Site-archief

Klein verzet : Kamiel Choi

Een recensie

.

Iedereen die zich met poëzie bezig houdt weet dat poëzie slechts een bezemkast bezet houdt in het huis van de literatuur. Poëzie is een niche. Vraag aan 100 mensen wat ze van poëzie vinden en 95 zullen er waarschijnlijk zeggen dat ze er niks van begrijpen. En dat terwijl er toch heel veel goed leesbare poëzie is. Misschien leest het niet zo makkelijk als een roman waarin met heel veel woorden iets wordt beschreven maar dat maakt poëzie er natuurlijk niets minder op, misschien is de leeservaring van poëzie juist door de beperking zelfs groter.

Ik begin met deze inleiding bij de recensie van de nieuwste bundel van Kamiel Choi (1979) schrijver, dichter en filosoof getiteld ‘klein verzet’ dat hij in eigen beheer in 2024 publiceerde, omdat binnen de poëzie er, ondanks het gegeven dat het maar een niche is in de literatuur, toch ook gelijkvormigheid voor komt. Hoe dat komt, daar heb ik wel een theorie over. Doordat veel dichters het vak leren via schrijversvakscholen, lijkt de poëzie die ze schrijven vaak erg op elkaar in thematiek, vorm en inhoud.

Niet de poëzie van Choi. Kamiel Choi is één van die stemmen in de Nederlandse poëzie die volledig autonoom en uniek is. Er zijn meer dichters die dit zijn maar Choi steekt er wat mij betreft bovenuit als het gaat om het hebben van een eigen stem. Zijn bundel ‘klein verzet’ zou ik als puzzelpoëzie willen beschrijven. Puzzelpoëzie in de zin dat ik gedurende het lezen van de bundel steeds opnieuw op het verkeerde (of moet ik zeggen ‘ander’) been werd gezet. Deze bundel is een soort escape room met daarin een sleutelgedicht dat meer licht schijnt op het geheel. Maar daarover later meer.

De bundel kent geen duidelijke afbakening in hoofdstukken maar er zijn wel onderdelen te herkennen. Zo zijn er ongeveer 16 gedichten die titels hebben met economische begrippen (o.a. Jaaropgaaf, Dividend, Ebitda) die je als onderdeel zou kunnen beschouwen. Zo maakt ‘de bosmens’ (Orangoetang) in vier gedichten zijn opwachting. Begint de bundel met een gedicht in vele talen en herhaalt hij dit in het gedicht ‘nemd’ op pagina 74 en 75. Zijn er twee drieluiken opgenomen ‘lyrische schetsen’ en ‘semantische schetsen’.

De bundel is, zo lees ik in een recensie van Anneruth Wibaut op Meander (waar Choi ook recensent was): Bevat gedichten van zeer uiteenlopende vorm: van larmoyante lyriek tot klankexperiment, van prozagedicht tot kreet, en van ready-made tot absurdisme.’. Ze nam dit over van de website van Choi. Toch vind ik dat dit de bundel tekort doet. Maar ik lees ook op zijn website: ‘Klein verzet staat ook voor de kleine versnelling, de versnelling waarmee je tegen de wind en bergop fietst. Dat kleine verzet is belangrijker dan hysterische dramatiek. Niet het grotere aantal, maar het grotere uithoudingsvermogen telt.’

En met deze uitspraak van Choi kom ik terug op mijn eerdere opmerking dat ik deze bundel bij uitstek puzzelpoëzie vind. Want met een groot uithoudingsvermogen is er zoveel te genieten in deze bundel. Iets dat je bij oppervlakkige lezing waarschijnlijk niet meekrijgt, tenzij je zo belezen bent dat je alle verwijzingen meteen kan plaatsen, maar ik denk dat de kans zeer groot is dat niemand dit kan. Want naast dat Choi achterin de bundel veel aanwijzingen weggeeft op de pagina’s ‘aantekeningen’ die verwijzen naar de verschillende onderschriften bij gedichten, is er het sleutelgedicht. Deze onderschriften lijken soms los van het gedicht geplaatst, soms duidelijk bij het gedicht horend, voor een complete leeservaring zou je bij elk van dit soort aantekeningen eerst achterin de bundel moeten kijken waar deze aantekening vandaan komt zodat je wat meer duiding krijgt bij het gedicht.

Dan het sleutelgedicht wat mij betreft. Dit staat op pagina 14 en heeft geen titel. In dit stuk wordt geschermd met verwijzingen naar bestaande en onbestaande mensen en poëtische lemma uit het lexicon van de poëzie. Zo schrijft hij: ‘Door academische referenties op te nemen wordt een belofte gedaan van waarheidsgetrouwheid, die voor bepaalde lezers een zweem van arrogantie impliceert en derhalve een onaangename indruk kan wekken.’ Maar meteen daaropvolgend: ‘Door in tweede instantie te vermelden dat de bovengenoemde referenties volledig uit de duim zijn gezogen, werkt de dichter een zekere aandoenlijkheid in de hand, en daarmee, zo luidt de vermetele hoop, een ontvankelijkheid voor het geschrevene.’

Zo is er een verwijzing naar Asemische poëzie, poëzie die de grenzen opzoekt van de taal, structuur en betekenis. Is er vanuit de Asemische poëzie indirect een verwijzing naar surrealisten als Max Ernst, Henri Michaux en de COBRA beweging. Wordt hyposignoïde genoemd, Dat is wanneer er sprake is van verminderde elektrische activiteit van hersengolven, vergeleken met wat normaal verwacht wordt. Maar wordt ook ene Jekyll J. Frummelsbach opgevoerd. Een niet bestaande persoon maar bij het lezen van de naam gaan je gedachten meteen naar De vreemde zaak van Dr. Jekyll en Mr. Hyde van Robert Louis Stevenson.

In dit stuk lijkt Choi te strooien met kruimels aan de hand waarvan je de bundel beter leert kennen. Naast de zelfspot en het absurdisme schuilt er waarheid achter deze woorden. Want wanneer je de academische referenties, de verwijzingen en het benoemen van figuren uit de Griekse mythologie en de plaatsen die Choi in de gedichten benoemt opzoekt, ontvouwt zich een soort tweede laag die de lezing inhoudelijk zeer ten goede komt. Een voorbeeld: in het gedicht zonder titel op pagina 21 worden een aantal plaatsnamen genoemd. Potosi herkende ik, daar (in Bolivia) ligt de Zilverberg waar onze ‘Zilvervloot’ vandaan kwam ooit en is een mijnwerkersstadje. Ook de andere namen van plaatsen verwijzen naar mijnsteden (kolen, koper, jade, ijzer, steenkool). Met deze kennis lees je dit gedicht meteen anders. Een ander mooi voorbeeld vind ik het gedicht ‘Clara Scifi 1212’. Als je niet weet dat dit gedicht gaat over de heilige Clara van Assisi en dat zij in het jaar 1212, toen Clara achttien werd, zich aansloot bij Franciscus van Assisi en non werd, dan lees je dit gedicht heel anders en misschien blijft het zonder deze kennis abracadabra voor je.

Om nu niet de verwachting te wekken dat elk gedicht een zoekplaatje is wil ik hier het gedicht ‘In het vrije veld’ plaatsen. Want naast de bovengenoemde gedichten staan er ook voldoende gedichten is die zonder ‘onderzoek’ goed te lezen en genieten zijn. gedichten waar de kritische wereldburger Choi zijn kijk geeft op allerlei onderwerpen maar ook de dichter die de wereld met verbazing en een groot poëtisch gevoel beziet.

.

In het vrije veld

.

Als mens ben ik laat.

Soms denk ik

dat het gras onder mijn blote voeten volstaat,

dat ik mag staan: aards, kranig, als een drager

waar niets te dragen is.

.absurd, authentiek, zoekplaatje, verwijzingen, aantekeningen, 

Overal om me heen speelt de taal

in vol ornaat, haar spel bouwt sluizen

voor de tijd in onze huid.

.

Ik verlang diepe bewondering,

de angel van jouw complimentjes

dwars door mijn huid.

Ik neem alle beweging terug,

wordt de ademteug ertussen,

.

sta als een aap in nat gras

te bedenken hoe gratis alles is.

.

Mijn conclusie na het lezen van deze bundel is dat er nog steeds dichters zijn en die volkomen authentiek hun poëzie de wereld insturen. Deze bundel heeft geen ISBN nummer en is in eigen beheer uitgegeven. Dat maakt het vinden, als je er niet op zoek naar bent, moeilijk. Toch verdient deze bundel een groot publiek. Voor de rechtgeaarde poëzieliefhebber is er in ‘klein verzet’ zoveel te genieten, zo’n bundel gun je een groter publiek. De bundel is te koop bij de dichter via zijn website via de link hierboven.

.

Nergens anders

Lidy van Marissing

.

In de bundel ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staan een aantal gedichten van dichters die ik (nog) niet ken. Een van hen is Lidy van Marissing (1942). Deze dichter, journalist, scenarioschrijver en prozaïst volgde de sociale academie in Amsterdam en werd in 1964 medewerker op de kunstredactie van de Volkskrant, waarvoor zij kunstenaars interviewde. Als dichter debuteerde ze in het literaire tijdschrift Ontmoeting dat tussen 1946 en 1964 werd uitgegeven.

In 1965 kreeg een bundel van haar (die nooit gepubliceerd is) een eervolle vermelding voor de Reina Prinsen Geerligsprijs. Voor het tijdschrift Raster was zij mederedacteur van de boeken die in de Rasterreeks verschenen in de jaren 1972-1975. Voor ze in 1991 als dichter haar eerste poëziebundel publiceerde ‘De plons van een vlok’ publiceerde ze al verschillende prozawerken, toneelwerken en interviews. Na die eerste dichtbundel heeft ze vooral poëzie gepubliceerd. Haar dichtbundel ‘Zoek de lege gebieden’ werd in 2008 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2024 werd de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor experimentele literatuur aan haar toegekend. Haar laatste bundel verscheen in 2024 ‘De verwerping van het stilzitten’ waaruit het gedicht ‘Nergens anders’ is genomen dat in ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ staat.

.

Nergens anders

.

door steeds meer webben

ingesponnen, behangen, met tijd grijs

bestrooid, met hete lucht gevuld en

opgeblazen, verstrikt in onzichtbare draden ben je

zowel adem als stof

.

gedachte in gedachte (droom

in droom), gat in leegte, golf in

zee, wolk in wolk om te blijven

waar je nooit geweest, wie je nooit

was, gevoelde gedachte (gedacht gevoel)

.

‘het denken voltrekt zich in

de taal en nergens anders, zei

hij snedig, waarop zij

zei: was hier maar iemand

die zachtjes ging zingen’

.

 

Met die blik

Anke Senden

.

De Vlaamse dichter Anke Senden (1994)  studeerde Taal- en Letterkunde Engels-Nederlands aan de universiteit in Leuven en volgde de opleiding Literaire Creatie aan de Stedelijke Academie van Deinze. Ze schrijft gedichten op maat en brengt ook graag poëzieprogramma’s in samenwerking met muzikanten.

In 2024 verscheen haar debuutbundel ‘Gezwommen worden’ bij het Poëziecentrum en in dat zelfde jaar verscheen een gedicht van haar in de bundel ‘Het gras lacht groen’ klimaatgedichten en kortverhalen met naast de bijdrage van Anke Senden ook gedichten en verhalen van onder andere Maud Vanhauwaert, Wim Hofman, Joke van Leeuwen, Anne Provoost en Jens Meijen. Ook verschenen van haar hand gedichten in Het Liegend Konijn.

De debuutbundel ‘Gezwommen worden’ heeft de zee als thema en Senden varieert in haar poëzie door vele onderwerpen die je kan associëren met de zee de revue te laten passeren zoals schelpen, zwemmen, meeuwen etc. In de recensies op de sites van Meander, Awater en Tzum werd haar debuut enthousiast ontvangen.

Elk jaar organiseren Creatief Schrijven en Kinderkankerfonds vzw de wedstrijd ‘gedichten om te koesteren’, waarbij ze op zoek gaan naar troostende woorden voor ouders die een kind hebben verloren. Deze woorden worden op een postkaart geplaatst en naar de ouders gestuurd. In 2024 kreeg Anke Senden een eervolle vermelding van de vakjury voor haar gedicht ‘met die blik’.

.

met die blik

.

hij heeft het van zijn dochter geërfd – dat geloof

in als ik later groot ben, dat uitkijken naar

 

morgen, daar had zij zoveel van, voor veel te weinig leven,

dat heeft hij van haar gekregen, als een zoen

 

en dan haar blik, dat dolenthousiast naar buiten

rennen, dat wijzen naar de sterren alsof ze die

 

persoonlijk kende, ze noemde hen één voor één bij naam,

ook nu zij er niet meer is, kent hij hen

 

nog allemaal – zo, met die blik, wil hij ’s morgens in de spiegel kijken,

welke vader wil er nu niet op zijn dochter lijken

,

Doe mee aan de Rob de Vos poëziewedstrijd

Monique Leferink op Reinink

.

Ook in 2025 organiseert Literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander, weer een poëziewedstrijd vernoemd naar de oprichter van Meander Rob de Vos. Eerdere winnaars van deze poëzieprijs waren Mandy Eggerding (2020),  Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) Steven Van Der Heyden (2023) en Monique Leferink op Reinink (2024).

Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Zo ook dit keer.

Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zevende keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Dwalen’.

‘Not all those who wander are lost.’ – J.R.R. Tolkien

Soms is dwalen een zoektocht. Soms is het een bestemming op zich. In het thema ‘Dwalen’ ligt ruimte voor ontdekking, voor verlies, voor het onbekende en voor het vinden van onverwachte paden. Hoe vertaal jij dit in poëzie?

Het ingezonden gedicht is:

  • in het Nederlands geschreven
  • in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
  • niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
  • in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
  • niet ondertekend met je naam
  • geïnspireerd op het thema
  • nooit ergens eerder gepubliceerd
  • nooit genomineerd of bekroond
  • niet kwetsend of discriminerend
  • na inzending niet meer te veranderen

De jury bestaat in 2025 uit:

  • Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent)
  • Hettie Marzak (recensent)
  • Anneruth Wibaut (schrijver, dichter, recensent)
  • Annet Zaagsma (dichter)
  • Marc Bruynseraede (schrijver, dichter, recensent)
  • Tom Veys (schrijver, dichter, recensent)

Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In december volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van https://schrijvenonline.org/ of op  schrijverspunt.nl. Hier zijn ook alle voorwaarden en het wedstrijdreglement te lezen.

Zoals geschreven was de winnaar van de Rob de Vos poëziewedstrijd in 2024 Monique Leferink op Reinink. Haar winnende gedicht ‘Canto’ lees je hieronder.

.

Canto

Ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de zwarte gaten in zijn geheugen
aan hoe hij steeds meer naar binnen groeit
zijn ingevallen wangen, open mond
en het cirkelen van gieren

ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe zij door wankele gangen dwaalt
ongenode gasten als schaduwen achter zich aan
de tijd een half open vuilniszak
op de vloer van haar bestaan

ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe hij het wit papieren zakdoekje zorgvuldig opvouwt
dan zegt ‘ik ben een klootzak, ik ga dood, wat moet ik doen?’
zij zijn deken rechttrekt, op de vlucht voor een man
die haar komt ontvoeren

ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de afgeplakte spiegel, het deksel op de postoel
de blinde herhalingen, hoe het kwijt en vergeet
en steeds maar raakt, teloor gaat
in alle sponningen van het vreemde

ik denk aan rivieren, licht op rivieren,
aan haar luier en de schilfers op zijn paarse voeten
zijn knieën in een hoek van de kamer
het gordijn waarachter een eik en iets al blauw
en zij, zo eindeloos de verte.

.

 

Protocol

Willem Thies

.

Dichter Willem Thies (1973) debuteerde in 2006 met de dichtbundel ‘Toendra’. Hij kreeg hiervoor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. In 2008 verscheen ‘Na de vlakte’ en deze bundel werd in 2009 genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Gedichten van Thies verschenen in verschillende bloemlezingen en in verschillende literaire tijdschriften als Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Krakatau, en Hollands Maandblad.

Thies stond op verschillende podia zoals Winternachten (2007), Stukafest (2014) en De nacht van de poëzie (2018). Naast poëzie schrijft hij poëzierecensies voor de recensiewebsite Poëzierapport, onderdeel van literair weblog De Contrabas.

In 2024 verscheen zijn vooralsnog laatste bundel ‘Wachtend op instructies’. Rob Schouten schrijft in zijn recensie op Trouw.nl over deze bundel: “Thies is een dichter die zich er niet makkelijk van af maakt. Hij zoekt essenties op, wil raadsels ophelderen, mysteries ontsluieren. Het bijzondere is echter dat zijn gedichten, die die pogingen weerspiegelen, helder zijn, objectief haast; ‘onpersoonlijk’ is bij hem geen scheldwoord maar een aanbeveling.”

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘* Protocol’ dat wat mij betreft mooi aansluit bij wat Schouten ‘mysteries ontsluieren’ noemt.

.

* Protocol

.

Engelen hebben geen taal, niet werkelijk, ze spreken

volgens een communicatieprotocol.

De mens – een dier dat wil

en speelt

en eet en drinkt en weerstand voelt

en weigert en neigt –

.

Engelen hebben geen taal. Satellieten tollen

rond de wereld tot

een vleugel afbreekt of vlam vat.

.

– de mens wordt bewogen door het verlangen hitte

en ijzige kou te vermijden, een weldadige plek

te vinden en daar te blijven.

.

Kan kunst ons redden

Siel Verhanneman

.

Pas nog bij Eus’ Boekenclub op televisie en daarvoor al in MUGzine nummer 11 (2022) was Siel Verhanneman (1989) in de publiciteit (ze was uiteraard op vele plekken te zien en te horen maar deze pik ik er nu even uit), dit keer om haar nieuwe bundel ‘Wat wij doen dat heet bewaren’ van eind 2024 onder de aandacht te brengen.

Deze nieuwe bundel is een ode aan het verzamelen, het rangschikken, het doorgeven, het bepalen van wat blijft en onherroepelijk verdwijnt. Het vraagstuk ‘Kan kunst de wereld redden?’ staat centraal in deze bundel. In een tijd waarin kunst en cultuur onder druk staan van allerlei megalomane, dictatoriale leiders en politici, ook in Nederland, is deze vraag relevanter dan ooit.

Uit de bundel koos ik dan ook het gedicht ‘Kan kunst ons redden’. Vooral de eerste strofe trof me. Ik herinner me de eerste keer dat ik de Venus van Milo in het Louvre zag, haar op de rug bezag en daar denk ik wel een kwartier lang met open mond naar heb staan kijken. Iets in mij viel open, zoals Siel het zo treffend schrijft.

.

Kan kunst ons redden

.

We vragen niet veel, enkel de kunst om ons te helen,

net als de dichter toen ze voor het eerst

een echte Francis Bacon zag, iets in haar viel open.

.

Zo ook onze monden en ogen wanneer ze start met preken,

collectief op zoek naar het beeld dat ons ontsluit,

een dans waar ons hart in klopt, die ene zin scanderen we vanbuiten.

.

‘Ik wil schrijven zoals de schilder denkt,’ zei de dichter en wij,

hangend aan haar lippen rijmen met haar mee.

.

We vragen niet veel, in dit land dat smelt en drijft.

Slechts dat kunstwerk vinden, ons eraan hechten en genezen.

In het reine willen we zinken, het juiste pronkstuk in handen.

.

Ach, de dichter zou zo trots op ons zijn,

zij had het altijd al geweten.

.

Een spiegel in de aarde

Sasja Janssen

.

De laatste bundel van Sasja Jansen ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ die begin 2024 verscheen werd bekroond met de Awater Poëzieprijs. Het was niet de eerste keer dat haar werk bekroond werd, zo ontving ze in 2022 diezelfde Awaterprijs voor haar bundel ‘Virgula’ die ook nog eens  genomineerd werd voor De Grote Poëzieprijs, de Herman de Coninckprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, en poëziebundel van het jaar 2021 voor de KANTL poëzieprijs was, en kreeg ze voor ‘Virgula’ de eerste Johan Polak Poëzieprijs. In 2024 kreeg ze voor haar hele oeuvre de A. Roland Holst-Penning. Een dichter om eens wat extra aandacht aan te besteden kortom.

Sasja Janssen (1968) is een Nederlands dichter en schrijver van romans en korte verhalen. Zij geeft les op de Schrijversvakschool en Crea. De reacties op haar bundel ‘Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica’ waren wat verdeeld, waarschijnlijk doordat de verwachtingen na ‘Virgula’ hoog gespannen waren. Desalniettemin heeft Awater toch deze bundel bekroond en wil ik hier het gedicht ‘een spiegel in de aarde’ uit deze bundel met jullie delen. Het gedicht is opgedragen aan Chen Yuhong, een van de grootste dichters van Taiwan wier werk internationaal bekroond is.

.

een spiegel in de aarde

.

Voor Chen Yuhong

.

het schemert niet

toch is er geen licht, toch is er geen donker

aan de oever kijk ik naar de krans van bladeren om haar hoofd

een wilgentwijg in haar hand, de rok gulzig uitgespreid

.

we houden ons stil, stil

.

de zwartgroene onderwereld, de doorzichtige bovenwereld

houden haar op het meer dat toekomst en verleden mengt

in zijn oog dat nooit sluit

de narcissen buigen, een uil draait zijn kop, vlinders geborgen

.

dan zinkt ze en duikt op het gedicht als nieuwste tijd

.

Het was zonnig

Martin Rombouts

.

In de Volkskrant van zaterdag jongstleden lees ik dat Martin Rombouts (1992), winnaar van ‘De slimste mens’, en dichter debuteert met een roman ‘Boek 1’. Nu is er niets nieuws onder de zon, dichters die romans gaan schrijven zijn van alle tijden. Blijkbaar is het schrijven van poëzie voor veel dichters niet voldoende of worden dichters tegenwoordig door hun uitgevers met zachte hand richting de proza geduwd? Geen idee maar ik blijf het een bijzonder fenomeen vinden.

Maar terug naar Martin Rombouts. Tijdens zijn verschijningen in  ‘De slimste mens’ werd hij steeds opnieuw geïntroduceerd als dichter en toen herinner ik me, vroeg ik me al af waarom ik hem niet kende als zodanig. Wanneer je dagelijks met poëzie en dichters bezig bent is elke nieuwe naam er een om te ontdekken. Bij Rombouts was dat niet het geval tijdens zijn ‘fifteen minutes of fame’ op de nationale televisie maar nu, naar aanleiding van het verschijnen van zijn debuutroman dus wel.

Martin Rombouts komt uit Rotterdam, woont in Utrecht en studeerde Creative Writing aan ArtEZ. Hij publiceerde op ABCyourself, in Tirade en in de Oerol Dagkrant, en trad op op onder andere Lowlands, het Wintertuinfestival en in Perdu. Rombouts is lid van De Literaire Boyband. Op de website van De Optimist, digitaal cultureel magazine zijn wat gedichten van zijn hand te lezen. Vormtechnisch word ik er niet heel warm van maar Rombouts is niet vies van het experiment en daar hou ik dan wel weer van. Het meest bekend is hij, naast zijn deelname aan ‘De slimste mens’ denk ik van het gedicht dat hij schreef voor de Zomerlezen campagne 2024 van de CPNB. Dat gedicht werd op een ansichtkaart gedrukt en er werden 100.000 exemplaren van verspreid door vooral Boomerang dat overal in Nederland kaartenrekjes heeft hangen met gratis kaarten.

.

het was zonnig dus ik moest aan je denken

.

was laatst ook daar en daar weer
sprak die nog
straks ook weer dat

en dat

was het daar toen fijn warm?
of toch te en
zie je x nog? denk soms

zie voor mijn part
iedereen maar
zoen ook mij

en of hem dat niet was
en/of had moeten zijn die
zomer

die zomer die zomer die

.

Foto: Aisha Zeijpveld

 

Wat je hebt

Maaike de Wolf

.

In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.

Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.

Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.

In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”

.

Wat je hebt

.

Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.

Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat

het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.

Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt

Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.

Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.

.

Jonge stadsdichter

Anu Soerjoesing en Govert van de Velde

.

Al verschillende malen uitte ik mijn ongenoegen over het feit dat na Harry Zevenbergen (1964-2022) die stadsdichter was van Den Haag van 2007 tot 2009, er geen stadsdichter meer is geweest in de hofstad. Daar is sindsdien en ondanks mijn oppositie (en die van verschillende dichters) niets aan veranderd. Maar er gloorde hoop toen in 2023 Chelsy Valentina de eerste jonge staddichter van Den Haag werd, gevolgd in 2024 gevolgd door Adelina Ignat.

En nu, in 2025 zijn twee nieuwe Stadsdichters gekozen uit een groep van acht finalisten van vijftien middelbare scholen die dit jaar meededen aan de Jonge Stadsdichter Scholenwedstrijd, door de vakjury van dit jaar, bestaande uit Amara van der Elst, Mahat Arab en Dichter des Vaderlands (Dichter der Nederlanden) Babs Gons.

De twee nieuwe jonge stadsdichters zijn Anu Soerjoesing (16 jaar) en Govert van de Velde (13 jaar).  De organisatie Jonge Stadsdichter is een samenwerking van de gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, Bibliotheek Den Haag en het Literatuurmuseum.

Het gedicht waar Anu Soerjoesing mee won is getiteld ‘Ik weet’ en het winnende gedicht van Govert van de Velde is getiteld Wat is Den Haag? Of beter wie is Den Haag?

.

Ik weet

.

het landschap van boven
Straten kijken toe
Het licht straalt als een grasveld
De stappen zijn zwaar, een hand raakt de wolken aan
Ik ben de reus die lacht, vloeiend
en genadeloos

.

De grond trilt onder mijn voeten
maar de vogels vliegen niet weg
Mijn schaduw strekt zich uit over de wereld
het licht schijnt door

.

De wind raast over mijn lichaam
danst in mijn longen
een bekende tol van zuurstof

.

Niemand mag mijn vrijheid afpakken
zelfs niet ik

.

Het licht inspecteert
nieuwsgierig en stil
maar ik weet dat het groene licht
stiekem, naar mij lacht

.

Ooit ga ik vliegen

.