Site-archief
Een nieuw seizoen
Antoine Uitdehaag
.
Zoals de regelmatige lezer van dit blog wel weet ben ik altijd op zoek naar dichters die ik nog niet ken. Dat kunnen nieuwe dichters zijn, veelbelovende talenten, of oude dichters die in de vergetelheid dreigen te raken. Dat laatste is natuurlijk nooit helemaal waar, maar dat relateer ik dan aan de aandacht, of juiste het uitblijven van aandacht, aan het werk en of leven van zo’n dichter.
Via de bundel ‘De adem van de zaal’ kwam ik in contact met het werk van dichter, schrijver maar vooral theaterregisseur Antoine Uitdehaag (1951). Dat hij een voor mij onbekende dichter is blijkt niet zo heel verwonderlijk; Uitdehaag is de laatste tientallen jaren vooral actief als regisseur van theaterstukken, opera en toneel. Hij publiceerde drie dichtbundels bij uitgeverij Van Oorschot. In 1994 debuteerde hij met de dichtbundel ‘Levenslang vrij’. Critici spraken van een eigen geluid van een typische parlando-dichter die zijn weemoed om het voorbije meestentijds in gevoelige, ondubbelzinnige bewoordingen uitspreekt.
Uit zijn bundel ‘De adem van de zaal’ uit 1997 nam ik het gedicht ‘Een nieuw seizoen’.
.
Een nieuw seizoen
.
De luxaflex snijdt schijfjes
herfstzon. Ik weet hoe scherp
oktober ruikt naar vorig jaar
.
naar liefde die verkruimelt
in mijn handen, naar verlangen
naar verlangen. Naar verlies.
.
Groots laat ik mij op dit leven
meeslepen, de data liggen vast,
de fijne mazen van het geluk.
.
In handdiep stilstaand water
verdrinken, dat is pas tragisch.
.
Verliefd, weer
Jannah Loontjens
.
Jannah Loontjens (1974) werd geboren in Denemarken, woonde in Zweden en is schrijfster, dichter en filosofe. In 2012 promoveerde ze op het onderwerp ‘Popular Modernism’ aan de universiteit van Amsterdam in de Literatuurwetenschap. Voor de Groene Amsterdammer en Awater schreef ze over poëzie en filosofie. Met enige regelmaat schrijft ze opiniestukken voor o.a. Trouw en NRC Handelsblad. Sinds 2019 heeft ze een vaste rubriek in Filosofie Magazine.
In 2001 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Spectroscoop’ gevolgd door ‘Varianten van nu’ in 2002. In 2006 verscheen haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ waarvoor ze in 2008 de Eline van Haarenprijs kreeg. In 2009 verscheen ‘Be my guest. I prefer to keep the door closed. Untranslatables; A task for poetry’ en in 2013 gevolgd door haar voorlopig laatste dichtbundel ‘Dat ben jij toch’. In de jaren na 2013 legde ze zich helemaal toe op het schrijven van romans en essays met één uitzondering in 2016 toen ze de Melopee Poëzieprijs kreeg voor het gedicht ‘Mijn licht gekwelde melancholische blik’.
Uit haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ is het gedicht ‘Verliefd, weer’ genomen.
.
Verliefd, weer
.
Ik wil je dicht, dichter tegen me aan. Mijn buik die een gehunker
door romp en leden pompt. Beleef ik dit? In het echt met jou?
Of is het bovenal mijn hoop op het werkelijk bestaan
van verzonnen beelden. Niet eens altijd die van mijzelf.
.
Ja, ik denk aan je Ina, Michel, Anna, Radha, Noenka. Wie ben ik
en achter wie loop ik aan? Wie bedenk ik in mijn verlangende waan
en hoe verzin ik jou en mezelf. Ideaal samen. Zo volmaakt. Zo traag
en zo intens zoenend, zich eindeloos spiralend herhalend. Uniek
.
in die rommelende schakel van jaren en jaren en jaren.
Dit is wat ons allen met elkaar verbindt. Hierin zijn we één,
zijn we gelijk. Hoe ver ook van mij vandaan, Aramees of Zweeds,
Italiaan of Afrikaan, het smachten delen we. Allemaal. Triljarden
zijn me voorgegaan, onnoembare verliefden komen er nog aan.
.
Zoals gewoonlijk
Claire Vanden Abbeele
.
Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:
.
Hier en nu
.
Op een dag in het hier en nu
zal ik zijn wie ik ben
geen mens van vrees en verdriet
alleen maar een vrouw, onbevangen
die vertrouwt en zich verbindt
met hen die me omringen
hier en nu
of in jouw
mijn liefste liefde….
.
Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.
Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.
.
Zoals gewoonlijk
.
Zoals gewoonlijk
alleen maar jij en ik
kijkend naar zoenen die zuchten.
Geen aarde, geen hemel
alleen kinderen die spelen.
Zoals gewoonlijk dromen jij en ik
zich tot zwervers die sterren plukken
om gitzwarte lakens van te maken
waarop ze reizen en rusten
voor altijd.
.
Mijn moeder droomt over mij
Valentijn Hoogenkamp
.
Al eerder schreef ik over Valentijn Hoogenkamp (1986) omdat ik zijn roman ‘Het aanbidden van Louis Claus‘ aan het lezen was (toen nog Helena Hoogenkamp maar hij identificeert zich als nu als non-binair). De roman werd in 2022 genomineerd voor de Anton Wachterprijs. Dat Valentijn ook dichter was (en essayist) wist ik niet tot ik op de website raadgedicht.nl het gedicht ‘Mijn moeder droomt over mij’ tegenkwam. In het raadgedicht is het de bedoeling dat een woord wordt weggelaten waarvan de lezer mag raden welk woord dit is.
Valentijn Hoogenkamp schreef het gedicht in 2023 en noteerde hierbij: Dit gedicht schreef ik nadat ik van mijn moeder had gedroomd. Ze was toen nog maar net overleden. Elke keer dat ik over haar droom voelt het alsof ze bij me thuis langs is geweest. Dan word ik wakker en denk ‘o ja, zo was ze.’ Toen vroeg ik me hoe af het zou zijn als mijn leven eigenlijk haar droom is. Dus achtervolg ik haar in dit gedicht door een droomlandschap. Het is een metrostation, omdat ik vaak op de metro stond te wachten als ik haar in het ziekenhuis had bezocht. In dit gedicht kan ik met haar meereizen als ze voor het laatst vertrekt.
.
Mijn moeder droomt over mij
.
Mijn moeder droomt over mij.
Ik achtervolg haar een betonnen trap op.
Ze wacht op de metro met een blanco gezicht.
Er is dat liedje waar ze graag op danst.
Niet vergeten het te draaien op haar begrafenis.
Ze droomt van haar kind dat vlak achter haar loopt,
maar omdraaien gaat al jaren niet.
Op de stationsmuur heeft iemand met zijn vingers geschreven:
Ik weet het geheim, ik weet van de baby’s. Geef ze terug (aan mij).
Tussen rails en tegels wuift het water.
Zacht zingt ze het liedje niet, het sterven niet.
Mijn moeder droomt dat ik een jongen ben.
Ze weet het zeker, voel maar aan haar buik.
Ik toon mijn kale kop in een ondergelopen landschap.
Voor de metro moet ik betalen met een afgeknipte paardenstaart.
Hakken kleven aan de vloer van het treinstel dat ons wegdraagt.
We banen ons een weg door krakende wolken.
Door het raam is het ziekenhuis krimpend zichtbaar.
Mijn moeders vleugels zijn van winddicht dons.
Met twee armen omhels ik het licht.
.
Stadsdichtersavond
Poëzieweek 2026
.
Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker, is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.
Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is wordt op deze avond bekend gemaakt.
Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.
.
De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.
Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:
Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.
Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.
Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.
.
Wijsgerige gedichten
Heere Heeresma
.
Onderwerpen en thema’s voor gedichten zijn zeer divers, ik zou zeggen alomvattend, er zijn geen onderwerpen waarover niet ooit een gedicht is geschreven. Sommige onderwerpen en thema’s zijn populairder onder dichters dan andere; ik noem de liefde, de dood, het dichterschap. En er is poëzie die geschreven is vanuit een ‘andere’ functie die de dichter heeft. Ik heb hier al vaker geschreven over de combinatie kunstenaar/dichter, wetenschapper/dichter, journalist/dichter en zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. De meest voorkomende is natuurlijk dichter/schrijver want ik geloof niet dat er veel dichters zijn die alleen en exclusief het métier van dichter beoefenen.
Een andere, interessante combinatie is die van filosoof of wijsgerige en dichter. Een aardig voorbeeld vind ik Sanne ten Wolde (al is zij toch vooral filosoof) maar ook aan Eva Meijer en Jabik Veenbaas. De Poëzie van deze dichters/filosofen is vaak serieus en diepgravend (filosofisch). Toch kan het ook anders. Heere Heeresma (1932-2011) publiceerde in zijn bundel ‘Eens en nooit weer…‘ uit 1979 een aantal gedichten in het hoofdstuk Wijsgerige gedichten 1970-1971 die je met een knipoog wijsgerig kan noemen. Heeresma is als schrijver eerder te vergelijken met iemand als C. Buddingh’ (qua humor) dan met de filosofen die ik hierboven noem.
Hieronder een aantal voorbeelden van gedichten uit deze bundel die hij dus rangschikte als zijnde wijsgerig. De laatste is wat mij betreft zeer actueel en kan zo op Trump of de volksverlakkers van de FvD worden geprojecteerd.
.
Wie het leven beschouwd als een toverbal,
slechts gulzig-zuigend gaat zijns wegen,
die raakt noch kant die raakt noch wal,
en daar is niets op tegen.
.
Het is altijd beter leugens te bedenken
dan ongevraagd de waarheid te schenken.
Want waarheid is als het volle pond,
het verstopt het hart; verstopt de mond.
.
Het leven is als een pijp kaneel,
zegt Wijsheid; en neemt méér dan haar deel.
Want boven al’ torent Zakendoen
en niets zo goed als de zak vol poen.
.
Poëzieweek 2026
Ramsey Nasr
Afgelopen week was ik in Assen in het Drents museum. Daar kwam ik behalve het gedicht ‘Symbiose’ uit 2011 van Jean Pierre Rawie (hieronder) in de hal bij de lift, ook dichter, schrijver, acteur en verzamelaar Ramsey Nasr tegen. In de bijzondere tentoonstelling Mikrokosmos – De wereld in een Wunderkammer komen klassieke Wunderkammer-objecten, hedendaagse rariteiten en beeldende kunst samen. Delen van verzamelingen van onder andere schrijver, dichter, bibliofiel en presentator Boudewijn Büch (1948-2002), bioloog Midas Dekkers, Tattoo-artiest Henk Schiffmacher, en ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon zijn daar te bewonderen. Ik kan een bezoek aan het Drents Museum daarom ook zeker aanbevelen, zeer de moeite waard.
Toen ik vervolgens een paar dagen later op de website van de Poëzieweek 2026 aan het rondkijken was, kwam ik Ramsey Nasr (1974) opnieuw tegen. Onder leiding van Martine Wendrickx zet hij het nieuwe jaar in met vurige, intieme, kritische en liefdevolle gedichten in Het Predikheren, de bibliotheek van Mechelen in Vlaanderen op zondag 4 januari 2026. Reden dat ik bij dit bericht bleef hangen was dat Het Predikheren, de bibliotheek in Mechelen is ingericht door KSA architecten, dezelfde interieurarchitecten die mijn nieuwe bibliotheek in Vlaardingen in de Grote Kerk gaan inrichten. Alle reden dus om een gedicht van Ramsey Nasr te plaatsen hier. In dit geval het gedicht het liefdesgedicht ‘In bed’ dat komt uit de bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000.
.
In bed
.
En dan te denken dat het niet
Meer worden zal dan dit: mijn lief
Haar lijf zacht op te tillen als
Zij plassen moet en mij niet ziet.
.














