Site-archief

Geheim agent

Tonnus Oosterhoff

.

De dichter, schrijver Tonnus Oosterhoff (1953) debuteerde in 1990 met de bundel ‘Boerentijger’. Inmiddels is hij vele bundels en verschillende belangrijke literaire prijzen verder. Zo ontving hij o.a. de Multatuliprijs, de Jan Campertprijs, de VSB Poëzieprijs en de P.C. Hooft prijs voor zijn hele oeuvre. In zijn debuutbundel las ik het gedicht ‘Geheim agent’ en daaruit blijkt de onderkoelde humor die hem zo kenmerkt.

.

Geheim agent

.

 

Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht.

De rust waarmee hij alles met me deed
om me tot een bekentenis te dwingen.
Stroomstoot, ijslikeur, bamboe, valse hoop:
hij was een meester in het derdegraads verhoor.

Toen ik vertrok had ik gezworen wat hij wou.
Ik had gemoord, verraden en gelogen,
en meer getierd dan hij ooit had gehoord
en toegegeven: deze ontmoeting vond nooit plaats.

.

Lijsterbessen

Over de dichtkunst

.

Over poëzie en de dichtkunst zijn vele gedichten geschreven, er zijn zelfs bloemlezingen over verschenen. Ook ik heb er enkele gedichten over geschreven. In de bundel ‘Herinneringen aan het onbekende’ een keuze uit eigen werk van Rutger Kopland uit 1966 staat het prachtige korte gedicht ‘Lijsterbessen’ met precies dit als thema.

.

Erger Lijsterbessen

.

De dichtkunst beoefenen is

met de grootst mogelijke zorgvuldigheid

constateren dat bijvoorbeeld

in de vroege morgen

de lijsterbessen duizenden tranen dragen

als een tekening uit de kindertijd

zo rood en zo veel.

.

Kwade trouw

De grote lijsters

.

In 1996 verscheen in de serie ‘De grote lijsters’ het zesde deel met als titel ‘Kwade trouw’ met gedichten van Jean Pierre Rawie. In dit kleine maar vriendelijke bundeltje staan naast gedichten in het hoofdstuk  Kwade trouw ook een drietal gedichten in het hoofdstuk Liederen in opdracht.

In totaal 18 gedichten maar waarom ik er toch graag enige aandacht aan besteed is omdat in het hoofdstuk Kwade trouw het gedicht ‘Kleine liefdesverklaring’ staat. Omdat het lente is en omdat het altijd tijd is voor een liefdesgedicht vandaag dit gedicht.

.

Kleine liefdesverklaring

.

Ik ben al bijna dood, en ik

zal nooit aan mensen wennen;

zo meen ik ook geen ogenblik

je werkelijk te kennen,

.

maar soms, tezamen in het huis

en in één bed tezamen,

met het behoede geruis

van regen langs de ramen,

.

heb ik wel eens een kort moment

gedacht dat ik doorgrondde

hoe ondoorgrondelijk je bent,

en dat al veel gevonden.

.

Geteisterd volk

Gedichten uit de oorlogsjaren

.

Degene die de bundel ‘Geteisterd volk’ waarschijnlijk vlak na de oorlog kocht bij boekhandel Broese in Utrecht (aan het telefoonnummer 10540 op de aankoopbon voor 2 gulden 50 is te zien dat het al zo oud is) kreeg daarmee een bijzonder exemplaar in handen. Dit exemplaar (dat ik nu bezit, gekocht bij een kringloopwinkel) is namelijk in 1943 geprint in Zweden bij Kihlström & Setréus Boktryckereri in Stockholm. Opgedragen in eerbied aan onze koningin, geschreven door Cor Bouchette en van tekeningen voorzien door Peter Pen.

Ik heb gezocht naar meer informatie over Cor Bouchette maar heb niet veel kunnen vinden. Cor Bouchette leefde van 1903 tot en met 1985 en hij was de eerste getuige van de aankomst in Zweden van de overlevende vrouwen van de Philipsgroep. De Philipsgroep was een speciale groep gevangenen die produktiewerk verrichte in concentratiekamp Vught voor Philips. Daarmee profiteerde de multinational van dwangarbeid. Maar het bedrijf bood de gevangenen, onder wie veel joden, zo ook bescherming – en dat spaarde uiteindelijk honderden mensenlevens. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd deze groep op transport naar Auschwitz gezet maar een groot deel overleefde de reis en het verblijf in Auschwitz. Na de oorlog werd de groep op transport gezet naar Zweden alwaar Cor Bouchette verslag deed als verslaggever voor het Persafdeeling van het Nederlandsch Gezantschap aldaar.

In de bundel ‘Geteisterd volk’ staan 30 gedichten met titels als ‘Wilhelmina’, Juliana’ (bij de geboorte van prinses Margriet), ‘Studenten’, ‘De nieuwe mei’, De onbekende soldaat deel I, II en III’, ‘Martelaren, en ‘Getuigenis’.

De bundel begint met het titelgedicht uit 1940.

.

Geteisterd volk

.

Geteisterd volk, aan u mijn medelijden

Niet om het kruis in uw vertrapten tuin,

Niet om soldatengraf en stedepuin,

Om weezen, weduwleed en moederlijden.

.

Geen eik verheft in lichte lucht zijn kruin,

Die niet in donkren grond kon wortels spreiden.

De som der tranen is uw volks fortuin.

De nazaat zal uw sterkend leed belijden.

.

Maar wreeder is de teister van uw ziel:

Die als een roover in uw grenzen viel,

Preekt nu uw weerloos volk een valsche leer.

.

Let op uw zaak, o Holland, zie uw nood:

Wie schond uw grond en ’t eigen woord van eer?

De arische germaan, de stamgenoot.

.

 

Den Haag

Remco Campert

.

Een van de dichters die ik al lang lees en waar ik altijd weer door geïnspireerd word is Remco Campert (1929). Een van de eerste dichtbundels (naast de bundels van Jules Deelder) was dan ook ‘Alle bundels gedichten; 1951 – 1970’ uit 1976. Daarna zouden nog vele bundels komen en ook daar heb ik er verschillende van.

Zo ook de verzamelbundel ‘Dichter’ uit 1995. Uit die bundel het gedicht ‘Den Haag’ niet alleen omdat dat mijn woonplaats is maar ook omdat ik aanstaande donderdag met een aantal andere Haagse dichters ga voordragen bij café ‘Mooie Woorden’ in Naaldwijk.

.

Den Haag

.
Overal bevuilde daken
groen koper van kerken
brakke lucht uitgebeten huizen
afgegraasd grasland verwaarloosde zee.
O en de trieste trage gele trams
en het kippevel van de verwaaide straten.
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag
elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader ongeschoren
dwaalde als Strindberg door het huis
gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was
met mijn kleine rubberdolk
beheerste dolleman
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp
of op zolder het oude lila kussen.

.

 

Er staat nog een stoel

Marijke Hooghwinkel²

.

Afgelopen vrijdag kwam ik Marijke Hooghwinkel tegen bij een voordracht in Breda. Thuis gekomen nam ik haar bundel ‘er staat nog een stoel’ er weer eens bij die ze in oktober 2016 publiceerde bij uitgeverij MeerPeper. Het was de wens van Derrel Niemeijer, de ons helaas ontvallen dichter en naast Lea Theunissen, medeoprichter van de uitgeverij, om Marijke bij MeerPeper te laten debuteren.

Marijke is autonoom beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en ze organiseert het 1m² Podium. Een van haar thema’s is Onderweg en Ruimte. In de bijzonder fraai en met zorg uitgegeven bundel ‘er staat nog een stoel’ staan 28 gedichten, allemaal zonder titel en allemaal persoonlijk van toon zoals ook het volgende gedicht.

.

waar realiteit

lekt

vallen kelders

.

hier blijf ik staan

op de

.

drempel

.

zie ik jou in mij zie ik

mij in jou wij ballen ons

samen

.

hier blijf ik staan

naar andere diepten

waar jij zult verlangen

naar mij

.

of zal ik deze spiegel metéén

leegvegenwant

jij kijkt vanuit jouw taal

.

mijn blik kruist ooit

vooruit met jou mee

…

.

Ik ben mogelijk

Maud Vanhauwaert

.

De Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Ze behaalde een masterdiploma Taal-en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen en een masterdiploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze nu zelf doceert. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijs, voor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig’ (2014) de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninck- wedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek toegankelijk te maken. Met haar performances trad ze op, op radio en tv, in binnen en buitenland. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit haar bundel ‘Ik ben mogelijk’ een gedicht zonder titel.

.

jonge mensen die zwijgen

slappe ballen onder een stijve

lage slingers bij een verjaardagsfeest

waar zijn de moeders

die vragen hoe het is geweest

.

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt

het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen

van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

.

en hoewel de lucht zalmroze

we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm

zeg ik domweg ja, de stad is steeds

.

en dan de putjes in haar lach

alsof in elke wang een nietje zat

.

Atomenplukker

Een recensie

.

Van Irene Siekman, de drijvende zeg maar stuwende kracht achter de Poëziebus, kreeg ik de bundel ‘Atomenplukker’ toegezonden. Deze bundel van Sven de Swerts is de eerste uitgave van Uitgeverij Bunker.

Uitgeverij Bunker is een nieuwe uitgeverij die zich richt op podiumpoëzie waarbij de nadruk ligt op dichters die buiten de bestaande kaders vallen en zich ook op het podium positief onderscheiden: Ondergronds en welluidend.

Nu ken ik Sven de Swerts een beetje en ik heb hem ook op het podium bezig gezien, welluidend is zeker op hem van toepassing. Nu zul je je misschien afvragen hoe podiumpoëzie zich verhoudt tot een bundel van papier. Juist door de richting die Uitgeverij Bunker kiest (ondergronds en welluidend) is de poëzie van de dichter(s) spannend en uitdagend. Zo ook deze bundel maar daarover straks meer.

De bundel is goed uitgegeven, dat wil zeggen eigentijds, modern, goede vormgeving en de uitgever heeft zelfs in het colofon een passage opgenomen over het interpunctiegebruik. Vierentwintig gedichten waarvan maar liefst twaalf gedichten samen zijn geschreven met andere dichters. En dat zijn niet zomaar de eerste de beste: Alja Spaan, Runa Svetlikova, Nick J. Swarth, Nils Geylen, René van Densen, Elbert Gonggrijp, Walter Ligtvoet, Rik van Boeckel en John Brains.

De gedichten in de bundel zijn soms ongrijpbaar, onconventioneel, rauw in de zin dat de Swerts geen blad voor de mond neemt. Soms helpen de titels van de gedichten je bij de betekenis van het gedicht en bij andere weer voegen ze juist wat extra mysterie toe aan de tekst van het gedicht.

Het is poëzie die je moet horen, dus hardop voorlezen en luisteren. Maar ook bij herlezing komt de bedoeling van de dichter dichterbij. Titels als ‘scheldklier’, ‘atomenplukker’ en ‘exportvlees’ maken dat je nieuwsgierigheid wordt gevoed.

In de begeleidende brief schrijft de uitgever: Uitgeverij geeft graag een voorzet (eigen kwaliteitsnormen ontwikkelen) en verwelkomt ook secundaire literatuur op het gebied van de (podium)poëzie. Ik kan dat alleen maar toejuichen, er is een gat dat gevuld kan worden en als dat gebeurt door middel van dit soort uitgaven voorzie ik een mooie toekomst voor Uitgeverij Bunker.

Uit ‘Atomenplukker’ koos ik het gedicht ‘Verzamelwoede’.

.

Verzamelwoede

.

Ze heeft verzamelwoede

in elke hoek van het huis staat een man

.

Ze leest boeken als mensen uit.

Verslindt specimens zoals trainers kooien

voor monsters. Monsters van mannen

die ze het liefst als een boek vastbindt

.

– een esoterische aanslag op je liezen pleegt

.

sproetje per sproetje aaneen hecht,

ervaringen uitschilfert, je geheugen overschrijft,

je rug lief brandmerkt.

.

Ze wil meer mannen die meer muren bouwen voor nog meer mannen

tot de ruimte vol is, alles in haar omgeving rondom haar circuleert.

.

Ze degusteert boeken als woordenkrabbers

elke letter iemand die ze heeft maar nooit zal kennen.

.

En toen kwam ik Sven op 6 april tegen bij poëziepodium De Groene Fee in Breda, waar we beide zouden voordragen. We hadden het over deze recensie en hij vertelde lachend dat ik maar de helft van het gedicht had geplaatst. En inderdaad, op de volgende bladzijde ging het gedicht nog door. Het schaamrood stond mij op de kaken en daarom, hier het tweede deel dat gewoon als een achter het eerste deel gelezen dient te worden.

.

Haar hart is onbewoonbaar verklaard

een ongeschikte calamiteit van vroeger

tussen onafgewerkte droomlagen

half zand half suiker.

.

Hier ligt ze dan als aanhang van uitgekomen

dromen, een prinses in een verkeerd sprookje

een nummer op een handpalm.

.

Tot iemand anders haar bewoont

en zij vergeten in mannenresten

krijgt wat zij altijd wilde.

.

Ze is verzamelwoede

in elke hoek van het huis staat een man.

.

.

Dan is het beter te zwijgen

Gijs ter Haar

.

Gisteravond was ik een stapel dichtbundels aan het opruimen (dat wil zeggen ik probeerde een plek vrij te maken in de boekenkast om ze neer te zetten en dat is nog geen sinecure) en toen kwam ik de kleine maar fijne bundel ‘Voor de zwijnen’ uit 2017 tegen van Gijs ter Haar en toen wist ik dat ik hieruit een gedicht ging plaatsen.

Gijs ken ik al vele jaren, een bijzondere man en dichter aan wie ik altijd mooie herinneringen heb. Elke keer als we elkaar tegen komen is er weer iets te melden en geniet ik van zijn voordrachten. Maar ook in de bundel ‘Voor de zwijnen’ staat veel moois zoals het prachtige gedicht ‘Dan is het beter te zwijgen’.

.

Dan is het beter te zwijgen

.

Hoe dat is, dat je dan toch

opeens de handen van je vader krijgt

hij langzaam in je lichaam kruipt

 

zijn oude wonden openrijt

als waren het de jouwe

.

en dat je nooit gekeken hebt

naar wat zich dagelijks voltrok

hoe hij hetzelfde kind ooit was

het achterliet in het besef

van een intens berouwen

.

dat alle angsten eender zijn

deze nog het meest van al

maar dat hij met jou sterven zal

als oude foto’s in een doos

vol ongekend vermoeden

.

je hebt je vleugels afgelegd

je voeten in beton gezet

een kind loopt door het huis

en zegt dat je zijn lieve vader bent

je wilt dat kind behoeden

.

Lente

Dichter van de maand

.

Voor de laatste keer is vandaag Armando dichter van de maand. Volgende week op 1 april (geen grap) een nieuwe dichter van de maand, wie dat is blijft nog even geheim, volgende zondag gewoon lezen. Omdat het afgelopen 21 maart officieel lente is geworden vandaag een gedicht van Armando over de lente ui de bundel ‘Liever niet’ uit 2017.

.

Lente

.

‘t Is bijna lente, de knoppen zijn al weerloos,
de takken steken hun armen uit
en de groei heeft de bloei ontdekt.

Het blijft voorlopig lente,
omdat het gretig groen is.

Het was de luidruchtige lente,
die even heeft geglimlacht.

.