Site-archief
Vermits
Alja Spaan
.
Deze week wil ik gedichten delen uit bundels die ik de afgelopen jaren heb gekocht of gekregen, van dichters die debuteren of juist al vaker publiceerden. Bundels die ik op dit blog al eens besprak maar die toch zeker de moeite waard zijn om nogmaals aandacht aan te besteden.
Een van die bundels is ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid’ uit 2018, van Alja Spaan (1957). Degene die mij kennen weet dat ik Alja al lang ken, dat we samen een bundel hebben gemaakt: Je hebt me gemaakt met je kus’ uit 2010, uitgegeven bij haar uitgeverij Atelier 9en40, dat ik voordroeg bij haar huiskamerateliers tijdens Alkmaar Anders en dat we tegenwoordig samen in het bestuur van Meander zitten (met Peer van den Hoven).
Uit haar mooie bundel met haar zo typerende disticha vorm ( strofes van een gedicht in twee regels) koos ik voor het gedicht ‘Vermits’.
.
Vermits
.
Onbezochte plaatsen als die, linksom onder de
oksels door, het is geen vakantie, zeg
.
je, geen hoogseizoen, er valt eigenlijk niets te
zien. Opeens ben je van
.
de kaartverkoop, scheurend langs de stippellijn,
verboden strookjes op de grond te
.
werpen. Opeens ben ik van de attracties, hangend
in de wachtrij. Hoe anderen dat doen is
.
niet interessant. Ik heb eigenlijk alle dagen vrij,
zeggen we, of hoe werk een
.
substituut is voor eenzaamheid. Een volgende
keer beloven wij. Handen klem onder
.
de armen, nagels langs een halve maan, zon zakkend
in een eiland.
.
Dichter op bezoek
Dichter van de maand
.
Wanneer je de titel van dit stukje leest denk je misschien; is dit een nieuw initiatief in tijden van Corona? En kan dat dan of moet de dichter (op bezoek) dan een mondkapje voor? Maar nee, het gaat hier niet over een nieuw initiatief (wat trouwens best een goed idee is bedenk ik me nu, dichter op bezoek, waarom ook niet?) maar het betreft hier een gedicht van de dichter van de maand augustus, de Duitse dichter Michael Krüger.
In vertaling van opnieuw Cees Nooteboom koos ik vandaag voor het gedicht met de titel ‘Dichter op bezoek’ uit de bundel ‘Voor het onweer’ uit 2012.
.
Dichter op bezoek
.
Hij komt onaangekondigd, zoals altijd,
en vertelt het verhaal van de rivier
die zijn naam tegemoet stroomt
maar hem nooit bereikt.
.
Ik ben de rivier, zegt de dichter,
alsof wij dat niet allang wisten.
Alles verzwelgt hij, je moet echt oppassen,
zijn honger naar dingen is niet te stillen.
.
Wat hem aan waardigheid herinnert of
verering verlangt, vindt hij pijnlijk,
dan heeft hij het over watervlooien en riet.
.
Drie dagen stroomt hij door ons huis,
.
en drie dagen lang kijken we elkaar aan
zonder te weten wie we zijn.
.
Chloe
Liefdesgedicht
.
Het is alweer even geleden dat ik een liefdesgedicht deelde. En er zijn zoveel prachtige liefdesgedichten geschreven door de eeuwen heen. Ook door Quintus Horatius Flaccus (65 tot 8 voor Christus), een Romeins dichter. Wij kennen hem vooral onder zijn tweede naam Horatius. Zijn eerste dichtwerk was een bundel gedichten, een boekrol met tien Satiren. Deze boekrol kwam uit toen Horatius dertig jaar oud was. De Satiren gingen over morele en maatschappelijke kwesties, waarbij Horatius zich voordoet als een man van het midden. Lange tijd polijstte hij zijn gedichten (limae labor, ‘het werk van de vijl’) voordat hij ze publiceerde. Horatius zelf zegt, dat de Satiren geen gedichten zijn, maar één gedicht verwekt door een menselijke inspiratie en een stem met sublieme geluiden.
Taalnuancering heeft Horatius opgedaan in wijze gesprekken tijdens zijn schoolcarrière en studietijd. Het werk ‘Satiren’ laat de gedachten van een elegante, zeer geleerde man van de wereld zien. Ook schreef Horatius het werk ‘Epode’, dat uit jambische disticha bestaat (een gedicht of een strofe van een gedicht dat uit twee regels bestaat) en in 30 v.Chr. werd gepubliceerd. Deze gedichten werden door Horatius zelf ‘iambi’ genoemd. Jambische verzen zijn verzen waarbij een lange regel afgewisseld wordt met een korte regel. Horatius leverde in zijn werken veel kritiek. Zijn grootste bijdrage in het geven van literaire kritiek is zijn ‘Ars poetica’.
In 30 voor Christus schreef Horatius zijn ‘Carmina’ in navolging van de Griekse lyrici, vooral Alcaeus en Sappho, verwerkt hij allerlei onderwerpen in korte, lyrische gedichten. Het werk bestond uit 3 boeken en bestaat uit zo’n 88 gedichten. Hij maakte hierbij goed gebruik van de vrijheden van de woordvolgorde die de Latijnse grammatica toeliet. Horatius probeerde met zijn Carmina, liederen, de oudere Griekse lyriek een plekje te geven in de Romeinse Poëzie en, uitgaande van deze klassieke oude vormen, in het Latijn gelijkwaardige werken te pubiceren. Hoofdthema’s in deze gedichten/liederen zijn liefde, wijn, feestvreugde en de positieve periodes van Augustus’ regering.
Een gedicht uit deze ‘Carmina’ is het gedicht ‘Chloe’ of in het Latijn ‘Carmen 1: 23’.
.
Chloe
.
Als een hertje , Chloë, vlucht je heen,
dat zijn bange moeder heel alleen
in de bergen zoekt, benauwd
voor alle briesjes in het woud.
.
Of het nu de lentehuiver is
in het lover, of een hagedis,
die goren door de bramen drong,
in hart en knieën trilt het jong.
,
Echt, ik ben geen wrede tijgerin
of geen Moorse leeuw die je verslindt.
Laat je moeder rustig gaan:
achter een man moet je nu aan.
.
Toen je stilte stuurde
Pom Wolff
.
Dichter Pom Wolff ken ik al jaren van zijn website https://www.pomgedichten.nl/ . Ook stond hij op het podium van Ongehoord! en was hij meerdere malen slamfinalist, won hij een aantal slampoetry wedstrijden en was hij onder andere dichter van het jaar in 2005 in Delft. Maar nu heb ik deze week een bundel van hem cadeau gekregen met de titel ‘toen je stilte stuurde’. Deze bundel uit 2006, uitgegeven door Uitgeverij Holland, is na zijn debuutbundel ‘Je bent erg mens’ die in de Windroosreeks verscheen, zijn tweede bundel.
Jos van Hest zei over ‘toen je stilte stuurde’: “Ze zingen en kreunen, ze zijn onrustig en argwanend, ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd; de gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid, maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.”
Lezend in de bundel bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Soms leek het op leven soms zelfs meer’ en dat is meestal een teken dat ik dat specifieke gedicht met jullie wil delen.
.
Soms leek het op leven soms zelfs meer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen het weer
aan jonge geliefden
die likken als honden
zij lusten er pap van wat willen zij meer
.
aan slammers poëten
die schrijven op armen
over billen en borsten over tepels en teer
aan ouden van dagen
die zochten niet vonden
de dood onder ogen en pijn van weleer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen steeds weer
het leek soms wel leven
maar het is van het water
het begin en het einde en nooit was er meer
.
Geliefde gedichten
D.R. Camphuysen
.
Er zijn heel veel dichters geweest die in hun tijd bekend waren of geliefd maar die nu vrijwel niemand meer kent. Dat zijn (bijna) vergeten dichters. In de bundel ‘Geliefde gedichten’ die iedereen kent maar niet kan vinden uit 1972, gekozen door Wim Zaal, staan vele voorbeelden. Een van die voorbeelden is de dichter Dirk Rafaelsz. Camphuyzen. De dichter, predikant en kunstenaar Camphuysen (1586 – 1627) was eerst onderwijzer, toen predikant en na zijn verdrijving van de kansel omdat hij niet rechtzinnig was, vlashandelaar werd. In 1618 schreef hij het gedicht ‘Daar moet veel strijds gestreden zijn’.
.
Daar moet veel strijds gestreden zijn,
Veel kruis en leeds geleden zijn,
Daar moeten heil’ge zeden zijn,
Een nauwen weg betreden zijn,
En veel gebed gebeden zijn,
Zo lang wij hier beneden zijn;
Zo zal ’t hierna in vreden zijn.
.
Twee kerkhoven
Dichter van (de rest van) de maand
.
Ik lees in de bundel ‘Voor het onweer’ van de Duitse dichter Michael Krüger in vertaling van Cees Nooteboom uit 2012, en ik kom tot de conclusie dat ik zijn poëzie bijzonder krachtig en mooi vind. Reden om Krüger de rest van de maand augustus dichter van de maand te maken. Dus de komende zondag een gedicht van zijn hand op dit blog.
Vandaag het gedicht ‘Twee kerkhoven’, een niet heel verrassende keuze voor mensen die mij een beetje kennen. Kerkhoven zijn om meerdere reden plekken waar ik graag kom; om de rust en stilte, als plek van bespiegeling en beschouwing en om de cultuurhistorische waarde, kerkhoven zijn ook altijd een weerspiegeling van een tijd en een cultuur. Sommige zijn sober en ingetogen en andere zijn uitbundig en vol ‘leven’. Kruger beschrijft dit prachtig in onderstaand gedicht. Bezoek maar eens een willekeurige begraafplaats buiten Nederland of zelfs in een ander deel van Nederland en je begrijpt wat ik bedoel.
.
Twee kerkhoven
.
Vandaag ben ik langs twee kerkhoven gekomen.
Het ene lag afwijzend onder de gloeiende zon
en zei met al zijn houten kruisen: Nee!
Het andere prees zich aan met duizendhandige ahorn
en vogelgezang voor zijn gepolijst marmer.
Ik kon niet kiezen. Voor alle twee viel veel te zeggen.
Ook de doden konden me niet verder helpen,
vergeten dichters en scheikundeprofessoren,
hun gespeelde ernst verwarde me.
Toen voelde ik het potlood in mijn jaszak,
mijn vriend op alle reizen, en ik maakte me klein
en verdween.
.
Begraafplaats in Sighișoara, Transsylvanië (Roemenië) Foto: WvH
Django Reinhardt (1910-1953)
F. Papenhove
.
Door een berichtje van Jiske Foppe op Facebook werd ik gewezen op het bestaan van dichter F. (Fred) Papenhove (1956). Zij deelde een gedicht van zijn hand dat was opgenomen in de bundel ‘Van geluk gesproken’ een Rainbow pocket uit 2007. Na enig zoekwerk blijkt dat F. Papenhove in 2000 zijn debuut als dichter in het Haagse literaire tijdschrift Bordelaise Literair (tegenwoordig Sub Rosa) maakte.
Fred Papenhove werkte onder andere als dienstplichtig marinier, boekverkoper, privéchauffeur, museumdocent, verslaggever bij het Haags Straatnieuws en de daklozenkrant en hij is dichter en prozaschrijver. Sinds zijn debuut zijn er van hem o.a. gedichten geplaatst in de dichtbundels ‘Daar komen de dichters’ (2003), ‘War on War’ (2003), de ‘Kidsgids Den Haag’ (editie 2002-2003) en in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ (2001), ‘Rotterdam de stad in gedichten‘ (2002) en ‘Antwerpen de stad in gedichten‘ (2003). Er is van hem ook poëzie geplaatst in het literaire wielertijdschrift De Muur (2004).
In 2005 verscheen van hem bij de Windroos de bundel ‘De Rode Soldatenvis / Poisson – Soldat Rouge’. In 2009 won hij de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond voor de bundel ‘De hemel is vol zwaluwen’, in 2011 verscheen zijn bundel ‘Zweep je best been voor’ en in 2015 ‘Rechte paden doen ons niets en andere gedichten’. Van Fred Papenhove werd poëzie gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’, ‘Ballustrada’ en in ‘Hollands Maandblad’.
Op de site http://www.epibreren.com/ staan twee gedichten van zijn hand uit 2004 waaronder het gedicht over gitarist Django Reinhardt.
.
Django Reinhardt (1910-1953)
.
O, Franssprekende zigeunerguitarist,
De sterren halen je aan (ook op cd).
.
Weg met je linker pink & ringvinger
Snel.
.
Hiphoppers, beboppers, rockers &
Speedfreaks, zoeken net als jij – deed –
.
Naar een moment, waarin stilte
Vermengd met ruis, eeuwigdurend roept
Is daar iemand?
.
















