Site-archief
Prijs der Nederlandse Letteren
Judith Herzberg
.
Afgelopen donderdag heeft de koning op het paleis op de Dam in Amsterdam de Prijs der Nederlandse Letteren uitgereikt aan de dichter Judith Herzberg (1934). In het rapport dat de jury heeft opgesteld staat onder andere te lezen:
‘De poëzie van Herzberg is hartverscheurend eenvoudig en juist daardoor complex. Haar precieze observaties uit het dagelijks leven leggen iets essentieels van het menselijk verkeer bloot. Haar toon is altijd natuurlijk, zo natuurlijk dat die alleen maar het gevolg kan zijn van een enorme beheersing van taal en vorm, van techniek.’ en ook: ‘Haar taal nadert de muziek.’
Ze krijgt de prijs niet alleen voor haar poëzie maar ook voor haar toneelstukken en proza. De Prijs der Nederlandse Letteren is de laatste prijs in een lange rij van prijzen die Herzberg al voor haar poëzie mocht ontvangen zoals de Jan Campert-prijs (voor Botshol uit 1980), de Constantijn Huygens-prijs (oeuvre prijs) en de P.C. Hooft-prijs (oeuvre prijs).
Nu dus deze prestigieuze prijs met een prijzengeld van maar liefst € 40.000,- en de bijbehorende eeuwige roem, maar die had ze natuurlijk al verdiend met haar prachtige poëzie.
Uit de prijswinnende bundel ‘Botshol’ uit 1980 het titelgedicht. Botshol is een plassen- en moerasgebied in de provincie Utrecht.
.
Botshol
.
Altijd bang in nachtdiep water
dat is bang aan land.
,
Dit is geen hol, eerder een leegte
geen stootrand voor begrip, begeerte,
.
noch een grot met ruwe wanden
waarin op de tast.
.
Zonder randen ligt het zonder
berm, horizon, houvast.
.
Geen bodem waarop schaduw meevaart.
Helder het zwartst.
.
Onttrekt zich in verte aan verte
onttrekt zich in vlakte.
.
Water onder water
luistert niet. Likt niets los.
.
3000!
Zichtbaar alleen
.
Op 1 oktober 2007 publiceerde ik mijn eerste bericht op (toen nog via web-log.nl) dit blog. De toon en de intentie was toen nog heel anders. Ik was bezig met het uit laten geven van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen’ waar dit blog naar vernoemd is. De lezer (jullie dus) werd destijds in mijn eerste bericht nog aangesproken vanuit de derde persoon want in het bericht lijkt meer op een persbericht dan op een persoonlijk bericht. Op 23 november 2018 verscheen mijn 3000ste bericht (schooljuffrouw). Een mijlpaal waar ik van te voren wel mee bezig was maar toen het zover was geen erg in had.
Omdat ik wel wat heb met cijfers en statistieken wilde ik er toch even stil bij staan. Daarom uit ‘Zichtbaar alleen’ mijn eerste bundel (nog steeds te koop, ook via dit kanaal) waar het allemaal mee begon het gedicht ‘Vraatzucht’ uit het hoofdstuk ‘De zeven hoofdzonden’.
.
Vraatzucht
.
Het volgegeten lijf
zwaar bukkend onder
een consumptief verlangen
.
zwaarmoedig, ontevreden
uitgekauwd en uitgekotst
wordt het ongenoegen van
het denken gevoed
.
lijdzaam groeien de
grenzen van het fatsoen
naar een punt van
geen terugkeer
.
en steeds weer
moet het opnieuw
en meer
.
Stinklied
Willem Wilmink
.
Op de zondag wanneer ik light verse gedichten met jullie deel mag natuurlijk een van de grote light verse dichters en liedjesschrijvers van Nederland niet ontbreken. Afgelopen seizoen werd zijn werk nog regelmatig bewierookt bij De Wereld Draait Door en vandaag hier een gedicht van Willem Wilmink (1936 -2003). Het is het gedicht ‘Stinklied’ uit zijn verzamelbundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’ uit 1986 die destijds werd uitgegeven ter gelegenheid van zijn 50ste verjaardag.
.
Stinklied
.
Dag, dames en meneren,
wij dragen vuile kleren,
van modder staan ze stijf,
ze plakken aan ons lijf.
.
Die vlekken en die vegen,
daar kunnen wij wel tegen,
wij vinden het wel fijn,
om vies en goor te zijn.
.
Wij willen ook niet douchen,
wij doen zoals een poesje,
we likken ons wel schoon,
wij likken. Heel gewoon.
.
Mijn moeder wast mijn oren,
ze wast me ook van voren.
Mijn moeder wast mijn kont.
Dat is toch niet gezond?
.
Van wassen ga je blinken.
Laat ons maar lekker stinken,
en door de wereld gaan
met vuile kleren aan.
.
Indische poëzie
Tj. A. de Haan
.
In de boekhandel kwam ik de bundel ‘Album van de Indische poëzie tegen, een bloemlezing samengesteld door Bert Paasman en Peter van Zonneveld. Dichters en poëzie uit en over voormalig Nederlands Indië zijn bij mij eigenlijk niet zo bekend. In deze bundel wordt aan de hand van een aantal thema’s (taal, cultuur, dagelijks leven, reis, aankomst, historische personen,Japanse bezetting, revolutie, heimwee, herinneringen) de geschiedenis van ons land met Indië geschetst. In deze bloemlezing krijgt de beeldvorming van Indië, vanaf de VOC-tijd tot heden, gestalte in gedichten, liedjes, cabaretteksten en in allerhande rijmende verzen. Bijna alle bekende Nederlandse dichters, ook van wie je dat niet zou verwachten, hebben iets over Indië geschreven. Naast een aantal bekende namen van dichters zoals Bilderdijk, Slauerhoff, Vestdijk, Lucebert, Cola Debrot, Drs. P., Willem Wilmink en liedtekstdichters (Ernst Jansz, Wieteke van Dort) ook namen van dichters die ik niet ken zoals Tj. A. de Haan.
Bij deze bundel is ook een CD bijgesloten waarop Willem Nijholt een selectie van 44 gedichten voordraagt. Een bijzonder fraai vormgegeven boek met een zorgvuldige bronvermelding.
Van de dichter Tj. A. de Haan heb ik geen informatie kunnen vinden, de Minangkabau uit de titel is een etnische groep die leeft op West Sumatra.
.
Minangkabau
.
Dit land is anders dan de andere landen.
Hier woont de geest nog, uit het bergenwoud.
Hier bruist het water onder steile wanden,
De sawahs, teer en groen, tussen het hout.
.
Een bruidegom zal zijn bruid gaan trouwen.
De kleuren, zwart en rood en goud.
Een volk gaat verder aan de toekomst bouwen.
Een volk, zo jong en toch zo trots en oud.
.
De nacht zal hier de dag omarmen
Fèl als een beek, die van de bergen stort.
Een graf zal liggen onder kokospalmen.
Oók van de bruid, die nú verkoren wordt.
Het is koud waar ik niet ben
Een recensie
.
De dichter Jelmer Esmyn van Lenteren, die ik leerde kennen toen hij op mijn verzoek voor kwam dragen in het park achter het theater in Maassluis, was ik enige tijd uit het oog verloren ( No pun intended) maar nu is hij weer helemaal aanwezig met voordrachten in den lande en een nieuwe bundel. ‘Het is koud waar ik niet ben’ is uitgegeven door uitgeverij Proces Verbaal in een nette zwart/wit uitgave.
De bundel begint met een gedicht van mijn favoriete dichter Herman de Coninck die meteen al iets van de inhoud weggeeft, over een verlies, een vrouw die iemand verlaat en daarnaast een aantal woorden als: ogen en keek. Voor wie Jelmer een beetje kent weet dat hij heel slecht zicht heeft en ( volgens de achterflap) bijna blind is.
Op de achterflap van deze, overigens nette, uitgave van uitgeverij Proces Verbaal staat te lezen: “Soms neurotisch, dan weer psychotisch, bewandelt van Lenteren de grens tussen alles wat het leven in de weg staat en het leven zelf”. Deze omschrijving doet deze bundel recht. Voor wie in deze zinnen een obstakel ziet voor het lezen van de poëzie van van Lenteren, geldt slechts een advies; niet doen. Want de poëzie van Jelmer is niet eenvoudig niet voor de lezer van rijmen en verzen die handelen over alledaagse zaken, de liefde in romantische vorm of van poëzie met een kop en een kont.
Dit is poëzie voor de wat meer getrainde lezer die uit de vaak complexe lange zinnen de schoonheid kan halen die er wel degelijk in verborgen zit. Dit is nuchtere proza poëzie of poëtisch proza, verhalen in strofen, soms staccato opgeschreven dan weer in lange in elkaar vloeiende zinnen die tezamen een web vormen waarin de essentie van het gedicht verborgen ligt. Hierin herken je onder andere het neurotische en psychotische van de achterflap volgens mij.
Uit ‘De lineaal’.
“De cursus voor gevorderden begint. Wie dat weet, is aanwezig. Wat ontbreekt: present. Weerstand buiten spel gezet, comfortzones thuisgelaten. Naambordjes zijn overbodig; wie zichzelf kent / heeft een witregel dat te bewijzen. Vrij gegeven: informatie kan vertrouwelijk blijven.”
De taal van Jelmer is hoekig maar leesbaar, ongebruikelijk en vol observaties. Maar altijd is Jelmer de alwetende dichter van vele zinnen die klinken als onversneden waarheden.
’De tijd kan grofweg worden opgedeeld in wandelen, wikken en wegen over al dan niet van het begane pad te gaan’ (uit ‘Gang’)
‘Lage tonen, takken van bomen, bloeddruk zijn respectievelijk veelal onmisbaar, doorgaans lastig, ongevaarlijk’ (uit Het systeem’)
’Kanaliseren dient in goede banen te worden geleid, weerstand is onwenselijk’ ( uit: De lineaal)
’Kleding maakt de man, de vrouw die kleding, het hok de gedachte wetten de overtreding. Kijk niet uit naar wat je wenst; het heelal is eindig en toch onbegrensd’ ( uit: Hoe verder men keek’)
De bundel bestaat uit drie hoofdstukken: Limbo, de hel en de hemel. Ik heb gezocht of ik in de gedichten een verband kon vinden met de namen van de hoofdstukken maar dit is me (nog) niet gelukt. Dit is poëzie die niet eenvoudig is maar die beklijft, die ik steeds weer opnieuw erbij pak om me te verbazen over hoe Jelmer met de taal speelt, hoe hij zijn zinnen aan elkaar rijgt. De bundel eindigt met het gedicht ‘Dankwoord’. Ik wil Jelmer en uitgeverij Proces Verbaal bedanken voor ‘Het is koud waar ik niet ben’ een aanwinst in vele opzichten.
.
Dankwoord
.
Dit is het gedicht dat ik zonder jou nooit had geschreven.
Het wil jou bedanken voor toen je mijn ergernis omzette
in een geschenk. Je deed het me zonder in te pakken
met woorden en praktisch slechts overdrachtelijk cadeau.
.
Ik koester het nu wel zo. Je zei wel dat je wilde
dat je net als ik altijd woorden klaar had. We spraken
over het verschil tussen introvert, extravert, onze definities.
.
Net in het gesprek waarin jij mij hebt gered
hadden we een discussie. Voor het eerst
sinds wat normaal niks is op een mensenleven
een tijd waarin je me het menselijkste van mij
.
hebt laten zien. Aan mezelf. Aan jou. Aan zovelen.
We hadden meer voor het eerst, de tweede, derde keer.
.
Veel meer ook niet. Toch: het verstilde me. Ik zweeg, zweette.
Wist niets. Was wat jij aan mij zei te benijden verloren:
woorden. En jij deed wat niemand eerder deed
zonder me ermee te vermoeien, zei dat ik er allicht
.
een gedicht aan kon wijden. Je hebt me geleerd
dat een simpel advies moeiteloos kan boeien.
.
Makelaar
Gerrit Achterberg
.
In 1988 kwam de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van Gerrit Achterberg uit. En omdat een gedicht van Achterberg altijd kan wilde ik daar vandaag een gedicht uit plaatsen. het is het gedicht ‘Makelaar’ geworden. Ik herken in dit gedicht hoe het maar al te vaak gaat, je bent op weg naar iets of iemand, je ziet en ervaart dingen, hoort mensen en maakt dingen mee die zich vast zetten in je hoofd. Terwijl je op weg bent vormen zich de eerste zinnen en wanneer je dan op je bestemming bent aangekomen is het tijd om deze zinnen op te schrijven en te bewaren. Soms is het een gedicht, een andere keer een aanzet of slechts flarden.
.
Makelaar
.
De ochtend maakt de schemering bezonnen.
Najaden keren ijlings naar de bronnen.
Voetstappen buitenshuis weerklinken licht.
Verzen, gedeeltelijk in hun coconnen,
zoeken aanknopingspunt en tegenwicht.
.
De meester gaat al met een nieuw gezicht
het raam voorbij. Hij heeft het overwonnen,
wat hier nog voor de helft ligt ingesponnen.
Melkslijter en besteller doen hun plicht.
.
Gedicht en dag schommelen om elkander
en beide willen dat ik mee verander.
Ik heb geen tijd of woord meer te verliezen
bij deze wedijver en pak mijn biezen;
hol naar de halte. Op het hoofdkantoor
tik ik het vers tussen de regels door.
.
Weemoedt
De trek
.
Levi Weemoedt is terug en trekt weer volle zalen. Özcan Akyol stelde ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag een bloemlezing samen met de titel ‘Pessimisme kan je leren’. Daarom vandaag op zondag een light verse van zijn hand uit zijn bundel ‘Rijk verleden’ uit 1999 het gedicht waar je trek van zou krijgen ‘De trek’.
.
De trek
.
’s Avonds gezeten op een hek
zag ik het naad’ren van een trek:
.
een grote biefstuk kwam voorbij,
gebakken aardapp’len en prei
.
gevolgd door flensjes, Franse kaas,
een dikke pens, een volle blaas.
.
Daarachteraan op zijn gemak
slofte de koffie met cognac,
.
en in der wolken tekening:
ziedaar, daar kwam de rekening!
.


















