Site-archief
Poetry in the park
Huijgenspark Den Haag
.
Op 28 en 29 mei is in het Huijgenspark het festival Poetry in the park. Poetry in the Park zet het internationale karakter van de Stations- en Rivierenbuurt in de schijnwerpers. ‘Er wonen hier zeker honderd verschillende nationaliteiten’, aldus de initiatiefnemers. Tijdens het festival ontmoeten mensen uit de buurt elkaar, maar ook liefhebbers van cultuur.
Op 28 mei is er een Poetry Battle tussen leerlingen van 5 Haagse middelbare scholen: Esloo college, GSR, Heldring college, Maerlant lyceum en Wellant college. Een driekoppige jury zal bepalen wie van de dichtende leerlingen de poetry battle wint. De battle begint om 19.00 uur en duurt tot 21.00 uur. De muziek op deze avond wordt verzorgd door Kate Oram, winnares van vorig jaar en de Ska en Reggaeband Callkoen.
Op 29 mei is er een dichterspodium met de volgende Haagse dichters: Wouter van Heiningen, Esther van der Weegen, Hetty ten Holt, Maarten Willems, Tony Ynot, Marjon van de Vegt,Jannie van Maldegem en Sjaak Kroes. Daarnaast is er dus een open podium en treedt de Haagse zangeres Tess et le Mouton op. Deze avond begint om 19.00 uur en duurt tot 22.00 uur. Voor het open podium kun je je opgeven bij Geraldinametselaar@gmail.com. De toegang op beide dagen is gratis en neem een eigen stoel of kleedje mee!
Hieronder een gedicht van de straatdichter Sjaak kroes getiteld ‘Luisteren’.
.
Luisteren
.
Je luistert door mij heen
Handen worden gevouwen vuisten
Je paraboolt voorover
Onze ogen kruisen niet meer
Tinteling en zindering
Enthousiasme in vermindering
gebracht
Open ogen ratelen aftakkingen
van verhalen, zijdelingse gevoelens
gesloten zoektochten naar
de waarheid, alle vermoedens op tafel
Heen-en-weren, onderonsjes glanzend
van /h/ erkenning
Geluksmomentjes die zich nooit eerder
op deze manier ontvouwden
Bewondering
.
Proost!
Om een bokaal van wijn
.
Poëzie kan werkelijk over elk onderwerp gaan. Vaak worden gedichten over een bepaald onderwerp bij elkaar gebundeld. Dit soort themabundels zijn populair bij liefhebbers van poëzie en van het desbetreffende thema. Zo zal uitgeverij van Lindonk in 1967 ook gedacht hebben toen ze ‘Om een bokaal vol wijn’ uitgaven met gedichten van dichters rondom het thema Wijn. De bundel met 24 verzen van ‘eigentijdse Nederlandse dichters’ is uitgegeven in het 125ste wijnjaar van Robbers & Van den Hoogen n.v. in Arnhem (en dus niet het 123ste zoals abusievelijk op de website https://www.nederlandsepoezie.org/jl/1967/zz_om_een_bokaal_vol_wijn.html staat te lezen).
Bekende en minder bekende dichters hebben hun medewerking verleend aan deze bundel; van A. Roland Holst, C. Buddingh’ en Hans Andreus tot Jan Engelman, Fem Rutke en Tom Naastepad. In een fraai uitgegeven bundel met fijne harde kaft en illustraties van Kurt Löb en van een voorwoord voorzien door Jan Wit is dit een fijne bundel voor poëzieliefhebbers en ook wijnliefhebbers.
Ik koos voor een gedicht van Ankie Peypers, één van de twee vrouwelijke dichters in deze bundel ( de ander is Ellen Warmond) getiteld ‘Verzoek aan wijn’. Ankie Peypers (1928-2008) debuteerde in 1946 met de bundel ‘Zeventien’, met daarin zeventien jeugdgedichten. In 1951 verscheen haar officiële debuut ‘October’. Sindsdien verschenen gedichtenbundels, vertalingen en enkele romans. In 1972 verscheen de verzamelbundel ‘Gedichten 1951 – 1971’. Als journalist werkte ze voor De Vlam en Het Vrije Volk. Daarnaast was ze medeoprichter van het feministisch-literaire tijdschrift Surplus en publiceerde ze regelmatig over de positie van vrouwen.
.
Verzoek aan wijn
.
Laat je drinken
wij zijn maar een gaarde
waarin dezelfde onrust groeit
die jou deed rijpen
toen je geboorte lange maanden
zomermaanden in de heuvels
werd verwacht
tot eindelijk de dorpelingen
op het dagen nachten durend
feest je loflied zongen
dat je goed was
als je voorgeslacht;
.
laat je drinken
wij zijn maar een gaarde
waarin dezelfde onrust groeit
die een oogstfeest verwacht.
.
Laat je drinken
wie dan jij
moet de verhalen
die ons denken
als in de heuvels
gevangen houdt
vertalen?
.
Poëziebustoer 2019
Nieuwe namen
.
Ook in 2019 gaat de Poëziebus weer op toer door Nederland en België, dit jaar met weer een hoop nieuwe namen. Wie gaan ermee? Dat zijn Steff Citroengeel, Akim A.J. Willems, ParaDockx, Terence Roelofsen, Evy van Eynde, L-Deep, Aurora Guds, Stokely Dichtman, Doreen Hendrikx, Foleor van Steenbergen, Anna Khina, Rik Sprenkels, Demi Baltus, Doeko L., Isha van der Burg, Mischa van Huijstee, Naomi Veldwijk, Jens Meijen, Jolies Heij en Samoerai. Kijk voor een introductiefilmpje van deze deelnemende dichters op https://poeziebus.nl/deelnemers/
Dit jaar rijdt de Poëziebus van 5 augustus tot en met 11 augustus langs een aantal steden. Wil je weten waar precies hou dan de dienstregeling in de gaten via de website of de Facebookpagina. In 2017 gingen er ook een aantal nieuwe namen mee en een van die nieuwe namen was Cissy. Praat je over Groningen en spoken word dan kom je al snel uit bij zangeres, dichter en creatieve tornado Cissy. Van 2012 tot 2015 zat ze bij Poetry Circle Groningen. Dat Cissy afstudeerde aan de Academie voor Popcultuur richting muziek/performance lees je terug in haar teksten. Haar gedicht ‘Mama is een positief gedicht over een zwaar onderwerp, schrijnend, eerlijk en waar. Uit de Poëziebundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ uit 2017 haar gedicht/lied ‘Mama’.
.
Mama
.
Mama, ik heb honger
Mama, ik ben moe
Mama, gaan we vandaag nog naar de winkel toe?
.
Ik heb honger, ik heb dorst
maar de koelkast is leeg
En, ik weet dat de fiets stuk is
maar is de winkel open?
Ik wil best lopen
als je moe bent
.
Mama, ik zie mensen om me heen met
zoveel spullen, zoveel kleren, zoveel speelgoed
.
waarom hebben wij het niet
en zij het wél goed?
.
Mama, gaan we nog ergens naar toe?
Op vakantie, zoals de kinderen uit mijn klas?
.
Mama, mag ik voor kerst misschien die jas?
En als ik geen zakgeld meer vraag
misschien dan ook die tas?
.
Want…
ze pesten me op school
ze zeggen dat ik schooi
ik voel me zó anders
maar met die spullen ben ik mooi
.
Mama
ik hou van jou
ik wéét dat je je best doet
ik hou van jou
.
We hebben niet zoveel, maar je bent er
We hebben niet zoveel spullen of centen
.
maar de meester zei
dat je alles voor me doet
En dat je houdt van mij
Dus alles komt vast goed
.
Missen
Dichter bij Rotterdam
.
Meijer de Wolf stelde in 1981 een bundel samen met louter gedichten over Rotterdam. Tegenwoordig zou zo’n dichtbundel heel veel dikker kunnen zijn gezien het aantal dichters van enige naam en faam dat er woon- en werkzaam is. In deze bundel staan veel oudere gedichten en afbeeldingen. Meijer de Wolf heeft dan ook dankbaar gebruik gemaakt van het gemeentearchief. Veel naamloze of onbekende dichters ook en een enkele naam die vaker voorkomt zoals J.H. Speenhoff.
In 2016 plaatste ik al eens een gedicht uit deze bundel van de (mij onbekende) dichter G.J. Laan https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/01/dichter-bij-rotterdam/ en vandaag koos ik voor opnieuw een mij onbekend dichter M. van Henegouwen met het gedicht ‘Missen’ uit een tijd dat de Rotterdamse Metro nog een noviteit was en de stad zo dood als een pier was. Gelukkig is er inmiddels alweer heel veel veranderd en staat Rotterdam tegenwoordig in de top 10 lijstjes van te bezoeken steden in de wereld.
.
Missen
.
Ik mis je stoere sleperspaarden,
Je straatjes rond ’t Haagse Veer,
architectonisch zonder waarde,
maar met een specifieke sfeer.
.
We wonen nu in mooie flatjes,
’n beetje klein, maar o zo netjes.
Maar wie je vroeger heeft gekend,
die vindt ’t al te efficiënt.
.
Ik heb je nog gekend toen je zó was Rotterdam,
toen was je nog niet mooi en nog niet rijk.
Toen Pygmalion nog Shaw was en geen show was Rotterdam,
Geen sterveling die wist wat de metro was, Rotterdam,
Toen had ik jou al lief
om jouw initiatief
en je Dijk.
Je binnenstad was toen een centrum van plezier,
maar ondanks dat ie nu zo dood is als een pier,
heb ik altijd gevonden dat je zó was, Rotterdam.
Ik heb je nog gekend toen je zó was, Rotterdam.
.
Rijmenderwijs
Jan Prins
.
In 1964-1965 werden op de schoolradio (ja die bestond toen) gedichten voorgelezen. De Stichting Nederlandse Schoolradio bracht in 1965 het bundeltje ‘Rijmenderwijs’ uit met de gedichten die op de radio werden voorgedragen. Samensteller was Jaap Maarleveld. In dit mooi geïllustreerde bundeltje staan vele grote namen zoals Willem Elsschot, Bertus Aafjes, A. Roland Holst, H. Marsman en Leo Vroman en Jan Prins.
Jan Prins (1876 – 1948) was een Rotterdamse dichter die actief was in de kring rond het tijdschrift ‘De Beweging’ van Albert Verwey. Prins (pseudoniem van Christiaan Louis Schepp) debuteerde in 1903. Zijn eerste dichtbundel verschijnt in 1911 en is getiteld ‘Tochten’. Prins vertaalde vele gedichten en in zijn eigen werk komt de liefde voor zijn geboortestad Rotterdam regelmatig voorbij. Of hij voor het gedicht ‘De zwerver’ uit ‘Rijmenderwijs’ inspiratie heeft opgedaan in Rotterdam is onduidelijk.
.
De zwerver
.
Door de leegen kouden akker
Loopt een oude, arme stakker,
Zoekend in den harde grond
Of-ie geen petatters vond.
.
Wroetend gaan de zwarte handen,
Klapperend de zwarte tanden,
Gulzig glimt de grauwe mond
Of-ie geen petatters vond.
In de avond nog, bedrogen,
Ging de moede schim gebogen,
Kroop de zwarte schaduw rond
Of-ie geen petatters vond.
.
En alvorens te beginnen
Aan het maal, zei de bazinne
Hoe een groote, vreemde hond
Zocht, of-ie petatters vond
.
Een ware geschiedenis
Karel ten Haaf
.
In de reeks dichter op verzoek vandaag een dichter op verzoek van Daniël Dee en wel de dichter Karel ten Haaf. Op zich zelf snap ik de keuze van Daniël heel goed, daar hij samen met Karel een Blog schrijft op http://kortsluiting.blogspot.com/. Gedichten van Karel ten Haaf werden gepubliceerd in tijdschriften maar ook in negen in eigen beheer uitgegeven bundels. Zijn tiende dichtbundel was niet alleen zijn officiële debuut als dichter, maar tevens het dikste poëziedebuut uit de geschiedenis van de Nederlandstalige letteren. Deze 544 pagina’s tellende bundel is getiteld ‘Meisjespijn’ werd uitgegeven door uitgeverij Passage in 2007. De poëzie van ten Haaf wordt ook wel omschreven als een merkwaardig mengsel van light verse, tegeltjeswijsheden, moppen, literaire spelletjes, anarchisme, dadaïsme en onverbloemde pornografie. Sommigen zien dit als hoogste vorm van non-poëzie.
Van de blog van Karel en Daniël plukte ik dit gedicht van ten Haaf.
.
Ware geschiedenis
.
Dat ik wanneer ik in een advertentie zie staan
lkkr ppn
dat automatisch aan- en invul tot
lekker poepen
.
en pas later bedenk dat ik had moeten lezen
lekker pijpen
is ongetwijfeld te wijten aan mijn gevorderde leeftijd en de
daarmee gepaard
.
gaande afname van de biologische drang tot procreatie.
Dat geeft toch wel een hoop rust hoor
ouder worden
hoor ik nu natuurlijk te zeggen
.
enorm wijs kijkend.
En daar heb ik op zich ook wel gelijk in
natuurlijk maar toch
vind ik het jammer dat ik nooit meer
.
de fanmail ontvang
die vroeger wel
mijn deel
werd.
.
Foto’s waarop lezeressen
hun bewondering voor werk en
persoon van de dichter ken- en zichtbaar maken
door te poseren met in de hand een bundel van mij
.
en bovenal met fier ontbloot gemoed.
.
Jana Arns
Twaalf ribben
.
Opnieuw een dichter op verzoek, dit keer op verzoek van Luce Rutten. De Gentse Jana Arns (1983) is muzikant (dwarsfluit), fotograaf en dichter. Met haar debuut ‘Status: het is ingewikkeld’ uit 2016 won zij de prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Haar tweede bundel ‘Nergens in het bijzonder’ verscheen in februari 2018 . Ze publiceerde in De poëziekrant, Deus ex Machina, Gierik & NVT, Meander, Het Gezeefde Gedicht, Het Liegend Konijn en won de eerste prijs van de Literaire Prijzen Stad Sint-Truiden (2018) én Literatuurprijs Zeist (2018). Ze was ook meermaals genomineerd voor de Melopee poëzieprijs. Enkele gedichten werden opgenomen in de bloemlezing ‘De 100 beste Nederlandstalige gedichten’ van de VSB Poëzieprijs uitgegeven door De Arbeiderspers 2018.
Samen met dichters Roel Richelieu van Londersele en Charles Ducal maakte ze de voorstelling ‘Het muzikale huwelijk’ en met dichters Frouke Arns en Astrid Arns vormt ze ‘Drie maal Arns en daarmee BASta!’.
Met het gedicht ‘Twaalf ribben’ won met ze de Literatuurprijs Zeist 2018
.
Twaalf ribben
Ons kind is bang voor suikerspinnen.
Het spiegelpaleis in haar hoofd is beslagen.
Zij is de schim binnen dit spookhuis.
met rijstkorrels na de komma,
tafels gedekt met breuken.
Samen snijden ze het brood van de korsten.
Lopen op eetstokjes over onaangeroerde borden.
Zij is twaalf ribben,
aangelengd met water.

















