Site-archief
Wout Waanders
MUGzine #13
.
In augustus komt het nieuwe nummer van MUGzine uit. Dichters die vertegenwoordigd zijn met werk zijn Jana Arns, Marie Brummelhuis, Shari van Goethem en Wout Waanders. De kunst is dit keer van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Om alvast in de stemming te komen zal ik hier een paar keer iets van de deelnemende dichters plaatsen. Zo plaatste ik van Shari van Goethem op 10 juni al een gedicht en vandaag is het de beurt aan Wout Waanders (1989).
Wout Waanders schrijft gedichten op een laptop, met een pen of een Edding 3000. Hij draagt ook gedichten voor. Daarnaast treedt Wout op als onderdeel van de vijfkoppige Boyband, de literaire boyband. Eind 2020 verscheen Wouts debuutbundel ‘Parkplan’ bij uitgeverij De Harmonie. Daarvoor had hij al in verschillende kranten, (digitale) tijdschriften en verzamelbundels poëzie gepubliceerd. Waanders was in 2019 en 2020 stadsdichter van Nijmegen en in 2008-2009 Campusdichter van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij won in 2012 de Poëzieprijs van de Stad Oostende en in 2014 Write Now! ‘s-Hertogenbosch. Zijn debuutbundel ‘Parkplan’ won de C. Buddingh’-prijs, en werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.
In de hoedanigheid van stadsdichter schreef hij in 2020 het gedicht ‘een nieuwe stad’ een gedicht voor boven het condoleanceregister voor Nijmeegse coronaslachtoffers.
.
Een nieuwe stad
.
Gisternacht heb ik een nieuwe stad bedacht.
Het lijkt verdacht veel op Nijmegen, maar er zijn geen beperkingen,
geen nieuwsberichten (hooguit iets over een pandabeer)
en jij bent er. Jij bent er gewoon weer.
.
Ergens in je straat kom ik je tegen.
Je glimlacht, vraagt: is het anders zonder mij,
en ik knik: wat had je gedacht. Dan open jij je armen en
ik omhels je met terugwerkende kracht.
.
foto: Studio Schulte Schultz
Reisgenoten
20 jaar poëzietijdschrift Awater
.
In 2002 richtte Gerrit Komrij, destijds Dichter des Vaderlands, het poëzietijdschrift Awater op. Een tijdschrift om de Nederlandstalige poëzie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Nu, 20 jaar later, komt Awater met een bloemlezing van dichters die de afgelopen 20 jaar aan het tijdschrift hebben meegewerkt. De bloemlezing is getiteld ‘Ik vond vele reisgenoten’ en ik kreeg hem bij mijn abonnement op dit tijdschrift met het zomernummer van 2022 meegestuurd.
De bundel wordt ingeleid door Myrte Leffring en bevat 20 gedichten van bekende dichters die een gedicht schreven rond het thema ‘Ik zoek een reisgenoot’ het motto van het gedicht ‘Awater’ van Martinus Nijhoff uit 1934 (waar het tijdschrift naar vernoemd is). Zoals op het achterflap te lezen staat is het resultaat een rijk scala aan poëtische bestemmingen, met de nodige obstakels én prachtige uitzichten onderweg.
Als er voor mij één ding blijkt uit deze jubileumbundel dan is het dat de poëzie in Nederland (en de andere Nederlandstalige gebieden) leeft en veelzijdig is en dat er voor een poëzietijdschrift altijd ruimte is. Wat mij betreft op naar het volgende jubileum.
Onder de deelnemende dichters in de jubileumbundel grote bekende dichtersnamen en een enkele wat minder bekende. Ik koos voor het gedicht ‘Een wat langere reis’ van Jan Glas (1958) een Gronings beeldend kunstenaar, schrijver, dichter, zanger, fotograaf en redacteur van het Groningse tijdschrift Krödde. Ik koos dit gedicht omdat de laatste strofe mij heel erg deed denken aan het gedicht ‘Mannenman’ dat ik schreef in 2013.
.
Een wat langere reis
.
Voor een wat langere reis zoek ik gezelschap.
Een ezel. Een met harde hoefjes. Sterk, koppig en lief.
.
Een metgezel om de bevroren uren in te halen.
Om samen op te trekken door ons laagland
en te krabbelen in de bergen over steile paadjes
langs geïsoleerde dorpen waaruit rook kringelt.
Af en toe iets zeggen.
.
Wat ik te bieden heb, ik val met de deur in huis:
ik ben een truffel, opgegraven door een varken.
Heb slanke handen en haal honden aan. Een eenling
.
met weinig ambities. Ik hoef geen man te zijn.
Ik wil er eentje spelen.
.
Aad Nuis
Dichter bij de dood
Aan zee de tijd kwijtraken
Bernke Klein Zandvoort
.
De afgelopen 10 jaar zijn er verschillende dichters gepubliceerd en bekend geworden die een eigen stem en geluid hebben. Een dichter met één van de meest in het oog springende namen uit de hedendaagse poëzie van de afgelopen 10 jaar is Bernke Klein Zandvoort (1987). Klein Zandvoort publiceerde twee dichtbundels: ‘Uitzicht is een afstand die zich omkeert’ uit 2013, waarmee ze genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en de Jo Peters Poëziepríjs, en ‘Veldwerk’ uit 2020. Deze laatste bundel werd genomineerd voor de grote Poëzieprijs.
Klein Zandvoort volgde de opleiding Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld Academie. Ze schrijft gedichten en essays, stelt programma’s en boeken samen en verzamelt poëzie en was redacteur van het tijdschrift ‘De Revisor van 2017 tot en met 2021. Op dit moment werkt ze aan een een filmproject over het oog als orakel, een essaybundel die in 2023 zal verschijnen en een onderzoeksproject naar Mexicaanse literatuur in het kader van Wanderlust, een initiatief van het Letterenfonds waarin talentvolle bemiddelaars in de literatuur als schrijvers de kans krijgen zich verder te ontwikkelen in een internationale setting.
In het zomernummer van poëzietijdschrift Awater verscheen een gedicht van Klein Zandvoort met een tekening van Gemma Plum. Het titelloze gedicht wil ik hier met je delen omdat ik getroffen werd door de laatste zin. Ooit hoorde ik van een oud collega die overspannen was dat zij door een vriendin dagelijks mee naar het strand werd genomen voor lange wandelingen. Zij knapte hier enorm van op en ze vertelde me letterlijk dat je de tijd kwijtraakte aan het strand. Wonend op een paar minuten afstand van het strand kan ik dit beamen.
.
wat ik hoorde in de schelp
.
golven klinken net als ademhalingen
.
met je lijf als een vuurtoren kan je
je uitademing ver van je af zien gaan
tot de inademing je weer verzamelt
zoals golven elkaar komen ophalen aan het strand
.
dat is waarom mensen aan zee de tijd kwijtraken.
.
Koude oorlog?
Hans Verhagen
.
Voor een prikkie kocht ik bij een witte boekenhal (waar, naar ik dacht toch vooral heel veel kinderboeken, plaatjesboeken en populaire romans en thrillers worden verkocht) de verzamelde gedichten van Hans Verhagen getiteld ‘Eeuwige vlam’. In deze verzamelbundel uit 2003 zijn de gedichten van Verhagen opgenomen die hij schreef tussen 1958 en 2003.
Hans Verhagen (1939-2020) was behalve dichter ook journalist, kunstschilder en filmmaker. Hij maakte vanaf 1957 samen met Armando, Hans Sleutelaar en Cornelis Bastiaan Vaandrager deel uit van Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat werd vernoemd naar het Antwerpse Jazzcafé met die naam en dat in 1955 werd gestart door Gust Gils en Paul Snoek.
In ‘Eeuwige vlam’ zijn een aantal van de bundels van Verhagen integraal opgenomen. Zo ook de bundel ‘Rozen & Motoren’ uit 1963. Eind 1962 kwam de koude oorlog tot een gevaarlijk hoogtepunt tijdens de Cuba crisis. In ‘Rozen & Motoren’ schrijft Verhagen er het gedicht ‘Koude oorlog?’ over. Wanneer ik het lees bekruipt me de gedachte dat wat er momenteel in de wereld gebeurt wel heel erg lijkt op toen.
.
Koude oorlog?
.
Mijn 7 maal geconcentreerde gestalte
verschijnt u nu dagelijks,
maar mijn arbeid voedt u anoniem.
.
Uiterlijk is niets aan mij veranderd:
Koude oorlog? Voeten in het vuur!
Wereldoorlog? Laarzen in het water!
.
Maar het verstikte instinct verspreidt
geuren van ontbinding-
gelukkig nieuwjaar of ik schiet.
.
De laatsten der Mohikanen
De nieuwe MUG komt eraan
.
De afgelopen twee maanden zijn we van MUGzine weer volop bezig geweest om een fonkelnieuwe en prachtige editie van dit mini poëziemagazine te maken. We zijn ontzettend blij dat vier dichters een bijdrage wilde leveren en een vermaard fotograaf. De dichters zijn Anton Korteweg (1944), Wim Hofman (1941), Jana Beranová (1932) en een nieuw Vlaams talent Amina Belôrf (1990). De illustraties zijn van internationaal werkend en exposerend fotografe Scarlet Hooft Graafland (1973).
De richting die MUGzine #12 meekreeg was een dichtregel van E.E. Cummings uit het gedicht ‘maggie and milly and molly and may’ die luidt: ‘it’s always ourselves we find in the sea’.
Omdat we dit keer een drietal oudere en ervaren dichters in MUGzine hebben vond ik het wel toepasselijk een gedicht van één van hen hier te plaatsen. Het betreft hier het gedicht ‘De laatsten der Mohikanen’ van Jana Beranová uit haar ‘Werkboek’ bloemlezing 1983-2010 uit 2011.
.
De laatsten der Mohikanen
.
Daar staan ze
gebakken uit zeldzame klei.
De punten van hun laarzen
wijzen omhoog
om de aarde
geen pijn te doen.
.
Een nieuwe editie
De nieuwe MUG
.
Nu we al zo lang van ons nachtkastje naar de slaapkamermuur staren, van de woonkamer naar de keuken, mag iedere kamerplant, van vensterbank tot postzegelformaat zich gelukkig prijzen. Laat de flora groeien en bloeien als nooit tevoren. Van muurbloem tot ruisende struik. De geheime tuin in je broekzak is zo groot als je maar wilt.
Vanaf dit jaar willen wij, de makers van MUGzine het iets anders gaan doen. Natuurlijk blijven we dichters vragen om een bijdrage te leveren aan het meest eigenwijze en leukste kleine poëzietijdschrift van Nederland en Vlaanderen, maar we gaan wat spelen met onderwerpen, thema’s en vormen van gedichten. Wat blijft is de vorm (A6), de papieren editie en de digitale editie, de Luule en de bijdrage van een kunstenaar of illustrator.
Vandaag komt MUGzine nummer 11 uit met poëzie van de Vlaamse dichter Siel Verhanneman, en uit Nederland poëzie van Meliza de Vries (die ook voor de illustraties zorgde), Gaël van Heijst en Marie-Anne Hermans. Wat al anders is deze editie is de Luule in drie delen en de vormgeving. Bart onze vormgever zal het komende jaar zijn expertise als vormgever meer laten zien en de omslagen zullen dan ook anders zijn dan de eerste 10 edities.
Zoals altijd is MUGzine gratis te downloaden via mugzines.nl, wil je echter in alle ‘omvang’ van MUGzine genieten word dan donateur voor minimaal € 20,- per jaar en ontvang automatisch alle nummers van het jaar (5) via de post thuis. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en ontvang nummer 11 meteen. Het is ook nog steeds mogelijk de eerste 10 nummers te bestellen.
Hieronder een gedicht van Gaël van Heijst die met drie gedichten vertegenwoordigd is in #11
.
Plankenkoorts
.
De planken dragen een man
die zijn haren kamt
voor het slapengaan.
Stel, de inzameling begint
middenin de nacht.
Schoon. Ze zullen hem
net hebben.
Twee kommetjes
met het natste zout
vloedend in zijn handen.
Waaieren, gietend
over de eerste rij met regenscherm.
De man begint
daarmee
einde.
Na afloop lacht iedereen
de man uit vanaf hun stoel.
‘Is het oké om nu te gaan.’
‘Nee pas bij de afloop. ‘
Ze wachten netjes
tot ver na afloop.
Iedereen zit nog.
.
Hij komt, zij komt..
De nieuwe, nieuwe MUG
.
Een nieuw jaar, een nieuw geluid of eigenlijk een iets andere aanpak van wat al goed was maar altijd beter en anders kan; De nieuwe editie van MUGzine (de 11e editie alweer) is aanstaande, ergens de komende dagen wordt ie gepubliceerd. In dit nummer poëzie van dichters Meliza de Vries, Siel Verhanneman, Gaël van Heijst en Marie-Anne Hermans. Natuurlijk een Luule (ook deze iets anders dan voorheen), een sprankelend voorwoord met dito mug en illustraties van de veelzijdige Meliza de Vries.
Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Meliza getiteld ‘Wereldadapter’.
.
Wereldadapter
.
Ik heb een taalachterstand in 5995 talen
faal in het wereldburgerschap
praat in de verleden tijd van mijn moedertaal
.
om geen heimwee te krijgen krimp ik
in sommige talen zijn geen verkleinwoorden
.
ik vertraag dialogen met Google Translate
in voorlopige tijdzones, tot ik dezelfde taal spreek.
.
Trojaanse gedachten
Guislain
.
Enige jaren geleden was ik voor het eerst in Gent in Museum Dr. Guislain. Dit museum is gewijd aan de psychiatrie in België en is gehuisvest op het terrein van de oudste psychiatrische inrichting in België die nog steeds als zodanig in gebruik is. Het museum is een cultureel ijkpunt met betrekking tot de geschiedenis van en actuele discussies over psychiatrie en geestelijke gezondheid, zorg, en kunst en waanzin.
Wat me vooral heel erg goed is bijgebleven van mijn bezoek is de tentoonstelling van de geschiedenis van de psychiatrie in het museum. De zeer indringende foto’s van patiënten van 100 jaar geleden, de zalen met bedden en de machines voor schriktherapie (elektroshocktherapie). Ik moest hieraan terugdenken toen ik in de bundel ‘Trojaanse gedachten’ van de in Warschau geboren dichter Alicja Gescinska (1981) het gedicht ‘Guislain’ las dat overduidelijk over deze instelling en zijn historie is geschreven.
Ik kreeg de bundel cadeau bij de laatste editie van het poëzietijdschrift Awater (ik heb een abonnement waarbij je steeds de clubkeuze cadeau krijgt). Grappig genoeg had ik pas daarvoor de recensie op Meander van Wim Platvoet gelezen die niet onverdeeld positief was. Zet dat af tegen het ‘clubkeuze’ maken en eens te meer blijkt dat over smaak wel degelijk te twisten is.
Omdat ik het gedicht ‘Guislain’ herkenbaar vond, het me deed terugdenken aan mijn bezoek aan het museum, wil ik het hier met jullie delen en ik kan een bezoek aan het museum zeer aanbevelen.
.
Guislain
.
Op het bed ligt een vrouw die aan vroeger denken doet.
De slaap woekert tegen de opgang van gedachten, eindelijk.
De kraan wordt even stil gedraaid, ook ik durf weer te ademen.
Nog hier en daar een woord dat valt, alles in haar nieuwe taal.
Verdwaalde intervallen van begrip is waar ik het mee moet doen.
De rest vervluchtigt, zinkt weg tussen de plooien van het matras.
Een verpleegster komt langs, stelt gerust, mij meer dan haar:
Geduldig zijn, neuroleptica vragen tijd, witte pillen van hoop.
Even later zijn we weer alleen, wat woorden strompelen uit haar.
Morgen zal het beter gaan, morgen spreekt ze weer mensentaal.
Een wankele zekerheid, in haar kamer zonder deurslot,
Even hermetisch open als de gangen in haar hoofd.
Haar helderheid loopt voortaan aan de leiband.
.
Billy Collins
Van Ingmar Heytze naar Billy Collins
.
Afgelopen vrijdagavond keek ik van 20.00 tot 20.30 naar een voordracht van Ingmar Heytze op de website van de Bibliotheek Den Haag in het kader van de Poëzieweek 2022. Tijdens zijn voordracht vertelde Ingmar over een dichter die hij erg bewonderd namelijk de Amerikaanse dichter Billy Collins. Ingmar was op het bestaan van deze dichter gewezen door Kees van Kooten (die Billy Collins ook bewonderd) die werk van deze dichter heeft vertaald in de bundel ‘Zo Wordt U Gelukkig’ en de poëzie van Billy Collins.
Zoals je van mij gewend ben ga ik vervolgens op zoek naar deze bundel en naar informatie over Billy Collins. Collins (1941) was Distinguished Professor aan het Lehman College van de City University of New York ( gepensioneerd, 2016). Hij was Poet Laureate (zeg maar dichter des vaderlands) van de Verenigde Staten van 2001 tot 2003 en New York State Poet van 2004 tot 2006.
Billy Collins kreeg voor zijn werk vele prijzen waaronder verschillende van het poëzietijdschrift ‘Poetry’. Een van zijn meest veelgeprezen werken, ‘Fishing on the Susquehanna in July’ is toegevoegd aan de bewaarde werken van het literairVrer register van de Verenigde Staten als zijnde een cultureel belangrijk gedicht. Het gedicht is opgenomen als onderdeel van de landelijke examens voor voortgezet onderwijs in de Verenigde Staten.
Collins publiceerde acht dichtbundels, waarvan meer dan 250.000 exemplaren werden verkocht. Kees van Kooten vertaalde gedichten van Collins om het humoristische karakter. Hieronder het gedicht ‘Vergeetachtigheid’ . ‘Forgetfulness’ zoals de titel in het Engels is, werd voor het eerst gepubliceerd in het tijdschrift Poetry in januari 1990 en staat ook in het boek ‘Questions About Angels’ uit 1999. Een uitgebreide analyse van dit gedicht vind je hier.
.
Vergeetachtigheid
.
De naam van de schrijver ontschiet je als eerste
gehoorzaam gevolgd door de titel, de inhoud,
Het is alsof, beetje voor beetje, alle gekoesterde herinneringen
hebben besloten te gaan wonen op het zuidelijk halfrond van je brein,
Al lang geleden kuste je de namen van de negen Muzen vaarwel
en zag je de vierkantsvergelijking haar biezen pakken
is er iets anders dat je ontglipt, een beschermde bloemsoort wellicht,
Wat je ook wanhopig tracht terug te halen,
het ligt niet langer op het puntje van je tong
Het ging kopje-onder in een zwarte, mythische rivier
want jij bent op weg naar diezelfde vergetelheid, waar je zult horen
Begrijpelijk dat je midden in de nacht je bed verlaat
En geen wonder dat de maan in het raam lijkt weggedreven
uit een liefdesgedicht dat je uit je hoofd kon opzeggen.
.
.













