Site-archief

African American Poetry

Elisabeth Alexander

.

In 2012 verscheen in de Verenigde Staten bij ‘Poetry for young people’ bij uitgeverij Sterling het bijzondere boek ‘African American Poetry. De reden dat dit zo’n bijzonder boek is ligt in het feit dat voor het eerst een bloemlezing van Afrikaans Amerikaanse poëzie werd samengesteld en uitgegeven met een overzicht vanaf  de 18e eeuw tot nu en dan ook nog specifiek geschikt voor jongeren.

Redacteur Arnold Rampersad (van de Princeton University) beschrijft de geschiedenis van African American poetry, de invloeden (armoede, slavernij en racisme maar ook het alledaagse leven),  de dichters waarvan enkele zelfs tijdens de slavernij al schreven, hoewel het verboden was bij wet om een slaaf te leren hoe te lezen en schrijven. Zo is in het boek te lezen dat reeds in 1773 een boek van een African American dichter werd gepubliceerd met de titel ‘Poems on Various Subjects, Religious and Moral’ door Phillis Wheatley.

Een gedicht uit het boek is ‘Apollo’ door Elisabeth Alexander. Zij is professor aan de  Yale University in New Haven, Connecticut, graduate bij Yale, Boston University, en de University of Pennsylvania, waar ze een doctoraat in Literatuur heeft gehaald. President Obama vroeg haar een gedicht voor te dragen bij zijn inauguratie in 2009.

Haar gedicht ‘ Apollo’ neemt je mee terug naar 20 juli 1969, toen de eerste mens voet zette op de maan. Een Afrikaans Amerikaanse familie is zo nieuwsgierig naar dit historische moment, dat ze tijdens een autorit stoppen bij een wegrestaurant om het op televisie te volgen. Het restaurant zit vol blanke Amerikanen (het was de tijd van de rassenonlusten tussen de zwarte en blanke Amerikanen). Maar op dat moment vallen alle raciale spanningen weg bij de gebeurtenissen in de ruimte die ze samen op televisie volgen waarmee de spanningen feitelijk naar juiste proporties worden terug gebracht.

.

Apollo 
 
We pull off
to a road shack
in Massachusetts
to watch men walk
 
on the moon. We did
the same thing 
for three two one
blast off, and now
 
we watch the same men
bounce in and out
of craters. I want 
a Coke and a hamburger.
 
Because the men
are walking on the moon
which is now irrefutably 
not green, not cheese,
 
not a shiny dime floating
in a cold blue,
the way I’d thought,
the road shack people don’t
 
notice we are a black
family not from there,
the way it mostly goes.
This talking through
 
static, bounces in space-
boots, tethered
to cords is much
stranger, stranger
 
even than we are.
.

Bovenbouw

Hans Magnus Enzensberger

.

De Duitse schrijver, dichter, vertaler en redacteur Hans Magnus Enzensberger (1929) is een wereldberoemde Duitse auteur die ook onder het  pseudoniem Andreas Thalmayr publiceerde. In de bundel ‘A thing of beauty’ die Menno Wigman en Rob Schouten samenstelden, en die een verzameling van de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur bevat, is een gedicht opgenomen van Enzensberger met de titel ‘in het leesboek voor de bovenbouw’.  Dit ironisch bedoelde gedicht verscheen in 1957. Voor de liefhebbers van poëzie in de oorspronkelijke taal hier het gedicht in het Duits en in de vertaling van Martin Mooij.

.

Ins Lesebuch für die Oberstufe

Lies keine Oden, mein Sohn, lies die Fahrpläne:
sie sind genauer. Roll die Seekarten auf,
eh es zu spät ist. Sei wachsam, sing nicht.
Der Tag kommt, wo sie wieder Listen ans Tor
schlagen und malen den Neinsagern auf die Brust
Zinken. Lern unerkannt gehn, lern mehr als ich:
das Viertel wechseln, den Paß, das Gesicht.
Versteh dich auf den kleinen Verrat,
die tägliche schmutzige Rettung. Nützlich
sind die Enzykliken zum Feueranzünden,
die Manifeste: Butter einzuwickeln und Salz
für die Wehrlosen. Wut und Geduld sind nötig,
in die Lungen der Macht zu blasen
den feinen tödlichen Staub, gemahlen
von denen, die viel gelernt haben,
die genau sind, von dir.

.

In het leesboek voor de bovenbouw

.

Lees geen odes mijn zoon, lees de dienstregelingen:

die zijn secuurder. Rol de zeekaarten op

voor het te laat is. Wees waakzaam, zing niet.

De dag zal komen dat ze weer lijsten op de deur

plakken en nee-zeggers tekens op de borst

verven. Leer onherkenbaar te gaan, leer meer dan ik:

van buurt te wisselen, van pas, van gezicht.

wees vertrouwd met het kleine verraad,

de dagelijkse, morsige redding. Bruikbaar

zijn de encyclieken om vuur aan te steken,

de manifesten: om boter in te pakken en zout

voor de weerlozen. Woede en geduld zijn nodig

om in de longen van de macht te blazen

het fijne dodelijke stof, gemalen

door degenen die veel hebben geleerd,

die zeker zijn, van jou.

.

DOCU_GRUPO

atob

 

Zelfportret

Stefaan van den Bremt

.

Stefaan Van den Bremt (1941) is een Vlaams dichter en essayist. Hij debuteerde onder het pseudoniem Stevi Braem in 1968 met de bundel ‘Sextant’, waarmee hij de eerste debuutprijs (in 1969) won. Onder dit pseudoniem schreef hij ook als redacteur in het literair tijdschrift Kreatief (1966-2003). In 1980 ontving hij de Louis Paul Boonprijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn laatste bundel dateert alweer van 2002 maar hij is ook actief als vertaler van Mexicaans Spaanse poëzie. Hiervoor ontving hij in 2007 in Mexico de Internationale Poëzieprijs Zacatecas.

Uit de bundel ‘Rover en reiziger’ uit 1992 het gedicht ‘Zelfportret’.

.

Zelfportret

.

Ik die de nasmaak van loslippigheid
geproefd heb, en zij is te jong
en praat mijn mond voorbij en bijt
als peper op mijn tong;

ik die de vreemde kriebel van het woord
gevoeld heb als het witte blad
en zit te schrijven als vermoord
ik het, al dat wit zat;

ik die de ren van kippen zonder kop
gezien heb, en hoe oud was ik
die de stokkende hartenklop
gehoord heb van de schrik? –

Ik die aan boeken en een bloem
geroken heb, en ze niet noem.

.

R&R

Poëziebus 7

Edith de Gilde

.

Normaal vandaag op zondag de dichter van de maand (Jules Deelder) maar omdat ik deze week d(een deel van) de Poëziebusdichters in het zonnetje zet verschuift Deelder naar morgen. Dichter Edith de Gilde werkte als schrijfcoach in de jaren ’00 en was in dezelfde periode redactrice van Meander. Ze is nu bestuurslid van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater en film.

Gedichten publiceerde ze in tijdschriften, bloemlezingen, bibliofiele uitgaven en poëziekalenders. Ze heeft ook eigen bundels gepubliceerd zoals ‘Zeilschip Zondag’ uit 1998 en de tweetalige bundel Verloop / Verlauf met vertalingen in het Duits van Hans v.d. Veen uit 2011. In 2012 is in de Haagse Kunstkring haar bundel ‘Vleugels van cement’ gepresenteerd, deel 20 in de reeks Verse Voeten van De Witte Uitgeverij.

Als stadsgenoot koos ik voor een gedicht van haar hand over Den Haag.

.

Als zwijgen

Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.

Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.

Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.

Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!

Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.

.

gilde_edith_de

poeziebuslogo

Liedje voor de pijn

Jan Willem Otten

.

Schrijver/dichter Jan Willem Otten heeft een veelzijdig oeuvre opgebouwd van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. In 1973 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Een zwaluw vol zaagsel’ waarna hij nog elf dichtbundels publiceerde. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van ‘Tirade’.

Voor zijn poëzie ontving hij de Reina Prinsen Geerligsprijs, de Herman Gorterprijs en de Jan Campertprijs. Uit zijn bundel ‘Eerdere gedichten’ uit 2000 het gedicht ‘Liedje voor de pijn’.

.

Liedje voor de pijn

.

Een mevrouw loopt door de gang

met in een zilveren kom haar plas.

.

Zij zingt in zich zelf

van de pijn van vannacht

zo waaiend verwoestend

dat zij zich moest krimpen

tot iets van niks, tot pluisje

drijvend op die wind.

.

Het woei niet weg

het woei niet mee

is niet verpletterd

maar bestaat nog steeds

ook nu de pijnwind ligt.

.

Straks wordt zij zwaar

en bang voor nieuwe wind

voor splijten als een eik.

.

Maar hedenmorgen is zij

vederlicht. O bleef ik zo,

voor altijd zonder wil,

.

zingt de mevrouw op onze gang.

Haar zilveren kom spoelt zij nu om.

.

eerdere gedichten

Geen uitweg

Ewa Lipska

.

Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.

In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.

.

Geen uitweg

.

Dit is dat hotel. Deze kamer.

Het bed waarin zij hebben geslapen.

De roze magnolia’s hangen nog in de kast.

Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.

Mensen vielen elkaar in de armen.

Meisjes hingen mannen om de hals

als namaaksieraden.

In de wisselkantoren

werden kussen gewisseld.

Men stierf niet meer.

De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.

Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.

Censors schrapten de horizon.

Corrigeerden het uitzicht uit het raam.

Midden op het marktplein werd

Feest der liefde van Watteau opgehangen.

Uit luidsprekers klonken

de liederen uit Dichterliebe van Schumann.

De dieren kregen vleugels aangemeten

in de vorm van harten.

De terreur der liefde regeerde het stadje.

Weigeraars werden in de afgrond gestort.

Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?

Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.

Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.

De ratten verlieten massaal de stad

zonder om te kijken naar het vuurwerk.

Men danste juist op het verplichte bal.

En alleen zij wisten al dat

een stap vooruit de dood betekende

en een stap achteruit slechts moord.

 

.

lipska

Zijwaarts springen

Een recensie

.

Van Méland Langeveld kreeg ik de bundel ‘Zijwaarts springen’. Een bundel die op een bijzondere manier tot stand kwam, maar daarover straks meer. Méland Langeveld is (tekst)schrijver, redacteur en dichter. Langeveld deed meerdere malen mee met de Turing gedichtenwedstrijd. Zes gedichten in deze bundel eindigden hoog in de Turingprijs ranglijst. Gedichten uit de edities van 2012, 2013 en 2014 en ongetwijfeld zal ook dit jaar zijn naam niet ontbreken op de ranglijst (als hij weer meedoet) want zijn poëzie heeft een heel eigen toon.

Uit eerdere besprekingen van zijn gedichten door de Turingprijs redactie: “Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar heen, vooral als er een vergelijking wordt gemaakt tussen een vader die lispelt en meubelen die praten.”

Maar ook: “zeer ontroerende, beeldende beschrijving van de relatie tot een dementerende ouder. Nergens wordt dit gedicht zeemzoet – wat met een gevoelige thematiek niet gemakkelijk te vermijden is.”

De verwachtingen voor lezing waren dan ook hoog gespannen bij mij. Dan als eerste de bundel. Deze is een gevolg van het feit dat Langeveld in de zomer van 2015 de eerste prijs bij de door uitgeverij aquaZZ georganiseerde gedichtenwedstrijd, won.

Als prijs werd deze bundel uitgegeven. Mooi vormgegeven door Angélique Kersten en opgedragen aan Leonie en Roos. De bundel is ingedeeld in zes hoofdstukken met titels als: Huilend leeg landschap’, ‘Sleetse loper naar het avondland’ en ‘Lepe ogen van de melancholieke koe’. Dit zijn mijns inziens willekeurig gekozen titels, ik heb tenminste geen directe link kunnen vinden met de gedichten die na de hoofdstuktitels volgden en de titel van een desbetreffend hoofdstuk. Overigens vind ik dit totaal geen probleem, misschien zie ik iets over het hoofd, misschien zijn het slechts vehikels om enige structuur aan te brengen in de bundel.

Uit deze titels komt al naar voren wat voor soort dichter Méland Langeveld is, wat ik een bijvoeglijke naamwoordendichter zou noemen. Dat is overigens zeker niet altijd een negatieve connotatie. In het geval van Langeveld zeker niet. Juist door de ongebruikelijke manier van toepassen. Voorbeeld: ‘Het vochtig ruisen van rul water’, ‘Fris gewassen sneeuw’ en ‘onverschillige regen’. Juist door het gebruik van dit soort ongebruikelijke combinaties van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden is het lezen van deze bundel een plezier.

De gedichten zijn dan weer heel ‘down to earth’ en even later weer volledig ontspoord (op een positieve manier). Hierbij speelt de fantasie van de dichter een belangrijke rol. Voor de ervaren poëzielezer valt er veel te genieten maar ook voor de minder ervaren lezer zijn de gedichten zeer te genieten (ik heb de proef gedaan!). Een bundel die ik kan aanraden kortom.

Ik heb voor het gedicht ‘Stilte’ gekozen omdat dit voor mij heel duidelijk illustreert wat Langeveld kan.

.

Stilte

.

Vandaag rouwt de treurwilg paars

haar takken reiken tot aan

het somber, vileine water

haar lijzige bladeren

ruizelen in de schrale wind

.

voor even toont ze me een grimas

speelt met haar uitgerekte schaduw

aaibaar groen in nevelslierten omhuld

.

tijd is verzonnen door verlangen

lauwwarm water laat me erin wiegen

schudt me wakker

in fluisterend geschreeuw

.

zwalkend licht zindert uit de verte

drijft weg in ’t cadans van het getij

verstarring voorgoed doorbroken

.

in spraakloze taal ademt ze

zonder te ademen

.

ML

ISBN: 978 94 91897 50 4
86 pagina’s, prijs € 13,95

 

Smoking poets

Advice to a young poet

.

Pat Nolan (1943) is een Canadees dichter die bijna zijn hele leven lang woont in het noorden van California. Hij is behalve dichter ook uitgever, redacteur en vertaler van poëzie. Zijn werk is gepubliceerd in tijdschriften, magazines in de VS, Azië en Europa en is verschenen in verschillende bloemlezingen. In totaal publiceerde Nolan al meer dan een dozijn titels.

Samen met Heith Abbott, Mareen Owen en Michael Sowl is hij de oprichter van de Miner School of Haikai Poets. De Haikai no renga of Renku is een Japanse versvorm die uit de 16e eeuw stamt. Haikai wordt echter ook gebruikt als verzamelnaam voor Japanse versvormen als de Haiku, de Senryu, de Haiga  en de Haibun.

Pat Nolan heeft echter ook een bijzonder aardig boekje uitgegeven met poëzie en tekeningen van rokende dichters (smoking poets). Uit de serie Smoking poets hier een aantal voorbeelden van W.H. Auden, André Breton en bij het gedicht van Pat Nolan de rokende dichter Dylan Thomas.

.

Pat nolan

SP WHAUDEN

SP andre-breton

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

De Rijken

Hans Magnus Enzensberger

.

Hans Magnus Enzensberger (1929) is een Duits schrijver, dichter, vertaler en redacteur en geniet grote faam in Duitsland en daarbuiten. In zijn jeugd maakt hij het nationaal socialisme van dichtbij mee (zijn buurman in München was Julius Streicher, oprichter en uitgever van Der Stürmer) maar na de oorlog studeerde hij filosofie en literatuur aan de universiteiten van Erlangen, Freiburg, Hamburg en Parijs.

Tot 1957 werkte hij als radioredacteur. Hij nam deel aan verschillende bijeenkomsten van de literaire beweging Gruppe 47. Van 1965 tot 1975 was hij redacteur van het tijdschrift ‘Kursbuch’. Sinds 1985 is hij redacteur van de prestigieuze bibliofiele boekenreeks ‘Die Andere Bibliothek’, uitgegeven in Frankfurt. Enzensberger is ook de oprichter van het maandblad ‘TransAtlantik’. Zijn werk werd in meer dan 40 talen vertaald.

Zo ook in het Nederlands. Ron Wijckmans vertaalde voor Poetry International zijn gedicht ‘De rijken’ uit 1994.

.

De rijken

.

Waar ze toch steeds weer vandaan komen,

die weelderige bendes! Na elk debacle

zijn ze uit ruïnes komen kruipen,

onaangedaan; door elk oog van de naald

zijn ze geslopen,

tal-, steen- en zegenrijk.

.

De arme stakkers. Niemand mag ze.

Zwaar gaan ze onder hun last gebukt.

Ze beledigen ons,

krijgen overal de schuld van,

kunnen er niets aan doen,

moeten weg.

.

We hebben alles geprobeerd.

Gepreekt hebben we,

gesmeekt hebben we ze,

en pas toen het niet anders meer kon,

afgeperst, onteigend, geplunderd,

we hebben ze laten bloeden

en tegen de muur gezet.

.

Maar nauwelijks lieten we het bijltje hangen

en namen plaats in hun fauteuil,

of we stelden vast, eerst

ongelovig, maar dan verzuchtend:

ook tegen ons was geen kruid gewassen.

Ja echt, je went aan alles.

Tot de volgende keer.

.

HME