Site-archief

III

Rutger Kopland

.

Als je, zoals ik, veel poëzie leest, kom je soms ineens een gedicht tegen dat je nog niet kent maar waar je meteen van ondersteboven bent. Hoewel ik weet dat bepaalde dichters (die ik tot mijn favoriete dichters reken) dit effect op mij kunnen hebben met hun gedichten, is het toch elke keer, dat dit gebeurt, weer een klein feestje.

In de hele fijne bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ staat weer zo’n voorbeeld van een gedicht van Rutger Kopland (1934 -2012). Ik ken verschillende prachtige gedichten van zijn hand (bijvoorbeeld het gedicht ‘Dochters’ dat in mijn top 5 staat van favoriete gedichten aller tijden, zie mijn post hierover op 19 maart 2011) maar deze kende ik nog niet.

Het is het favoriete gedicht van cabaretier Marc-Marie Huijbregts en ik begrijp wel waarom. Uit de bundel ‘Onder het vee’ uit 1966, ‘III’.

.

III

.

Met jou kwam een nog vreemd

verdriet waarop ik een leven

lang gewacht heb.

.

Het kwam uit je ogen in de mijne

uit je handen onder mijn jas

het kwam en ik liet het.

.

Eindelijk zag ik dat alles voorbij

zou gaan als deze dag boven

land dat ik liefheb.

.

ik zeg niet dat dat erg is

ik zeg alleen wat ik dacht

te zien.

.

Onder het vee

 

 

Oogsten

Kira Wuck

.

Hoewel Kira alweer een nieuw boek (Noodlanding) met verhalen uit heeft kreeg ik voor mijn verjaardag haar poëzie debuutbundel ‘Finse meisjes’, waar ik overigens erg blij mee was. ‘Finse meisjes’ is zo’n bundel met gedichten en zinnen waar je steeds weer iets nieuws in ontdekt.

Ik herinner me Kira nog van een aantal jaar geleden, toen ze als nog redelijk onbekend en ongepubliceerd dichter op het podium van Ongehoord! al veel indruk maakte. Uit haar bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Oogsten’.

.

Oogsten

.

De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift

in de winter heb ik beweegredenen nodig

niets is hier voorbestemd

maar alles gaat geleidelijk

.

dit ben ik in het oudst van de nacht

en ik waarschuw je alvast, ik word vaak verliefd

.

ik herken je voordat je jezelf herkent

(je past goed bij mijn behang)

er zijn huizen waarin je beter gedijt

.

we roken gaten in het bankstel

als je er nog bent als ik me omdraai

.

dan ben je niet meer weg

.

kira

De vogel Phoenix

M. Vasalis

.

Daags na mijn verjaardag kreeg ik over de post een bijzonder cadeau van een vooralsnog anonieme gever. In het pakje dat ik opende zat de bundel ‘De vogel Phoenix’ van M. Vasalis uit 1948. Een prachtig cadeau natuurlijk maar zonder afzender. Ik zou graag de gulle gever bedanken. Laat even weten wie je bent.

Dat ik heel blij ben met dit cadeau mag duidelijk zijn, Vasalis is al langere tijd één van mijn favoriete dichters en zo’n mooie oude bundel is dan een pareltje.

Daarom, als dank voor zoiets moois, deel ik vandaag een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Tusschen de lage kamer’.

.

Tusschen de lage kamer…

.

Tusschen de lage kamer met het groote vuur

en buiten, hoog verrezen en bevroren

is maar een dunne muur.

En ‘k weet niet welke zijde ik moet toebehooren.

.

Ik sta bij ’t raam en ruik het dun beslag van kou

langs ’t glas waar ik zoo veel van hou.

De sterren siddren in onzichtbre netten,

zij zijn zoo licht, zoo schuldeloos en vrij

fonklend verkeerend in hun trotsche wetten.

.

En ik weet niet wat mijn eigenlijke wetten zijn,

ik zoek een ver, onmenschelijk en zeker teeken

uit deze wildernis van pijn

en zelve ben ik te verward, te warm, te klein.

.

de-vogel-phoenix_3

Als ik te lang gezeten had bij jou

Herman de Coninck

.

Zondag, dus een gedicht van meester dichter Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978 (vrij, respectievelijk zeer vrij, naar Edna St. Vincent Millay). In dit geval gedicht nummer 6.

.

6

.

Als ik te lang gezeten had bij jou,

te weerloos en te dicht tegen je aan,

wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan,

want van te grote warmte krijg je gauwer kou.

.

En als ik langer dan een mens verdragen kon

gekeken had naar jou, zo mooi en stralend klaar

dan ging ik duizelen en werd ik raar

zoals van te lang kijken naar de zon.

.

Dus zit ik nu weer op mijn oude kamer

waar alles donker is en koud en klein,

rondtastend naar mijn dingen, bedachtzamer

.

omdat ze me vervreemd geworden zijn.

Ik zoek mijn weg, hou halt, en luister

tot ik weer gewoon word aan het duister.

.

donkerekamer

Dag van rouw

Zondag

.

Op deze dag van rouw een gedicht van Herman de Coninck dat hier naadloos op aansluit.

.

Waar gaan de dingen gebeuren

als ze hier zijn afgelopen?

.

Waarheen gaan nevelscheuren

die hier alles hebben open-

.

gelaten? Waar gaat sneeuw sneeuwen,

geen enkele vlok verloren leggend

.

om alles zo te laten?

Waar blijven woorden, niets meer zeggend

.

over jouw eindelijk

gelaten gezicht?

.

Hoe wordt je halfopen mond

gedicht?

.

snow

Projectie

Ingmar Heytze

.

Vandaag een gedicht van Ingmar Heytze zonder verdere introductie of uitleg maar gewoon omdat het een prachtig gedicht van een bijzondere dichter. ‘Projectie’ uit ‘Het ging over rozen’ uit 2002.

.

Projectie

.

Het zal wel donker zijn, als je er niet meer bent.

Misschien zo stil en donker als het ademloos moment

waarop het zaallicht dimt voordat de film begint,

.

dat ogenblik. de hele eeuwigheid. Misschien.

Maar als je droomt dat je een vlinder bent,

kun je evengoed een vlinder zijn

die droomde dat hij mens was.

.

Je mag dit nooit vergeten. Op een dag

kust een van ons de ogen van de ander dicht

en moet dan weten: dit is louter pauze totdat alles

weer opnieuw begint. Jij en ik – geen stof, maar licht.

.

vlinder

Verlanglijstje

Zondag: Herman de Coninck

.

Na mijn overpeinzing van afgelopen zondag kreeg ik meerdere reacties om toch vooral nog even door te gaan met de Herman de Coninck-zondag. Zoveel bijval voor continuering kan ik natuurlijk niet negeren dus ook de komende weken nog op zondag een gedicht van deze prachtige dichter.

Vandaag het gedicht ‘verlanglijstje’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1981.

.

Verlanglijstje

Geef me Nescio en Tsjechov, oude boeken.
Geef me na mijn zoveelste kale reis
iemand die mij twee haren uittrekt
en glimlachend zegt: je wordt grijs.
Geef mij alles en zeg: het is niets.

Geef me niets en zeg: dat is alles.
Geef me mijzelf, geef me jou.
Ik heb gezocht naar wist ik maar wat.
Geef me nu eindelijk
wat ik altijd al had.

.

nescio-2011

tsjechov_ddmhh

Vingerafdrukken op het venster

Herman de Coninck

.

Ik plaats nu alweer sinds 21 juni ( dus al 3 maanden lang) elke zondag een gedicht van Herman de Coninck op dit blog. Omdat ik de poëzie van Herman elke keer weer betoverend vind en omdat ik vind dat een ieder die Herman de Coninck nog niet kent (kan dat?) zijn poëzie moet leren kennen. Ik voel het bijna als een opvoedende taak. Drie maanden is alweer zo’n 12,13 gedichten verder en ik vraag me af hoe lang ik hier mee door moet gaan? Ik hoor graag van jullie, mijn lezers of ik nog even door moet gaan met het promoten van de poëzie van Herman de Coninck of dat ik moet of mag stoppen.

Zover is het nog niet, dus ook vandaag gewoon een gedicht van hem. Vandaag heb ik gekozen voor het gedicht ‘Vingerafdrukken op het venster’ uit de bundel ‘Vingerafdrukken’ uit 1997.

.

Vingerafdrukken op het venster

Ik denk dat poëzie iets is als vingerafdrukken
op het venster, waarachter een kind dat niet kan slapen
te wachten staat op de dag. Uit aarde komt nevel,

uit verdriet een soort ach. Wolken
zorgen voor vijfentwintig soorten licht.
Eigenlijk houden ze het tegen. Tegenlicht.

Het is nog te vroeg om nu te zijn. Maar de rivieren
vertrekken alvast. Ze hebben het geruis
uit de zilverfabriek van de zee gehoord.

Dochter naast me voor het raam. Van haar houden
is de gemakkelijkste manier om dit alles te onthouden.
Vogels vinden in de smidse van hun geluid

uit, uit, uit.

.

vingerafdrukken

Liefde didactisch

Leonard Nolens

.

In een artikel van 4 november 1999 in het Leidsch Dagblad dat ik tegenkwam, las ik een recensie van Hans Warren over de bundel ‘Voorbijganger’ van Leonard Nolens. In het artikel staat onder andere  “Bij niemand was het verdriet zo groot (over de dood van Herman de Coninck WvH) als bij de 52 jarige bard Leonard Nolens”.

Nu heb ik al een aantal keer eerder op dit blog aandacht besteed aan de dichter Nolens maar met dit gegeven ben ik zijn werk nogmaals gaan lezen en ik begrijp wat Hans Warren bedoeld als hij stelt “Hij is zo’n beetje de laatste figuur die in poëzie de grote gevoelens en de grote woorden zoekt in plaats van schuwt”.

Uit ‘manieren van leven’ uit 2001 een voorbeeld van zijn ‘stijl’ van dichten.

.

Liefde didactisch

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

.

Nolens

 

nolens (1)