Site-archief
Gedicht in bad
Op zijn Rotterdamst
.
Aanstaande zondag (morgen) is er bij de NE studio’s op het Noordereiland in Rotterdam de aftrap van het project Raamwerk | Dichtwerk. In dit project werken dichters samen met kunstenaars en zijn op de ramen van de studio kunstwerken aangebracht in combinatie met de gedichten van de deelenemende dichters. Een keur aan Rotterdamse dichters doet mee. De aftraap van dit project is, behalve dat alle kunstwerken te bezichtigen zijn, een poëziefestival waar het grootste deel van de deelnemende dichter acte de présence geven.
Het programma kun je hier lezen. Ik zal het programma presenteren. Muziek wordt verzorgd door ‘gezelschap Marjolein Meijers’ (ja die van de Berini’s) en de toegang is gratis. Er is de mogelijkheid om poëziebundels te ruilen of aan te schaffen via de stand van Boekhandel Bosch & de Jong. Wees welkom. Omdat er uitsluitend Rotterdamse dichters op het podium staan wilde ik hier een gedicht plaatsen van de oer Rotterdamste dichter aller Rotteramse dichters Jules Deelder plaatsen.
Het betreft hier het gedicht ‘Gedicht in bad’ uit de bundel ‘Lijf- en andere gedichten’ uit 1991.
.
Gedicht in bad
.
Gezeten in het bad
het zwetend ik ontstegen
.
neemt men soms zich
zelve waar
.
met de ogen van
een vreemde
.
Alomvattend alomtegen-
woordig wezen
.
in zee van
onveranderlijk bewegen
.
De grenzen van het zijnde
verre overschreden
.
Dadaïst
Jan Cremer
.
Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer (1940) worden vele functies toebedacht op de website van de RKD (Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie) maar de functie van dichter staat er niet bij. Nou is Jan Cremer bekend van veel dingen maar niet (of nauwelijks van zijn poëzie). En toch zou je kunnen stellen dat alles met poëzie is begonnen. In 1956, op 16 jarige leeftijd schreef hij bijvoorbeeld al gedichten die zijn opgenomen in de bundel ‘Verloren gedichten’ uit 2004. Dat dit bundeltje met gedichten uit de periode 1956 tot 1992 redelijk obscuur is blijkt ook uit het feit dat bij de Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren dit bundeltje nergens te vinden is bij de informatie over Cremer.
Jan Cremer debuteerde met vier hoofdletterloze gedichten in 1956 in het literair tijdschrift KLAT dat werd uitgegeven in Deventer. Een openingsbod op een veiling van dit tijdschrift in 2013 was al € 450,- maar dit had waarschijnlijk meer te maken met de naam Jan Cremer dan met de inhoud of het poëtisch gehalte van de gedichten.
Uit dit bijzondere bundeltje wil ik graag het gedicht ‘Dadaïst’ uit 1956 delen (in 1957 schreef hij een ‘vervolggedicht’ met de titel ‘Dadaïst II) waarin al veel van de latere bravoure van Cremer in doorschemert.
.
Dadaïst
.
Zijn haren geklonken uit prikkeldraad
verbrande voeten liepen op as
in rokerige nevel ving hij de mensen
en vormde ze in hun slaap tot
DADA DADA DADA
.
In de ban van zijn grijze ogen
verloor de kermende maagd haar eer
rollende hete keien zochten houvast
maar kreunend sprak hij zacht
DADA DADA DA…
.
Hij zocht zijn mes uit hondevel
en sneed zijn oren af en hoezee
uit duistere grotten klonk het hoorngeschal
in pijn schreef hij zijn naam met bloed
DADA DA…
.
Nog stikkend in zijn laatste kus
verstootte hij de vrouw die met
holle lach en verschroeide haren
over gloeiende aarde kroop en riep
DADA…
.
Burleske humor en nuchterheid
L. Th. Lehmann
Raar is leuk
Harrie Jekkers en Koos Meinderts
.
Op de website Nederlands34 van de studenten aan de lerarenopleiding in Aalst, las ik een zeer leuk stuk over het gebruik van teksten en gedichten in de klas. In de post uit 2018 schrijft ene Lauriens over het gebruik van de tekst van het liedje ‘Raar is leuk’ van Harrie Jekkers en Koos Meinderts (Klein orkest) . Nu heb ik al heel lang een zwak voor het werk van beide heren (zo schreef ik al eens over de bundel van Meinderts ‘Het regent zonlicht’ en het nummer ‘Ik hou van mij’ van Jekkers) dus toen ik dit artikel las wist ik dat ik hier iets over wilde schrijven.
In de blogpost gaat Lauriens in op de tegengestelden of antoniemen in de tekst van ‘Raar is leuk’ en op de woordenschat (iets waarover zowel Meinderts als Jekkers in grote mate beschikken). Ook schrijft Lauriens dat raar zijn best wel leuk is, iets dat ik zeker ook onderschrijf. Daarom, en omdat het gewoon een heel leuk nummer is hier de tekst. Het gedicht werd genomen uit de poëziebundel ‘Er staat een taart in lichterlaaie!’ voor kinderen van 10-12 jaar uit 2008
.
Raar is leuk
.
Vuur is koud en kledder nat
De zee is lekker droog
De ballon die stijgt omlaag
En de baksteen valt omhoog
De lucht is lekker groen
En het gras toevallig blauw
De kat die blaft de hele dag
En de hond die zegt: miauw
.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai
Keer het om, geef de boel een draai
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai
Aap niet na, je bent geen papegaai
.
De zon is lekker vierkant
De ruit toevallig rond
Met koorts dan ben je beter
En ziek zijn is gezond
Links is lekker rechts
En hier toevallig daar
Ik word morgen tachtig
En mijn oma zeven jaar
.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai
Keer het om, geef de boel een draai
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai
Aap niet na, je bent geen papegaai
.
Wie steelt, krijgt een beloning
Wie weggeeft is een dief
Voor braaf zijn krijg je strafwerk
En klieren dat is lief
Achmed komt uit Holland
En Johan is een turk
Mijn moeder is een kerel
En mijn vader draagt een jurk
.
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai
Keer het om, geef de boel een draai
Raar is leuk, gewoon dat is zo saai
Aap niet na, je bent geen papegaai
Je bent geen papegaai
.
Hoeveel letters
Bianca Boer
.
De Rotterdamse dichter Bianca Boer komt uit Groningen maar is inmiddels een ‘echte Rotterdammer’ geworden. Bianca schrijft boeken; romans, kinderboeken en poëzie. In Mugzines #9 staan tekeningen en poëtische teksten van Bianca. Haar achtergrond (Kunstacademie en Schrijversvakschool) staan garant voor veel fraais zowel in beeld als in tekst. Ze is eindredacteur bij literair kindertijdschrift BoekieBoekie en schrijfdocent bij de VAK in Delft en de SKVR in Rotterdam.
In haar laatste poëziebundel ‘Vaste grond’ uit 2022 (genomineerd voor de Mr. J. C. Bloem Poëzieprijs 2023) staat het verlies van een moeder aan Alzheimer centraal en wat dat betekent voor de wereld rondom die moeder.
Uit deze laatste bundel las ik het gedicht ‘Hoeveel letters maak ik aan je vuil’ waarin de tekst dit keer belangrijker is dan het beeld, komt de ziekte duidelijk naar voren.
.
Hoeveel letters maak ik aan je vuil
.
aan het eind van de wereld zwijgen de bomen
woorden spelen verstoppertje
liefde staat bij de z van zucht
.
het zijn de seizoenen geweest
die ons met regen willen troosten
bij eik staat begeerte
onder verliefd verlies
bij jou en mij staat hardhout
.
een snuitkever volgt de openstaande rand
van onze initialen in de stam van de boom
letters als littekens van jaren die verstreken
het bos is oud geworden zonder ons
.
Ready-made
Frank Báez
.
Frank Báez is een Dominicaanse dichter en fictieschrijver en heeft zes dichtbundels, een boek met korte verhalen en twee non-fictiewerken gepubliceerd. Hij stond op de Bogotá 39-2017-lijst van de meest veelbelovende schrijvers van 39 jaar of jonger. In 2019 was hij te gast bij Poetry International in Rotterdam. Hij maakt deel uit van het spokenwordcollectief ‘El Hombrecito’ (De kleine man). Bij uitgeverij Karaat kwam zijn vertaalde bundel uit getiteld ‘Gisteren droomde ik dat ik een DJ was’.
De poëzie van Frank Báez (1978) beweegt zich in een tragikomische, schijnbaar autobiografische wereld van gedichten waarin een jonge eilandbewoner aan het woord is die het liefst de wijde wereld intrekt om kunstenaar te worden. De dichter heeft veel gereisd en veel van de wereld gezien, en hij kijkt daarop terug in zijn gedichten: Chicago, Egypte, de Middellandse Zee – een voor een worden de locaties opgenomen in dat universum van die jongeman die graag groots en meeslepend wil leven maar toch zijn geliefde eiland in de Caribische Zee maar niet uit zijn systeem krijgt. Steeds keert Báez terug naar de kade, de pier en de golven.
In zijn gedicht ‘Ready-made’ wat geen ready made is, lees je de onrust terug.
.
Ready-made
.
Verlaat vroeg het werk.
Loop de trap op en tel daarbij elke trede.
Neem een douche.
Voer de kat.
Verwarm het eten in de magnetron.
Kies een condoom.
Kies een vrouw om het condoom mee te gebruiken.
kies een bed om de vrouw en het condoom mee te gebruiken.
Kies een kamer om het bed, de vrouw en het condoom mee te gebruiken
Kies een motel om de kamer, het bed, de vrouw en het condoom mee te
gebruiken.
Neem nog een douche.
Loop de trap op zonder de treden te tellen.
Oploskoffie.
Sluit uzelf op in een ruimte zonder rolgordijnen
van de vele ruimtes zonder rolgordijnen in deze stad.
Zet de televisie aan.
Ga slapen.
Word vroeg wakker
en blijf voor de deur staan wachten
tot u erachter komt dat het zinloos is.
Prozac.
Ga slapen.
.
Tijgerbrood
Ruth Lasters
.
De Vlaamse dichter en schrijfster Ruth Lasters (1979) debuteerde als dichter met ‘Vouwplannen’ welke bekroond werd met de Debuutprijs Het Liegend Konijn in 2009. In 2015 verscheen haar tweede dichtbundel ‘Lichtmeters’, waarvoor ze de Herman De Coninckprijs kreeg. De bundel werd ook genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. In februari 2023 verscheen haar derde poëziebundel ‘Tijgerbrood’ welke ook de keuzebundel is van poëzietijdschrift Awater deze maand.
Ruth Lasters was ook als dichter te gast bij Poetry International in Rotterdam en ook daar maakte ze een bijzondere indruk op mij. Alle reden dus om nog een gedicht van haar hand uit haar laatste heel mooie bundel hier te plaatsen. Ik koos voor het gedicht ‘Oor’ waarmee Lasters maar weer eens bewijst dat een dichter over elk onderwerp een gedicht kan maken.
.
Oor
.
Hierbij alvast – je weet maar nooit – mijn condities
voor de transplantatie van een kopjesoor
naar mijn stukke, favoriete theemok.
.
Het hoeft geen oor van Delfts of Kantonees porselein te zijn.
Een simpel kopjesoor van aardewerk in om het even welke kleur
zal eerst volstaan zoals jij mij altijd volstaan hebt,
vol en dus ook wel met mindere schijngestalten.
.
Het kopjesoor graag aanzetten met Bindulin Kontaktzement:
fraaie tubes en echt ijzersterk.
En dat je tijdens de aandruktijd met gesloten ogen denkt
.
aan mijn buik tegen jouw rug. Al lig of lag ik
eigenlijk liever met mijn hoofd aan de buitenkant,
een binnenzeeënmens is snel beklemd.
.
Zo, als je morsig hebt gewerkt zoals ik je ken,
zitten je duim- en wijsvingertop nu aan elkaar vastgelijmd
tot een vingercirkel. Eigenlijk is dát het enige kopjesoor
dat ik werkelijk wens en dat je misschien verzinnen kan in de lucht
.
aan een mok die er niet is als je
me mist, eerst als een oude Chevrolet ontvreemd
van zijn diafragmaveer. En dan steeds minder
totdat een ‘nieuwe’- geloof je dat nou echt? – liefde aan je trekt.
.
Weet dan dat het goed is, dat het toch ook niet
aan de theebuiltjes ligt dat men ze nooit als zandzakjes
voor de gevels zet. Er bestaan geen miniscule overstromingen.
.
Het seizoen is begonnen!
Agenda zomer 2023
.
Eeven een tussenbericht met de agenda van waar ik de komende maanden allemaal te zien en horen ben.
.
Zondag 18 juni 2023: Poëzie in het Park in Maassluis. Tijd: 12.00 – 14.00. Uiverlaan 22. Presentatie en voordracht.
Vrijdag 23 juni 2023: Lancering nieuwe WOLK (poëzie app). Tijd: 15.00. Carelsenplein Haarlem
Zondag 25 juni 2023: Raamwerk | Dichtwerk, poëziefestival (i.c.m. kunstenaars). Tijd: 13.00 – 18.00. Prins Hendrikstraat 5, Rotterdam. Presentatie festival.
Zondag 3 september 2023: Augusta Peaux Festival. Tijd: 14.00 – 17.00. Ring 42, Simonshaven. Voordracht.
Zondag 10 september 2023: Haagse Notuh Hofjes en poëziefestival. Tijd: 12.00 – 17.00. Hofje van Nieuwkoop, Warmoezierstraat 44, Den Haag. Voordracht.
.
Al deze activiteiten zijn gratis toegankelijk. Naast deze activiteiten komen er nog twee poëziepodia in Den Haag vanuit Dichter bij de dood, een voordracht op Begraafplaats Oud Eik en Duinen op 2 november in Den Haag. Daarover later meer.
.
Poëzie verkoopt niet
Poëzie is populair
.
Ik kan je bijna horen vragen huh? Bij de aanhef van dit stuk over poëzie staat ‘Poëzie verkoopt niet’ en meteen daaronder ‘Poëzie is populair. Dat lijkt een tegenstelling en toch is het dat niet. In ‘Schrijven magazine’ van februari dit jaar staat een lang artikel over poëzie. Dat poëzie leeft maar slechts mondjesmaat wordt verkocht.
Het artikel begint, zoals zo vaak, met het onderzoek dat Kila van der Starre deed in 2017 over de belevenis van poëzie door de Nederlander. Uit dat onderzoek blijkt dat maar liefst 97% van de Nederlanders in aanraking komt met poëzie. Kila plaatste nog gisteren een post op Instagram dat ze benaderd werd door de Telegraaf over dat zelfde onderzoek, 6 jaar na verschijnen. Dat in aanraking komen met poëzie gebeurt, je raadt het al, vooral buiten het boek. Op gebouwen, Internet, in kranten, in theaterzalen op de radio enzovoorts komen de Nederlandsers poëzie tegen.
Veel (vooral jongeren) lezen poëzie online. Zoals via InstagramUit een zoekwoord analyse van Arjan Jonker blijkt dat er maar liefst 2,4 miljoen keer per jaar op gedichten of poëzie wordt gezocht online. Omdat dat natuurlijk niet alleen de termen zijn waarop men zoekt ligt het totaal van zoekopdrachten nog veel hoger (denk aan dichter, dichtbundel etc.).
Een andere conclusie is dat Vlamingen en Nederlanderspoëzie vaker gezamenlijk ervaren, veelal auditief, dus door ernnaar te luisteren. Overigens staan de top 10 van best verkochten bundels van Vlaanderen en Nederland ook geplaatst in het artikel. Opvallend vind ik dat van de 10 er in Nederland maar liefst 6 in staan van buitenlandse dichters (vooral Rupi Kaur drie keer) en in Vlaanderen slechts drie (allemaal van Rupi Kaur). In Vlaanderen staan ook hedendaagse dichters als Delphine Lecompte (op 1 en op 6), Lieke Marsman (op 3), Maud Vanhauwaert (op 7), David Troch (op 8) en Leo Bormans (op 10). Terwijl in Nederland Lieke Masrman (op 1 en 5), De Poëzieboys (op 9) en Merel Morre (op 10 staat). In bedie landen staat alleen in Vlaanderen op 4 een klassieke held uit de poëzie namelijk het verzameld werk van Paul Celan.
Uit het onderzoek van Kila blijkt dat mensen dichtbundels lezen om: geraakt te worden (25%) of om een gedicht uit te zoeken voor een gelegenheid (20%). De verkoop van dichtbundels loopt al langere tijd terug. Dat is deels te verklaren doordat met name jongeren steeds minder boeken lezen en in toenemende mate online maar ook blijkbaar omdat het aantal mensen dat intrinsiek gemotiveerd is om poëzie te lezen om de schoonheid of de taal erg klein is en kleiner lijkt te worden.
Een voorzichtige conclusie van de hoofdredacteur in zijn redactionele stuk is dat poëzie definitief is losgeraakt van het papier. Is dat erg? Ik denk van niet, mis je iets als je geen poëziebundels leest? Ik denk van wel, de ware liefhebber zal begrijpen wat ik bedoel. Maar zoals de science fiction al jarenlang het kleine stiefzusje is van de lietartuur maar wel gelezen wordt door een kleine maar enthosuaiste groep liefhebbers, zo is het ook met de poëzie. Tel daarbij de aandacht voor poëzie buiten het boek en ik denk dat de conclusie moet zijn dat A.: poëzie inderdaad steeds minder verkoopt en B.: dat poëzie populair is.
Geen blogbericht zonder gedicht dus daarom een gedicht over poëzie. In dit geval het gedicht van Rogi Wieg (1962-2015) getiteld ‘Poëzie’ uit zijn bundel ‘De zee heeft geen manieren’ uit 1987.
.
Poëzie
.
Nu is het dus dat ik niet meer weet
hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand
zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet
niet wat je was: ogen, haar, een hand
.
om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,
de stadsweg waarover je naar huis gaat,
mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen
van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat
.
alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig,
– en al die mooie dingen dan –
om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichgtvaardig.
.
Er is weinig taal in mij om zaken
te omschrijven zoals duit gebrek aan angst;
dus noem ik maar wat afgebroken wordt om nog iets goed te maken.
.














