Site-archief

En de maan en de sterren en de wereld

Charles Bukowski

.

Misschien is Charles Bukowski niet de eerste dichter aan wie je denkt als het gaat om troostrijke gedichten (en misschien ook juist wel) maar het gedicht ‘En de maan en de sterren en de wereld’ is op de een of andere manier troostend. Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Mockingbird Wish Me Luck’ uit 1972.  In het Engels en in de vertaling van Gert Jan de Vries hier dit gedicht.

.

And the Moon and the Stars and the World

.

Long walks at night–
that’s what good for the soul:
peeking into windows
watching tired housewives
trying to fight off
their beer-maddened husbands.

.

En de maan en de sterren en de wereld

.

Lange avondwandelingen –

dat is goed voor de ziel:

naar buren gluren

zien hoe vermoeide huisvrouwen

hun bezopen echtgenoten

van het lijf proberen te houden.

.

Twee vliegen

Charles Bukowski

.

Ik was wat aan het browsen op de fijne website https://allpoetry.com/ waar je gratis lid van kunt worden. Een website vol poëzie van nu maar ook met een heerlijk archief aan klassiekers. Daar ronddolend kwam ik, zoals vaker, uit bij de poëzie van Charles Bukowski (1920 – 1994), een van mijn all time favoriete dichters (zeker in het Engels taalgebied). Een groot aantal gedichten kende ik al die ik daar las maar deze, ‘2 flies’ nog niet. De zin ‘I suffer insects’ is zo veelzeggend voor Bukowsky, die uit de kleine dingen in het leven iets groots en betekenisvols kan maken. Daarom hier het gedicht ‘2 Flies’.

.

2 Flies

.

The flies are angry bits of life;
why are they so angry?
it seems they want more,
it seems almost as if they
are angry
that they are flies;
it is not my fault;
I sit in the room
with them
and they taunt me
with their agony;
it is as if they were
loose chunks of soul
left out of somewhere;
I try to read a paper
but they will not let me
be;
one seems to go in half-circles
high along the wall,
throwing a miserable sound
upon my head;
the other one, the smaller one
stays near and teases my hand,
saying nothing,
rising, dropping
crawling near;
what god puts these
lost things upon me?
other men suffer dictates of
empire, tragic love…
I suffer
insects…
I wave at the little one
which only seems to revive
his impulse to challenge:
he circles swifter,
nearer, even making
a fly-sound,
and one above
catching a sense of the new
whirling, he too, in excitement,
speeds his flight,
drops down suddenly
in a cuff of noise
and they join
in circling my hand,
strumming the base
of the lampshade
until some man-thing
in me
will take no more
unholiness
and I strike
with the rolled-up-paper –
missing! –
striking,
striking,
they break in discord,
some message lost between them,
and I get the big one
first, and he kicks on his back
flicking his legs
like an angry whore,
and I come down again
with my paper club
and he is a smear
of fly-ugliness;
the little one circles high
now, quiet and swift,
almost invisible;
he does not come near
my hand again;
he is tamed and
inaccessible; I leave
him be, he leaves me
be;
the paper, of course,
is ruined;
something has happened,
something has soiled my
day,
sometimes it does not
take man
or a woman,
only something alive;
I sit and watch
the small one;
we are woven together
in the air
and the living;
it is late
for both of us.

.

Stem van alarm, stem van vuur

Basil Smith

.

In de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ uit 1981 staat geëngageerde poëzie uit Latijns Amerika, Afrika en Azië. De bundel werd uitgegeven door Het Wereldvenster,. de NOVIB en het NCOS in Brussel. In de bundel staat een keur van dichters uit deze drie werelddelen. Vele namen zijn voor mij volledig onbekend en af en toe staat er een naam tussen die ik herken of ken. Zo staan Frank Martinus Arion, Anton de Kom, Carlos Drum,mond de Andrade en Pablo Neruda in de bundel maar van de Afrikaanse dichters en Aziatische dichters zijn vrijwel alle namen mij vreemd.

Tussen de Caraïbische dichters staat de naam van de Jamaicaanse dichter Basil Smith. Van hem is het gedicht ‘Mijn erfenis’ opgenomen in een vertaling van Jan Boelens. Op zoek naar meer informatie kom ik niet veel verder dan dat van hem gedichten zijn opgenomen in het literaire magazine ‘Savacou’ . Dit ‘Journal of the Caribbean Artists Movement’ was een tijdschrift voor literatuur, nieuwe verhalen en ideeën dat in 1970 werd opgericht als een kleine coöperatieve onderneming, geleid door Edward Kamau Brathwaite, op de Mona-campus van de University of the West Indies, Jamaica. In editie 3/4 van 1970/1971 zijn drie gedichten van Smith opgenomen.

In een andere bloemlezing ‘Aftermath: An anthology of poems in English from Africa, Asia, and the Caribbean’ is het gedicht ‘Tom Tom opgenomen evenals in het magazine ‘Black World’ uit 1973. Maar in ‘Stem van alarm stem van vuur’ staat dus het gedicht ‘Mijn erfenis’ zonder enige verwijzing.

.

Mijn erfenis

.

Mijn erfenis van van de nacht,

van stro-droge hutten,

van beschilderde gezichten,

en van trommels.

.

In mijn herinnering zijn

droge bergtoppen,

groene velden en bomen

die nooit vergrijzen of sterven

.

Daarom word ik niet begrepen,

gehaat om mijn dikke lippen

en mijn herinnering aan trommels.

.

Arlo Parks

Vision of London

.

Af en toe komt er een bepaald soort dichter langs wiens werk inventief en toch toegankelijk is. Anaïs Oluwatoyin Estelle Marinho of Arlo Parks (2000) zoals de wereld haar beter kent is zo’n uitzonderlijk iemand. Iemand die jonger is dan je zou vermoeden, iemand die de vaardigheid en het inzicht die ze bezitten misschien niet beseft. De 19-jarige zangeres, songwriter en dichter Arlo Parks is zo’n artiest. Singer-songwriter en dichter Parks  groeide op in West-Londen wat haar misschien heeft gevormd als individu, maar het heeft zeker niet bepaald aan welke soorten kunst ze werd blootgesteld. Als kind groeide ze op met YouTube, en haar inspiratiebronnen waren artiesten als Erykah Badu en D’Angelo maar ook Miles Davis en Portishead, Odd Future en hedendaagse Britse acts als King Krule en Loyle Carner. Parks is openlijk bisexueel en heeft inmiddels een paar hits als singer-songwriter op haar naam als ‘Cola’ en ‘Black Dog’. In 2020 werd ze door een aantal muziek critici uitgroepen tot ‘The sound of 2020’ in een poll van de BBC.

Parks had echter een andere interesse die ze in haar eigen tijd buiten internet verkende: poëzie. Het medium wekte haar interesse op de lagere school, waar ze al snel begon met het schrijven van haar eigen korte verhalen, die veranderden in gedichten. Geïnspireerd door muzikale dichters als Bob Dylan, Leonard Cohen en Patti Smith, heeft Parks altijd gecommuniceerd hoe mensen zich voelen tijdens moeilijke en zware tijden. Parks wordt van nature aangetrokken door poëzie en lyriek als haar belangrijkste manier om dergelijke gevoelens en beelden te presenteren – waarbij kwetsbaarheid naadloos wordt samengevoegd met vloeiende, melodieuze zanglijnen.

In het audio gedicht, een vorm van spoken word poëzie verhaalt Parks over haar (nog jonge) geschiedenis met en in West Londen.

https://theface.com/society/arlo-parks-shares-her-vision-of-london

.

My name is Arlo Parks. I’m 18 years old and I’m an alternative singer songwriter and a poet from London.

Spending summer splitting our bellies with laughter over cheap fruit wine and Poundland biscuits. With King Krule growling over the trees. When I was 16, I’d take the Overground to Queens Road Peckham to see my boyfriend and there would always be bashment or dub glitching down the train with kids in Dr Martens and metallic mini skirts cackling, slathering on foundation, necking Cherry B like tap water. I wrote my first poem in Bishops Park, the end of my pencil bitten, pocket stuffed with 45p Tesco sweets, whining about some pretty skater boy next to a brown river that bubbled as it rolled up towards Hammersmith.

When I think of London I think of the park policeman telling me and my mates that we’re guests to this country. I think of being drenched in sweat after a messy night, with kebab grease round my lips. Eyes led heavy, tears shed and tobacco lost. I think of my friend’s mom being robbed at knifepoint five minutes from home. Violence, violets, vapes, too many bridges and my brother plays basketball in the sun with his laces undone. And yesterday a stranger told me I reminded her of her daughter and offered me a rollie from a little gold tin with a dragon on it. Ravenscourt Park is where I moped about, kicking pink blossoms and losing frisbees and barely revising physics. Two years later I brought the person I liked to sit in my favourite spot on this fallen tree. But I never mustered up the strength to kiss them.

Instead we argued about where in London MF Doom was born and where in London William Blake died. Burning to the afternoon until the February chill drove us back to the station where we ended up kissing. Leaning in across the barrier while the TFL maintenance man whooped and brandished his broomstick. Shepherd’s Bush Empire is where I saw a Loyle Carner make a roomful of people howl and dance so hard they stepped on each other’s feet. I had tears in my eyes when I walked out of there. London has taught me about passion and it’s taught me about the under-appreciated nature of most artists, from the man who plays the sax, slumped barefoot against the wall of the underpass, to the guy in the year above me at school who spends hours crafting a single sentence, his freestyle slip over the beat like liquid gold. Oh London, you made me see things so grim so glorious so unapologetically alive.

I’ve seen men mash fists into each other’s heads outside Spoons. I’ve seen a little boy hold out a crushed handful of daffodils to the lady who sells strawberries and sweet potatoes on Northend Road. I’ve watched girls make out with tears streaming down their painted faces by Trafalgar Square at Pride. I’ve watched my ex fall into a pond blind drunk then scream her throat raw at the ghost who pushed her. I’ve traipsed through galleries on awkward dates and put my face against museum glass. London, my city of lights. This is where I grew up. This is where I learned to toughen up. This is where I grew up. This is where I learned love.

.

Barack Obama

Pop

.

Deze week werd het eerste deel van de memoires van oud president van de Verenigde Staten, Barack Obama gepresenteerd getiteld ‘A Promised Land’. Woensdagavond was een bijzonder interview met Obama door schrijver Tommy Wieringa te zien bij Nieuwsuur en in het programma Op1, later die avond, werd over dat interview en het boek nagepraat. In die napraat werd terloops door Tommy Wieringa gemeld dat Obama niet alleen veel leest maar dat hij ook schrijver is en gedichten heeft geschreven. Tsja, dan weet je als lezer van dit Blog inmiddels genoeg. Daar wil ik dan meer over en van weten.

Op zoek naar de poëzie van Barack Obama kwam ik op de website van The New York Times terecht op een pagina uit 2008. Daar staat het volgende te lezen:

“Hieronder volgen twee gedichten van Barack Obama die werden gepubliceerd in het voorjaarsnummer van 1981 van ‘Feast’, een literair tijdschrift voor studenten van 51 pagina’s dat zichzelf omschreef als ‘een halfjaarlijks tijdschrift met korte poëzie en fictie verzameld door de Occidental College-gemeenschap’. Volgens een woordvoerder van de universiteit wordt het tijdschrift niet meer gepubliceerd. Twee gedichten waarvan ik het eerste (en wat mij betreft beste) gedicht hier plaats. Wil je meer lezen dan kun je hier terecht https://www.nytimes.com/2008/05/18/us/politics/18poems.html?ref=oembed

.

Pop

.

Sitting in his seat, a seat broad and broken
In, sprinkled with ashes
Pop switches channels, takes another
Shot of Seagrams, neat, and asks
What to do with me, a green young man
Who fails to consider the
Flim and flam of the world, since
Things have been easy for me;
I stare hard at his face, a stare
That deflects off his brow;
I’m sure he’s unaware of his
Dark, watery eyes, that
Glance in different directions,
And his slow, unwelcome twitches,
Fail to pass.
I listen, nod,
Listen, open, till I cling to his pale,
Beige T-shirt, yelling,
Yelling in his ears, that hang
With heavy lobes, but he’s still telling
His joke, so I ask why
He’s so unhappy, to which he replies…
But I don’t care anymore, cause
He took too damn long, and from
Under my seat, I pull out the
Mirror I’ve been saving; I’m laughing,
Laughing loud, the blood rushing from his face
To mine, as he grows small,
A spot in my brain, something
That may be squeezed out, like a
Watermelon seed between
Two fingers.
Pop takes another shot, neat,
Points out the same amber
Stain on his shorts that I’ve got on mine, and
Makes me smell his smell, coming
From me; he switches channels, recites an old poem
He wrote before his mother died,
Stands, shouts, and asks
For a hug, as I shrink, my
Arms barely reaching around
His thick, oily neck, and his broad back; ’cause
I see my face, framed within
Pop’s black-framed glasses
And know he’s laughing too.

.

E.E. Cummings

De Tweede Ronde

 

Ik ben een groot liefhebber van de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings (1894 – 1962). En hoewel ik het Engels uitstekend beheers is een vertaling van zijn poëzie toch erg prettig om te lezen. In het literaire tijdschrift De Tweede Ronde, jaargang 2, nummer 1 uit 1981 stonden een aantal gedichten van Cummings in vertaling van Peter Verstegen. De Tweede Ronde was een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen en verscheen tussen 1981 en 2010. Genoeg reden om hier een gedicht, dat is genomen uit ‘Eight Harvest Poets’ (1917) in vertaling en in het Engels, met jullie te delen.

 

.

‘k zal het veld inwaden
tot mijn dijen baden in brandende bloemen
Ik neem de zon in mijn mond
en spring de rijpe lucht in
Levend
met ogen dicht
om op het donker te botsen
in de slapende rondingen van mijn lijf
Zullen soepel volleerde vingers ingaan
met kuisheld van zee-meisjes
Zal ‘k het mysterie voleinden
van mijn vlees
Ik zal opstaan
Na duizend jaar
bloemen
zoenen
En mijn tanden zetten in het zilver van de maan
.
*
i will wade out
till my thighs are steeped in burning flowers
I will take the sun in my mouth
and leap into the ripe air
Alive
with closed eyes
to dash against darkness
in the sleeping curves of my body
Shall enter fingers of smooth mastery
with chasteness of sea-girls
Will i complete the mystery
of my flesh
I will rise
After a thousand years
lipping
flowers
And set my teeth in the silver of the moon
.
.

 

Aan een president

Walt Whitman

.

Daags nadat bekend werd dat Joe Biden (1942) de nieuwe en 46ste president van de Verenigde Staten wordt wil ik graag een gedicht plaatsen dat een relatie heeft met deze verkiezing. Ik ben dus op zoek gegaan en kwam uit bij de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819-1892).

Whitman was een Amerikaans dichter, journalist en essayist wiens dichtbundel ‘Leaves of Grass’ een mijlpaal betekende in de geschiedenis van de Amerikaanse literatuur. Whitman maakte in zijn poëzie gebruik van het vrije vers, met lange, ritmische versregels die hij ‘organisch’ liet groeien. Leaves of Grass’ wordt als een meesterwerk beschouwd, geapprecieerd om de rijke beeldentaal, de vranke, ongeremde uitdrukking, kortom een poëziebundel die een frisse wind liet waaien in de Amerikaanse literatuur.

Whitman trouwde nooit, verliet nooit Amerika, streefde nooit bezit en rijkdom na, behoorde tot geen enkele vereniging en ging liever om met gewone mensen dan met rijken, en hij was altijd optimistisch en vrolijk. Hij was een aparte, imposante verschijning, groot van gestalte, traag bewegend, tolerant, democratisch, ontvankelijk, en tegenover iedereen vrijgevig en van goede wil.

Terug naar de verkiezing van de democraat Joseph R. Biden Jr. en het bijpassende gedicht ‘To A President’ van Whitman. “To a President” is gericht aan James Buchanan, de voorganger van Abraham Lincoln. Whitman vond Buchanan één van de slechtste presidenten ooit, vandaar de toon van het gedicht. ( met dank aan Bout Vercnocke).  Hoewel ze elkaar nooit hebben ontmoet, werkten Abraham Lincoln en Walt Whitman elk aan een doel dat ze onbewust deelden: nationale eenheid. Lincoln’s doel als president van de Verenigde Staten was om de Unie te behouden, en Whitman promootte op dezelfde manier de eenheid onder de mensheid in zijn poëzie. Omdat Joe Biden een zelfde doel nastreeft (in tegenstelling tot de huidige president Trump) lijkt me dit gedicht heel toepasselijk. De vertaling is van mijn hand.

.

To A President

.

All you are doing and saying is to America dangled mirages,
You have not learn’d of Nature–of the politics of Nature, you have
not learn’d the great amplitude, rectitude, impartiality;
You have not seen that only such as they are for These States,
And that what is less than they, must sooner or later lift off from
These States.

.

Aan een president

.

Alles wat je doet en zegt is aan Amerika’s bungelende luchtspiegelingen,
Je hebt niets geleerd van de natuur – van de politiek van de natuur
je hebt niets geleerd van de grote omvang, rechtschapenheid en onpartijdigheid;
Je hebt niet gezien dat alleen zij die voor deze staten zijn,
En dat wat minder is dan zij, vroeger of later moet opstijgen
vanuit deze staten.

.

Die meisjes van de schaduwkant

Helen Dunmore

.

De Britse Helen Dunmore (1952-2017) was dichter, schrijfster van romans, korte verhalen en kinderboeken. Ze studeerde Engels aan de Universiteit van York en woonde twee jaar lang in Finland. Ze was naast haar schrijver- en dichterschap werkzaam als docent. Ze was ‘Fellow of the Royal Society of Literature’ (FRSL) en ze won met haar werk verschillende prijzen zoals de Orange Prize in 1996 en de National Poetry Competition in 2010. Daarnaast werden dichtbundels van haar hand genomineerd voor de T.S. Eliot Prize en de MAN Booker Prize.

In de verzamelbundel ‘Liefde kon maar beter naamloos zijn’ Honderdvijftig dichteressen voor Amnesty International is een gedicht van haar opgenomen dat speciaal voor deze bundel werd vertaald uit het Engels. Door wie is niet bekend. Het Engelse origineel verscheen in Penguin Modern Poets uit 1997. Het gedicht is getiteld ‘Die meisjes van de schaduwkant’.

.

Die meisjes van de schaduwkant

.

Die lommermeisjes aan de groene kant van de straat,

die verre van groene meisjes die in de schaduw blijven,

die lommermeisjes in mysterieuze kleren

met labels die half zichtbaar worden

als het crèmewitte pand van hun jasje openzwaait,

die mesijes die schoppen tegen de plooiflappen

van hun crèmewitte kleren met kersenrode panden,

.

die aanstormende meisjes

die met parelmoeren paraplu’s zwaaien

zo stijf als tulpen in de knop

van een gewetenloze straatverkoper,

die meisjes in crèmewitte en kersenrode kleren

waarop de minste afdruk achterblijft,

die meisjes met hun eennaamsafspraken

die uit de zon lopen.

.

I don’t believe in art. I believe in artists

B. Elizabeth Beck

.

Schrijver, kunstenaar, leraar en dichter B. Elizabeth Beck woont en leeft in Lexington, Kentucky in de Verenigde Staten. Zij publiceerde een roman en drie dichtbundels: ‘Painted Daydreams: Collection of Ekphrastic Poems’ (2019), ‘Interiors’ (2013) en ‘Insignificant white girl’ (2013). Daarnaast is zij oprichter van The Teen Howl Poetry Series en de Leestown OUTLOUD Poëzie groep. Ze publiceerde verschillende gedichten in magazines en verzamelbundels en kreeg voor haar werk verschillende prijzen waaronder een aantal poëzieprijzen.

Uit haar bundel ‘Painted Daydreams’ komt het volgende gedicht over Marcel DuChamp, de geestelijk vader van de Ready made.

A Ready-Made Poem
I don’t believe in art. I believe in artists. – Marcel Duchamp

.
.
I call my dog and can’t hear my own voice
ponder the question redundant
marvelous inexplicable Beethoven
who heard the music as loudly as I blast
Phish in my ears, it occurs to me–
.
the risk necessary to compose genius:
listen to nothing and assemble everything.
There is no original language,
only divine voices worth studying
searching for recognition making
.
me laugh at the page exploding Whitman’s
barbaric yawp and Ginsberg’s Howl descending
Saul’s galactic journey in the spot
where truth  echoes seeking
feminism beyond Jong searing
song lyrics dividing skies melting
the yellow brick road into Pink Floyd’s dark
side of the moon Flaming Lips purse as the flea
flits from John Donne’s metaphysical mind
for whom the bell tolls Hemingway haunts
the same streets in Key West I linger kissing
.
metaphors stumbling over my own Dadaist
tendencies embracing my absurd understanding
of reality blurring my vision haphazard compositions
plot curves knighted by Marcel Duchamp secreting
doors while all the while pretending earnest defiance,
makes me love him even more.

.

                             Marchel DuChamp bij zijn readymade kunstwerk ‘Fietswiel bevestigd op een stoel’ in 1913. Toen het origineel verloren ging maakte hij een nieuwe.

Rupi Kaur

(Instagram) dichter 

.

In 2018 verscheen de Canadese (van Indiase komaf) dichter Rupi Kaur (1992), die 3,7 miljoen volgers heeft op Instagram en door het tijdschrift Rolling Stone werd uitgeroepen tot ‘Queen of the Instapoets’, op de cover van Cosmopolitan India. Kaur is zelf een beroemdheid maar heeft ook beroemde namen als volgers zoals Orlando Bloom en Cat Deeley. Toch valt het leven van een beroemde instadichter niet altijd mee, zo worden haar korte en soms onbeduidende gedichten ook onderwerp van spot op de social media. Er worden zelfs parodieën gemaakt die op zichzelf weer heel veel gedeeld worden.

Traditioneel geschoolde dichters zijn ook boos geworden op de stortvloed van schrijvers die felbegeerde publishing-deals via Instagram hebben gesloten. De in Oxford en Cambridge opgeleide schrijver Rebecca Watts, wiens eerste poëziecollectie in 2016 door meerdere publicaties werd geprezen als boek van het jaar, schuwt sociale media volledig. In 2018  schreef Rebecca een essay waarin ze de opkomst van Instapoetry afkeurend beschreef en het als kunstloos en amateuristisch bestempelde.

Toch is Rupi Kaur niet zomaar de eerste de beste. Van haar debuutbundel ‘Milk and Honey’ werden maar liefst 2,5 miljoen exemplaren verkocht en de bundel werd in 25 talen vertaald. De Nederlandse vertaling van ‘Milk and Honey’, vertaald naar ‘Melk en Honing’, verscheen bij Uitgeverij Orlando in februari 2018 en is vertaald door Anke ten Doesschate. In haar tweede dichtbundel ‘The Sun and Her Flowers’ uit 2017 staan vooral gedichten met feministische thema’s waarin misbruik, onderdrukking, onzekerheid en ongewenste intimiteit ter sprake komen.

Zoals in Gurmukhi script ( schrift dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het schrijven van teksten in het Punjabi) is haar werk exclusief geschreven in kleine letters, waarbij alleen de punt gebruikt wordt als een vorm van interpunctie. Kaur schrijft zo om haar cultuur te eren. Hier een voorbeeld van haar poëzie uit ‘Melk en Honing’ en een instagramgedicht.

 

.
dit is een overlevingstocht
door poëzie
dit is het bloed zweet tranen
van 21 jaar
dit is mijn hart
in jouw handen
dit is
het lijden
het liefhebben
het breken
het helen

.