Site-archief

Afscheid

Adriaan Morriën

.

Adriaan Morriën (1912-2002) was dichter, essayist, vertaler en criticus. In 1935 debuteerde hij met een gedicht in het, door Menno ter Braak, E. du Perron en Marice Roelants opgerichte, tijdschrift Forum.

Morriën was een bijzonder man binnen de letteren. Zo schreef hij vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool en werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Maar hij was ook betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren en werkzaam als redacteur van een aantal literaire tijdschriften waaronder Tirade. Daarnaast was hij adviseur van de uitgeverijen van Oorschot en De Bezige Bij.

Maar hij was ook dichter. Tijdens zijn leven publiceerde hij meer dan 15 poëziebundels waaronder zijn ‘Verzamelde gedichten’ in 1994 waaruit het volgende gedicht afkomstig is.

.

Afscheid

.

Zul je voorzichtig zijn?

.

Ik weet wel dat je maar een boodschap doet

hier om de hoek

en dat je niet gekleed bent voor een lange reis

.

je kus is licht

je blik gerust

en vredig zijn je hand en voet

.

Maar achter deze hoek

een werelddeel

achter dit ogenblik

een zee van tijd

.

Zul je voorzichtig zijn?

.

AM

Met dank aan het ANP Historisch Archief

Avond

Julian Przyboś

.

Julian Przyboś (1901 – 1970) was een Pools dichter, essayist en vertaler. Hij werkte als docent, in de bibliotheek van Lvov, als samensteller van literaire werken, als diplomaat in Zwitserland en als directeur van de bibliotheek Jagillonian in Krakow en als vice-president van de PEN club.

Zijn eerste gedichten in de jaren twintig kenmerken zich door de invloed van de theorie van Peiper. Daarin schuilt de fascinatie voor de bewuste poging om een creatieve tekst te maken. De dichters zien zichzelf als ambachtslieden. De gedichten gaan ook vaak over het creatieve proces die een metafoor lijkt voor het werk van de dichter. In de gedichten van Przyboś in deze periode komt ook zijn fascinatie met techniek naar voren die zich manifesteert in het gebruik van conventionele wetenschappelijke taal.

In de jaren dertig worden zijn gedichten meer reflectief en realiseert hij het idee van de avant-gardistische poëtica. Zijn gedichten worden dan gekenmerkt door discipline in woord en beeld. Hij is dan een meester in het gebruik en het stapelen van metaforen. Later nog komen steeds meer autobiografische motieven voor in zijn poëzie zoals het leven op de boerderij.

Uit de bundel ‘Bittere oogst’ vertaald door Gerard Rasch en uitgegeven door de Bezige Bij in 2000 het gedicht ‘Avond’.

.

Avond

.

Dezelfde sterren

fluisterden de avond als een ontboezeming.

.

De lantaarns kwamen uit de donkere poorten op straat

en hielden in de lucht stil halt.

.

De schemer transformeert de ruimten zachtjes.

.

De tuinen hebben hun bomen verlaten,

de grijze huisjes aan de rivier zijn weggedreven.

.

In lage oevers tussen Elzen stroomt verdriet.

.

Alleen de horizon nog buigt de hemel open

met de maan

en de weg leidt lang in de herinnering.

.

En jouw handen zaaien tussen ons een ver verschiet.

.

JP

evening

Lili Marleen

Gerrit Krol

.

Gerrit Krol (1934 – 2013) was schrijver,dichter en essayist met een groot oeuvre van meer dan 50 romans, dichtbundels en novelles. Hij kreeg voor zijn werk verschillende literaire prijzen en hij bekleedde een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1961 debuteerde hij met gedichten in het literaire tijdschrift Hollands Weekblad en in 1962 verscheen zijn roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker’.

Vanuit zijn bèta achtergrond (hij studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur) ontwikkelde Krol een heel eigen schrijfstijl. Hoewel hij niet veel poëziebundels publiceerde wordt zijn werk als dichter erg gewaardeerd.

Uit: ‘Het komt allemaal goed’ uit 2005 het gedicht ‘Lili Marleen’.

.

Lili Marleen

.

Het zijn de vrouwen die de mannen baren.

.

Of: hoe men de geslachten onderscheiden kan.

.

Op een stoel zit hij, wijdbeens,

maar niet lang, een

toegeworpen appel brengt

zijn benen bij elkaar – vangt

de vrouw door haar benen te spreiden

in haar rok, die wijdheid is haar gegeven.

.

De pantalon staat strak

gespannen van speld tot speld.

Dat kledingstuk is werkelijk om te zoenen.

.

Maar wie weet wat er gebeurt, in het algemeen?

.

De appel bewaard in haar schoot

is geen appel, maar

een blik soldaten,

die marcheren, een blik soldaten,

die zingen van die Laterne,

zingen van Lili Marleen.

.

Gerrit-Krol-522x391

 

lili marleen

 

Kon je maar beiden zijn, in wisseling…

C.O. Jellema

.

Cornelis Onno Jellema (1936 – 2003) was dichter, literatuurcriticus en essayist. Hij debuteerde in 1961 met poëzie in De Gids maar zijn werk kreeg niet veel aandacht. Dat veranderde in 1981 toen de bundel ‘De schaar van het vergeten’ werd gepubliceerd. In zijn vroege werk zocht Jellema naar een relatie tussen de verteller in het gedicht, en de wereld buiten die verteller. Later speelt de tijd een belangrijke rol. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen voelen en denken, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn kenmerkend door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Zo ook in het gedicht ‘Kon je maar beiden zijn, in wisseling…’ uit de bundel ‘Ongeroepen’ uit 1991.

.

Kon je maar beiden zijn, in wisseling…

.

Kon je maar beiden zijn, in wisseling

van lied en echo, voorgaand en geleid,

voorstelling van hoorbare werkelijkheid

die, in haar klank voorbij, herinnering,

.

zich nestelt in het oor van ieder ding

en ’t is Eurydice die zich bevrijdt

met oogopslag, gestalte blijkt – de tijd

de wederkeer nu van een beweging

.

wier richting, strevend derwaarts, tegenstroom

ontketent in atomen van bestaan:

er rest in ’t goedgesprokene dat nooit

.

verdelgbaar residu – noem het jouw droom:

’t voorziet in niets en wil toch verder gaan.

Gestold geruis wordt water als het dooit.

.

c-o-jellema-istanbul-1998

 

Die achternacht

Joost Zwagerman (1963 – 2015)

.

Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’

De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.

Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.

.

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.

Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen

.

Uit: Roeshoofd hemelt

.

zwagerman

Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl

Dada poëzie

Tristan Tzara

.

In de twintiger jaren van de vorige eeuw werd door Tristan Tzara, één van de stichters van de Dada beweging, een ‘recept’ geschreven voor het maken van een Dada gedicht.

Tristan Tzara (1896 – 1963) werd als Sami Rosenstock geboren in Roemenië en was was een dichter, essayist en performanceartiest die het grootste deel van zijn leven in Frankrijk leefde. Hij begon Dada toen hij in de Eerste Wereldoorlog, samen met Hugo Ball, naar Zürich vluchtte. De eerste voorstellingen vonden daar plaats, in Cabaret Voltaire. In 1919 vestigde hij zich in Parijs waar hij na drie jaar, als Dada ophoudt te bestaan (in 1921), bij de literaire voorloper van de surrealisten terechtkomt.

Zijn ‘recept’ voor het maken van een gedicht in Dada stijl is even simpel als inventief. Je zou het de eerste vorm van een readymade kunnen noemen.

tzara

dada

flux-de-luxe

Dada gedicht van Hugo Ball

Ball-1920-karawane

Vogels

Bert Schierbeek

.

Bert Schierbeek (1918-1996) was een van de dichters die aan de wieg stonden van de Vijftigers beweging. Hij was behalve dichter ook schrijver, essayist en toneelschrijver In Twente geboren groeide hij op in Groningen en studeerde hij in Amsterdam.

In 1946 sloot hij zich aan bij de Cobra-groep, die voornamelijk bestond uit beeldend kunstenaars en werd hij redacteur van het tijdschrift Het WoordSchierbeek verzette zich tegen traditioneel taalgebruik en literaire patronen. In 1951 publiceerde hij ‘Het boek Ik’, dat wordt beschouwd als het eerste Nederlandse experimentele prozaboek. De breuk met de traditie was compleet. De roman lijkt opgebouwd te zijn zonder verhaallijn en uit niet meer dan associaties van woorden en gedachten te bestaan.

Hij werkte samen met Lucebert en Karel Appel en hij won verschillende literaire prijzen zoals de Henriette Roland Holst-prijs in 1960, de Herman Gorterprijs in 1978 en de Constantijn Huygensprijs in 1991.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Vlucht van de vogel’ uit 1996 het titelgedicht.

.

Vlucht van de vogel
.

soms op een vleugje wind

soms in een storm

vliegen zij op

een wolk van vogels

voor de zon

.

welke dromen

bevliegen de vogels

dat zij zich

lichtvaardig

in zoveel lucht

begeven

.

vogels

 

Het gedicht Vlucht van de vogel is ook aangebracht op de gevel van een school aan de Jac. P. Thijsselaan in Oegstgeest
schierbeekMet dank aan Wikipedia.

 

 

La Poésie

 Tahar Ben Jelloun

.

Tahar Ben Jelloun is een Marokkaanse romanschrijver, dichter en essayist.Tahar Ben Jelloun was filosofiedocent. Sinds 1971 woont en werkt hij in Frankrijk, waar hij een studie Psychologie oppakte en in 1975 een doctoraat behaald in sociale psychiatrie, waar hij ook zijn werk van maakte.

Ben Jelloun schrijft in het Frans, hoewel het Arabisch zijn moedertaal is. Hij schreef voor diverse tijdschriften en kranten, waaronder Le Monde. Zijn roman ‘Gewijde Nacht’ (een vervolg op ‘L’Enfant de sable’) won de Prix Concourt in 1987. In 2004 ontving hij de International IMPAC Dublin Literary Award voor ‘Een verblindende afwezigheid van Licht.

In 2008 schreef Tahar Ben Jelloun het volgende bij onderstaande afbeelding:

La poésie n’est pas ou n’est plus dans les mots ; elle est dans l’acte d’entrer dans le tourbillon de ce qu’on ne maîtrise pas. Passion et poésie fusionnent de la montée vers les cimes à la chute dans les entrailles de la terre.

Une prière à ajouter au registre de l’espérance : Mon Dieu ! Donnez-nous une passion ! Qu’elle vienne de l’étrange ou de l’inconnu, qu’elle soit forte et belle, qu’elle fabrique du bonheur et de la folie, mais qu’elle soit là sur notre chemin, tant que nous avons l’énergie de défier les impossibles, d’imaginer le rêve et d’en être jusqu’à la fin.

Of in het kort in het Nederlands (vrij geïnterpreteerde vertaling):

Poëzie is niet meer alleen woorden ; het is een handeling die we aangaan in een draaikolk die we niet kunnen controleren. Passie en poëzie samenvoegen tijdens de klim naar de toppen, of het afdalen in de ingewanden van de aarde.

Een gebed om toe te voegen aan het register van de hoop : God ! Geef ons een passie! Het komt van het vreemde of het onbekende, het is sterk en mooi, het produceert geluk en waanzin, maar het is er op onze manier, zoals we de energie hebben om het onmogelijke van een droom te bedenken en er bij te zijn tot het einde .

.

Tahar Ben Jelloun

 

Tahar-Ben-Jelloun_Seminaire-Soutien-Taubira2

Taal zonder mij

Kristien en Herman

.

Van mijn vrouw kreeg ik het luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts (uitgeverij Rubinstein, 2006). In dit luisterboek leest Kristien Hemmerechts haar boek voor op 4 cd’s. Het boek gaat over haar leven met de (te vroeg gestorven) Vlaamse dichter Herman de Coninck,  over haar verdriet, over hun leven, over zijn poëzie, zijn brieven – over de man die ze liefheeft. Behalve dat het een genot is om naar de prachtige stem van Kristien in het Vlaams te luisteren, is het luisterboek ook zeer informatief en goed geschreven.

Veel stukjes uit de poëzie van Herman, een inkijkje in het leven van een schrijversechtpaar en een mooi document als eerbetoon aan de dichter de Coninck of zoals ze zelf zegt een ‘monument ter ere van afwezigheid’. Al luisterend komen er verschillende stukken uit gedichten van Herman langs die me opnieuw heel nieuwsgierig maken naar zijn poëzie.

Daarom uit zijn bundel ‘De lenige liefde’ uit 1969 het gedicht met als beginregel ‘O, ik weet het niet’.

.

o ,ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien
zeg: het leven is een brood
om in te bijten en de appels zien rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.

.

hermankristien

Foto: Lieve Blanquaert  ( http://www.lieveblancquaert.be/)

.

kristien-hemmerechts-taal-zonder-mij

Meneer Cogito

J. Bernlef

.

J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.

.

Meneer Cogito in Rotterdam

.

Zijn gelaatstrekken wijken

half op de achtergrond al

lijken zijn ronde ogen geloken

.

Meneer Cogito spreekt

over de puzzelstukken van zijn bestaan

door anderen gelegd

.

Tot een beeld dat hij

denkt te herkennen

op één stukje na

.

In de marmeren wand achter zijn rug

opent zich een deur

vol spiegelend licht

.

De vleugelloze engel zet

een zwarte stoel op het toneel

terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt

.

Aan draden worden rotsen neergelaten

ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij

net over het heldere oog van de kiezel begint

.

De engel wil dat hij gaat zitten

maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag

getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait

.

De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd

compleet met jaartallen en naam en daarachter

de stoel, uitnodigend zwart

.

Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd

al kijkend naar de stoel

wil hij ‘Icarus’ zeggen

.

Plompverloren valt hij de engel in de armen

dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder

vleugels

in een woordloze omhelzing verstrengeld.

.

bernlef-300x166

 

engel