Site-archief

Levensloop

Menno Wigman

.

Gisterochtend overleed de dichter, schrijver en essaist Menno Wigman (1966) aan een hartziekte. Menno Wigman debuteerde in 1997 met de bundel ‘Zomers stinken alle steden’, waarmee hij meteen doorbrak naar een groot publiek. Ook met zijn latere werk oogstte hij succes bij zowel de critici, de pers als het publiek.

Zijn laatste bundel, ‘Slordig met geluk’, verscheen in 2016 en werd afgelopen nog woensdag voorgedragen voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Volgens zijn uitgever heeft dit nieuws hem nog bereikt.

Behalve gedichten publiceerde Wigman ook essays en een autobiografisch werk. Zijn gedichten zijn vertaald in onder meer het Frans, Engels en Duits.

Van 2012 tot 2014 was Wigman stadsdichter van Amsterdam en moest hij regelmatig her en der opdraven. Achteraf was dat een te zware periode, moest hij vaststellen toen hij met een hartkwaal op de intensive care belandde. Uiteindelijk was het dus die hartkwaal die hem noodlottig werd. Een mooi inhoudelijk stuk over zijn leven en poëzie kun je lezen op https://www.volkskrant.nl/boeken/een-leven-verpest-door-poezie-maar-hij-kon-het-niet-laten-dichter-menno-wigman-51-overleden~a4564840/

Menno Wigman ontving in 2002 de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Zwart als kaviaar’ en in 2015 de A. Roland Holst-penning.

Ik heb gekeken of ik een toepasselijk gedicht van zijn hand kon vinden. Het is het gedicht ‘Levensloop’ geworden uit zijn bundel ‘Dit is mijn dag’ uit 2004 waarbij vooral de laatste regels me deden besluiten voor dit gedicht te kiezen.

.

Levensloop

.

Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,

de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,

het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,

zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf

zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.

Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had

onder de wielen van de tijd wegstoof.

.

Aan den uitgever

G. Brandt Maas

.

Ik hou van bijna vergeten dichters, vaak zijn dit dichters die enige bekendheid hebben gehad in een bepaalde tijdsperiode maar is hun bekendheid tot die periode beperkt. Grappig genoeg doen veel van dit soort namen toch altijd wel ergens een belletje rinkelen. Bij de dichter G. Brandt Maas, de dichter die ik vandaag in deze categorie wil behandelen, is dat maar zeer de vraag. In de bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw (samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters, 1994), staat Brandt Maas met twee gedichten.

Maar na enig speurwerk kom ik toch niet veel verder dan dat deze beste man (?) in de eerste helft van de 19e eeuw vooral vertaalde uit het Duits en het Engels. In dit geval kun je dus wel spreken van een vergeten dichter. Het gedicht ‘Aan den uitgever’ werd oorspronkelijk gepubliceerd in “Gedichten, deel I’. Vooral de laatste regel spreekt mij als uitgever van MUG books erg aan want zo is het maar net.

.

Aan den uitgever

.

Zou het mij hetzelfde wezen,

Wat gij aan mijn boekje deed?

Man! wenscht gij te zijn geprezen

Zorgt dan, dat gij ’t netjes kleedt.

’t Zij een hupsch, aanvallig klantje,

Zoo door letter als papier;

Keurig ook door ’t proper bandje,

Wel eenvoudig, maar met zwier.

Laat een prentje dan ook prijken

Op het zindlijk titelblad;

Geef te lezen en te kijken,

Elk zijn’ smaak en ieder wat.

Neen, het zijn geen grilligheden,

Dat die zorge u wordt verzocht;

’t Heeft gewis zijn goede reden,

Wel getooid is half verkocht!

.

Ophelia

Jan Vercammen

.

De Vlaamse dichter en jeugdboekenschrijver Jan Vercammen (1906 – 1984) is zo’n dichter die redelijk snel uit het collectief geheugen van mensen aan het verdwijnen is. In Nederland was zijn dichterschap al weinig bekend maar ook in Vlaanderen nemen nieuwe namen zijn plaats in, in het literaire landschap. Daarom past zijn dichterschap prima in de categorie (bijna) vergeten dichters.

Jan Vercammens dichtdebuut was de bundel Eksode, uit 1929. Vanaf zijn De parelvisscher‘ uit 1946 wordt zijn werk religieus-humanistisch genoemd, met de liefde en de dood als belangrijke thema’s, daarvoor had zijn poëzie eerder een katholiek karakter. Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch, meerdere gedichten werden op muziek gezet. Daarnaast schreef hij ook jeugdverhalen en kinderpoëzie.

Jan Vercammen was redactiesecretaris van ‘De Tijdstroom’ (1931-1935), redacteur van ‘De Gemeenschap’ (1935-1941) en ‘De Schakel’ (1936-1940). Hij was lid van de Raad van Beheer van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1976), erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 het gedicht ‘Ophelia’, (de geliefde van Hamlet die verdronk) uit Hamlet van Shakespeare.

.

Ophelia

.

Ophelia, wit licht diep in het water

en de verukkelijke wonde van uw mond.

Uw duistre woorden werden dierbaar later

wanneer ik plotseling hun zin verstond.

.

Gij ziet het licht niet, want uw open ogen

zijn afgesloten met de schaduw van de dood,

o duisternis in hun verzonken bogen.

Ik was het leven dat gij duizelig ontvloodt.

.

De tijd beweegt zich traag als vinnen

van zilvervissen en ontstellend bloot.

Ophelia, nog moet ik u beminnen,

wit licht, verlokking tot de dood.

.

Bovenbouw

Hans Magnus Enzensberger

.

De Duitse schrijver, dichter, vertaler en redacteur Hans Magnus Enzensberger (1929) is een wereldberoemde Duitse auteur die ook onder het  pseudoniem Andreas Thalmayr publiceerde. In de bundel ‘A thing of beauty’ die Menno Wigman en Rob Schouten samenstelden, en die een verzameling van de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur bevat, is een gedicht opgenomen van Enzensberger met de titel ‘in het leesboek voor de bovenbouw’.  Dit ironisch bedoelde gedicht verscheen in 1957. Voor de liefhebbers van poëzie in de oorspronkelijke taal hier het gedicht in het Duits en in de vertaling van Martin Mooij.

.

Ins Lesebuch für die Oberstufe

Lies keine Oden, mein Sohn, lies die Fahrpläne:
sie sind genauer. Roll die Seekarten auf,
eh es zu spät ist. Sei wachsam, sing nicht.
Der Tag kommt, wo sie wieder Listen ans Tor
schlagen und malen den Neinsagern auf die Brust
Zinken. Lern unerkannt gehn, lern mehr als ich:
das Viertel wechseln, den Paß, das Gesicht.
Versteh dich auf den kleinen Verrat,
die tägliche schmutzige Rettung. Nützlich
sind die Enzykliken zum Feueranzünden,
die Manifeste: Butter einzuwickeln und Salz
für die Wehrlosen. Wut und Geduld sind nötig,
in die Lungen der Macht zu blasen
den feinen tödlichen Staub, gemahlen
von denen, die viel gelernt haben,
die genau sind, von dir.

.

In het leesboek voor de bovenbouw

.

Lees geen odes mijn zoon, lees de dienstregelingen:

die zijn secuurder. Rol de zeekaarten op

voor het te laat is. Wees waakzaam, zing niet.

De dag zal komen dat ze weer lijsten op de deur

plakken en nee-zeggers tekens op de borst

verven. Leer onherkenbaar te gaan, leer meer dan ik:

van buurt te wisselen, van pas, van gezicht.

wees vertrouwd met het kleine verraad,

de dagelijkse, morsige redding. Bruikbaar

zijn de encyclieken om vuur aan te steken,

de manifesten: om boter in te pakken en zout

voor de weerlozen. Woede en geduld zijn nodig

om in de longen van de macht te blazen

het fijne dodelijke stof, gemalen

door degenen die veel hebben geleerd,

die zeker zijn, van jou.

.

DOCU_GRUPO

atob

 

Coda

Huub Beurskens

.

Schrijver, kunstschilder en dichter Huub Beurskens (1950) debuteerde in 1975 met ‘Blindkap’ waarna nog vele poëziebundels zouden volgen met als laatste bundel uit 2015 ‘De warmte van het hondje’. Daarnaast publiceerde hij verhalen, essays en romans. Beurskens was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Het Moment’ (1986-1988) en ‘De Gids’.

Beurskens vertaalde verschillende auteurs naar het Nederlands maar werk van hemzelf werd ook vertaald naar het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Japans, Hongaars, Tsjechisch en Servisch.

Voor zijn werk ontvang hij o.a. de Herman Gorterprijs, de Jan Campert-prijs en de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Klein blauw aapje’ uit 1992 het gedicht ‘Najaarsbloei op Kreta’.

.

Najaarsbloei op Kreta

.

Ik wou ik had een klein blauw aapje dat ik vroeg ‘Wat raap

je?’

en dat het op mijn schouder sprong met louter krokus die

het plukte,

de geschiedenis zou ik ingaan als de onder het komende

minst gebukte.

.

HB

met dank aan Wikipedia

De overtocht

Stefan Hertmans

.

Tijdens de Poëzieweek kreeg je bij de aankoop van een poëziebundel een gratis geschenk van de boekhandelaar. De kleine bundel ‘Neem en lees’ met 10 gedichten van de dichter Stefan Hertmans. Ik kende Stefan Hertmans niet maar hij blijkt bij onze zuiderburen een bekend dichter. Hertmans (1951) is een Belgisch auteur van een literair en essayistisch oeuvre (poëzie, roman, essay, theatertekst, kortverhaal) dat hem in binnen- en buitenland bekend maakt. Zijn gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars.

In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap en hij werd tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Daarnaast ontving hij de Maurice Gilliamsprijs voor zijn bundel ‘Goya als hond’. Niet zomaar de eerste de beste dichter dus.

Het bundeltje met de 10 gedichten geeft een aardig beeld van Hertmans als dichter. Deze gedichten zijn bij elkaar gezet omdat ze als gemeenschappelijk thema ‘herinnering’ hebben. Uit ‘Neem en lees’ het gedicht ‘De overtocht’.

.

De overtocht

.

Het zijn die ogen in de schaduw

die dood gelezen zijn.

Waarheid is een woord met wapens.

Het gaat om angst in de woestijn,

gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,

wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

.

Je moet niet met je vinger wijzen,

het was haar moeder die het zei.

Ze stak hem in haar keel,

de boot schokte zich door een storm

die de wereld overspoelde.

.

Haar vonnis onverstaanbaar,

iets dat zich niet liet beschrijven,

een vinger in een bloedend oog,

en naamloos door de jaren drijven.

.

Vingerwijzen

SH

Poëzie in beweging

Voor scholieren en iedereen die van poëzie houdt

.

Even geleden werd ik op de website http://poezie-in-beweging.nl/ gewezen. Op dat moment heb ik het adres van de website even opgeschreven en vervolgens weer vergeten. Maar zoals vaker kom ik soms papiertjes tegen met (vaak cryptische) zinnen of woorden of in dit geval een adres op internet. 

Toen ik de website werd ik meteen enthousiast. Want wat staat er in het welkoms-woord? “De bedoeling van deze vakoverstijgende educatieve poëzie-website is gedichten in de vreemde talen Duits, Engels en Frans zo aantrekkelijk en laagdrempelig mogelijk aan te bieden”.

Ik kan je melden dat de makers van deze website hun belofte volledig nakomen. Op de website staan allerlei rubrieken gevuld met interessante, mooie en leuke voorbeelden van gedichten, vormen poëzie, weetjes, filmpjes, interactieve gedichten, een quiz en ga zo maar door. Voor je het weet ben je uren zoet met het doorbladeren van deze geweldige website.

Hadelinde van der Hoek en Margreet Feenstra zijn terecht trots op hun werk en eigenlijk zou elke middelbare school gebruik moeten maken van de informatie op deze site. Juist ook omdat men zich niet tot Nederlandse gedichten en dichters beperkt maar ook Engels, Duitse en Franse dichters en gedichten behandeld en plaatst.

Uit deze enorme hoeveelheid leuke, interessante en mooie dichters en gedichten heb ik gekozen voor een gedicht van Anne Sexton over New York dat in de rubriek ‘gedichten over landen en steden’ staat.

.

PIB

as

A winter night

William Barnes

.

‘Country poems’, een bundeltje uit 1959 in de serie ‘Pocket poets’ samengesteld door Geoffrey Grigson is een klein mooi bundeltje met een doorsnee van alle beroemde Engelse dichters uit de voorgaande eeuwen. Zo staan William Shakespeare, Alfred Tennyson en William Wordsworth er in met elk drie gedichten maar ook minder bekende namen als Walter De la Mare, Walter Savage Landor en John Clare.

Maar er staan ook een paar gedichten in die niet terug zijn te voeren naar een dichter. Het gedicht dat ik gekozen heb is van de dichter William Barnes (1801 – 1886). Niet zo’n heel bekende naam maar ook hij is vertegenwoordigd met drie gedichten in deze bundel.

William Barnes was een dominee, dichter en filoloog (Een filoloog bestudeert de taal- en letterkunde van volkeren door middel van beschikbare geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van een volk). Barnes studeerde naast Duits, Frans, Grieks en Latijn ook Italiaans en Perzisch. Hij publiceerde maar drie dichtbundels waarvan ‘Poems of rural life in a Dorset dialect’ zijn debuut was waarmee hij zijn naam als dichter vestigde. Zijn gedichten zijn vaak geschreven in het dialect van zijn geboortestreek en ze schetsen het leven op het Zuid-Engelse platteland.

Zijn gedichten kenmerken zich door een zachtheid en gevoelige tederheid, een diep inzicht in het nederige landleven en een bijzonder gevoel voor het lokale landschap.

.

A winter night

.

It was a chilly winter’s night;
And frost was glitt’ring on the ground,
And evening stars were twinkling bright;
And from the gloomy plain around
Came no sound,
But where, within the wood-girt tow’r,
The churchbell slowly struck the hour;

.
As if that all of human birth
Had risen to the final day,
And soaring from the wornout earth
Were called in hurry and dismay,
Far away;
And I alone of all mankind
Were left in loneliness behind.

.

WB

Grave_of_William_Barnes_-_Winterborne_Came

Zijn graf bij St. Peter’s Church in Winterborne Came

.

Met dank aan Wikipedia.

In Juni

Elke Erb

.

Via via kwam ik het werk tegen van Elke Erb (Duitsland, 1938). Elke Erb  is vertaler en literair criticus, maar schrijft voornamelijk poëzie, proza ​​en essays op een manier die zich niet makkelijk laat plaatsen in een enkel genre. Geboren in de Duitse Eifel, verhuisde haar familie in 1949 naar Halle in de DDR . Daar  studeerde ze Duits, Slavische studies, geschiedenis en onderwijs.

Aangetrokken door de onafhankelijke vredesbeweging, het meewerken aan een onofficiële poëziebloemlezing en haar protest tegen de schending van de burgerrechtenactivist Roland Jahn leidt ertoe dat ze onder toezicht van de staat wordt geplaatst. Heden ten dagen woont Erb in Berlijn en is ze lid van de Saksische Academie van de Kunsten.

.

In 1998 verscheen in Raster een groot artikel over haar en uit deze uitgave het gedicht ‘In Juni’.

.

In juni

Deze vrouw is in juni jarig (net als mijn moeder, trouwens).
Ze is midden dertig, haar scheiding zit in het midden.
Schenkt iets in een glas, doet de deur dicht.
Maakt haar veters vast.
Ze werkt: ontwerpt, voert uit, doet.
Ze houdt wel van twee-keer-zo-oud.
Ze gaat naar een bos. Ze fietst. Ze woont beneden.
De huizen in haar buurt kruipen weg in het donker als rustende dieren, dicht bij elkaar.
En wat ik tot voor kort niet wist: ze is in juni jarig.
.
elkeerbkorr

Klaslokaal

Heinrich Heine

.

Gisteravond was ik op een ouderavond van mijn dochter. Overduidelijk in het Duits lokaal en toen ik ging zitten in de schoolbanken (al zijn dat al decennialang stoelen maar we blijven we ze zo gewoon hardnekkig noemen) zag ik naast mij op het raam de volgende sticker.

.

foto (31)

 

Het betreft hier een gedicht van Heinrich Heine (1797 – 1856). Vroeger moest ik niets hebben van Duits, de grammatica zat mij regelmatig in de weg. Toch koos ik het vak als taal en ik heb daar nog altijd geen spijt van. Het Duits kent vele prachtige dichters en schrijvers. Heine is daar zeker een van.

Hieronder het gedicht.

.

Der Schmetterling ist in die Rose verliebt,
Umflattert sie tausendmal,
Ihn selber aber, goldig zart,
Umflattert der liebende Sonnenstrahl.
.
Jedoch, in wen ist die Rose verliebt?
Das wüßt ich gar zu gern.
Ist es die singende Nachtigall?
Ist es der schweigende Abendstern?
.
Ich weiß nicht, in wen die Rose verliebt;
Ich aber lieb euch all’:
Rose, Schmetterling, Sonnenstrahl,
Abendstern und Nachtigall.

.

En voor iedereen die het Duits niet machtig is hier de Engelse vertaling.

/

The butterfly is in love with the rose
Flutters about it a thousand times,
But around it with tender gold
Flutters the loving sunbeam.
.
But, with whom is the rose in love?
That I would like so much to know.
Is it the singing nightingale?
Is it the silent evening star?
.
I know not with whom the rose is in love;
But I love you all:
Rose, butterfly, sunbeam,
Evening star and nightingale.

.

Vertaling: David Paley