar en een van de redacteuren van het literaire tijdschrift Punctum. Ze behaalde een masterdiploma in grafische kunst aan de Kunstacademie van Letland. Ze debuteerde met de dichtbundel ‘Apļi’ (Cirkels) in 2023 en ontving de Ojārs Vācietis Literatuurprijs voor Poëzie en de jaarlijkse Letse Literatuurprijs voor het beste debuut. Linda schreef ook een gedichtenbundel voor kinderen ‘Kosmoss ir virs bēniņiem’ (De ruimte boven de zolder) die verscheen in 2024. Daarnaast vertaalde ze poëzie van Edgar Lee Masters, Christina Rossetti en anderen. Haar werk is gepubliceerd in de tijdschriften Strāva, Žoklis en Domuzīme, evenals in de internettijdschriften Punctum en Satori.

In tijdschrift Terras, waarvan het laatste nummer geheel gewijd is aan de Baltische literatuur, zijn een aantal gedichten van haar hand opgenomen. Omdat twee van deze gedichten een soort zelfde thema hebben dacht ik ze beide te plaatsen en er dan gelijk een dubbel-gedicht van te maken. Vertaald door de Letse vertaalcel zijn dit de gedichten ‘oud besje’ en ‘oud moedertje’.

.

oud besje

.

het oudje gaat langzaam als een treurwilg

het oudje gaat langzaam als treurnis

langzaam als een roeiboot op een kalme zee

gooit de netten uit

en haalt ze vol zilver op

strooit dat op het dorre gras voor Orrie, Snorrie en Rossie

en klein Miesje Mauw zonder staart

vouwt het netjes op

stopt het in haar zak

opent de deur

en stapt de winkel in langzaam als een kale treurwilg

.

oud moedertje

.

mijn jongens hebben aan mijn borst

vijf generaties lang gehuild

de een kreeg melk, de ander hartstocht

nu met spijt, dan weer beschaamd

druivenranken spruiten uit mijn borst

en strengelen zich tot prieel waar

die jongens oud nu bij de wijnbroden breken en pasteien

als wangen vet op het hart drukken en weer hun rammen offeren

en drinken uit een hoorn op tafel slaan

en dan mijn borst –

de appelen van ooit

wiegen aan hun tak

langzaam heen en weer

.