Site-archief

Joris Brussel

Stadsdichter van Alkmaar 2018-2021

.

In het voorjaar van 2018 was ik als jurylid verbonden aan de verkiezing van de nieuwe stadsdichter van Alkmaar. Naast poëtische gaven diende de nieuwe stadsdichter ook nadrukkelijk zich te moeten gaan manifesteren met alle groepen in de stad, met name jongeren en mensen die niet meteen iets met poëzie hebben. 

Tot nieuwe stadsdichter van Alkmaar 2018 (juni) – 2012 (juni) werd gekozen voor Joris Brussel (1987). Joris werd in 2008 benoemd tot eerste stadsdichter van Velsen. Hiermee was hij de jongste stadsdichter van Nederland. Sindsdien heeft hij tientallen Nederlandse en Belgische podia aangedaan. Onder andere het Amsterdam Wereldboekenstad Festival, de finale van het Amsterdamse poëzieslag, het nationale Gedichtenbal, op Northsea Poetry en twee keer tijdens de Gentse feesten. Hij deelde dichtpodia met o.a. Joost Zwagerman, Bart Chabot, Tjitske Jansen, Ingmar Heytze en Menno Wigman. Hij publiceerde in diverse dicht- en verhalenbundels en literaire tijdschriften als Tirade en op hard//hoofd. Hij had een poëzierubriek ‘Dicht in de duisternis’ op 3FM en hij is met zijn rubriek ‘Brussels blik’ zaterdagcolumnist van het Noordhollands Dagblad. In 2017 was deze oud-stadsdichter van Velsen de nieuwe stadsdichter van Beverwijk. 

.

 

Kaaskop hiphop Lokale piraten en boeven praten over hun leven in Alkmaarse straten,

ze zingen multiculturele tieners toe dat ze hun hood moeten ownen

doelend op de Vinex-wijken waar autochtonen in alle rust wonen.

Bovengenoemde boef rapt over tattas die zijn voornaam verkeerd uitspreken,

terwijl hij zich op zijn beurt over vrouwen durft uit te spreken als zijnde kechs:

taal biedt een brug voor generatiekloven, maar is óf mag daar alles mee gezegd?

Molens, polders en ook ik ontkom niet aan kaas; ze horen in Alkmaars hart,

maar de oer-Hollandse nuchtere Alkmaarder is net zo goed bruin, geel of zwart.

.

Er zijn in Overdie meer afkomsten aanwezig dan er Hollandse cafés zijn in de binnenstad

maar zet muren om culturen en toeristen komen niet verder dan op het Waagplein aan de patat.

De oom van mijn zoon is een Afrikaanse klankenkunstenaar uit Alkmaar

die zingt over burgeroorlogen, gouden bolides en eindeloos straatgeweld,

ik neurie mee terwijl ik ruzie met mijn papafiets; ben ik dan een antiheld?

Integendeel, want ik leer mijn kleine man de stad te bekijken als een groot contrast

maar dat is pas rijkdom als we accepteren dat dezelfde klomp niet elke (pinda)kaaskop past.

.

De wethouder van Alkmaar presenteert de nieuwe stadsdichter van Alkmaar op het bordes van het stadhuis.

Joris Brussel draagt zijn eerste gedicht als stadsdichter van Alkmaar voor.

Een winter aan zee

A. Roland Holst

.

Bij de kringloopwinkel kocht ik twee kleine bundeltjes van A. Roland Holst; ‘Vuur in sneeuw’ en ‘Een winter aan zee’. Deze laatste is in 1961 uitgegeven als Ooievaar pocket 127 en beslaat een lang gedicht in 10 hoofdstukken weer onderverdeeld in delen. ‘Een winter aan zee’ wordt beheerst door drie motieven:

  1. Een vrouw van thans, die voor de ‘ik’ een tijdlang aan zee in levende lijve de bezielde schoonheid was.
  2. Helena van Troje, van wie, opgeroepen door de herinnering aan die eerste vrouw, het beeld en de betekenis de achtergrond bepalen.
  3. De wereld van thans, zoals zij gezien en ervaren wordt vanuit het verlangen, of het heimwee.

In elk van de tien afdelingen of hoofdstukken overheerst één van deze motieven.

Dit is afdeling of hoofdstuk VII in twee delen en heeft de wereld van thans als motief.

.

VII

.

Soms heerst in een duinkom

omtrent vroeg vallend donker

een zwijge’ als van rondom

daar wachtenden. De eenzame

die, in zichzelf verzonken,

daar binnenkomt, vertraagt

zijn pas, door wat geen namen

benoemen thans belaagd.

.

Dit is de plek: wantrouwen

ontzenuwt hier den moed

tot inkeer: in dit nauwe

duindal komt het wel voor,

dat men zichzelf ontmoet,

en aanziet, en moet lezen

in de andre blik. Dit oord

suizelt van angst en vrezen.

.

Vuurtoren

Jana Beranová

.

Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.

Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.

Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.

.

Vuurtoren

.

Een stenen tronk grijpt naar de hemel,

arrogant en bijna ongenaakbaar

in zijn erectie.

.

Ritmisch schokkend uit zijn eikel

vloeit lichtgevend zaad

dat nooit opraakt

de weg wijzend naar

blijde verachting.

.

Machteloos en smachtend

hang je aan zijn signalen.

.

Als god hem heeft neergezet,

waarom dan schipbreuk lijden?

.

De moeder de vrouw

Martinus Nijhoff

.

Gisteren werd bekend gemaakt dat Murat Isik, winnaar van de Libris Literatuurprijs 2018 met zijn roman ‘Wees onzichtbaar’, het Boekenweek essay 2019 zal schrijven. Het thema is ontleent aan de titel van een gedicht van Martinus Nijhoff ‘De moeder de vrouw’. Reden genoeg voor mij om het gedicht van Nijhoff (1894 – 1953) op te zoeken en met jullie te delen.

In de bundel ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, met een inleiding van Jan Wolkers uit 2000 staat dit gedicht (naast nog een aantal gedichten van zijn hand) gepubliceerd. Vele zullen dit gedicht herkennen aan de beroemde openingsregel.

.

De moeder de vrouw

.

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

.

Meisjeskamer

Anna Enquist

.

Schrijver en dichter Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel ‘Soldatenliederen’. In deze bundel staat een gedicht waarvan, toen ik het las, ik zoveel herkende,  een herkenning die je bekend voorkomt wanneer je zelf een dochter of dochters hebt of hebt gehad in de leeftijd van 15 jaar. Alleen daarom al wilde ik het gedicht hier plaatsen.

.

De meisjeskamer

.

Hoe het ruikt naar lippenrood,

poederkwast. Latere handen

ten voorbeeld streelt de borstel

met stomheid het haar.

Zij is een acrobaat, hoog in

de lucht doet zij kunsten

aan de trapeze. Vijftien jaar.

Zij ademt vluchtig, houdt

zich nauwelijks vast. Negeert

in vervoering elk gevaar.

.

Wij zijn het vangzeil waar

zij zich soms achterover

in laat vallen. Wij wiegen

haar als toen, ontwricht

als zij weer opveert en ons

achterlaat. Het plotseling

ontbreken van gewicht.

Vergeefse spanning in mijn armen,

verbazing om het zelfvertrouwen,

het geluk op haar gezicht.

.

Liever lief

Lot Bouwes

.

De Rotterdamse studente en dichter Lot Bouwes (1993, Krimpen aan de IJssel) schrijft gedichten, verhalen en sprookjes. In 2016 gaf ze in eigen beheer de dichtbundel ‘Wezens’ uit. De bundel ‘Wezens’ bestaat uit 50 biografische gedichten en kleine illustraties met ieder een verborgen boodschap. De foto’s in Wezens zijn gemaakt door Hanke Arkenbout.  Op haar website  https://www.lotbo.nl  lees je hoe je aan haar bundel kan komen, over haar poëzie en hoe een gedicht op maat van haar te verkrijgen. Op haar blog http://vergetenwoorden.blogspot.com kun je gedichten van haar lezen. Zoals ook het gedicht ‘Liever lief’.

.

Liever lief

.

Ik kan je duizend brieven schrijven,
over eenzaam en verloren
over nooit meer uitverkoren
Maar ik heb me liever lief.

En ik wil slechts ademruimte.
En de dingen die we voelen
kunnen vormen wat we doen.
En we hoeven niet te denken
of de regels te verzinnen
want we zijn niet wie we waren,
niet verloren zoals toen

.

 

Dichter op verzoek

Ida Gerhardt

.

Van de lijst van dichters waarvan mijn lezers graag nog een gedicht zouden lezen, vandaag dichter Ida Gerhardt. Van Ida Gerhardt zijn zoveel prachtige gedichten te vinden maar na enig zoekwerk heb ik gekozen voor het gedicht dat begint met de eerste regel: Vergeef mij dat de schoonste nachten, uit de bundel ‘Vroege verzen’ uit 1978.

.

Vergeef mij dat de schoonste nachten
niet immer van ons beiden zijn.
Mijn vriend, het zijn zo groten machten
waardoor wij soms gescheiden zijn.

Wanneer ik in de hof mag dwalen
waar s hemels roos mij open gaat,
dan ducht ik zelfs Uw ademhalen,
Uw hart dat in het donker slaat.

Laat mij in eenzaamheid de uren
dat ik mijn diepste wet aanvaard.
Hun pracht die onverwelkt zal duren,
zij wordt alleen voor U vergaard.

.

Het eerste lied van de dame

William Butler Yeats

.

Blijkbaar maakt het lezen van Engelstalige poëzie van de ene dichter, in mij los dat ik ook poëzie van andere Engelstalige dichters ga lezen. Na de bundel van Seamus Heaney kwam ik ‘Het mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010 tegen. In deze bundel een aantal van zijn mooiste gedichten in het Engels en in vertaling.

Zo ook het gedicht ‘The Lady’s First Song’ of vertaald naar het Nederlands door Geert van Istendael en Koen Stassijns ‘het eerste lied van de dame’. Ik heb beide hier opgenomen.

.

Het eerste lied van een dame

.

Ik draai rond,

Dom beest in een circustent

Wat ik ben, waar ik ga

Blijft onbekend.

Mijn taal geslagen

Tot één naam;

Ik ben verliefd

En dat is mijn blaam.

Mijn ziel aanbidt

Mijn zielen wondt,

Niet beter dan een beest

Laag bij de grond.

.

The lady’s first song

.

I turn round

Like a dumb beast in a show.

Neither know what I am

Nor where I go,

My language beaten

Into one name;

I am in love

And that is my shame.

What hurts the soul

My soul adores,

No better than a beast

Upon all fours.

.

Geheim

Heinrich Heine

.

In 1988 verscheen in de Tweede ronde reeks 5 de bundel ‘Denk ik aan Duitsland in de nacht’bij uitgeverij Bert Bakker. In deze bundel gedichten van de Duitse dichter Heinrich Heine (1797 -1856).

Heinrich Heine was van Joodse afkomst. Hij werd geboren als Harry Heine, maar liet zich in 1825 Luthers dopen onder de naam Heinrich Heine. Een meer innerlijke band met het geloof kreeg hij echter pas toen hij aan het eind van zijn leven verlamd op zijn ziekbed in Parijs lag, waar hij sinds 1831 in zelfgekozen ballingschap woonde. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Montmartre.

Heine behoorde tot de Romantiek en maakte vele ironische en spitsvondige gedichten die ook tegenwoordig nog mensen aanspreken. Innerlijk was Heine een tegenstrijdig mens, enerzijds voelde hij zich Duitser, anderzijds wereldburger; dezelfde soort dubbele gevoelens had hij ook ten aanzien van het jodendom en de romantiek.

In de bundel met gedichten van Heine die zijn vertaald door Marko Fondse en Peter Verstegen, staan gedichten uit zijn beroemde bundel ‘Buch der Lieder’ maar ook uit ‘Neue Gedichte’, ‘Romanzero’ en ‘Letzte Gedichte’. Ik koos voor het gedicht ‘Geheimnis’ of ‘Geheim’ uit ‘Neue Gedichte’ uit 1844.

.

Geheim

.

Wij zuchten niet, droog zijn de ogen,

Een glimlach vaak en zelfs een lach!

In niet één blik of ander teken

Komt het geheim ooit aan de dag.

.

’t Geheim dat met woordloos lijden

In ’t diepste van de ziel verbloedt;

Krampachtig blijft de mond gesloten,

Al schreeuwt het in het wild gemoed.

.

Vraag het de zuigling in zijn wiegje,

Vraag het de doden in het graf,

Misschien dat zij je wel verraden

Wat ik je nooit te kennen gaf.

.

Geheimnis

Wir seufzen nicht, das Aug’ ist trocken,
Wir lächeln oft, wir lachen gar!
In keinem Blick, in keiner Miene,
Wird das Geheimnis offenbar.

Mit seinen stummen Qualen hegt es
In unsrer Seele blut’gem Grund;
Wird es auch laut im wilden Herzen,
Krampfhaft verschlossen bleibt der Mund.

Frag du den Säugling in der Wiege,
Frag du die Toten in dem Grab,
Vielleicht daß diese dir entdecken,
Was ich dir stets verschwiegen hab.

.

Spel en drank

Eric van der Steen
.

In Helikon, tijdschrift voor poëzie, onder redactie van Ed. Hoornik, verscheen in 1940, het bundeltje ‘Cadans’ gedichten door Eric van der Steen.  Eric van der Steen was het pseudoniem van Dirk Zijlstra (1907 – 1985) dichter, schrijver en journalist. Als dichter debuteerde van der Steen in 1932 met ‘Gemengde berichten’ en zette zijn dichterlijke carrière aanvankelijk krachtig door. Zijn poëzie valt op door nuchterheid en droge humor. Veel van zijn boeken kenmerken zich door frisse, ongewone uiterlijke vormgeving. In de jaren veertig begon hij proza te publiceren. Na 1958 droogde zijn schrijfader op.

In totaal zou van der Steen 11 dichtbundels publiceren maar ook essays, aforismen en proza. Het bundeltje ‘Cadans’ bevat 25 gedichten en werd gedrukt in een oplage van 300 stuks. Uit dit mooie bundeltje het gedicht ‘Spel en drank’.

.

Spel en drank

.

Omdat geboren spelers ongelukkig zijn –

wij zullen ook op ons verlies niet snoeven,

wij spelen verder, al kreeg één de troeven,

dat is de Dood, en hij is groot, wij klein

en blind als paarden in een smalle mijn:

de droomen die wij overnacht behoeven,

zij slaan ons ’s morgens met hun blinde hoeven,

wij drinken om verdooving voor de pijn.

.

God en de goden lachen nu misschien

om deze sluwheid en dit slinkchse slooven:

de ooren om te hooren, om te zien

twee lichte oogen, maar om te gelooven

niets dan de koele, zorgelooze wijn –

maar ben ik dan een blinde en een doove?

.