Site-archief

Dichter of Denker

Rodin

.

Het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917) ‘De denker’ blijkt bij nader inzien ooit door Rodin gemaakt te zijn als ‘De dichter’ lees ik in een bijlage van de Volkskrant. ‘Le penseur’, zoals het beeld door het leven gaat stelt Dante Alighieri voor, de middeleeuwse dichter die het epos La Divina Commedia of De goddelijke komedie schreef over zijn fictieve reis naar het vagevuur en de hemel.

Rodin kreeg in 1880 de opdracht tot het ontwerpen van de toegangspoort voor het nieuwe museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs. Rodin koos als thema voor Inferno, het eerste deel van de La Divina Commedia, waarin de hel wordt bezocht. De centrale figuur aan de bovenkant van de poort was Dante zelf en Rodin noemde dit beeld aanvankelijk De poëet.

Het museum voor Decoratieve Kunsten is er nooit gekomen en Rodin begon met het gieten van De denker los van deze poort. Los van de context van de poort werd het beeld uiteindelijk De denker genoemd.

Als eerbetoon aan de Dichter moest ik denken  aan het gedicht ‘Dichter’ van Hermen de Coninck. Daarom hier uit ‘De gedichten’ van Herman de Coninck dit gedicht.

.

Dichter

.

voor hem zijn alle dingen

glazen wijn: zeer verfijnde zijnden

om te laten staan tot later

en het is alsof hij heel traag

drinkt terwijl hij wacht

want verlangen wordt bezitten

van een verlangen

en geluk is wachten

op geluk.

.

Gedicht op een kathedraal

Maud Vanhauwaert

.

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen die tussen 1352 en 1521 werd gebouwd staat in de steigers want ze wordt gerestaureerd. En Antwerpen zou Antwerpen niet zijn als ze dit gegeven niet zouden aangrijpen om rondom deze restauratie niet iets te doen met poëzie. Antwerpen was de eerste Vlaamse stad met een stadsdichter. Na Tom Lanoye, Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen, Bernard Dewulf, Stijn Vranken, Maarten Inghels en Maud Vanhauwaert zal Seckou Ouologuem vanaf Gedichtendag 2020 deze titel dragen.

De restauratie van de Onze-Lieve-Vrouwenkathedraal begon al voor 2020 dus stadsdichter Maud Vanhauwaert (stadsdichter 2018-2019) is gevraagd een gedicht te maken bij deze restauratie. Het gedicht ‘Deze oude lieve vrouw’ is aangebracht op drie grote borden die als afscheiding fungeren tussen de kathedraal (waar gewerkt wordt aan de restauratie) en het publiek.

.

Hunebed voor grappenmakers

Frederik Lucien De Laere

.

De Vlaamse dichter Frederik Lucien De Laere (1971, Brugge) was in 2007-2008 stadsdichter van Damme dat zich al jarenlang profileert als boekenstad van Vlaanderen. De Laere publiceerde de dichtbundels “Paniek in het circus” (2003), “De Martelgang” (2006), “Secuur” (2010), “In uiterste staat” (2016) en “Opabinia” (2019). Zijn werk werd opgenomen in verschillende literaire magazines en bloemlezingen (waaronder die van Komrij ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ ).

Hij  was  stichtend lid van de eigenzinnige dichtersgroep ‘ Het Venijnig Gebroed’  en nam zowel individueel als met de groep deel aan verschillende literaire optredens en happenings zoals Theater aan Zee, het Lowlands-festival, Dichter aan huis, Poetry International en Crossing Border. Daarnaast schrijft De Laere een blog http://frederikluciendelaere.blogspot.com/. De poëzie van De Laere bestrijkt een breed spectrum van onderwerpen en hij hanteert diverse stijlen. In de vroege gedichten heerst een surrealistische en bevreemdende sfeer, die doet denken aan Paul Snoek en Gust Gils.

Uit zijn bundel ‘De Martelgang’  uit 2006 koos ik het gedicht ‘ Hunebed voor grappenmakers waaruit die bevreemdende sfeer goed naar voren komt.

.

Hunebed voor grappenmakers

.

Dit is de laatste rustplaneet

van de lustelozen

die zich in de hozen van de aardse decennia

niet konden vinden, laat staan

in de schuilkelders van de ernst.

.

Klinkt zijn lach nog zeg,

in de verre velden, de kwelders van weleer

waar het zoutgehalte

de humor net niet verorberde?

.

Tegen de vergetelheid

en het tot stof wegwaaien

liet hij zichzelf paaien

met een stenen tafel

waarop de moppentappers na hem

het gebod aflegden

en bij wijze van grap

al grommend werden geofferd.

.

Poëziekaarten

 Lieve juf

.

In het kader van de Poëzieweek 2020 kun je bij boekhandels en bibliotheken gratis ansichtkaarten krijgen met gedichten van Linda Vogelesang, Carmien Michels, Jaap Robben, Max Greyson en Maud Vanhauwaert. Ook vorig jaar werden gratis kaarten met poëzie weggegeven. Het is dan ook een heel aardige manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik heb een fijne verzameling van poëzie-ansichtkaarten. Natuurlijk van Plint en van de Poëzieweek maar ook van de voormalige stadsdichter van Rotterdam Jana Beranová, van Joz Knoop en Joost van Gijzen (van uitgeverij De Muze), van Méland Langeveld en Gea Zwart, van Rinske Kegel en ga zo maar door. Vaak zijn de kaarten een samenwerking van kunstenaar en dichter (Langeveld en Zwart bijvoorbeeld) maar het komt ook voor dat de illustratie gemaakt wordt door de dichter (Kegel).

Een poëziekaart laten maken hoeft niet veel te kosten dus als je als dichter nog niet aan een bundel toe bent of druppelsgewijs je gedichten aan je publiek wil laten lezen dan zijn poëziekaarten een goed idee, tenslotte worden ze tweemaal genoten, door de afzender en door de ontvanger.

Van de Poëzieweekkaarten koos ik op deze laatste dag van de Poëzieweek 2020 het gedicht ‘Lieve juf’ van Linda Vogelesang (Plint, 2015) vooral ook omdat de leerkrachten de laatste tijd zo in het nieuws zijn. En omdat het hier een gedicht betreft dat voor kinderen is geschreven, een deel van de poëzie die toch vaak wat ondergewaardeerd wordt.

.

Lieve juf,

.

Ik schrijf u even

om te zeggen

dat ik niet meer kom.

Waarom?

Ik weet wat ik wil worden:

HELD!

Wat ik nu moet leren:

vliegen zonder vliegmachine,

vechten met enge dieren,

en op een wiebeltouw balanceren.

U geeft geen les daarin.

Daarom heeft naar school gaan

voor mij niet zo veel zin.

Als juf deed u best uw best,

dus: een kus en dank u wel!

Mocht u iets overkomen

dan roept u maar.

Dan kom ik snel.

.

 

Reine De Pelseneer

Doorgrond

.

Speciaal voor Poëzieweek heeft de Vlaamse dichter en schrijfster Reine De Pelseneer een gedicht geschreven in het kader van de bedrijvencampagne getiteld ‘Een punt’. Het gedicht is via https://www.poezieweek.com/bedrijf/utm_source=Newsletter&utm_medium=email&utm_content=Start+Po%C3%ABzieweek%3A+doe+mee+met+%23Gedichtendag&utm_campaign=CPNB20+-+Week+5+-+BI te downloaden.

Reine De Pelseneer (1982) is germaniste. Ze werkt deeltijds als redactrice. Daarnaast schrijft ze als zelfstandig auteur recensies, verhalen voor eerste lezers, kinderboeken en poëzie. Haar gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften en werden meermaals bekroond. In 2005 verscheen bij Uitgeverij P haar debuutbundel ‘Doorgrond’. Op haar website http://www.reinedepelseneer.be/ schrijft Reine het volgende over deze bundel:

Of het nu gaat om fysieke nabijheid of gemis, de dichteres geeft allerlei menselijke ervaringen vrank en vrij weer in beklijvende verzen. ‘Doorgronden’ wil ze, ervaren ‘hoe diep het leven raakt’. In haar zoektocht botst ze op de ontoereikendheid van de taal, ontwaart ze de lichtheid van relaties en schippert ze tussen het vertrouwde en het nieuwe.

In het gedicht ‘Doler’ uit deze bundel komt dit heel treffend naar voren.

.

Doler

.

Ooit een reiziger, nu een man
aan de vaat. Het sop verdroogt
zijn handen tot ze schraler zijn.

.

Intussen breit zijn vrouw
tegen de klok. Zolang ze tikt
blijft zij nog op.

.

In bed liggen de lakens vlak. Hij draait
zich zoekend op zijn zij en luistert
naar sirenen in de nacht.

.

Zo kan het niet langer

Paul Bogaert

.

De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.

Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.

Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.

.

Zo kan het niet langer

,

Sluit af met

ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Ga langs de achterdeur. Die valt

vanzelf in het slot.

.

Ga dan toch lekker

een bosbad nemen of met iemand

uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon

of een lekker gedicht daarover schrijven

in een witte foert. met binnen handbereik

een multipack vederlichte

woehahaha’s.

.

Morgen dus.

Hoe moeilijk kan dat zijn.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

.

 

Bodemloos blauw

Mark Meekers

.

De dichter Mark Meekers is samen met Hugo Claus de meest bekroonde Vlaamse dichter. Naast dichter is Meekers beeldend kunstenaar onder zijn ware naam Mark Rademakers.

Mark Meekers (1939) was stichter van de dichtersgroepen ‘Mengmetaal’ en ‘Concept’. Hij was dorpsdichter van het spookdorp Doel waarover ik op 3 maart 2019 al schreef  https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/03/03/doel/ en hij was poëzie-ambassadeur van Vlaams-Brabant.

In 2016 verscheen de bundel ‘Bodemloos blauw’ van zijn hand bij uitgeverij P in Leuven. ‘Bodemloos blauw’ is een hulde aan de dromerige surrealistische kunstenaar Marc Chagall (1887 – 1985). Meekers gedichten werpen een unieke blik op Chagalls bestaan en kunst.

Uit deze bundel koos ik het gedicht dat hoort bij het gelijknamige schilderij ‘Paris by light’ Uit 1927.

.

Paris by light

.

even nog slapen onder een hamer, dan

als een kogel uit de Russische roulette

het paradijs uitgelucht, waar de kippen

eieren in dopjes moeten leggen, de blinde

.

vlek het hele oog overspoelt, loensen (zelfs

links) verboden is. Parijs – “sacré coeur!” –

heeft een groot hitsig hart en licht voor

allen. In elke Parisienne giechelt een meisje

.

van plezier. french cancan + champagne-

ringen over ritsige roden. de valiezen

uitgepakt in de passage de Dantzig nummer

twee, waar het gonst van de steekbeitels,

.

penselen elkander in de haren vliegen.

hier draait dame fortuin het reuzenrad,

tracht hij ogen in beslag te nemen, als ziener

kijkers medeplichtig te maken aan het mooie.

.

Nieuwjaarswens

2020

.

Op deze eerste dag van het nieuwe jaar wil ik iedereen een heel mooi, poëtisch, liefdevol en voorspoedig 2020 toewensen in goede gezondheid. En hoe kan ik dit beter illustreren dan door een gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933 – 1981) uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2006 getiteld ‘Nieuwjaarswensen’.

.

Nieuwjaarswens
.
Dit zou de aarde moeten zijn, een kamer
na Kerstmis nog naar dennenaalden ruikend
en drijvend in een meer van suikersneeuw;
daar, waar men alle harten kan tezamen
binden en als mooiste bloemenruiker
schenken aan het schoonste jaar van deze eeuw.
.
Maar elk jaar heeft zijn oudgekende grillen
en bitterheden. Soms wat voor een ander
briljanten zijn, schijnt ons goedkope sneeuw.
Het enige, waarin wij niet verschillen,
is dat wij ouder worden en verlangen:
‘Dit worde ’t schoonste jaar van deze eeuw.’
.

Mit Claus Raus

Het jaar uit met Hugo Claus

.

Okay, ik heb in een baldadige bui de titel van dit blog geschreven. Misschien komt het door het gedicht van Hugo Claus dat ik las in de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Gert Jan de Vries en Ilja Leonard Pfeijffer. Of is het gewoon de poëzie van Claus waar ik baldadig van wordt. Oordeel zelf over het gedicht ‘De regenkoning’ dat verscheen in ‘Gedichten 1948 – 1993’.

.

De regenkoning

.

De regenkoning sprak (en gelovig waren mijn oren)

‘Hier heb ik de vrouw: gevlamde anus,

Borstknop en navelachtige nachtschade,

Daar kan geen sterveling tegen.’

Toen brak

Het rijk der onderhuid aan splinters.

.

Regeerde deze Ram uitbundig en verrukt?

Niet vragen. Luister niet.

Het verhaal van zijn tanden drong

In de vrouwen, dwingend

Als een zomerregen, als een vroegtijdig

Onderaan in hun liezen begraven doorn.

.

Het regende zeventig dagen – de nachten waren gegolfd

En zout. Onthoofde raven vielen.

In alle daken spleet een oog.

En sedert woont in mij,

In mijn ontkroond geraamte,

Een regen koning die vlammen wekt.

.

Help mijn man is klusser!

Koenraad Goudeseune

.

Ik weet niet of het programma ‘Help mijn man is klusser!’ bekend is, maar ik moest er onwillekeurig aan denken toen ik het gedicht ‘Klusser’ van Koenraad Goudeseune las. Niet dat het in dit gedicht gaat over gemankeerde klusmannen die hun vrouw tot hysterie en verdriet drijven door hun huis te gaan verbouwen en het dan niet afmaken, het huis in een staat van oorlog achterlatend, en toch moest ik hieraan denken.

De in Ieper (West Vlaanderen) geboren Koenraad Goudeseune (1965) publiceerde zijn eerste gedichten in Dietsche Warande & Belfort en het Nieuw Wereldtijdschrift. Hij debuteerde in 1987 met de bundel ‘Album’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1998 verscheen zijn tweede bundel ‘Dat zij mij leest ‘bij uitgeverij Atlas.

In 2011 verschijnt zijn bundel ‘Dichters na mij’ en de omslag van deze bundel doet mij heel erg aan mijn eigen bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit datzelfde jaar. Uit deze bundel dus het gedicht ‘Klusser’. Een bijzonder gedicht, waarin de hoofdpersoon andere problemen heeft dan het niet afmaken van de verbouwing, met een verrassend einde.

.

Klusser

.

Je was in een Doe Het Zelf.

Je weet hoe makkelijk het is

te zondigen tegen je enige principe:

ga nooit zo’n winkel binnen.

Je deed het toch, je wist weer beter.

.

Je had naast een hamer iets nodig

dat je zelf in elkaar kon steken

iets met een handleiding

en pijlen die van hoe het precies zat

de richting wezen.

.

En je vond alleen een hamer.

En toen je uit de winkel kwam,

had je alleen een hamer bij je

En je liep over straat als een idioot.

.

En je was niet blij dat je hem had gestolen.

.