Site-archief

MUG #3

Nieuw nummer

.

Vanaf vandaag is de nieuwe editie van het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en België verkrijgbaar en te lezen via http://mugzines.nl. Dit keer met bijdragen van dichters Lies Jo Vandenhende, Serge van Duijnhoven, Joz Knoop, Marie-Anne Hermans en Wouter van Heiningen en afbeeldingen van grafisch kunstenaar Marjoke Schulten.

Gratis te lezen op de website en verkrijgbaar op papier via de email.

Altijd een papieren MUG zine ontvangen?
Van verschillende kanten krijgen we de vraag of de papieren MUGzine niet altijd toegestuurd kan worden. Vanaf nu kan dat door donateur te worden. Wanneer je donateur wordt (met een minimum van € 20,- per jaar) ontvang je van ons per jaar minimaal 5 edities van MUGzine.
Hoe doe je dit? Heel eenvoudig, stuur een mailtje met je naam en adres naar mugazines@yahoo.com en we mailen je alle informatie. Als je nu donateur wordt ontvang je de eerste drie edities meteen al.
Wil je liever een los nummer ontvangen of een los nummer in een cadeau enveloppe  dan kan dat natuurlijk ook. Ook hiervoor stuur je een mail naar mugazines@yahoo.com
.
Als voorproefje hier een gedicht van dichter Serge van Duijnhoven (1970). Serge is schrijver, dichter en historicus. Hij is de oprichter van het tijdschrift ‘MillenniuM’ en de ‘Stichting Kunstgroep Lage Landen’. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap ‘Dichters Dansen Niet’. Uit zijn bundel ‘Vuurproef’ van Dichters dansen niet het gedicht ‘Leonard leidt de dans’. Een lied voor Maria B. die zich eens Marita maar meestal Marieke liet noemen. Dit gedicht is een improvisatie op de tekst ‘Marita / Please find me / I am almost thirty’ die Leonard Cohen begin jaren zestig in een vlaag van wanhoop en stoned van de heroïne op de toiletmuur kalkte van een nachtbar in Montreal.
.
.
Leonard leidt de dans
.
Niet denken dat er geen liefde is
kan bestaan zonder afgunst
er resteert geen afgunst
.
als je dit begreep zou je nu
beginnen te rillen terwijl ik
mijn gedachten in een houdgreep
.
dwing mijn ogen moedwillig
van je afwend en mijn blik fixeer
op het moordwapen dat hier
.
krijgshaftig aan de wand hangt
niet als een eng symbool of
mene teken maar slechts als
.
eerbetoon aan bloederige
veldslagen en antieke deugden
dit alles zonder bijbedoelingen
.
of nijd maar alleen in de hoop
dat mijn indruk van jou zo
op klassieke wijze
.
van buiten naar binnen
kan beginnen met
vervagen
.

Zij als inktvis

Hugo Claus

.

Over erotische poëzie zijn nogal wat meningen. Je houdt ervan of je houdt er niet van, zei ooit een dichter tegen mij. Maar eigenlijk kun je zoiets niet zeggen. Dat is net zoiets als zeggen dat je niks hebt met voetbal behalve als het Nederlands Elftal speelt. Eigenlijk zeg je dan: Ik hou niet van voetbal in het algemeen maar wel van het spel van het Nederlands elftal. En die nuance zou je ook richting erotische poëzie kunnen hebben. Ik schreef al vaak over erotische poëzie en gaf daar evenzoveel voorbeelden van. Dat ging van omfloerste beschrijvende Arabische poëzie, tot voorname klassieke poëzie en van redelijk platvloerse maar oh zo vermakelijke poëzie (‘Kutgedicht’ van Jules Deelder) tot aan erotische poëzie over planten (‘Amour Florale’ van Evy Van Eynde).

Wie het genre ook beheerste was Hugo Claus en ook weer op zijn heel eigen manier. In heel directe taal zonder franje, grof soms en duidelijk beschrijft hij in ‘Zij als inktvis’ het liefdesspel tussen de dichter en een vrouw.En ook hier is er de erotische spanning voelbaar terwijl er op poëtisch gebied ook veel te genieten valt. Het gedicht ‘Zij als inktvis’ komt uit de bundel ‘Het huis van de liefde’ uit 1999.

.

Zij als inktvis

.

Die inktvis met tongen en tieten

houdt van mij en ik van haar

uit lijfsbehoud.

Hoor mij blaten tegen haar gaten.

.

Als zij knipoogt met haar vele schele ogen

geeft zij licht in het water.

Zij heeft het altijd koud.

Ik nies terwijl ik grond verlies.

.

Zoveel tentakels, zoveel obstakels.

Misschien is het daarom dat ik haar zo bemin,

daarom zo grenzeloos wil vergeten

in haar klamme spleten

wat ooit mijn bestemming was

op het begrensde aardse gras.

.

Als ik haar nappen om mij voel sluiten

en haar zuigen merk tot in mijn merg,

wil ik knappen, kraken en verzuipen.

.

Ver van haar en haar doem en haar domein

en in de maat der mensen

ben ik ontmand en wandel wensloos als een hoen.

.

Alleen bij haar ben ik, alhoewel haar prooi,

een meester in het beestige.

Mijn zuurstof is haar onverbiddelijk groen.

.

                                                                                                                                                                                                                       kunstenaar: scribbletati

Dan Dada doe uw werk!

Gaston Burssens

.

Als je het over de Avant-gardistische poëzie uit de lage landen hebt dan denk je waarschijnlijk als eerste meteen aan Paul van Ostaijen, één van de bekendste Dada dichters uit die tijd. En misschien heb je nog wel wat namen paraat uit deze stroming. Het Avant-gardisme was een generatie jonge kunstenaars die met nieuwe vormen experimenteerden in de schilderkunst, architectuur, muziek, literatuur, poëzie, film, theater en moderne dans.

Onder het Avant-gardisme vallen (vooral in de beeldende kunst) vele onderstromingen als het Kubisme, CoBrA, Futurisme, PopArt, modernisme etc. Aan het begin van de 20e eeuw schreven binnen het Nederlandse taalgebied onder meer Theo van Doesburg, Hendrik Marsman en E. du Perron in navolging van het avant-gardisme en over deze stroming als zodanig. Van Doesburg noemde het avant-gardisme ‘de nieuwe beweging’. Pas na 1950 werden de bijbehorende ideeën en principes echter ook hier op grote schaal toegepast. Belangrijk werd de autonomistische poëtica, een vorm van poëzie waarin de nadruk niet langer lag op de intenties van de auteur of de omstandigheden waarin het gedicht tot stand is gekomen, maar op de vorm van het gedicht zelf, dat geacht werd zichzelf te ontwikkelen.

In 2014 gaf uitgeverij Vantilt de bundel ‘Dan Dada doe uw werk!’ uit met een overzicht van de Avantgardistische poëzie uit de lage landen.Hubert van den Berg en Geert Buelens stelde de bundel samen die een mooi overzicht biedt van dichters en gedichten uit deze stroming maar ook van manifesten en theoretische beschouwingen.

Een mij onbekende dichter Gaston Burssens is ook vertegenwoordig is deze bundel. Gaston Karel Mathilde Burssens (1896 -1965)  was een Belgisch expressionistisch dichter.  Net als bij Paul van Ostaijen evolueerde Burssens’ werk in de jaren twintig van humanitair expressionisme tot een meer organisch expressionisme. Muzikaliteit stond vanaf toen centraal in zijn poëtica. Burssens gaf Van Ostaijens onuitgegeven gedichten uit na diens dood. Burssens kreeg tweemaal de Driejaarlijkse Prijs voor Poëzie (1950-1952 en 1956-1958).

In 1918 debuteerde Burssens met de bundel ‘Verzen’ en in 1926 verscheen zijn 5e bundel ‘Enzovoorts’ waaruit het gedicht ‘Allegretto’ komt dat ook is opgenomen in ‘Dan Dada doe uw werk!’.

.

Allegretto

.

het motordonken op de sneeuw

is niet als ’t bijegonzen rond de lelie

wijl de sneeuw is lelieblank

en de motor ronkt sonoor

.

en het schellen van de slede

en het knallen van de zweep

en de matte motorklank

o de sneeuw is lelieblank

.

o ’t bijegonzen op de sneeuw

en ’t motorronken rond de lelie

.

Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn

Jana Arns

.

De Vlaamse dichter Jana Arns (1983) is daarnaast ook muzikante en fotografe, en dat nooit los van elkaar. Ze maakt deel uit van  het ensemble Aranis, waarmee ze al 15 jaar in binnen- en buitenland optreedt. Met haar debuutbundel ‘Status: het is ingewikkeld’ (2016) won zij de Prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Ook opvolger ‘Nergens in het bijzonder’ (2018) werd zeer goed ontvangen.

 

In haar bundel ‘Het huis dat niet goed alleen kan zijn’ uit 2019 beschrijft Arns het gevecht met anorexia nervosa en de zorgen van elke ouder om een kind dat niet meer onder de vleugels past. Geïnspireerd op schilderijen van Edward Hopper geeft Arns een stem aan de verstilling; subtiel, sensitief en bomvol empathie mag de dag slecht zitten. Gemorst licht laat het stof dansen, een lichaam gaat onvermijdelijk in achteruit.

Haar uitgever schrijft over deze bundel: “Binnen woelt de wereld, buiten woedt een oorlog. Van loopgraven in een Spaans strand tot landen die niet naar school kunnen. Het is thuis dat we sneuvelen. Daar sluimert ten slotte een echtscheiding, tussen muren in afwachting van een nieuwe laag over de laatste jaren.” In vier cycli dicht Arns gevoelig over pijn zonder dit te verzachten. Een bundel vol herkenning, mededogen, en poëzie. Een mooi voorbeeld van dat mededogen lees je in het gedicht ‘Dochter’.

.

Dochter

.

Ze zet de tijd luider.
Groeit uit haar dagboeken.

.

Draagt de week binnenstebuiten
om niet naar huis te moeten.

.

Ze kleurt enkel nog met lippenstift,
buiten de lijnen met oogpotlood.

.

Ze wil later alles worden. Behalve ons.
Wij zijn de horden op haar baan.

.

Ze raakt ons met de zool
en woorden die gewassen mogen worden.

.

Wij krijgen de groei niet uit haar kleren.

.

 

Voordracht

Richard Minne

.

Hoewel ik een paar boekenkasten vol poëzie heb en dus alle mogelijkheid om van poëzie te genieten, mis ik toch iets. En dat iets is het in levende lijve aanschouwen en aanhoren van dichters die hun werk voordragen. Er gaat niets boven zelf voordragen en al helemaal niet als je op een podium staat met andere dichters. Zo heb ik bijvoorbeeld dit jaar de podia van Ongehoord! In Rotterdam en de Haarlemse dichtlijn enorm gemist. Op 1 dag met zoveel dichters en op verschillende podia voordrachten. Dat is waarlijk genieten.

En omdat het momenteel niet mogelijk is om zelf voor te dragen op een podium of om naar andere dichters te luisteren, heb ik als pleister op de wonde een gedicht opgezocht dat over de edele kunst van het voordragen gaat. Het is het gedicht ‘De voordracht’ van de dichter Richard Minne (1891 -1965).

Minne was een Vlaams dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1927 met de bundel ‘In den zoeten inval’. Zijn gedichten verschenen in allerlei literaire tijdschriften. Met name in de jaren dertig en vijftig werd veel van zijn werk gepubliceerd in tijdschriften als ‘De Gids’, ‘Forum’ en Nieuw Vlaams tijdschrift’. Het gedicht ‘De voordracht komt uit ‘In den zoeten inval’ dat in 1955 werd heruitgegeven.

.

De voordracht

.

Wie durft er cynisch te beweren

dat schoonheid geen gemeengoed is?

Vol dames is de zaal en heren

voor des dichters belijdenis.

.

Daar troont hij op het spreekgestoelte,

met zijn Zondagse kleren aan

(Door ’t open raam speelt de onweerszwoelte).

Een volk dat leest kan niet vergaan.

De dichter spreekt in keurge termen:

‘koopt boeken!’ Maar in zijn gemoed

is het alsof de vlammen zwermen.

Koopt boeken? ’t Is ook brandbaar goed.

.

De doden lachen in hun vuistje

Delphine Lecompte

.

Zowel op de achterflap van de bundel ‘Verzonnen prooi’ als in recensies lees ik dat Delphine Lecompte de ‘redding van de Vlaamse poëzie’ is. Waarom wordt nergens uitgelegd en eerlijk gezegd denk ik dat het een marketingtruc is van de uitgeverij. Hoezo redding? was de Vlaamse poëzie dan op sterven na dood? Dat lijkt me niet. Ik ken vele geweldige ervaren dichters en aankomende poëzietalenten die het tegendeel bewijzen. Desalniettemin is de bundel van Lecompte verfrissend om te lezen.

Wat ik wel bijzonder vind is dat deze bundel uit 2010 in uitgegeven is door uitgeverij De Contrabas (Utrecht/Leeuwarden). Voor de redder van de Vlaamse poëzie zou je eerder een Vlaamse uitgeverij verwachten. Lezend in deze bundel werd mijn aandacht meteen getrokken door de titel van het gedicht ‘De doden lachen in hun vuistje’ en ik werd niet teleurgesteld. Daarom hier dit gedicht.

.

De doden lachen in hun vuistje

.

De oude kruisboogschutter eet een hamburger, met beide handen

Klamp ik me vast aan zijn broek die glinstert van versletenheid

Er valt geen kwak ketchup op mijn linkerwang zoals bloed

Je kunt dat niet afdwingen of ensceneren, we zijn wel degelijk in rouw.

.

In de wachtzaal van het mortuarium hangt een gedicht

Het slaat nergens op, toch alleszins niet op een vriend

die door zijn zoon is omgebracht met een ivoren slagtand

in een Cyrillisch buitenland waar ze rivalen in diepvriesmaaltijden waren.

.

De oude kruisboogschutter vraagt zich af of het blasfemisch is

te willen neuken in de wachtzaal van een mortuarium

Integendeel, zeg ik en doe mijn schoenen alvast uit

Maar dan komt de verantwoordelijke van het dodenhuis

Hij is niet vaal en hij is niet mager, hij lijkt op een behaagzieke dolfijn

Dan kijkt hij naar mijn voeten en hij denkt: het is een teken van respect.

.

Biesbosch

Ben Cami

.

Veel mensen vieren vakantie in eigen land, niet alleen in Nederland maar ook in veel andere landen in de wereld. Door de onzekerheid over wat er wel; en niet mogelijk is kiezen Nederlanders om nu eens niet af te reizen naar de Spaanse stranden, de Turkse all in resorts, de Franse campings of de Thaise eilanden maar om in Nederland te blijven en vakantie te vieren in Otterlo, Veere, Lochem of de Biesbosch.

De Vlaamse dichter Ben Cami (1920 – 2004)  schreef al eens een gedicht over een van deze plekken. In de bundel ‘Ben Cami Gedichten’, het verzameld werk van deze dichter uit 2009 staat het gedicht ‘Biesbosch’.

.

Biesbosch

.

Twee vissers in de stille morgen

Trekken ter visvangst. De Biesbosch

Licht voor hen zijn rustige nevels op

De vissen maken blaasjes in hun slaap,

De paling doet zijn lang lijf trillen

Diep in ’t goor.

.

Hebben ze alles mee? Het leefnet en het schepnet

Genoeg benzine, lijntjes voor de brasem

Lijntjes voor de voorn? en op hun tocht

Door de morgen die alleen voor vissers

Als een wonder opengaat,

Zuigen ze diep verheugd aan hun eerste sigaret.

Ze speuren naar de lucht, voorspellen

Zuidwestenwind en dat de vis zal bijten.

.

België

Stéphane Mallarmé

.

België, buurland, zo dichtbij en soms, zoals de afgelopen maanden, zover weg. Gelukkig is daar de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842 – 1898) die een lofdicht schreef over Brugge, waar we inmiddels weer naar toe mogen. Dit sonnet komt uit de bundel ‘De middag van een Faun’ uit 1992 in een vertaling van Paul Claes.

.

Gedachtenis aan Belgische vrienden

.

Bijwijlen lijkt hier zonder in een zucht te beven

Heel de haast wierookkleurige vervallenheid

Terwijl ik heimelijk en zichtbaar onderscheid

Hoe plooi voor plooi de weduwsteen zich bloot wil geven

.

Te sidderen of geen bewijs van zich te leveren

Dan te verbreiden oude balsemgeur van tijd

Wij enkele onheuglijken zozeer verblijd

De schok van onze nieuwe vriendschap te beleven

.

O lieve vrienden die ik trof waar ’t nooit banaal

Brugge de ochtend in de dode gracht herhaalt

Met de verspreide wandeling van zoveel zwanen

.

Toen mij plechtstatig deze stad heeft kond gedaan

Wie van haar zonen andere vluchten er toe manen

Plots stralend als de geest de vleugel uit te slaan.

.

In de bibliotheek

Herman de Coninck

.

Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.

Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.

.

In de bibliotheek

.

Voor Octavio

.

Er is een boek,

‘Het woordenboek der engelen’ geheten.

Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,

Weet ik, want toen ik het deed

Krakte de cover, verkruimelden

De bladzijden. Daar ontdekte ik

.

Dat engelen ooit zo talrijk waren

als vliegensoorten.

In de schemering

Maakten ze de lucht dik.

Je had twee armen nodig

Om ze van je af te slaan.

.

Vandaag schijnt de zon

Door de hoge ramen.

De bibliotheek is een rustige plek.

Engelen en goden opeengepakt

In donkere, ongeopende boeken.

Het grote geheim ligt

Op een schap waar Mrs. Jones

Elke dag op haar ronde voorbijgaat.

.

Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd

Daar nog bovenuit, of ze luistert.

de boeken fluisteren.

Ik hoor niks, maar zij wel.

.

Atomium

Bart Chabot

.

Brussel als reisbestemming is zeker de moeite waard. En zelfs het Atomium, het futuristische gebouw dat werd neergezet ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1958, is een bezoekje waard. Al was het maar voor de foto. Grappig feit is dat de bollen van het Atomium destijds in aluminium werden uitgevoerd. Waarschijnlijk was de reden dat aluminium op dat ogenblik aanmerkelijk beter bestand was tegen corrosie dan staal. Van 2004 tot 2006 onderging het monument een twee jaar durende opknapbeurt. Het Atomium was gedurende die tijd gesloten voor het publiek. Er werd onder meer aluminium bekleding vervangen door een speciaal type roestvast staal.

Bart Chabot publiceerde in 2004 in zijn bundel ‘Greatest hits, Volume I, het gedicht ‘het atomium, brussel 1958’.

.

het atomium, brussel 1958

.

zeer belangrijk bericht

.

gezien het grote gevaar

verbonden aan wijde

of lange kleding

bij het stijgen

per rollende trap

verzoeken wij het publiek

zich te ontdoen

van lange mantels

vooraleer

zich op de roltrappen te begeven

.

het bestuur wijst

alle verantwoordelijkheid af

in geval van ongeluk

houdt de kinderen bij de hand

draag uw hond

.

het bestuur

.