Site-archief

Astrologie voor beginners

Charlotte Van den Broeck

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en daar pulkte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck uit 2015, tussen een dikke stapel dunnen bundels tevoorschijn. Opnieuw zonder te kijken liet ik de pagina’s door mijn vingers gaan en toen ik stopte (op pagina 42) las ik het gedicht ‘Astrologie voor beginners’. Nou weet ik niet of je in astrologie gelooft of dat je het meer ziet als een onschuldig volksvermaak. Maar wat Charlotte Van den Broeck (1991) mij hier voorschotelt is een verlangen naar duiding (zou astrologie dan toch…?) maar nee, uiteindelijk blijken er aan den einder slechts halogeenlampen aan een lege hemel te staan.

.

Astrologie voor beginners

.

Kilometers onder de korst

bewijst  de aarde roodverbrand zijn rondheid.

.

Zo zullen ook wij op een dag

samenvallen op eenzelfde as: amper vrouw

bijna man met een uniseks regenjas.

.

Je blik, die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid, die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden en in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden te lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

.

Misschien ligt er een antwoord in het oog van de telescoop.

Een verklarende wetmatigheid in de baan van Venus.

.

Nachtenlang hebben we gekeken.

We zagen enkel halogeenlampen aan een lege hemel.

.

.

 

Rijwielplaatje

Koos Speenhoff

.

Net als iedereen die autorijdt heb ook ik te maken met allerlei nieuwe regels en beperkingen. Dat begon ooit met het in je auto hebben van een alcoholtest (Frankrijk) waarvan ik heb begrepen dat die niet meer noodzakelijk is om bij je te hebben, naar een emissievignet (ook Frankrijk) en opnieuw een emissievignet (Duitsland). Als België zijn onzalige plannen doorzet om alle snelwegen naar het zuiden als Tolweg aan te merken dan wordt de autoruit voller en voller. Voor Vlaardingen heb ik een parkeervergunning (werk) voor achter de vooruit maar voor mijn woonplaats dan weer niet, dat gaat op kenteken.

Wanneer je al je reisbewegingen beperkt tot de fiets of het openbaar vervoer heb je een relatief zorgeloos vervoerleven. Dat dat niet altijd zo is geweest bewijst het rijwielplaatje, die vanaf 1924 (ingevoerd door Colijn) tot de tweede wereldoorlog verplicht was, geslagen bij de Rijksmunt en ter waarde van 3 gulden (wat destijds een enorm bedrag was). In 1940 waren er 3,6 miljoen fietsen wat dus een aardige opbrengst was voor de staat. In 1941 maakte de Duitse bezetter een einde aan het rijwielplaatje (die fietsen gingen mee naar Duitsland tenslotte). Dichter-zanger, illustrator en kunstschilder Koos Speenhoff (1869-1945), waarvan het gerucht ging dat hij lid was van de NSB, stierf in het bombardement van het Bezuidenhout in Den Haag in maart 1945. Speenhoff schreef over het verdwijnen van het rijwielplaatje in 1941 het volgende gedicht (een zwijntjesjager is een fietsendief).

.

Het rijwiel plaatje

.

Rust in vrede, rijwiel plaatje,

ach uw heengaan smart ons niets.

Wil voor eeuwig van ons scheiden,

leve… onze vrije fiets.

Op de borst geen ridderorde,

voor belasting eerlijkheid.

En al moppert de ontvanger,

dat gemodder zijn we kwijt.

.

Weg die rijwielplaatjes handel,

weg die dure grapperij.

Zwijntjesjagen zal wel blijven,

maar het plaatje is voorbij.

Voor wie schrale lonen beuren,

en toch veel “trappen” gaan.

Is de vrije fiets een wonder,

dat wel in de krant mag staan.

.

Vrijer zal de jeugd gaan trekken,

zuchten komen niet meer voor.

Als een schat haar rijwielplaatje,

bij een dikke kus verloor.

Is dit heengaan niet een teeken,

van de grooten nieuwe tijd?

Van de menschelijke vrijheid,

rustend op verdraagzaamheid.

.

Bloot in het gras

Astrid Haerens

.

Uit de bundel ‘Oerhert’ uit 2022 van de Vlaamse dichter, schrijver en voormalig leerkracht woord en toneel aan de muziekacademie van Anderlecht, Astrid Haerens (1989) komt het gedicht zonder titel met een eerste regel die meteen uitnodigt om verder te lezen. In vrijwel elk gedicht van deze bundel is het vrouwelijk lichaam prominent aanwezig en dat is niet anders in dit gedicht.

Op zoek naar recensies van ‘Oerhert’ kwam ik op de pagina terecht van Gedichten proeven een geweldige website waarop al ruim 50 poëzie analyses te lezen zijn van gedichten van allerlei dichters, oorspronkelijk in het Nederlands geschreven en vertaalde gedichten. Tot mijn grote vreugde staan er op deze website van Joost Dancet (die ook de redactie doet van de Klassiekers voor Meander) ook nog eens 14 vertaalde gedichten van één van mijn favorietste dichters E.E. Cummings. Maar dus ook een uitgebreide analyse van dit (onderstaande) gedicht. Wat mij betreft dus een aanrader om eens een kijkje te nemen.

Terug naar ‘Oerhert’ van Astrid Haerens. In de bundel, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh-prijs en bekroond met de Poëziedebuutprijs 2023, gaan veel gedichten over een ik die geen kind wil. Ook in het onderstaande gedicht zijn allerlei verwijzingen te vinden naar dit gegeven.

 

.

Van alles de laatste

Elise Vos en Eddy Verloes

.

In de bundel ‘Van alles de laatste’ uit 2025, scharen dichter Elise Vos (1984, dichter en Slavist) en Eddy Verloes (1959, germanist, fotograaf, galerist en curator) zich rond het begrip vergankelijkheid en willen ze schoonheid toevoegen aan deze existentiële zoektocht. Hun observaties leggen onomstotelijk vast dat er een prachtige wereld verborgen ligt in die tijdelijkheid. Het verdiept de waarde van mensen, dingen en relaties. Het geeft een extra dimensie aan onomkeerbaarheid, aan te laat zijn.

Dit lees ik achterin de bundel ‘Van alles de laatste’ en ik kan het er alleen maar mee eens zijn. Vergankelijkheid in al zijn vormen (afbraak, leegstand, verrotting, slijtage, ineenstorting) blijkt steeds opnieuw een bron van inspiratie voor kunstenaars (en dus ook dichters en fotografen). Zo ook dus voor Elise en Eddy.

In 27 sfeervolle foto’s van vergankelijkheid en even zoveel gedichten nemen de beide auteurs je mee in hun wereld. Qua uitvoering en formaat deed de bundel me even denken aan mijn debuutbundel waarnaar dit blog is genoemd maar de foto’s en de gedichten zijn van een andere aard. Voor wie van pure fotografie houdt waarbij het in veel gevallen niet meteen duidelijk is waar je naar kijkt en de daarbij gemaakte gedichten die licht schijnen op deze onduidelijkheid (vanuit de dichter) is dit zeker de moeite waard te lezen en te bekijken (en ervaren!).

Ik koos voor het gedicht ‘Afscheidsritueel’ behorende bij de foto ‘The Origen’ op pagina 46 en 47.

.

Afscheidsritueel

.

altijd was er meer water dan aarde

elke bodem kon ons dragen

.

ik bracht de koude van de bron

aan tafel in stilte, de kracht intact

.

rolde over dampende weidegrond

het vocht drong binnen

voor de droogte intrad

.

maar kiemen werden gedragen

door wolken draden

en je kleed in geitenhaar

.

dit is geen verzoek, keer niet terug

ik strooi zout in je schoenen

.

knoop alvast een rode draad

om je gezwollen lichaam

.

leg een naald onder je kussen

het kind op de welving van je buik

.

Jouw muren vormden maar een huis

Saskia De Vriese

.

In 2025 verscheen bij uitgeverij De Zeef de bundel ‘Vulpasta’ van Saskia De Vriese (1978). In het dagelijks leven begeleider van personen met een beperking en hun netwerk, in haar vrije tijd dichter. Deze bundel behaalde de shortlist van De Zeef Poëzieprijs en eerder, in 2023 won zij met haar gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ dat ook in ‘Vulpasta’ staat, de Poëzieprijs Boontje in Dendermonde.

Zij volgde poëziecursussen bij ‘De Dichters’ en lessen bij Ivo van Strijtem. Gedichten van De Vriese verschenen in verschillende gelegenheidsbundels en bloemlezingen en haar gedicht ‘Bewaarder’ die ook in ‘Vulpasta’ is opgenomen, was het Uitverkoren gedicht van Woordentij in juli 2025. In een recensie op Meander schrijft Taco van Peijpe dat  Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’ een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.’

Ik heb gekozen voor het fraai gecomponeerde gedicht ‘Jouw muren vormden maar een huis’ waarvan ik goed begrijp dat dit gedicht bekroond werd.

.

Jouw muren vormden maar een huis

.

ik wist al aan je voordeur dat ik niet lang zou blijven

een hoge drempel binnenshuis

geen kapstok voor mijn oude jas in je hal

te grote maten in je keuken

te weinig kruiden in je kast

.

op zolder stof van jaren ongeduld

dat de haren in mijn neus liet kriebelen, niet mijn zinnen

gegolfde pannen op je dak

waren die van glas gemaakt, ik had wat langer kunnen blijven

.

en in je tuin alleen een afgezaagde eik

die niet meer neer hoeft te kijken

op de adders onder het gras

geen weelderig groen

geen enkel achterpoortje

.

Liefdesgedicht

Luuk Gruwez

.

Lezend in de bloemlezing ‘Geen dag zonder liefde’ kwam ik bij het gedicht ‘Estetika’ van Luuk Gruwez (1953) uit, een bijzonder liefdesgedicht dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘De feestelijke verliezer‘ uit 1985. Met dit gedicht stuur ik jullie de dag in, geen beter begin mogelijk lijkt me. Mocht je meer over dit gedicht willen lezen dan kun je terecht bij dbnl.org

.

Estetika

.

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water

waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt

en de rimpeling van vriendelijke huiver

die zij door haar stil bewegen weeft.

.

het sierlijkste is niet je lichaam, maar de spiegel

waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt

(en rimpels toont als rimpelingen in water)

en hoe een hand ontastbaar haast

verschuift over je huid,

en hoe een streling dan,

als een omhelzing van zichzelf,

op jouw lichaam liggen gaat.

.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend

vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd,

zoals wie ééns genodigd tot genot,

daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

.

 

Voer voor struikrovers

Els Moors

.

De voormalige Dichter van België. of zoals ze daar zeggen de Dichter*es (ik dacht dat we van de vrouwelijke vorm af waren maar ik hoor het de laatste tijd weer steeds vaker, dichteres, wat is dat?) heeft een nieuwe bundel uit. Els Moors (1976) want daar heb ik het hier over was Dichter van België in 2018-2019. Ze publiceerde al de bundels ‘er hangt een hoge lucht boven ons‘ (2006) waarvoor ze de Herman de Coninckprijs 2007 kreeg voor het beste poëziedebuut, ‘liederen van een kapseizend paard (2013) de tweede beste poëziebundel bij de J.C. Bloemprijs in 2015 en nu dus haar nieuwste bundel ‘voer voor struikrovers’ (2025). Tussen deze dichtbundels schreef ze een aantal romans maar met deze nieuwe poëziebundel werd ze verkozen tot Clubkeuzebundel van de Poëzieclub / Awater in het eerste kwartaal van 2026.

‘voer voor struikrovers’ is een bundel met gedichten zonder titels, wat op zichzelf natuurlijk een heel legitieme keuze is. Voor mij als lezer is het wel een extra opgave want is elke pagina een nieuw gedicht? Sommige gedichten lopen bijna van de bladzijde en wat zegt mij dat een nieuwe bladzijde een nieuw gedicht is of dat het gedicht daar doorgaat? Het is maar een observatie maar Els gebruikt ook geen hoofdletters of interpunctie wat het geheel nog onoverzichtelijker maakt. In de dichtbundel valt gelukkig wel genoeg te genieten. Zoals van het gedicht op pagina 13.

.

papa was een rolling stone

en ik verwacht hem telkens

weer als opschorting

van een straf

.

eerst moet ik dit lichaam in bezit

nemen van aan de kruin

tot aan de gekwelde kuiten

dagelijkse kilometers afleggen

.

terwijl ik op de totale vrijheid

wacht durf ik al zo ver te springen

dat ik aan mezelf genoeg heb

voldoende vesting vind

.

ter genoegdoening

van zijn wens.

.

De val

Eddy van Vliet

.

In de bundel ‘Gedichten 1993‘een keuze uit de tijdschriften, samengesteld door Hubert van Herreweghen (1920-2016) en Willy Spillebeen (1932)lees ik een gedicht van Eddy van Vliet. Eddy van Vliet was het pseudoniem van de Vlaamse dichter Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002). Ik heb me altijd verbaasd en afgevraagd waarom iemand , een Vlaming, met zo’n welluidende naam zich van een pseudoniem voorzag dat zo Nederlands klinkt. Maar dat terzijde.

In de bundel staat het gedicht ‘De val’ van Eddy van Vliet dat werd genomen uit Dietsche Warande & Belfort (tegenwoordig beter bekend onder de veel mindere naam DW B) en gaat over hoe een man die zichzelf oud vindt (Eddy was denk ik 51 toen hij dit schreef, hoezo oud?) maar toch ook leeftijdloos, en weet er een mooie draai aan te geven in de slotzinnen.

.

De val

.

Ik ben heel goed in het vinden van de stoep

die struikelen doet. Een leeftijdloos moment.

De oude man die zich terugvindt in het wankelend kind.

.

Tussen vliegen en de onontkoombaarheid

van de zwaartekracht. ik verwacht mijn schaterlach

op andermans gezicht: de slapstick. De bananenschil

en de ober die zijn borden redden wil.

.

Wat niets van dit alles verschilt: het strelen

van vrouwenarmen, als steeds bereid

te beweren dat zij mij ontvangen.

.

Vroeger was een bos

Peter Theunynck

.

In de bundel ‘Naar een nieuw zeeland’ lees ik een bijzonder gedicht. Bijzonder in vorm maar zeker ook in inhoud. In een omschrijving van de inhoud van deze bundel van de Vlaamse dichter en schrijver Peter Theunynck (1960) over wie ik al eerder schreef, lees ik dat deze bundel een taalexpeditie vol aangrijpende liefdesverzen en hekeldichten, ritmische gezangen en natuurlyriek is. Beeldrijke poëzie die balanceert tussen woede, gemis en verlangen.

In zekere zin lees ik een aantal van deze kenmerken en omschrijvingen terug in het gedicht ‘Vroeger was een bos’. De reden dat ik dit gedicht koos uit ‘Naar een nieuw zeeland’ uit 2010 is ook vooral omdat in een van de laatste regels ‘De laatste der Mohikanen‘ wordt aangehaald. Voor de jongere generaties zal dit niet veel zeggen maar in mijn jeugd was ‘De laatste der Mohikanen’ een zeer spannende jeugdserie naar een boek van James Fentimore Cooper én de titel van een gedicht van Jana Beranová.

Een andere reden is dat, in het licht absurdistische vraag en antwoordspel tussen een jongen en een vader? de dichter prachtige poëtische antwoorden geeft op de vragen van de jongen, in de regels die cursief zijn gedrukt. Alle reden dus om dit gedicht hier te delen.

.

Vroeger was een bos

.

Wat is dat geruis?

Het gehuil van een boom, jongen.

Wat is een boom?

Een vogelhuis van bladeren, jongen.

Wat zijn bladeren?

Het gedicht van de twijgen, jongen.

Wat zijn twijgen?

Het zwerfhout van de takken, jongen.

Wat zijn takken?

De smekende armen van de stam, jongen.

Wat is de stam?

Wat al niet huist in die knoestige bast, jongen.

Wat is bast?

Wat de schors scheidt van het hout, jongen.

Wat is hout?

Planken met nerven en kwasten, jongen.

Wat zijn planken?

In de haven gestapeld regenwoud, jongen.

Wat is regenwoud?

De laatste der Mohikanen, jongen.

Wat zijn Mohikanen?

Vroeger met je tomahawk, jongen.

Wat is vroeger?

Vroeger was een bos, jongen.

.

En de winnaar is..

Rob de Vosprijs en MUGzine

.

Zoals ik op 30 januari jongstleden al schreef gaan MUGzine en Meander een poëtische alliantie aan. Nu is dat niet de eerste keer dat we een samenwerkingsactiviteit doen want in het decembernummer van 2023 verscheen er al een editie van MUGzine (#20) met daarin de winnaars en de genomineerden van de Rob de Vosprijs 2023. Winanaar was toen Steven Van Der Heyden die al in #14 van MUGzine als dichter publiceerde (een MUGzine die toen al als richting ‘Metamorfosen’ had).

De jury van de Rob de Vosprijs 2025 bestond dit keer uit juryvoorzitter Peter Vermaat (recensent) en de leden Hettie Marzak (recensent), Anneruth Wibaut (schrijver/dichter/recensent), Annet Zaagsma (dichter), Marc Bruynseraede (schrijver/dichter/recensent) en Tom Veys (schrijver/dichter/recensent). Winnaar van de editie van 2025 werd dichter Rik Dereeper (1962) met het gedicht ‘Veldstraat 39’. Dereeper won al vele poëzieprijzen in Vlaanderen en Nederland en hij publiceerde poëzie in onder andere Het Liegend Konijn, Poëziekrant en De Gids.

De tweede prijs ging naar Koenrad Moerman en de derde prijs naar Irene Schoenmacker. Ok de zeven genomineerden gedichten staan gepubliceerd in #31 van MUGzine. De kunst is van de in Duitsland woonachtige Mariken van Heugten, het muggedicht is dit keer van Irene Wiersma en natuurlijk heeft ook deze editie van MUGzine een opvallend voorwoord van Marianne Hermans en staat op de achterpagina als altijd een nieuwe Luule.

De verschijningsdatum van #31 van MUGzine is medio volgende week (zowel op de website van mugzines.nl als op papier. Altijd de papieren versie van MUGzine ontvangen? Word dan donateur en stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of verleng je donatie door € 22,50 over te maken.

Van de winnaar een gedicht waarmee hij in 2013 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd kwam getiteld ‘Vier manieren om te dumpen’.

.

Vier manieren om te dumpen

Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.

Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.

Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.

Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.

.