Site-archief
Arthur Rimbaud
De schamele droom
.
Arthur Rimbaud (1854 – 1891) was als dichter vertegenwoordiger van het symbolisme en decadentisme en een van de grote vernieuwers van de dichtkunst. Andere bekende decadenten zijn Oscar Wilde, Paul Verlaine en Stanislaw Prybyszewski. Kunst, zo vonden de decadenten, moet een een vrijplaats van de banale wereld zijn. Uiterste schoonheid en zuiverheid moeten worden nagestreefd.
Bij het symbolisme worden verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal gesteld. Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool staat daarbij centraal, en wordt een zintuiglijk waarneembaar teken dat verwijst naar een poort naar de niet-zintuiglijke wereld.
Als dichter heeft Rimbaud een eigen kijk op poëzie en de dichter. Rimbaud heeft het over de dichter als ziener. “Je est un autre” (ik is een ander) zo stelt hij. Om ziener te kunnen worden moet een ‘beredeneerde ontregeling van alle zintuigen’ plaatsvinden. De dichter moet de eigen zintuigen rationeel ontregelen om zo een nieuwe werkelijkheid te scheppen, met nieuwe beelden, een nieuwe universele taal. Rimbaud hanteert zijn beginselverklaring principieel en stapt af van alle conventionele paden als het gaat om zijn levensstijl en zijn poëzie: hij wordt een van de grootste vernieuwers van de poëzie.
In 1998 verscheen bij uitgeverij Athaneum-Polak & Van Gennep ‘Gedichten’ met een keuze uit het werk van de Franse dichter met vertalingen en toelichtingen. De vertalingen zijn van Paul Claes. Uit deze bundel het gedicht ‘De schamele droom’.
.
De schamele droom
.
Een Avond wacht wellicht
Waarop ik weltevreden
In een dier oude Steden
Met drank mijn dood verlicht:
Omdat geduld me ligt!
.
Als ooit mijn kwaal verdween
en ooit me goud behoorde,
Trok ik naar het Hoge Noorden
Of naar de Wijnstreek heen?…
– Ach dromen zijn gemeen
.
Omdat ze gauw vergaan!
Nooit zal, al word ik weer
De zwerver van weleer,
De groene kroeg voortaan
Nog voor me openstaan
.
.
Le pauvre Songe
.
Peut-être un Soir m’attend
Où je boirai tranquille
en quelque vieille Ville,
Et mourrai plus content:
Puisque je suis patient!
.
Si mon mal se résigne,
Si jái jamais quelque or
Choisirai-je le Nord
Ou le Pays des Vignes?…
– Ah songer est indigne
.
Puisque c’est pure perte!
Et si je redeviens
Le voyageur ancien
Jamais l’auberge verte
Ne peut bien m’être ouverte.
.
‘Le bateau ivre’ als muurgedicht in Parijs
Czeslaw Milosz
Dichter van alle nationaliteiten
.
Czeslaw Milosz wordt vaak als Pools dichter geportretteerd maar werd in 1911 geboren in Litouwen ( hij overleed in 2004 als Amerikaans staatsburger) dat toen deel uitmaakte van Rusland. Hij studeerde in Vilnius en trok later naar Warschau. In de tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet maar in 1951 brak hij met de Poolse communistische partij (hij was na de oorlog Pools diplomaat). In 1951 vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk. Uiteindelijk kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij weer in Polen. Een waar wereldburger. In 1980 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.
Uit de in het Nederlands vertaalde bundel ‘Verre omstreken’ uit 1991 het gedicht ‘De zin’.
De zin
‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’
‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’
‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’
Marché de la poésie
Parijs
.
Van 11 tot en met 15 juni werd op de Place Saint-Sulpice de 32ste editie van de Marché de la Poésie georganiseerd. In 1983 organiseerde uitgever Jean-Michel Place voor het eerst deze poëzie manifestatie die is uitgegroeid tot de grootste poëzie manifestatie in Frankrijk.
Dit niet te missen evenement voor liefhebbers van poëzie wordt jaarlijks gehouden in Parijs op de Place Saint-Sulpice. In de vijf dagen die dit evenement duurde dit jaar, kwamen meer dan 500 uitgevers af. Er werden poëzietijdschriften verkocht, er waren workshops creatief schrijven, exposities, er werd voorgedragen en uiteraard werd er poëzie verkocht. Daarnaast waren er lezingen en meer dan 300 signeersessies bij de vele stands waar veel publiek op af kwam.
Voor deze 32ste editie, werden dichters van de Congo in de spotlights gezet. Negen landen waren vertegenwoordigd: Angola, Burundi, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo, Gabon, de Democratische Republiek Congo, Rwanda en Tsjaad.
Naast dit evenement, werden ook andere evenementen in Parijse voorsteden georganiseerd. Voor het volledige programma van dit jaar kijk je op http://poesie.evous.fr/-32e-Marche-de-la-Poesie-.html (in het Frans).
Leanne O’Sullivan
Vrouw, jong en Iers
.
Een Ierse dichtersweek is niet compleet zonder jong Iers talent. En ook een vrouwelijk dichter ontbrak nog. Leanne O’ Sullivan vult dit gat. Leanne (1983) studeerde Engelse literatuur aan het University College in Cork. Op 21 jarige leeftijd verscheen van haar hand ‘Waiting for my clothes’ bij The British House Bloodaxe. Ze heeft inmiddels verschillende belangrijke poëzieprijzen gewonnen waaronder de eerste prijs in The seacat poetry competition, de RTE Rattlebag poetryslam, de Rooney prize for Irish literature, de Davoren Hannah award for young emerging Irish poet en the Lawrence O’Shaughnessy Award for Irish Poetry . Wat haar werk kenmerkt is niet zozeer het feit dat ze nog jong is maar het feit dat ze durft te schrijven over hoe dat nou precies is, jong zijn. Haar poëzie heeft haar al op festivals en lezingen gebracht in Frankrijk, China en India.
.
when you snap me up on your lizard tongue
and wrap yourself around me as if I was a spool.
Vague as metaphors you tease, trawling
your shadows as feathering clouds do,
shedding infant vowels in your vaporous image.
You will never be perfected, and while
you are half- born I will never sleep.In pickling ink I preserve all your fruits;
Perhaps you are a prophecy,
a mouthing of the boundless, or some
God or other Minerva festering
like secrets in empty lines.
Years gone now, labouring to drain
the reddest blood from your throat,
and I am none the wiser.
Vroeger was het vreemd
Oude ansichten
.
Op zoek naar een afbeelding van een gedicht op een ansichtkaart voor een andere post op dit blog kwam ik op Ebay een oude Franse ansichtkaart tegen met de vrij dubieuze titel “French Nude Virgin Slaves Poem”.
Op deze duidelijk geposeerde ansichtkaart uit circa 1900 staat het volgende gedichtje:
.
Et dans leur ignorance
les vierges en silence
S’enlacent sans savoir
leurs bras cherchent l’espoir
.
Of in het Nederlands:
.
en in hun onwetendheid,
maagden in stilte,
niet wetend in omhelzing,
hun armen op zoek naar hoop
.
Toeval bestaat niet
Pham Duy en Guillaume Apollinaire
.
Afgelopen zaterdag was ik bezig met een blogbericht waar ik niet helemaal uitkwam. Het betrof een gedicht van Guillaume Apollinaire waar ik de tekst niet van kon achterhalen. Dat was ook de reden dat ik ergens anders over schreef die dag. Tot ik op zondag via Goodreads, waar ik al eerder over schreef, een bericht las over het overlijden van een bekend Vietnamees componist Pham Duy. Niet dat ik Pham Duy kende maar toen ik het stukje las bleek dat deze componist een muziekstuk heeft gecomponeerd “Mùa Thu Chết” of “De herfst is dood” zoals de vertaling luidt, dat gebaseerd is op een kort gedicht van, jawel, Guillaume Apollinaire met de titel “L’Adieu,”.
Omdat ik hier vaker schrijf over de relatie tussen film en poëzie en ook over de poëzie in muziek leek me dit een mooie gelegenheid dit met jullie te delen.
.
L’Adieu
.
J’ai cueilli ce brin de bruyère
L’automne est morte souviens-t’en
Nous ne nous verrons plus sur terre
Odeur du temps brin de bruyère
Et souviens-toi que je t’attends
.
Pham Duy ( 1921-2013) was een populaire Vietnamese componist. Hij wordt samen met Van Cao en Trinh Cong Son gezien als een van de drie meest opmerkelijke componisten van de moderne, niet-klassieke, Vietnamese muziek. Pham Duy was meer dan 50 jaar actief en heeft in die tijd duizenden liedjes geschreven.
Met dank aan Wikipedia en Goodreads.com
.
Aanklacht tegen de oorlog
Dichter in verzet
.
Nu de hele wereld in rep en roer is om de gifgasaanval in Syrië wordt her en der ook teruggekeken naar gifgasaanvallen in het verleden. Gifgas werd niet voor het eerst in de eerste wereldoorlog gebruikt, maar al in de tijd van de oudheid. De Perzen zouden tijdens een beleg van de plaats Dura aan de rivier de Eufraat de Romeinen hebben vergiftigd met pek en zwavel in het jaar 256. De eerste grote gifgasaanvallen echter (chemische wapens) stammen uit de eerste wereldoorlog.
De dichter Wilfred Owen (1893 – 1918) wordt gezien als één van de grootste Engelse dichters van de eerste wereldoorlog (War poets). Hij werd beroemd door zijn oorlogspoëzie waarin de loopgraven en de gifgasaanvallen een grote rol speelden. In 1915 meldde Owen zich, voornamelijk uit romantische overwegingen, als vrijwilliger aan bij het leger. In januari 1917 werd hij, toegevoegd aan The Manchester Regiment. Na een aantal traumatische ervaringen (zo zat hij 3 dagen vast in een bomkrater) werd hij met een shellshockdiagnose naar huis gestuurd en opgenomen in het Craiglockhart War Hospital in Edinburg. Het was daar dat hij Siegfried Sassoon ontmoette.
Owen sneuvelde op 4 november 1918 tijdens een actie bij het Sambre -Oise kanaal, een week voor het tekenen van de wapenstilstand.
Owen voelde zich al op jeugdige leeftijd aangetrokken tot de dichtkunst, voornamelijk door zijn fascinatie voor het werk van John Keats, wiens invloed merkbaar aanwezig is in zijn vroege werk. Zijn poëzie veranderde sterk tijdens zijn verblijf in Craiglockhart. Als onderdeel van zijn therapie werd Owen, door zijn behandelend arts, aangemoedigd zijn ervaringen in Frankrijk om te zetten in gedichten. Sassoons invloed bestond vooral uit het stimuleren van een andere stijl en inhoud van de gedichten. Owen nam vooral Sassoons satire en realisme over. Er zijn verscheidene handgeschreven manuscripten van Owen’s werk bekend, compleet met Sassoon’s commentaar.
De grootste bijdrage aan Owens roem door Sassoon is waarschijnlijk de promotie van diens werk geweest, zowel voor als na zijn dood. Sassoon was een van Owens eerste redacteuren, al tijdens hun verblijf in Craiglockhart.
Een beroemd gedicht van Owen over de gifgasaanvallen lijkt een aanklacht tegen gifgas maar in feitelijk een aanklacht tegen de oorlog of zoals een commentator Say Tan het omschrijft: “Owen is saying, basically, that if the kind of “patriots” who always think war is somehow “noble” actually heard the blood gurgling in a dying man’s lungs as it frothed up out of his mouth, they might not think war was such a glorious thing after all, and they might realize there is nothing “fitting and sweet” about dying for a country.”
.
Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned out backs,
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots,
But limped on, blood-shod. All went lame, all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.
.
Gas! GAS! Quick, boys!–An ecstasy of fumbling
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And flound’ring like a man in fire or lime.–
Dim through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.
.
In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.
.
If in some smothering dreams, you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin,
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,–
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.
Met dank aan Wikipedia en Poetseers.org
Lai
Versvormen
.
Vandaag weer een bijzondere versvorm de ‘Lai’ .
De Lai is mogelijk afkomstig uit de Provence (Frankrijk) en bestaat uit 4 maal drie regels waarbij het rijmschema aab wordt gehanteerd. Of zoals de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren het beschrijft: Een 12e- of 13e-eeuws Oudfrans verhaal in paarsgewijs rijmende verzen van acht lettergrepen (wat dus een andere uitleg is dan hetgeen hieronder staat, wat maar eens benadrukt dat er geen consensus bestaat over wat een lai precies is). Weer een andere bron geeft als betekenis van lai een Keltische vorm van verhalende poëzie. De vraag wat een lai precies is, is nog nooit tot ieders tevredenheid beantwoord schrijft de DBNL dan ook terecht.
Het metrum is: de a regel: 3 jamben, de b regel 1 jambe. Niet al te ingewikkeld dus maar met een verrassend effect. Hieronder twee voorbeelden de eerste is van Quinty Leeuwenvacht.
.
Sweet dreams
We zoenen lekker loom
Als in een zoete droom
Pom pom
.
Dan neem je het condoom
En schuift het zonder schroom
Er om
.
Eerst doen we het heel sloom
Mijn lichaam wasemt stoom
Ik grom
.
Dan ga je zonder toom
Je zet me onder stroom
Ik kom!
.
Psalm 17 1-5
.
Heer luister naar mijn bee.
Ik dien uw zaak der vree.
Aanhoor.
.
Mijn ogen zien naar u,
Dus vel uw oordeel nu.
Ga door.
.
Geen onrecht is in mij,
Mijn taal oprecht en blij.
Bekoor.
.
Ik volg ’t Pad der Wet,
Ik ga met vaste tred
Ervoor.
.



















