Site-archief

Rood

Tentoonstelling en magazine

.

Van november 2010 tot mei 2011 werd in het Tropenmuseum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Rood’ georganiseerd. In die periode verscheen ook het magazine Rood, een uitgave van het Tropenmuseum en KIT publishers. In het magazine een overzicht van wat er allemaal te zien was in deze tentoonstelling. Driehonderd objecten die rood van kleur waren of in overgrote mate rood gekleurd waren zoals een Engelse soldatenjas uit de slag bij Waterloo, een prachtige hoofdtooi uit Noord-Amerika, een Roemeens duivelsmasker en politieke affiches uit Nederland, Iran en China. Daarnaast veel kunstwerken van kunstenaars als Armando, Walter van Beirendonck, Inez van Lamsweerde en Constant.

In het magazine veel prachtige fotografie (van de verschillende objecten), rood in kunstfotografie maar ook artikelen over mensen met rood haar, rood in de erotiek en rood in volkskunst. En poëzie. Poëzie uitgezocht door Hafid Bouazza en wel van een dichter Tamim Ibn Al-Mu’izz (gestorven in 984) een prins uit de Fatimidische dynastie die heerste over Egypte en de rest van Noord-Afrika. Omdat hij geen troonopvolger was wijdde hij zich aan de poëzie. Het voorbeeld stond in het magazine.

.

O nacht waarin de maan mij lag te omhelzen

En waarin de zon een van mijn disgenoten was

.

En die ik verwijlde onbehoeftig door tanden aan hagelstenen

En door konen aan appels en mirte

.

Ik overhandigde haar de gelijkenis van haar wang: een wijn

Gemengd in de beker als het licht van een toorts

.

Ik kuste haar en zei sprak al wenend: –

Hoe kun je mensenwangen aan mensen schenken?

.

Ik zei: – Drink: zij ontsprong uit mijn tranen en haar menger

Is mijn bloed en mijn ademtochten kookten haar in haar beker

.

Zij zei: – Als je om liefde voor mij bloed hebt geweend

Drenk mij dan met deze wijn bij mijn ogen en hoofd! –

.

@Luule

Wie is L.uule?

.

Samen met Marie-Anne (www.poetryaffairs.nl) en Bart ( https://www.instagram.com/brrt.graphic.design/ ) maak ik sinds kort vanuit MUG books het kleinste poëzie-magazine van Nederland, MUGzine http://mugzines.nl.  Wie het allereerste MUGzine heeft gelezen tot en met de allerlaatste pagina, ziet op de achterkant een bericht van @Luule. 

Maar wie is Luule? In Estland is Luule best wel bekend. Niet in de zin van ‘beroemd’, maar iedereen weet wie Luule is. The girl next door, zeg maar Luule. Ze bestaat er in veelvoud. Haar naam is Poëzie. Wij dachten dat in een mini poëzie-magazine iets kleins poëtisch niet mocht ontbreken, en leenden Luules naam, omdat ze zo leuk klinkt.

Misschien is Luule een vorm van Insta-poëzie. Met een vast format of signatuur, een kenmerkende inhoud, een gedachte die even blijkt plakken en weer doorreist. No sticky notes in my Luule.

En ‘onze’ L.uule? L.uule is vluchtig als een zomerzin, grappig en absurd, sexy en een tikje naïef. Soms vinden we er één. Een gestrande dichtregel die ergens is blijven hangen als natte letters op een vies raam. Een onverwacht cadeautje verpakt in woorden.

 

Als ik in de stad ben

’s avonds, als de ramen mij

zat zijn en jij aanstonds

gestalte krijgt

in mijn gedachten

 

Wat nou als je zelf ergens een luule hebt gevonden? Als je wilt dat wij ons over haar ontfermen, stuur je je vondst naar mugazines@yahoo.com. Wie weet zie je jouw luule dan terug op https://www.instagram.com/l.uule

.

Een nieuw poëzie magazine

MUGzine

.

“Er hangt iets in de lucht en het zoemt”

.

Wanneer twee creatieve geesten zich voor elkaar openstellen, kan er zomaar iets nieuws ontstaan. Zo liep ik al maanden rond met het idee om een nieuw, klein, guerrilla-achting magazine te starten. Ik had wel een vaag idee van hoe zo’n nieuw magazine eruit zou moeten gaan zien en ook wat voor inhoud zo’n nieuw magazine zou moeten bevatten maar het was vooral nog een idee.

In die zelfde periode sprak ik veel met Marianne over haar project met gedichten en AR (waarover binnenkort meer) en zij liep ook al een poosje met het idee om magazines te maken zoals ze al eens had gedaan, maar dan anders. Iets met poëzie, literatuur en creatieve vrijheid. Zo kwamen we op het idee om samen kleine, ja écht kleine poëziemagazines te gaan maken. En zo geschiedde.

Zeer binnenkort verschijnt de eerste editie van MUGzine, een samenwerking van Poetry Affairs en MUGbooks voor wat betreft het concept en de inhoud en Brrt. voor de grafische vormgeving en opmaak.

MUGzine zal in een beperkte oplage op papier verschijnen ( 100 stuks) en zal daarnaast digitaal te lezen zijn via de website http://mugzines.nl/

De papieren versie zal her en der verspreid worden door het land, in bibliotheken en boekhandels, ze zijn niet te koop en het blijft bij deze oplage. Elk volgende editie zal een zelfde oplage kennen. De digitale versie zal altijd te raadplegen zijn via de website.

Via de sociale media kun je MUGzine volgen op Instagram en Twitter.

De voorkant van de eerste editie kun je hieronder bekijken.

.

 

Voor een onbekende Nederlander

Jos Verstegen

.

In de Volkskrant van 17 september jongstleden stond een groot artikel over meneer B. Hij werd aangetroffen in een woning en bleek al maanden daarvoor overleden te zijn. Waarschijnlijk betreft het de 79-jarige huurder van de woning, meneer B., die een teruggetrokken leven leidde. Niemand weet het zeker: meneer B. had geen kinderen, geen partner en geen vrienden. Het lichaam werd onderzocht, celmateriaal veiliggesteld. Door de verregaande staat van ontbinding kon geen vingerafdruk worden afgenomen. Aanwijzingen voor een onnatuurlijke dood waren er niet. Schrijver Joris van Casteren schrijft in dit artikel vanuit zijn rol als coördinator eenzame uitvaarten. In de Volkskrant doet Van Casteren voortaan regelmatig verslag van zijn wederwaardigheden als coördinator. Ter introductie het relaas van de meest recente eenzame dode: de excentrieke meneer B. die officieel meneer B. niet is.

Negen eenzame uitvaarten maakte schrijver Joris van Casteren tot op heden mee. Hij is de opvolger van F. Starik (1958-2018), die in Amsterdam de Poule des Doods oprichtte, waarbij een dichter een gedicht schrijft en voorleest tijdens de stille uitvaartdienst van iemand zonder familie, vrienden of bekenden.

Bij het artikel werd het gedicht ‘Voor NN’ geplaatst van Jos Verstegen. Josephus Wilhelmus Johannes (Jos) Versteegen (1956) is dichter, biograaf en vertaler. Hij is ook bekend onder de namen Robert Alquin, Alkwin en Jacob Steege. In 1982 debuteerde hij met ‘Ongrijpbare jeugd’, een lang homo-erotisch gedicht. Hij publiceerde vervolgens een bundeling gedichten onder de titel ‘Het lustprieel’ die voor een groot deel eerder werden gepubliceerd in het Nijmeegse blad ‘Pink’. Hij was jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift ‘De tweede ronde.

.

Voor NN,

.

Daar zat u, in uw eenpersoons kasteel,
uw bolwerk in de buitenwijk, uw donker fort
met landbouwplastic voor de ramen.

.

Een vrouw die in uw woning kwam,
zij heeft uw benen nog omzwachteld
en laatste woorden aangehoord
over de grote liefde in dit huis:
jasjes van patchwork, met pailletten.

.

Er woonde boosheid in uw straat
die op een dag door muren heen zou breken,
dat wist u zeker, en dan zat u klaar
in glinsterende jasjes, dichtgeknoopt en mooi:
uw harnas in uw eenpersoons kasteel
met landbouwplastic voor de ramen.

.

Geen kruimel viel er uit de muur,
geen vuist brak door een ruit naar binnen.
Uw stoffen harnas hing nog om u heen.

.

GeenPunt

De Rotterdamse taalglossie

.

Van mijn collega bibliotheekdirecteur in Rotterdam kreeg ik GeenPunt, De Rotterdamse taalglossie. Dit is alweer de tweede editie van een magazine  vol interessante taalfeitjes en – weetjes, inspirerende interviews, praktische taaltips én prachtige poëzie. Wat wil je ook als Derek Otte, tot begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam (inmiddels heeft Dean Bowen het stokje van hem overgenomen), de eindredacteur van deze glossie is. In GeenPunt dus op een aantal manieren aandacht voor poëzie. Het leuke van Derek Otte is dat hij op verschillende manieren aandacht besteed aan poëzie, niet alleen maar de wat bekendere poëzie van beroemde dichters maar ook aan cafés in de stad die bordjes hebben hangen met volkspoëzie. Soms verzonnen door de kroegbazen zelf (opvallend alle vier vrouwen!) in andere gevallen bestaand of door klanten verzonnen.

Maar ook mooie foto’s van straatpoëzie, gedichten in de openbare ruimte, stukjes over straatnamen die naar dichters verwijzen (Aagje Deken, Bilderdijk, Frederik van Eeden) maar ook Elfjes die gemaakt werden door deelnemers aan de taalsafari en de taalklassen. Daarnaast nog heel veel interessante informatie maar ik beperkt me hier even tot de stukken over poëzie. GeenPunt is een prachtig initiatief en een geweldig magazine met voor elk wat wils. Ik hoop dat dit een lange traditie van magazines over taal mag worden.

Daarom hier niet alleen een Elfje en een cafégedicht maar ook een gedicht van Frederik van Eeden met begeleidende foto’s.

.

Elfje

.

Creatief

Dingen maken

Gedachten los laten

Voelen hoe het is

Gemis

.

Cafégedicht

.

Iedereen praat

over mijn zuipen

maar niemand

over mijn dorst.

.

Zonnebloem

.

Ik ken een plant, niet fraai van loof

niet schoon, niet rank gesteeld.

Haar vorm is lomp, haar bloem is grof,

geen dichter zingt er ooit zijn lof

of nam haar tot zijn beeld.

.

Toch heeft zij iets wat mij behaagt.

Zij keert zich naar het licht,

van af het eerste morgen-uur

wendt zij naar ’t vrolijk zonnevuur

haar groot en geel gezicht.

.

Ik wilde dat ik als die bloem

naar ’t licht mij wenden kon.

Zij draagt de kleur der vrolijkheid

en richt haar kelk ten allen tijd

naar ’t helder licht der zon.

.

 

De beer

Chronogram

.

Toen ik een kast aan het opruimen was kwam ik een paar bladzijden uit een tijdschrift tegen. Ik wist eerlijk gezegd niet meer waar en wanneer ik deze bladzijden uit had gescheurd maar na een snelle zoekactie op internet wist ik het weer. Een aantal jaar geleden was ik met mijn gezin in de Verenigde Staten op vakantie, onder andere in de staat New York. Dwars door deze staat (en nog een aantal staten) stroomt de rivier De Hudson. Langs dit stroomgebied wordt een tijdschrift gedistribueerd met de titel Chronogram. Naast een tijdschrift is er ook de website https://www.chronogram.com.

In zowel het tijdschrift als de website wordt poëzie gepubliceerd. Dichter Philip Levine (Poet Laureate van de Verenigde Staten in 2011 en 2012) verzorgt de redactie en iedereen mag gedichten inzenden. Op mijn twee bladzijden met gedichten staan naast wat plaatselijk regionale gedichten toch ook wat aardige voorbeelden van aansprekende poëzie. Bijvoorbeeld het gedicht ‘The bear’ van Andrew F. Popper, dat over een dementerende vader gaat.

.

The bear

.

A few weeks before his death

My father told me of a bear.

He saw it one morning

On the nursing home lawn.

.

It ambled, sniffing air and ground.

It was startled by a car horn.

Crossed the stone wall

And in an instant was gone.

.

An ancient physician from Oslo believes me.

He’s the only one, my father says.

The staff? They nod and whisper, he says.

Such inhumanity in this place called a home.

.

You don’t believe me, he says.

Am I losing his mind?

After all, he is 87, unable to walk.

Deaf without hearings aids.

.

It is possible you saw a bear.

Possible? he asks.

A bear is or is not.

It is not the subject of debate.

.

There are two possibilities, he says.

Either it was there or I am mad.

Then it was there, I say.

Go home, he says.

.

It’s time for my lunch, he says.

My day is meals and sleep.

I’ll stay and eat with you.

Go home, he says. and do’t hit the bear.

.

 

Kanye West

Gedicht over McDonald’s

.

In 2013 schreef rapper Kanye West (ja die) een gedicht over de fastfoodketen McDonald’s. In deze hommage die voor het eerst in het ‘Boys Don’t Cry’ magazine verscheen, gebruikt Kane de metafoor van afzonderlijke voedingsmiddelen om thema’s van samenzwering, wantrouwen en paranoia te verkennen, het geen typisch is voor songs van Kanye West. Oordeel zelf.

.

McDonald’s Man

.

McDonalds Man
McDonalds Man
The french fries had a plan
The french fries had a plan
The salad bar and the ketchup made a band
Cus the french fries had a plan
The french fries had a plan

McDonalds Man
McDonalds
I know them french fries have a plan
I know them french fries have a plan
The cheeseburger and the shakes formed a band
To overthrow the french fries plan
I always knew them french fries was evil man
Smelling all good and shit
I don’t trust no food that smells that good man
I don’t trust it
I just can’t

McDonalds Man
McDonalds Man
McDonalds, damn
Them french fries look good though
I knew the Diet Coke was jealous of the fries
I knew the McNuggets was jealous of the fries
Even the McRib was jealous of the fries
I could see it through his artificial meat eyes
And he only be there some of the time
Everybody was jealous of them french fries
Except for that one special guy
That smooth apple pie

.

.

 

August Stramm

Duitse poëzie uit de eerste wereldoorlog

.

Uit de periode 1914 – 1918 en daarna kennen we verschillende dichters (voornamelijk Engelsen) die een grote mate van bekendheid genieten. De eerste wereldoorlog was echter niet alleen voor Engelse en Franse dichters een bron van inspiratie maar ook voor Duitse dichters. Een van hen was August Stramm (1874 – 1915). Tijdens zijn studie politieke economie raakte hij bevriend met Herwarth Walden, met wie hij samen het expressionistische magazine ‘Der Sturm’ oprichtte en waarin zijn eerste gedichten werden gepubliceerd.

Stramm was een reservist in het vooroorlogse Duitse leger en bereikte de hoogste rang voor een burger, die van kapitein. Toen de oorlog uitbrak in augustus 1914 werd hij prompt opgeroepen voor actieve dienst, aanvankelijk geplaatst in Frankrijk (in de Elzas en aan de Somme in 1915) voordat hij in april 1915 naar het Oostfront werd gestuurd voor de Galicische campagne. Eerder in januari 1915 ontving Stramm het IJzeren Kruis (Tweede Klasse).  Aan het hoofd van een compagnie en later een bataljon vocht hij mee in totaal zeventig slagen. Stramm werd tijdens een man tot man gevecht gedood – door het hoofd geschoten – op 1 september 1915 op Horodec.

Zijn collega Herwarth Walden bewerkte een postume collectie van Stramms gedichten die hij in 1919 publiceerde als Dripping Blood.

.

Angriff

.

Tücher
Winken
Flattern
Knattern.
Winde klatschen.
Dein Lachen weht.
Greifen Fassen
Balgen Zwingen
Kuss
Umfangen
Sinken
Nichts.

.

Attack

.

Cloths
Signs
Flutter
Rattle.
Hoist applaud.
Your laughter blows.
Seize a seizing
Bellow ferrules
Kiss
Clasped
Sink
Nothing.

.

Stella Bergsma

Pieter van Eyck

.

Wanneer ik in het magazine van het Algemeen Dagblad van zaterdag lees dat, bij het lezen van het gedicht ‘De tuinman en de dood’ van Pieter van Eyck (1887 – 1954) uit 1926, Stella Bergsma (1970, frontvrouw van Einstein Barbie, dichter en schrijfster van de roman ‘Pussy album’) “meteen verliefd werd op de taal”, dan ben ik uiteraard meteen nieuwsgierig naar dat gedicht en naar de dichter.

Het gedicht gaat over het gegeven dat aan de dood niet kan worden ontkomen. Het verhaal is al eeuwenoud, in de Babylonische Talmoed kwam het voor, vanuit de middeleeuwen zijn er varianten bekend van Islamitische soefi’s en het heeft zelfs een plek in de vertellingen van duizend-en-één-nacht. In Europa werd het geïntroduceerd  door de Franse schrijver Jean Cocteau in zijn roman ‘Le grand écart’ in 1923. In 1926 dus gevolgd door de publicatie van het gedicht van van Eyck. Ook hierna volgden nog vele versies waaronder in het Engelse taalgebied maar ook in het Nederlands.

Pieter van Eyck was naast dichter, hoogleraar aan de Universiteit Leiden en criticus. Hij ontving in 1947 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.

.

De tuinman en de dood

.

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

.

Foto: Linda

Dichter.

Gedichten voor kinderen van 6 tot 106

.

Het magazine Dichter. van uitgeverij Plint staat deze zomer, met als ondertitel “tem de tekens” in het teken van laaggeletterdheid, om met een van de meest elegante taalvormen ons allen te beroeren, te verbinden en aan te moedigen een helpende hand te bieden aan hen die het lezen en schrijven minder machtig zijn. Samen met de stichting Lezen en Schrijven is er nu een uitgave speciaal over dit onderwerp.

In Nederland hebben 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen en schrijven en/of rekenen. Deze mensen zijn laaggeletterd. Er rust nog steeds een taboe op deze problematiek maar gelukkig komen steeds meer mensen hier voor uit. In heel veel gemeenten komen taalhuizen (vaak bij openbare bibliotheken) waar deze mensen terecht kunnen voor hulp en ondersteuning.

In dit magazine 75 gedichten van meer dan 30 dichters die de problematiek allemaal op hun eigen wijze hebben verwoord,  waaronder een gedicht van de stadsdichter van Rotterdam Derrek Otte getiteld ‘Pennenstreken’.

.

Pennenstreken

.

je zou het haast vergeten

omdat je de meesten

door onterechte schaamte

niet zo gauw zal horen

.

maar met niet kunnen schrijven

gaan waarschijnlijk

fantastische verhalen verloren

.

wel gedacht en gevoeld

maar niet geuit in pennenstreken

wellicht hadden we véél meer

dichters welkom kunnen heten

.

romanschrijvers en filosofen

noem het allemaal maar op

al die letters, woorden, zinnen

nu nog

weggestopt en opgekropt

.