Site-archief
Aankomst
Steven Van Der Heyden
.
Afgelopen weekend maakte ik persoonlijk kennis met de Vlaamse dichter Steven Van Der Heyden (1974). Eerst tijdens een diner met Hans en Andrea Franse en Steven en daags erna bij de bundelpresentatie van de nieuwste bundel van Hans Franse ‘Zelfportret met Woord’. Nu kende ik Steven al van zijn poëzie. In 2022 verschenen zijn gedichten al in nummer 14 van MUGzine en in 2023 opnieuw in nummer 20 als winnaar van de Rob de Vosprijs 2023 uitgeschreven door Meander.
Bij de bundelpresentatie droeg Steven niet alleen een gedicht van Hans Franse voor maar hij reageerde ook op dit gedicht met een eigen gedicht. Steven kreeg het tweede eerste exemplaar uitgereikt (het eerste eerste exemplaar werd uitgereikt aan dhr. Bruijn, voorzitter van de Eerste Kamer) omdat hij had meegelezen met Hans tijdens het samenstellen van de bundel (samen met Monica Boschman overigens die er helaas niet bij kon zijn).
Steven Van Der Heyden (stadsdichter van Roeselare 2024-2025) heeft zelf in 2023 zijn eerste solobundel uitgebracht getiteld ‘Filigraan’ die ik nu aan het lezen ben. Ik begreep van hem dat er inmiddels een tweede druk is gemaakt omdat de eerste druk al snel uitverkocht was. Terecht want zijn poëzie is van een hoog niveau en zeer leesbaar. Als voorproefje hier het gedicht ‘Aankomst’ uit deze bundel.
.
Aankomst
.
Ik ben het kind van bittere verwijten,
zoon van een vader die niet lacht,
los zand op een plattegrond van genen.
.
Mijn vermoeden van familie,
een stilleven met het terloopse
van een polaroid.
.
Hoe ik bijna een reden voel om te blijven
ondanks vluchtlijnen, barsten in mijn dagen.
Perspectief een kans geven.
.
Ik los de wereld op in een shot,
ben brandstof voor een droom.
.
v.l.n.r. Hans Franse, Wouter van Heiningen, Steven Van Der Heyden (foto: Marjon van der Vegt
Dichter over dichter
Cees Nooteboom voor Hugo Claus
.
In de bundel ‘Zo worden jaren tijd’ Gedichten 2022-1955 (grappig detail, de nieuwste gedichten stonden als eerste in de bundel, de vroegste als laatste) van Cees Nooteboom (1933) uit 2023 staat een In memoriam Hugo Claus (1929-2008). Een gedicht waarin Nooteboom de dichter Claus memoreert. De twee dichters kenden elkaar lang en goed.
In april 1983 gingen Cees Nooteboom en Hugo Claus twee dagen lang in gesprek met elkaar. Het duo wandelde langs plekken in Kortrijk die een rol spelen in Claus’ ‘Het verdriet van België’ om er de werkelijkheid te toetsen aan die van de roman. BRT-radioman Bob de Groof nam in 1983 de gesprekken tussen Cees Nooteboom en Hugo Claus op. Het resultaat werd een radioreeks van 4 keer 43 minuten, die destijds werd uitgezonden in het Radio 2-programma Het Vertoon. Een podcast avant la lettre.
Niet zo verwonderlijk dus dat Nooteboom een gedicht aan de herinnering van Hugo Claus schreef. Op de website atelierpoesia.it met vertaalde poëzie kwam ik ook nog eens het betreffende gedicht ‘Avond’ tegen in een Italiaanse vertaling ‘La sera’. De Nederlandse variant (het origineel dus) komt er op deze website wat beroerd af (veel typo’s en weggelaten letters). Voor allen die het Italiaans machtig zijn dan wel als moedertaal hebben voeg ik die versie hier toe.
.
Avond
in memoriam Hugo Class
De blauwe stoel op het terras, koffie, avond,
de euforbia reikend naar afwezige goden,
vol heimwee naar de kust, alles een alfabet
van geheime verlangens, dit is zijn
laatste gezicht voor het duister,
het floers in zijn hoofd. Hij weet,
verdwijnen zullen de vormen van woorden,
in zijn kelk alleen nog maar droesem,
de lijnen niet meer verbonden
die vroeger gedachten waren,
hier komt geen woord meer
dat waar is. Vergruisde grammatica,
bewogen beelden zonder brug,
van de wind het geluid
maar niet meer de naam,
iemand heeft het gezegd
en de dood lag op tafel,
een trage bediende, wachtend
in de gang, dom lachend,
bladerend in zijn krant
met ontzinde berichten.
Dit alles weet hij, de euforbia,
de blauwe stoel, de koffie op het terras,
de dag die hem langzaam omwikkelt
en dan met hem wegzwemt,
een zachtmoedig dier
met zijn prooi.
.
La sera
in memoria di Hugo Claus
La sedia blu nel bar all’aperto, il caffè, la sera,
l’euforbia che protende verso gli dei assenti,
con tanta nostalgia della costa, tutto è un alfabeto
di desideri nascosti, questa è la sua
ultima immagine prima delle tenebre,
il velo sul suo viso. Lo sa,
le forme delle parole scompariranno,
nel suo calice solamente la feccia,
le linee che prima formavano pensieri
non connetteranno,
qui nessuna parola sarà più
vera. Una grammatica frantumata,
immagini mobili senza un appiglio,
del vento solo il rumore
ma è scomparso il nome,
qualcuno l’ha detto
e il morto giaceva sulla tavola,
un inserviente stanco, mentre aspetta
nel corridoio, ride come uno stupido,
sfogliando il giornale
pieno d’inutili notizie.
Lui sa tutto, l’euforbia,
la sedia blu, il caffè al bar all’aperto,
il giorno che lento l’ha avvolto
e poi se n’è nuotato via insieme a lui,
un animale mansueto
con la sua preda.
.
Een prettige avond
Rozalie Hirs
.
Dat dichters maar zelden alleen dichter zijn, dat bleek al uit eerdere berichten op dit blog. Heel uiteenlopende professies houden dichters er naast hun dichterschap op na. Die van romancier is waarschijnlijk wel de bekendste. Logisch want van de poëzie kan niemand leven.
Rozalie Hirs (1965) is hierop geen uitzondering. Naast dichter is zij vooral componist. In 1992 debuteerde Hirs in het literaire tijdschrift De Revisor. In 1995 ontving zij de eerste prijs voor poëzie tijdens De Pythische Spelen in Amsterdam. Em. Querido’s Uitgeverij publiceerde haar debuutbundel ‘Locus’ (1998), waarna verschillende bundels volgden. Haar laatste bundel is van 2023 en getiteld ‘Ecologica’, deze bundel werd bekroond met de Jan Campert-Prijs. Haar werk is vertaald in verschillende talen waaronder het Spaans, Russisch, Deens en Duits.
Haar stijl is beeldrijk, associatief, en is zowel klank- als betekenisgericht te noemen. Vanaf 2008 publiceert Hirs bundels die zich kenmerken door hun speelse, autonome stijl met een voorliefde voor contrapunt en simultane leesmogelijkheden. Haar muzikale achtergrond en professie zijn op verschillende manieren terug te lezen in haar poëzie.
In 2008 verscheen van haar hand de bundel ‘Geluksbrenger’. Daaruit nam ik het gedicht ‘Een prettige avond’ waarin de simultane leesmogelijkheden duidelijk naar voren komen.
.
Een prettige avond
.
Je zit daar als een heilige in een nacht die als vele andere
de maan ongeduldig laat rijzen langs een boog onzichtbaar
.
secondenlang voorstelbaar een uur uit de hand loopt tussen
op komst en ondergang een onvolledige ingeving het uitzingt
.
waartoe zo’n haast te gaan in tegenovergestelde richtingen
een berg beklimmen om naar huis te gaan verlangen
.
in het luchtledige uitgesproken op dagen zonder datum
aangetekend het eigen leven dan zomaar binnentreden
.
Doe maar
Dicht maar
.
Het Poëziepaleis organiseert dit jaar weer een gedichtenwedstrijd voor 12 tot 18 jarigen. Tot 5 februari kunnen maximaal 3 gedichten worden ingezonden. Zie de website van het Poëziepaleis. Van de duizenden inzendingen die ze verwachten, worden de beste gedichten gekozen die een plekje in de dichtbundel ‘Doe Maar Dicht Maar 2024’ krijgen. De tien allerbeste dichters, vijf winnaars uit de leeftijdscategorie 12 t/m 14 jaar en vijf winnaars uit de leeftijdscategorie 15 t/m 18 jaar, krijgen een uniek cadeau met hun gedicht erop.
De jury bestaat uit dit jaar uit goede bekenden: Ingmar Heytze, Daniël Dee, Sannemaj Betten, Wout Waanders en Yentl van Stokkum. In 2023 won in de categorie 12-14 jaar Amber Vanlerberghe met het gedicht ‘Zwembad’. Van haar gedicht werd een animatie gemaakt die je hieronder kunt bekijken.
.
Zwembad
.
Overdag
Zitten er 1000 mensen in mij
Die spetteren, spugen en spatten
Vanaf veraf ben ik helderblauw, maar vanaf dichtbij
Zie je de pleisters en vreemde vloeistoffen
.
Meeuwen dobberen op mijn oppervlak
Ze laten frietjes in me vallen
Mijn water wordt vies gemaakt
Door de make-up van de vrouw met het roze badpak
En iedereen vindt het normaal
.
Iedereen vindt mij normaal
.
Maar om middernacht
Als ik leeg ben, als het te donker is om iets te zien
Dan weerspiegelen de sterren en de maan in mijn water
Dan zou ik uit een verhaal kunnen komen, een sprookje zelfs misschien
Ik zou de poel van de Vrouwe van het Meer kunnen zijn
Een vijver wiens water mensen verlost van alle pijn
Er zouden magische kringen van paddenstoelen en elfen om mij heen kunnen staan
Dan is alles mogelijk
Tot het 10 uur ‘s ochtends is en de poorten weer open gaan
.
Uit de schaduw naar het andere licht
Niels Landstra
.
Bij uitgeverij U2pi verscheen eind 2023 de bundel ‘Uit de schaduw naar het andere licht’ van Niels Landstra. Ik leerde Niels kennen op een podium in Den Haag in bodega De Posthoorn in 2013. Landstra (1966) is dichter, schrijver en muzikant. In 2004 debuteerde hij in Meander magazine en sindsdien werkt hij aan zijn oeuvre. In 2012 verscheen zijn eerste dichtbundel ‘Waterval’ bij uitgeverij Oorsprong. Sindsdien verschenen nog een aantal poëziebundels en een roman van zijn hand. En nu dan de bundel ‘Uit de schaduw naar het andere licht’.
Bij het lezen van de gedichten (en aforismen maar dat zijn er slechts 4) viel me meteen weer op wat een bijzonder taalgebruik Landstra heeft. De woorden die hij kiest, de vorm van zijn gedichten, het doet allemaal vrij klassiek aan terwijl de onderwerpen dat zeker niet altijd zijn.
Wat opvallend is, is de soms wat ouderwets aandoende taal, de (bijna) vergeten woorden als ijlte, bohemien, de dis maar ook zijn gebruik van werkwoorden die je tegenwoordig nog maar zo weinig terugleest in de moderne poëzie als minnen, smachten, kluisteren, tooien, ontberen, tintelen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het geeft de poëzie van Landstra iets plechtigs zonder dat het plechtige poëzie is. In een recensie van Hans Frans op de website van Meander van een eerdere bundel van Landstra, las ik dat zijn poëzie Hans aan de Tachtigers deed denken. Ik begrijp dat heel goed.
En toch zijn de gedichten in deze bundel heel erg van nu en tijdloos. De avondklok en de Coronapas, de Japanse duizendknoop (wie kende die plant zeg 10 jaar geleden?) komen voorbij net als de liefde, het ouder worden en de herinneringen aan Carnaval, de stad van haar jeugd en het schrijversblok. De sonnetvorm die veelvuldig door Landstra gebruikt wordt voelt bekend en aangenaam, zijn poëzie is vloeiend en leest soepel weg waarbij regelmatig, voor mij dan, de zinnen opnieuw gelezen worden om tot een goed begrip van de betekenis te komen.
Opnieuw levert Niels Landstra een proeve van zijn kunnen af. De aforismen voegen wat mij betreft niet veel toe. Het zijn er, zoals geschreven, slechts vier en ze doen me onbewust denken aan de Luulevorm die achterop elk MUGzine staat. Een korte overpeinzing, soms grappig, soms poëtisch, soms serieus maar zonder de diepgang die zijn gedichten juist die extra laag geven die deze bundel zo de moeite waard maken.
Ik koos uit de bundel voor het gedicht ‘Van alle dingen’ louter en alleen om het gebruik van het mooie woord chimère (hersenschim).
.
Van alle dingen
.
Van alle dingen die ik aan haar toegaf
verzweeg ik er een: ik prees haar kalmte
haar voorspelbaarheid, haar clichés, zoals
.
de winter van sneeuw houdt, regen
van de wind, en tranen van wangen,
maar houden van, deed ik
.
er maar van een: de onbereikbare
de chimère, de rusteloze, de ontrouwe
aan mijn geplaagde gedachten
.
en natuurlijk, natuurlijk verliet ze mij
zoals de lente de zucht, het water de droogte
wolken de kapseizende lucht
.
bleek van alle dingen die ze mij verweet
er maar een die er echt toe deed: dat blijven
bij mij gelijk een voorwendsel was
.
Vandaag vrij, altijd vrij
Anton de Kom
.
De belangrijkste stem in de antikoloniale beweging van de 20ste eeuw is toch wel Anton de Kom (grootvader van dichter Antoine de Kom, 1956). In de jaren ’30 van de vorige eeuw vestigde Anton de Kom (1898-1945) een adviesbureau op het erf van het huis van zijn ouders, waar hij arbeiders adviseerde over hun rechten. Hij werd al door de koloniale machthebbers gevolgd en dit was de reden dat hij werd opgepakt en verbannen uit Suriname op beschuldiging van een revolutiepoging. Hij ging in Nederland wonen en tijdens de tweede wereldoorlog was hij actief in het Nederlandse verzet. Op 24 april 1945, vlak voor de bevrijding overleed hij in een Duits concentratiekamp.
In 1969 ontdekte de Stichting tot behoud en stimulatie van Surinaamse Kunst, Kultuur en Wetenschap De Koms gedichten, en gaf ze uit in een kleine oplage in Paramaribo. Dit jaar werd de bundel ‘Vandaag vrij, altijd vrij’ de gedichten uitgegeven met een voorwoord van Babs Gons. Ten opzichte van de bundel die in Paramaribo werd uitgegeven is deze uitgave aangevuld met enkele gedichten uit zijn ongepubliceerde werk.
In deze bundel staan gedichten die hij schreef tijdens de tweede wereldoorlog waar hij ook het slavernijverleden in verwerkte. Maar ook gedichten met natuurbeschrijvingen en gedichten waar zijn liefde voor Suriname uit spreekt. Ik koos uit dit mooi uitgegeven bundeltje het gedicht ‘Maar ik’ waarbij aangetekend dat Hevea rubberbomen zijn.
.
Maar ik
.
Gij bakra (blanke) bezit een huis
Een paleis gelijk
Gebeeldhouwde deur
Schoon als blozende wangen
Van marmer zijn de gangen
Bloeiende haag
En een zeiljacht aan de kaag
maar ik, maar ik
.
Onmetelijk zijn de rietvelden
Duizenden akkers
met mais beplant
Hevea, koffie en katoen
renderende rumbranderijen
Berooide pachters op je land
Stallen van stamboekvee
Maar ik, ik heb noch huis noch stee
.
Miljoenen in rubbers
Machines draaien
door jouw olie
.
De geschiedenis van moeders en zonen
Babs Gons
.
In het Volkskrantmagazine van afgelopen zaterdag staat een boeiend interview met de Dichter des Vaderlands Babs Gons (1971). In alle opzichten interessant maar er was een passage, een uitspraak van Babs, die me meteen trof. Omdat ik me er zo in herken, in waar ik elke dag over schrijf. Ze zegt: “Ik betreur de eenkennige poëzie meetlat die soms wordt gehanteerd. Waarom moet iedereen altijd maar vergeleken worden met Rutger Kopland of Gerrit Kouwenaar? Fantastische dichters, maar er zijn nog zoveel meer dichttradities en dichters met andere achtergronden, stijlen, uit andere tijden, werelden.”
Ik had dit gezegd kunnen hebben, sterker nog, wie goed zoekt zal een uitspraak als deze in min of meer dezelfde vorm tegen kunnen komen op dit blog. Een uitspraak mij uit het hart gegrepen dus. Verderop in het interview zegt ze: “Spoken word wortelt in de jazz, gospels, de Harlem Renaissance, de Beat Poets, de Amerikaanse burgerbeweging. Poëzie en verzet gaan hand in hand. Ken je de Jamaicaanse dub poetry? Linton Kwesi Johnson? Hij maakte in de jaren tachtig messcherpe gedichten over politieke misstanden, fascisme, rassenrellen in Engeland – radicale poëzie.”
Ik herken zoveel van waar ik al jaren over schrijf. En toch weet Babs me ook weer te verrassen. Neem de zin die ze aanhaalt en waarover ze zegt: “Je hoeft soms maar één zin te hebben, om een heel universum te scheppen. Neem de zin van de Amerikaanse dichter Lisa Furmanski: All sons sleep next to their mother, then alone, then with others. Het is een simpele zin, maar de woorden, op deze manier gerangschikt, vertellen een heel leven.”
Alle reden dus om het gedicht waaruit Babs deze zin nam, op te zoeken en hier te plaatsen. Het gedicht ‘The History of Mothers and Sons’ verscheen in 2008 in het tijdschrift Poetry. Lisa Furmanski is een arts en woont in Norwich, Vermont (VS). Haar werk is onder andere verschenen in de Antioch Review , Beloit Poetry Review, Poetry Daily en Poetry International. Eind 2023 verscheen haar eerste bundel (scrapbook) getiteld ‘Tunnel’.
.
The History of Mothers and Sons
.
Rep en roer
Judith Herzberg
.
Zoals elk jaar komt de CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) ook dit jaar weer in december met een gedicht om het jaar af te sluiten en het nieuwe jaar in te luiden. Dit jaar is Judith Herzberg (1934) gevraagd een reflectie te schrijven op de tijd waarin we leven. Omdat het gedicht wordt toegestuurd aan relaties van de CPNB (en dus niet voor iedereen toegankelijk) deel ik graag, net als vorig jaar en het jaar daarvoor, dit gedicht.
.
Rep en roer Oktober 2023
.
Juist als je denkt er eindelijk
aan toe te zijn zet hij het weer
in rep en roer, je wereldje,
bijna fataal, je kleintje.
.
Om van de echte, grote
het schandaal waar je van
opstak dat je je beter
af kon wenden. Je wilde
nu en dan iets aardigs
liefs beleven, daar dan
in opgaan, geloven.
.
Maar dan je hart. je darmen
slaan alarm. Herken je dat
je zorgen breng je onder
in grasspriet-kunde
en wormenzorg
dat ondergrondse.
.
Klein en groot zijn
in je hoofd
niet langer van elkaar
te scheiden. En dan
die wirwar en die
rep en roer nog
waar we in rouw
verbouwereerd
aan lijden.
.















