Site-archief
En de winnaar is..
Rob de Vosprijs en MUGzine
.
Zoals ik op 30 januari jongstleden al schreef gaan MUGzine en Meander een poëtische alliantie aan. Nu is dat niet de eerste keer dat we een samenwerkingsactiviteit doen want in het decembernummer van 2023 verscheen er al een editie van MUGzine (#20) met daarin de winnaars en de genomineerden van de Rob de Vosprijs 2023. Winanaar was toen Steven Van Der Heyden die al in #14 van MUGzine als dichter publiceerde (een MUGzine die toen al als richting ‘Metamorfosen’ had).
De jury van de Rob de Vosprijs 2025 bestond dit keer uit juryvoorzitter Peter Vermaat (recensent) en de leden Hettie Marzak (recensent), Anneruth Wibaut (schrijver/dichter/recensent), Annet Zaagsma (dichter), Marc Bruynseraede (schrijver/dichter/recensent) en Tom Veys (schrijver/dichter/recensent). Winnaar van de editie van 2025 werd dichter Rik Dereeper (1962) met het gedicht ‘Veldstraat 39’. Dereeper won al vele poëzieprijzen in Vlaanderen en Nederland en hij publiceerde poëzie in onder andere Het Liegend Konijn, Poëziekrant en De Gids.
De tweede prijs ging naar Koenrad Moerman en de derde prijs naar Irene Schoenmacker. Ok de zeven genomineerden gedichten staan gepubliceerd in #31 van MUGzine. De kunst is van de in Duitsland woonachtige Mariken van Heugten, het muggedicht is dit keer van Irene Wiersma en natuurlijk heeft ook deze editie van MUGzine een opvallend voorwoord van Marianne Hermans en staat op de achterpagina als altijd een nieuwe Luule.
De verschijningsdatum van #31 van MUGzine is medio volgende week (zowel op de website van mugzines.nl als op papier. Altijd de papieren versie van MUGzine ontvangen? Word dan donateur en stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of verleng je donatie door € 22,50 over te maken.
Van de winnaar een gedicht waarmee hij in 2013 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd kwam getiteld ‘Vier manieren om te dumpen’.
.
Vier manieren om te dumpen
Sinds zijn sluitspier soms een steek laat vallen
(elk chassis verslijt) en hij ons dan bescheten opbelt,
komen wij zijn kamer poetsen, gooien kruis of munt
om wie hem straks zal deporteren naar een ver tehuis.
Of dat ik hem ontvoer, terwijl mijn broers snel delven
naast een landweg. Door het nekschot valt hij dieper
dan de avond, staart hij even hemelhoog. De leegte
van zijn mond en oren vul ik met dezelfde grond.
Of strootje trekkend: wie vertilt zo iemand tot de nok?
Ik hijg voorbij de treden. Eens zijn hals gestropt,
bekijken wij hoe rap hij trappelt op een luchtfiets –
tot de benen doodstil bengelen. Er sijpelt iets uit hem.
Of een geweldig offerfeest. We zorgen dat hij nimmer
wederkeert, hem spietsend aan het spit. We draaien,
draaien vader in het rond en klinken op zijn erfenis.
En wissen van ons witste hemd het bloed, de stront.
.
Diana Ozon en de Digitale Stad
Poëzie in Cyberspace en meer
.
Afgelopen vrijdag was ik in de Koninklijke Bibliotheek. In Club Erasmus aldaar werd een activiteite in het kader van de Poëzieweek georganiseerd met de intrigerende titel ‘Poëzie in Cyberspace: Diana Ozon & De Digitale Stad’. Presentator Melissa Giardina interviewde Dichter, schrijver en performer Diana Ozon (1959) pseudoniem van Diana Groenveld, en Lenny Vos, literatuuronderzoeker. Het programma was georganiseerd door Sophie Ham van de KB (conservator digitale collecties).
Het was om meerdere redenen een interessante en leuke middag. Diana Ozon bracht als een van de eerste dichters in Nederland taal en technologie samen. Ze was nauw betrokken bij De Digitale Stad (DDS) opgericht in 1994, waar kunstenaars, hackers, activisten, krakers en nieuwsgierige mensen elkaar konden vinden in een virtuele stad. Speciaal voor deze middag had Diana haar persoonlijk archief (met heel leuke en herkenbare foto’s uit die tijd) geraadpleegd en had ze vele foto’s uit die tijd meegebracht.
Onderwerpen die in het gesprek werden geadresseerd waren hoe technologie en subculturen elkaar beïnvloeden, wat de rol was van de krakersbeweging, hoe de verhoudingen waren destijds als het ging om de verdeling man/vrouw in de poëzie en uiteraard gaf Diana Ozon een performance waarbij ze putte uit haar oudste werk. Opvallend hierin was het gebruik van allerlei technologische en digitale termen, woorden en afkortingen. Zelfs in haar liefdesgedichten.
Al met al was het gesprek tussen de dichter, de interviewer en de literatuurwetenschapper heel interessant voor zowel poëzieliefhebbers als voor zij die geïnteresseerd zijn in de ontwikkelingen van de (digitale) technologie in Nederland en zelfs geïnteresseerden in de subculturen van de jaren ’80 en ’90. In een gesprek dat ik na de activiteit had met Diana Ozon refereerde ze nog aan het project ‘Dichter aan huis’ in Den Haag, waar ze goede herinneringen aan had. In 2003 nam Diana Ozon deel aan Dichter aan huis en uit de gelijknamige bundel nam ik haar gedicht zonder titel over dat oorspronkelijk verscheen in haar bundel ‘Ja, ik wil’ uit 2002.
.
O louterend water
mijn mooi molecule …
.
Jij stijgt tot de lippen
en slaat op de klippen.
Bron van alle leven
en kosmisch gegeven.
Helder van kleur
en reukloos van geur …
.
Voor meer dan tachtig procent
weet ik dat jij mij bent.
Je was in de moederbuik
en staat onder het kelderluik.
Je valt uit de hemel
en rijst uit de aarde …
.
O allerhoogste waarde
die men eider gratis gunt
jij vindt vanzelf
je diepste punt.
En jouw stille gronden
uit de hemel gezonden …
.
Kokend als damp of
bikkelhard als ijs
jij zit overal en
bent altijd op reis.
O louterend water
Mijn mooi molecule …
.
We prezen de Aarde,
de hemel, de zon
maar vergaten het water
de oersprong, de bron.
.
Componisten
Dubbelgedicht
.
In de categorie Dubbelgedicht vandaag twee gedichten over componisten. Het eerste gedicht is van Erwin Steyaert (1959) en is getiteld ‘Scenario voor koffiereclame’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Handleiding voor het betrappen van stilte’ uit 2015. Steyaert is een Vlaams dichter. Hij studeerde klassieke filologie en filosofie. Zijn werk verscheen reeds in diverse literaire tijdschriften waaronder De Brakke Hond, Het liegend konijn, Ons Erfdeel en Deus Ex Machina. Tegenwoordig doceert hij klassieke talen in middelbare scholen.
Het tweede gedicht is van Luuk Gruwez (1953), ook een Vlaams dichter, schrijver en essayist. Na het verwerven van een schrijversbeurs in 1995 is hij fulltime-schrijver met dichtbundels en proza en daarnaast columns, eerst wekelijks in De Standaard, vanaf 2001 tot 2003 maandelijks in De Morgen. Zijn laatste dichtbundel ‘Balts’ is uit 2023. Het gedicht ‘God betreurt Mozart & co’ komt uit zijn bundel ‘Lagerwal’ uit 2008.
.
Scenario voor koffiereclame
.
Wolfgang, Ludwig, Joseph en Franz
drinken Douwe Egberts.
.
Ze lezen zwijgend elkaars partituren,
luisteren naar de muziek in hun hoofd.
Ze knikken instemmend,
denkend aan eigen stukken.
.
Af en toe schrapen ze de keel,
als om iets te zeggen, maar zeggen niets,
uit eerbied voor de stilte
die hen als gelijken behandelt.
.
Ver is de afgunst, ver de koorts in hun hoofd,
de haast van hun handen naar het klavier.
Hoe futiel, vinden ze nu, een leven lang
klanken te willen dwingen
.
tussen vijf lijnen op muziekpapier.
onooglijk smal lijkt de bandbreedte
van hun ontembaar verlangen
vergeleken met het wit van het blad.
.
Ze kijken elkaar aan, langdurig, ernstig,
alsof ze voor het eerst elkaars stilte horen.
Wat valt te verbeteren aan deze muziek?
Ze sluiten de ogen, drinken,
.
proeven rust die niet één wil verstoren.
.
God betreurt Mozart & co
.
Die Mozart had hij beter niet geschapen, de goede God:
massa’s overuren nodig voor een bestaantje van
maar vijfendertig jaar. hij had het bij de paradijselijke
sachertorte moeten laten of bij mozartkugeln
.
van Herr Fürst. Maar Mozart zelf? Welnee!
Ach, dat soort lastpakken met ADHD!
Voor elke fractie van hun dierbare seconden
vereisten zij een eeuwigheid of twee.
.
Velen leken tijdverlies en zeker niet de minsten:
jonge snaken als een Schumann of een Schubert.
En allemaal moesten zij aandacht, zoveel aandacht.
Artiesten meneer, nukkige en zeurderige kinderen
.
die maar blijven dreinen tot daar iemand roept
-gegarandeerd die ouwe Bach: ‘Wees toch eens stil,
ik kan mijn eigen Weinachtsoratorium niet horen
en net zomin mijn Goldbergvariationen.’
.
Hij had ze beter geen van allen geschapen,
had dat gegoochel met hun noten nooit begrepen.
Maar uitgerekend op die ene dag,
de dag der doodgewone alledaagse dingen,
toen er muziek ontsnapte uit de wereld
en toen de wereld daar heel stil van werd,
zat God eensklaps op blote knieën tot zichzelf
te bidden. Opdat toch niets verloren zou gaan.
.
Een nieuw seizoen
Antoine Uitdehaag
.
Zoals de regelmatige lezer van dit blog wel weet ben ik altijd op zoek naar dichters die ik nog niet ken. Dat kunnen nieuwe dichters zijn, veelbelovende talenten, of oude dichters die in de vergetelheid dreigen te raken. Dat laatste is natuurlijk nooit helemaal waar, maar dat relateer ik dan aan de aandacht, of juiste het uitblijven van aandacht, aan het werk en of leven van zo’n dichter.
Via de bundel ‘De adem van de zaal’ kwam ik in contact met het werk van dichter, schrijver maar vooral theaterregisseur Antoine Uitdehaag (1951). Dat hij een voor mij onbekende dichter is blijkt niet zo heel verwonderlijk; Uitdehaag is de laatste tientallen jaren vooral actief als regisseur van theaterstukken, opera en toneel. Hij publiceerde drie dichtbundels bij uitgeverij Van Oorschot. In 1994 debuteerde hij met de dichtbundel ‘Levenslang vrij’. Critici spraken van een eigen geluid van een typische parlando-dichter die zijn weemoed om het voorbije meestentijds in gevoelige, ondubbelzinnige bewoordingen uitspreekt.
Uit zijn bundel ‘De adem van de zaal’ uit 1997 nam ik het gedicht ‘Een nieuw seizoen’.
.
Een nieuw seizoen
.
De luxaflex snijdt schijfjes
herfstzon. Ik weet hoe scherp
oktober ruikt naar vorig jaar
.
naar liefde die verkruimelt
in mijn handen, naar verlangen
naar verlangen. Naar verlies.
.
Groots laat ik mij op dit leven
meeslepen, de data liggen vast,
de fijne mazen van het geluk.
.
In handdiep stilstaand water
verdrinken, dat is pas tragisch.
.
Verliefd, weer
Jannah Loontjens
.
Jannah Loontjens (1974) werd geboren in Denemarken, woonde in Zweden en is schrijfster, dichter en filosofe. In 2012 promoveerde ze op het onderwerp ‘Popular Modernism’ aan de universiteit van Amsterdam in de Literatuurwetenschap. Voor de Groene Amsterdammer en Awater schreef ze over poëzie en filosofie. Met enige regelmaat schrijft ze opiniestukken voor o.a. Trouw en NRC Handelsblad. Sinds 2019 heeft ze een vaste rubriek in Filosofie Magazine.
In 2001 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Spectroscoop’ gevolgd door ‘Varianten van nu’ in 2002. In 2006 verscheen haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ waarvoor ze in 2008 de Eline van Haarenprijs kreeg. In 2009 verscheen ‘Be my guest. I prefer to keep the door closed. Untranslatables; A task for poetry’ en in 2013 gevolgd door haar voorlopig laatste dichtbundel ‘Dat ben jij toch’. In de jaren na 2013 legde ze zich helemaal toe op het schrijven van romans en essays met één uitzondering in 2016 toen ze de Melopee Poëzieprijs kreeg voor het gedicht ‘Mijn licht gekwelde melancholische blik’.
Uit haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ is het gedicht ‘Verliefd, weer’ genomen.
.
Verliefd, weer
.
Ik wil je dicht, dichter tegen me aan. Mijn buik die een gehunker
door romp en leden pompt. Beleef ik dit? In het echt met jou?
Of is het bovenal mijn hoop op het werkelijk bestaan
van verzonnen beelden. Niet eens altijd die van mijzelf.
.
Ja, ik denk aan je Ina, Michel, Anna, Radha, Noenka. Wie ben ik
en achter wie loop ik aan? Wie bedenk ik in mijn verlangende waan
en hoe verzin ik jou en mezelf. Ideaal samen. Zo volmaakt. Zo traag
en zo intens zoenend, zich eindeloos spiralend herhalend. Uniek
.
in die rommelende schakel van jaren en jaren en jaren.
Dit is wat ons allen met elkaar verbindt. Hierin zijn we één,
zijn we gelijk. Hoe ver ook van mij vandaan, Aramees of Zweeds,
Italiaan of Afrikaan, het smachten delen we. Allemaal. Triljarden
zijn me voorgegaan, onnoembare verliefden komen er nog aan.
.
Zoals gewoonlijk
Claire Vanden Abbeele
.
Op zoek naar een gedicht stuitte ik op de fraai uitgegeven bundel ‘Als vrouwen beminnen’ van Claire Vanden Abbeele (1936-2023) uit 2007. Ik herinnerde me dat ik al eens over deze bundel had geschreven maar wat ik destijds niet had gezien is dat helemaal voorin iemand in haar eigen handschrift een eigen gedicht (vermoed ik) heeft geschreven. In januari 2011 schreef deze vrouw het volgende:
.
Hier en nu
.
Op een dag in het hier en nu
zal ik zijn wie ik ben
geen mens van vrees en verdriet
alleen maar een vrouw, onbevangen
die vertrouwt en zich verbindt
met hen die me omringen
hier en nu
of in jouw
mijn liefste liefde….
.
Ik hou heel erg van opdrachten, kleine boodschappen, aantekeningen of noten die lezers van dichtbundels zelf in kantlijnen of elders in een dichtbundel schrijven. Het maakt zo’n (tweedehands) bundel voor mij extra waardevol. Iemand heeft de moeite genomen iets persoonlijks te schrijven voor zichzelf of voor een ander en door het lot is dit in mijn bezit gekomen. Wanneer een bundel zo uitdrukkelijk over de liefde en het vrouw zijn gaat is een persoonlijk gedicht met de hand geschreven dan een klein extra cadeautje.
Natuurlijk wil ik hier ook een gedicht van deze bijzondere vrouw, dichter, therapeute, schrijver en kunstenaar plaatsen. Ik koos uit ‘Als vrouwen beminnen’ het gedicht ‘Zoa;ls gewoonlijk’.
.
Zoals gewoonlijk
.
Zoals gewoonlijk
alleen maar jij en ik
kijkend naar zoenen die zuchten.
Geen aarde, geen hemel
alleen kinderen die spelen.
Zoals gewoonlijk dromen jij en ik
zich tot zwervers die sterren plukken
om gitzwarte lakens van te maken
waarop ze reizen en rusten
voor altijd.
.
Mijn moeder droomt over mij
Valentijn Hoogenkamp
.
Al eerder schreef ik over Valentijn Hoogenkamp (1986) omdat ik zijn roman ‘Het aanbidden van Louis Claus‘ aan het lezen was (toen nog Helena Hoogenkamp maar hij identificeert zich als nu als non-binair). De roman werd in 2022 genomineerd voor de Anton Wachterprijs. Dat Valentijn ook dichter was (en essayist) wist ik niet tot ik op de website raadgedicht.nl het gedicht ‘Mijn moeder droomt over mij’ tegenkwam. In het raadgedicht is het de bedoeling dat een woord wordt weggelaten waarvan de lezer mag raden welk woord dit is.
Valentijn Hoogenkamp schreef het gedicht in 2023 en noteerde hierbij: Dit gedicht schreef ik nadat ik van mijn moeder had gedroomd. Ze was toen nog maar net overleden. Elke keer dat ik over haar droom voelt het alsof ze bij me thuis langs is geweest. Dan word ik wakker en denk ‘o ja, zo was ze.’ Toen vroeg ik me hoe af het zou zijn als mijn leven eigenlijk haar droom is. Dus achtervolg ik haar in dit gedicht door een droomlandschap. Het is een metrostation, omdat ik vaak op de metro stond te wachten als ik haar in het ziekenhuis had bezocht. In dit gedicht kan ik met haar meereizen als ze voor het laatst vertrekt.
.
Mijn moeder droomt over mij
.
Mijn moeder droomt over mij.
Ik achtervolg haar een betonnen trap op.
Ze wacht op de metro met een blanco gezicht.
Er is dat liedje waar ze graag op danst.
Niet vergeten het te draaien op haar begrafenis.
Ze droomt van haar kind dat vlak achter haar loopt,
maar omdraaien gaat al jaren niet.
Op de stationsmuur heeft iemand met zijn vingers geschreven:
Ik weet het geheim, ik weet van de baby’s. Geef ze terug (aan mij).
Tussen rails en tegels wuift het water.
Zacht zingt ze het liedje niet, het sterven niet.
Mijn moeder droomt dat ik een jongen ben.
Ze weet het zeker, voel maar aan haar buik.
Ik toon mijn kale kop in een ondergelopen landschap.
Voor de metro moet ik betalen met een afgeknipte paardenstaart.
Hakken kleven aan de vloer van het treinstel dat ons wegdraagt.
We banen ons een weg door krakende wolken.
Door het raam is het ziekenhuis krimpend zichtbaar.
Mijn moeders vleugels zijn van winddicht dons.
Met twee armen omhels ik het licht.
.
Stadsdichtersavond
Poëzieweek 2026
.
Wanneer ik door de activiteiten van de Poëzieweek 2026 blader word ik daar een beetje verdrietig van. Niet door het aanbod, integendeel, maar wel door het aanbod vanuit Nederland. Wat een schrale vertoning vergeleken bij het aanbod uit Vlaanderen. Ik schat dat 1 op de 8 activiteiten in Nederland plaatsvind en de overige 7 in Vlaanderen. Een oorzaak? Waarschijnlijk, maar ik weet dat niet zeker, is het niet ondersteunen van de Poëzieweek door een partij van enig formaat (zoals tot een paar jaar geleden de CPNB) in Nederland één van de oorzaken. Wanneer een grote, invloedrijke partij zich verbindt aan de Poëzieweek, hier reclame voor maakt, activiteiten en communicatie aanjaagt (zoals bijvoorbeeld Het Poëziecentrum in Gent) dan is het aan de individuele organisaties om erop in te spelen. Ik mis zo’n partij in Nederland. En waarschijnlijk zijn er legio activiteiten in den lande die niet worden aangemeld op de website van de Poëzieweek (doe dit!) en valt het in de beleving mee. Daar hou ik me dan maar aan vast.
Maar los van dit gemis is er gelukkig toch nog wel wat te genieten, vooral dus in Vlaanderen maar ook zeker hier en daar in Nederland. Bijvoorbeeld in Groningen, in het Forum aan de Nieuwe Markt 1. Op donderdag 29 januari is daar de Stadsdichtersavond van 20.00 tot 21.30 uur. Wel moet je een kaartje kopen (€ 12,50) maar dat is te overzien. Op de eerste dag van de landelijke Poëzieweek draagt de zittende stadsdichter Esmé van den Boom (1993) het stokje over tijdens een feestelijke stadsdichtersavond. Wie de nieuwe stadsdichter is wordt op deze avond bekend gemaakt.
Zelf neemt Esmé op grootse wijze afscheid van haar rol waarin de ontmoeting centraal stond, met de try-out van de poëtische voorstelling All Real Living is Meeting. Daarnaast zijn er optredens van schrijver Lieke van den Krommenacker, Spoken Word artiest en schrijver Oumaima Belkhdar en dichter en voormalig stadsdichter Lilian Zielstra. Esmé was Huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen, finalist van Write Now! en deelnemer aan het Zomerkamp van Das Mag. De gemeente Groningen kende haar het Hendrik de Vriesstipendium toe voor haar bundel ‘Eigen kamers’ uit 2019, over de toekomstdromen en -angsten van Groningse vrouwen. Daarnaast stond ze op vele podia als Noorderzon, Read My World, Dichters in de Prinsentuin en de Frankfurter Buchmesse. Uit haar bundel ‘Eigen kamers’ komt het gedicht hieronder zonder titel.
.
De mouwen van de truien die je droeg
in de lente om je lichaam geen zonlicht te gunnen.
Nu is het zomer en de honger je metgezel.
Jullie hebben elkaar beter leren kennen en soms
kleeft er suiker in de hoek van zijn waarschuwing:
Van wat er verloren kan gaan
en dat het makkelijker aan de muren
ontsnappen is dan aan je eigen tong.
Weet je nog dat je vroeger zong?
Dat er vrienden waren, een vrouw bij
de bakkerskraam die je een koekje gaf
dat je vingers van toen om je enkels
van nu zouden passen.
Je geest is groter dan de kuil in je matras.
Zo borduurt angst een ultimatum in je sloop
je eet een halve appel, oogst hoop.
.















