Site-archief

Morgen bij Ongehoord!

Anne-Fleur van der Heiden

.

Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.

Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg  in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’.  Uit  deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.

.

Champagne

.

Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.

Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.

Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.

Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.

.

Vrouw

Jozef Deleu

.

De Vlaamse schrijver en dichter Jozef Deleu (1937) ziet in zijn poëzie als in zijn proza  de mens continu geprangd tussen heden, verleden en toekomst. Het besef van de tijdelijkheid van alle leven verleent aan zijn werk een sterk melancholisch karakter. Deleu stelde naast zijn werk als schrijver en dichter ook verschillende bloemlezingen samen zoals ‘Het Groot Verzenboek, vijfhonderd gedichten over leven, liefde en dood’.

In een bloemlezing van Christine D’haen met de titel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, staat dan weer een gedicht van Deleu met als titel ‘Vrouw’. Dit gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘De stilte groeit’ uit 1974.

.

Vrouw

.

Van ieder woord

ben jij de pit

de harde korrel

in de bolle druif

het zachte vlees

van de amandel.

.

Je bent plantaardig

ring op ring

vormen zich de kringen

woord op woord

wordt harde hoorn.

.

Met de seizoenen

dubbel-zinnig

blauwe zomer

rode winter.

.

Mals en eetbaar

hard en bitter

pure pit.

.

Zó ben jij

van mij.

.

Zo ben ik.

.

jozef-deleu

Eerst de hoeve, dan het hart

Nederlandse boerderijen in verhalen, gedichten en foto’s

.

Poëzie komt in vele vormen, dat schreef ik al vele malen. Poëziebundels vormen daarop geen uitzondering. Buiten de bundels van dichters zijn er vele bloemlezingen en themabundels uitgegeven. Daarnaast zijn er boeken en bundels die een mengeling bieden van poëzie en andere kunstvormen.

Het boek ‘Eerst de hoeve, dan het hart’ onder redactie van Arie van den Berg uit 2000 is zo’n boek. Aan de hand van verhalen en gedichten van Nederlandse schrijvers en dichters wordt een beeld geschetst van een aantal boerderijen uit vele hoeken van Nederland. Elke boerderij is daarbij in de vorm van een foto vertegenwoordigd om het beeld compleet te maken.

Bekende Nederlandse schrijvers en dichters als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil;, Robert Anker, Carla Boogaards en Rutger Kopland beschreven speciaal voor dit boek boerderijen maar er staan ook bijdragen in die er al waren maar goed bij het thema pasten. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), in literaire kring beter bekend als ‘De Boerenhuisclub’ uit de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil.

Ik heb, uiteraard, voor een poëtische bijdrage gekozen en wel van Karel Eykman met het gedicht ‘Verzuchting van de slome koe’.

.

Verzuchting van de slome koe

.De

waarom ik droevig kijk

dat moet je mij niet vragen

dat is niet anders.

.

niet dat ik ermee zit

je zal mijn niet horen klagen

er zit niks anders op.

.

het gaat zoals het gaat

daar begin je toch niets tegen

daar zit ik heus niet mee.

.

wat kijk je me dan nog aan

ik kijk niet terug, kan mij wat schelen

ik kijk wel voor me uit.

.

als je het niet te erg vindt

ga ik door waar ik was gebleven

wat was dat ook alweer?

.

juist ja, gras.

.

cow

hoeve

Vuilniszakken

Victor Vroomkoning

.

Uit het bundeltje ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, dit keer een gedicht van een, mij minder bekende, dichter Victor Vroomskoning (1938).

Sinds 1983 heeft Walter van der Laar, zoals hij echt heet, 14 dichtbundels gepubliceerd. Hij won in 1983 de Pablo Nerudaprijs en in 2006 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen. Dat jaar ook won hij met zijn bundel ‘Stapelen’ de Publieksprijs voor de beste gedichtenbundel van 2005. Daarnaast zijn gedichten van hem opgenomen in verschillende bloemlezingen.

Het gedicht ‘Vuilniszakken’ komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Echo van een echo’ uit 1990.

.

Vuilniszakken

.

Zoals ze daar ’s morgens

op de stoep tegen elkaar

aan geleund warmte zoekend

in hun plastic jassen

staan te wachten, grijs,

vormeloos, vol afgedankt

leven, tegelijk broos

en weerloos. Je zou ze

weer naar binnen willen

halen, je ouders

wachtend op de bus.

.

willem-nabuurs

                                                                              Gedicht van Victor Vroomkoning in Nijmegen (foto Willem Nabuurs)

vuilnis

Peter Orlovsky

My bed is covered yellow

.

Peter Orlovsky (1933 – 2010) was een Amerikaans dichter. Hij was onderdeel van de Beat Generation en had een jarenlange relatie met collega-dichter Allen Ginsberg. Zijn werk verscheen in verschillende bladen en bloemlezingen.

Allen Ginsberg was ook de reden dat hij in 1957 begon met het schrijven van gedichten.  Het stel woonde destijds in Parijs. Hij reisde later naar en door Europa, Afrika en India en woonde in de jaren ’60 in de New Yorkse kunstenaarswijk Lower East Side. In de jaren ’70 betrok hij een boerderij in de staat New York. Vanaf 1974 was hij als docent poëzie verbonden aan de ‘Jack Kerouac School of Disembodied Poetics’ in Boulder (Colorado).

In 1957 schreef Orlovsky in Parijs het gedicht ‘My bed is covered yellow’.

.

My Bed is Covered Yellow

My bed is covered yellow – Oh Sun, I sit on you

Oh golden field I lay on you

Oh money I dream of you

More, More, cried the bed – talk to me more –

Oh bed that taked the weight of the world –

all the lost dreams laid on you

Oh bed that grows no hair, that cannot be fucked

or can be fucked

Oh bed crumbs of all ages spiled on you

Oh yellow bed march to the sun whear yr journey will be done

Oh 50 lbs. of bed that takes 400 more lbs-

how strong you are

Oh bed, only for man & not for animals

yellow bed when will the animals have equal rights?

Oh 4 legged bed off the floor forever built

Oh yellow bed all the news of the world

lay on you at one time or another
.
ORLOVSKY-obit-popup
                                                                                           Orlovsky en Ginsberg

Met dank aan Boppin.com

 

Poëziebus 7

Edith de Gilde

.

Normaal vandaag op zondag de dichter van de maand (Jules Deelder) maar omdat ik deze week (een deel van) de Poëziebusdichters in het zonnetje zet verschuift Deelder naar morgen. Dichter Edith de Gilde werkte als schrijfcoach in de jaren ’00 en was in dezelfde periode redactrice van Meander. Ze is nu bestuurslid van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater en film.

Gedichten publiceerde ze in tijdschriften, bloemlezingen, bibliofiele uitgaven en poëziekalenders. Ze heeft ook eigen bundels gepubliceerd zoals ‘Zeilschip Zondag’ uit 1998 en de tweetalige bundel Verloop / Verlauf met vertalingen in het Duits van Hans v.d. Veen uit 2011. In 2012 is in de Haagse Kunstkring haar bundel ‘Vleugels van cement’ gepresenteerd, deel 20 in de reeks Verse Voeten van De Witte Uitgeverij.

Als stadsgenoot koos ik voor een gedicht van haar hand over Den Haag.

.

Als zwijgen

Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.

Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.

Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.

Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!

Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.

.

gilde_edith_de

poeziebuslogo

Smoking poets

Advice to a young poet

.

Pat Nolan (1943) is een Canadees dichter die bijna zijn hele leven lang woont in het noorden van California. Hij is behalve dichter ook uitgever, redacteur en vertaler van poëzie. Zijn werk is gepubliceerd in tijdschriften, magazines in de VS, Azië en Europa en is verschenen in verschillende bloemlezingen. In totaal publiceerde Nolan al meer dan een dozijn titels.

Samen met Heith Abbott, Mareen Owen en Michael Sowl is hij de oprichter van de Miner School of Haikai Poets. De Haikai no renga of Renku is een Japanse versvorm die uit de 16e eeuw stamt. Haikai wordt echter ook gebruikt als verzamelnaam voor Japanse versvormen als de Haiku, de Senryu, de Haiga  en de Haibun.

Pat Nolan heeft echter ook een bijzonder aardig boekje uitgegeven met poëzie en tekeningen van rokende dichters (smoking poets). Uit de serie Smoking poets hier een aantal voorbeelden van W.H. Auden, André Breton en bij het gedicht van Pat Nolan de rokende dichter Dylan Thomas.

.

Pat nolan

SP WHAUDEN

SP andre-breton

Cult dichter

Weldon Kees

.

De cult dichter of cult poet Weldon Kees (1914 – 1955) was enig kind van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Behalve dichter was hij schilder, literair criticus, romanschrijver, toneelschrijver, jazz pianist, korte verhalen schrijver en filmmaker. Ondanks zijn korte leven wordt hij gezien als één van de meest belangrijke dichters van het midden van de vorige eeuw met generatiegenoten als John Berryman, Elisabeth Bishop en Robert Lowell. Zijn werk heeft veel invloed gehad op dichters in generaties na hem en is opgenomen in vele bloemlezingen.

Zijn poëzie, vooral in de laatste periode van zijn leven was sardonisch en confessioneel. Ondanks dat hij in kringen van de San Francisco Renaissance verkeerde. Kees verdween vervolgens onder verdachte omstandigheden. In 1955 vond de politie van San Francisco zijn auto bij de Golden gate Bridge met de sleutels in het contactslot. Twee vrienden van hem gingen naar zijn appartement om hem te zoeken. Daar troffen ze slechts zijn kat Lonesome aan, een paar rode sokken in de wastafel. Zijn portemonnee, zijn horloge en een slaapzak ontbraken. Er was geen geld van zijn  rekening met 800 dollar  opgenomen en geen afscheidsbrief. Na dit incident heeft nooit iemand meer iets van Weldon Kees vernomen.

 In de periode die hij actief doorbracht in de San Francisco Renaissance schreef hij het gedicht ‘1926’.
.
.
1926
.

The porchlight coming on again,

Early November, the dead leaves

Raked in piles, the wicker swing

Creaking. Across the lots

A phonograph is playing Ja-Da.

.

An orange moon. I see the lives

Of neighbors, mapped and marred

Like all the wars ahead, and R.

Insane, B. with his throat cut,

Fifteen years from now, in Omaha.

.


I did not know them then.

My airedale scratches at the door.

And I am back from seeing Milton Sills

And Doris Kenyon. Twelve years old.

The porchlight coming on again.

.

weldon-kees

.

Schilderij van Weldon Kees uit 1949 getiteld ‘8XX’

.

Weldon_Kees_-_1949