Site-archief
Op falende furiën, mieren en ander leven
Odile Schmidt
.
Voor mij ligt de bundel ‘Op falende furiën, mieren en ander leven’ van Odile Schmidt (1965). Deze bundel uitgegeven door uitgeefhuis De Manke God is een uitdaging. Een uitdaging voor mij als lezer maar zeker ook als recensent. Er zit zoveel in deze bundel dat het moeilijk is te bepalen waar ik zal beginnen.
De bundel is netjes uitgegeven, mooie bladspiegel, intrigerende tekst op de achterflap en zeker ook, een bijzondere titel. De bundel begint met drie ‘quotes’ van Leonard Cohen (tweemaal) en Charles Bukowski. Niet de minste en de laatste één van mijn favoriete dichters. De tekst op de achterflap vraagt ook enige kennis van de Griekse mythologie maar Odile beschrijft in een brief aan haar uitgever duidelijk aan wie ze deze bundel opdraagt, aan hen die wraakzuchtig zijn en veranderen in de vriendelijken. Een verlichte staat van zijn, waarin het recht, de vergeving en het licht ten opzichte van het duister, de wraak en de vergelding zegeviert. Voor ieder die ooit van wraak naar vergeving is gegaan een herkenbare situatie.
Dan de inhoud. In het eerste hoofdstuk wordt meteen de toon gezet. Dit zijn geen ‘gemakkelijke’ verzen. Odile Schmidt vraagt wat van de lezer maar die lezer krijgt er dan ook wat voor terug. In het eerste hoofdstuk ‘Onderhevig aan functies van X en Y’ komt de cirkel, de ring, de kring, de oneindige lijn steeds opnieuw in een andere vorm terug. Of het gaat over spiralen of rolpatronen, ik herken de doorgaande lijn. Daarbij nodigen titels als Necker kubus (wat was dat toch ook weer?) en de Möbiusband uit tot nader onderzoek. De optische illusie en de ruimtelijke structuur gevoegd bij ‘Scharnierpunt’ en ‘Uit een rib’ doen me geloven dat hier een relatie wordt beschreven, de relatie van de dichter ten opzichte van het leven. Het laatste gedicht in dit hoofdstuk ‘Toekomstmuziek’ eindigt met de zin ‘wat rest is een puntenwolk’ waarmee de dichter voor mij aangeeft dat alles (het leven) altijd doorgaat maar wel degelijk uit losse onderdelen bestaat.
In de twee hoofdstukken die volgen ‘Ik kan slechts falen’ en ‘Mislukte liefdes of gedichten’ komt de relatie opnieuw naar voren, de relatie met een vader, een moeder, een kind. Geboorte en dood komen aan de orde en de liefde voor de ander. In ‘Verzoeningsruimte’ is er ruimte voor contemplatie; wat is de reden voor het bestaan, het falen, en opnieuw vanuit twee gezichtspunten bekeken (X en Y). Tot slot ‘Wereld delen’. In dit laatste hoofdstuk krijg je als lezer meer inzicht in hoe de dichter zich verhoudt tot de wereld om haar heen. De letterlijke wereld dit keer; de Waddenzee, Beverwijk, Noordzee, Marseille. Ze eindigt met het gedicht ‘Café Eijlders’ waarin ze haar geboorte als dichter beschrijft. Na het leven, de liefdes, het verleden en de familie is er nu tijd voor de dichter. De dichter die in soms raadselachtige zinnen de lezer meeneemt in haar binnenwereld die ze wil delen.
Of de furiën gefaald hebben, of de wraakzucht ten opzichte van het leven wint of juist de vergeving en het licht zegeviert, de dichter laat je als lezer zelf de conclusie trekken. Zoals gezegd is deze bundel niet voor lezers die even een gemakkelijk gedicht willen lezen, of even een korte vlucht willen uit de dagelijkse sleur. De gedichten in de bundel zetten aan tot nadenken over de inhoud, over de betekenis en geven je inzicht in wat de dichter beweegt.
Ik kies als voorbeeld van het voorgaande het gedicht ‘Uit een rib’ waarbij je meteen een idee hebt (Eva uit de rib van Adam) dat je wil toetsen aan wat er beschreven staat. Waarom tweemaal een X? Omdat Eva onderdeel is van Adam (zijn rib)? En de tuin van Eeden? Twee punten verbinden, meer niet.
.
Uit een rib
.
Mijn gevoel lijkt een verre reiziger aan de horizon
waar de golven en sprongen aan het zicht onttrokken zijn
.
hoe kan ik uit een nullijn gedichten schrijven
Een gat in een sok stoppen zonder klos
.
Ik wilde niet meer achteromkijken
,
X1: ik zeurde om een rozenstruik
X2: hij bloeit in de gevonden tuin
.
X1′: ook rozen hebben water nodig
X2′: de gieter staat in een ander huis
.
X1”: dat ene verhaal is verdwenen
X”2: alles paste in een bus in de schuur zonder slot
.
twee punten verbinden, meer niet
.
School der Poëzie
Huub Oosterhuis
.
Afgelopen week overleed (1933-2023) theoloog en dichter. Hij publiceerde een groot aantal liederen en gedichten en beïnvloedde de modernistische denkbeelden over liturgie en kerkelijk leven in Nederland. Op Facebook las ik in commentaren op zijn overlijden dat niet iedereen gecharmeerd was van zijn werk, in veel gevallen door zijn afkomst en zijn werk dat vele raakvlakken heeft met religie en de kerk.
Toch schreef Oosterhuis ook veel poëzie die geen raakvlakken heeft met religie. Hij was bijvoorbeeld de bedenker en de oprichter van de School der Poëzie. School der Poëzie ontleent haar naam aan de verzamelbundel van tachtiger Herman Gorter (1897) en het beroemde gedicht van vijftiger Lucebert (1952). Oosterhuis zocht naar een manier om jongeren te bereiken met poëzie. Van oudsher was en is de drempel naar poëzie hoog, zeker voor lager opgeleide jongeren. Intensieve lessen in poëzie én de mogelijkheid om poëzie te zien, uit te spreken en beluisteren in een wervelende show waarin de jongeren zelf de hoofdrol spelen bleek een effectieve aanpak om jongeren te bereiken.
In de bundel ‘Handgeschreven’ verzamelde gedichten 1950-2020 dat verscheen in 2020 staat het gedicht over de School der Poëzie.
.
School der Poëzie
.
Ik wou dat ik een beetje zwart was
dat ik in een ver groen land woonde
niet in een klas zat maar in een tuin-
dan komt de grote Ilonka
met tassen vol gedichten
en zegt dag donkere mooie jongen
en leert mij lezen
.
dan mocht ik van haar
ook zelf gedichten schrijven hele vele
dan zou ik schrijven
.
ik zie de zon
als watervallen stralen
ik hoor de vogels krenkelen
in de boomtoppen
van mijn geboortewoud.
.
Dan zou zij mooi mooi zeggen
en nog eens mooi-
dan zou ik zeggen dank u wel
.
maar wou liever
ik bemin u
zeggen
.
grote Ilonka lieve.
.
De waarde van het leven
Toon Tellegen
.
In zijn laatste bundel ‘Langs een helling’ uit 2023 is Toon Tellegen (1941) als vanouds op dreef. Ik las ergens dat je de bundels van Toon Tellegen leest om een zin, een beeld, om een halve bladzijde. Dat impliceert dat Tellegen het vooral moet hebben van het detail of delen van het geheel. Ik ben het daar niet mee eens, in zijn poëzie is altijd veel meer aan de hand dan op het eerste oog zichtbaar. Dat geldt overigens vind ik ook voor zijn proza. En of Tellegen nu schrijft voor kinderen of volwassenen, de diepere laag is altijd aanwezig. Hans Franse beschrijft dit op een mooie manier in zijn recensie van deze bundel op de site van Meander.
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘De waarde van het leven’, om de redenen hierboven genoemd maar ook door het engagement dat Toon Tellegen in dit gedicht heeft gestopt.
.
De waarde van het leven
.
De waarde van het leven is op grond van berekeningen
en het wegstrepen van pluspunten tegen minpunten
marginaal meer dan nul,
en ondertussen verdrinken er om uiteenlopende redenen
mensen in zee
.
ze willen om hulp roepen, maar ze weten niet hoe –
roepen ze te zacht, dan zal niemand ze horen,
roepen ze te hard, dan krijgen ze het verwijt:
‘ja we horen u wel! we zijn niet doof!’
en roepen ze te vaak, dan wordt er teruggeroepen:
‘ja, dat weten wij nu wel
ze houden voorwerpen van persoonlijke waarde tegen zich aan geklemd:
kleine porseleinen vazen, uitheemse beeldjes, een wollen truitje
.
het is een mooie dag,
ver van hen vandaan liggen mensen in elkaars armen in het gras
fluisteren in elkaars oren dat het een mooie dag is,
voor het eerst in lange tijd!
.
er moet een fout in de berekeningen zijn,
het kan niet anders dan dat de waarde van het leven nul is,
zelfs als we onze dood voor het uitkiezen hebben
.
Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt
Chelsy Valentina
.
De Haagse Chelsy Valentina (2008) werd op Nationale Gedichtendag, 26 januari 2023 gekozen uit de Haagse middelbare scholieren die de lessenserie Jonge stadsdichter-scholenwedstrijd volgden. Hiermee werd zij de eerste Jonge Stadsdichter van Den Haag. Haar winnende gedicht ‘Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt: Den Haag’ gaf tijdens de finale de doorslag.
Chelsy mag zich een jaar lang de Jonge Stadsdichter van Den Haag noemen. De finale van de scholenwedstrijd, een initiatief van Gemeente Den Haag, Bibliotheek Den Haag, Huis van Gedichten en Literatuurmuseum, vond plaats tijdens Nationale Gedichtendag in de Centrale Bibliotheek. Finalisten van acht Haagse scholen mochten hun gedicht voordragen. Chelsy krijgt het komende jaar begeleiding in schrijven en voordragen van Huis van Gedichten.
Haar eerste optreden was tijdens de uitreiking van de Haagse literatuurprijzen, die jaarlijks worden toegekend door de Jan Campert-stichting namens de gemeente Den Haag. Hieronder kun je haar winnende gedicht lezen.
.
Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt: Den Haag
.
Beste lezer laat me je meenemen door een reis door
de stad waar mijn leven compleet
voelt. Den Haag.
.
Bus 21. Drukte is er altijd het
geeft je schoolbus-vibes, altijd vol
leerlingen en verhalen. Geeft je nog
even tijd om met je geliefde de zijn.
Bus 21. Connect je op verschillende
manieren.
.
Daarna pakken we tram 9. Samen lachen
met elkaar terwijl je onderweg bent
Het is je oplaad/rust moment na
een heel drukke dag. Chaos hoort
er ook bij. Het brengt je bijna
overal en geeft je de mogelijkheid
om meer memories te maken en
beleven.
.
En we eindigen in je wijk, plek
waar je je hoort thuis te voelen of
juist niet. Je voelt je vrij. Je kan
zonder zorgen jezelf zijn.
Elke wijk heeft zijn sfeer,
maar toch hebben we veel
met elkaar gemeen.
.
De stad is waar we uitstappen
Het is je self care moment. Je hoort
het gelach en de vrolijkheid.
Plek waar verhalen en geschiedenis
bij elkaar komen.
.
Alara Adilow
Verval
.
Alara Adilow (1988) won afgelopen week de Herman de Coninckprijs voor poëzie 2023. In 2019 stond Alara al in de finale van de NK Poetry Slam. In 2022 won ze de El Hizjra Literatuurprijs, werd ze geselecteerd voor een residentie voor de queergemeenschap in Museum Arnhem en verscheen haar debuutbundel ‘Mythen en stoplichten’ waar dus nu de Herman de Coninckprijs voor poëzie is toegekend.
Alara is queer schrijfster van Somalische afkomst. Alara is een pseudoniem, ze koos deze naam omdat het in het Turks waterfee betekent, iemand die dingen mooi maakt, en omdat het de naam van een Nubische koning was. Over haar achternaam zegt ze: “Ik wilde een buitenlandse naam, een buitenlandse achternaam. Ik heb toen voor een Ethiopische naam gekozen, van een favoriete spoken word artiest. Mijn naam is een hectische poging om een land te redden en geparafraseerd: mijn naam is een voertuig, een vliegtuig dat mij naar de aarde vervoert die ik nooit heb kunnen voelen”.
Uit de bundel ‘Mythen en stoplichten’ koos ik het gedicht ‘Verval’.
.
Verval
Tussen de morgen en een lichaam.
Neerslag, een windvlaag, een kopergroen lintje in de berk.
In het donker lijkt de wijk een verwonde ruimte,
alsof zij zelf is mishandeld en daarom niet beter weet
dan ons te behandelen zoals ze doet.
Met een hand aan de lantaarn
hangt een dik wijf met wit haar in haar blote kont te schelden.
Haar linkerhand vol vettig licht van duizenden mannen zonder glorie.
Ik zit in een hoekje te luisteren,
moet pissen als fuck,
dat wijf ziet mij
hurken in mijn roze minijurk,
mezelf aan het ontlasten.
Een vos snuft aan een leeg sardineblik bij de overvolle afvalbak.
Ik druk mijn wang tegen de muur aan.
Weet je nog toen wij in bed lagen als twee luizen
in het blonde haar van de economie.
Jij zong voor mij, je had een valse stem.
Je zag al snel in dat ik niet de juiste was om eeuwig lief te hebben.
Ik ben al vaak bedrogen en ik lieg zelf ook vaak genoeg.
Heb delen van mijzelf verkocht,
Ik wil glimmende dingen bezitten.
.
Nieuwjaarsdag
Robert Anker
.
Ik wil al mijn lezers en bezoekers van mijn poëzieblog een mooi, gelukkig en gezond 2023 wensen. Maak er een mooi poëtisch jaar van. Ik geef jullie alvast een zetje met het gedicht ‘Nieuwjaarsdag’ van Robert Anker (1946-2017) uit de bundel ‘Van het balkon’ uit 1983.
.
Nieuwjaarsdag
.
Bij Kwaad de dijk op deze keer.
Achter blijft een winters huis
met lege plekken, ouders
in een donker raam.
.
Ik wind mij langzaam los,
want vroeger trok men lijnen langs
natuur, maar zee als rechthoek
wordt gewenst, de bodem,
binnendijks in kaart gebracht.
Zo zakt dit landschap in mij weg
in donker dat het oog bereikt:
erfbeplanting, torenspit, het westen.
.
Dit is de luwte en de auto
zweeft maar even, schemer.
Na de schemer natrium,
om met de banden aan de grond
te raken, Holysloot voorbij,
de brug op, in de stad.
.
Het Stedelijk Museum.
.
Ik woon in een verlichte straat,
een bovenhuis, op toekomst ingericht,
vergeet ik thuiskomst en dat weet ik.
Hier.
.














