Site-archief
Overdenking
(bijna) vergeten dichters
Allerzielen 2 november 1974
Overdenking
Lieve Mamma. Hoe gaat het met je en Pappa,
en Oma en het wéér daarzo? Warm en vrolijk voor
.
Niet te geloven
Het literair anekdotenboek
.
Pas geleden kocht ik in een kringloopwinkel ‘Het literair anekdotenboek’ samengesteld door John Müller en in 1988 uitgegeven door de Bijenkorf. Dit is nu precies het soort boeken waar ik van hou; boeken met weetjes, anekdotes, feitjes en lijsten. En deze dan in het bijzonder want ze gaan over literaire anekdoten. Het boek bevat veel informatie over schrijvers, dichters, maar ook over thema’s als brieven, kritieken, onderzoeken, prijzen, roddels, schandalen, zinspelingen en ga zo maar door.
Uiteraard heb ik een voorkeur wat betreft alle informatie die over dichters of de poëzie gaat en ik word niet teleurgesteld. Zo staat er een anekdote in onder het weinig zeggende trefwoord ‘matras’. In de jaren zestig van de vorige eeuw zond de AVRO-televisie Literaire ontmoetingen uit. In mei 1964 besloot de AVRO-directie het programma te laten vervallen, omdat de programmamakers (Remco Campert, H.A. Gomperts, Hans Keller -op 19 december 2019 overleden- en Con Nicolai) weigerden het fragment te schrappen waarin Remco Campert een eigen gedicht ‘Niet te geloven’ voorlas.
De AVRO maakte ernstig bezwaar tegen het woord ‘naaide’ in de derde strofe, en liet de programmamakers weten dat men niet op hun honorarium hoefde te rekenen als dit woord niet werd aangepast (verwijderd of vervangen door een woord dat kennelijk wel door de AVRO werd goedgekeurd). Remco Campert zei in een commentaar op deze eis: “Ik begrijp het niet, het gedicht heb ik in 1960 geschreven (en verscheen in de bundel ‘Dit gebeurde overal’ in 1962) en ik heb nooit aan enige weerstanden gedacht. Volgens mij waren de kuisheidsbezwaren tegen woorden als deze – die toch ook een wezenlijke functie hebben – wel doorbroken. Het gaat mij niet om het woord zelf, maar het is in het gedicht gewoon op zijn plaats. Nee, er was echt geen compromis mogelijk.”
Veel kranten hadden het er ook moeilijk mee, zo beschreef het Algemeen Dagblad ‘naaide’ als ‘zes letters, samen vormend een werkwoord dat veel wordt aangetroffen op schuttingen en in de moderne literatuur’, het Algemeen Handelsblad noemde het gewoon ‘het vieze woord’ en de Volkskrant beschreef het als ‘een handeling waar wij het voortbestaan van de wereld aan te danken hebben’. Vreemd genoeg drukte de ‘Friese Koerier’, de Leeuwarder Courant’ en ook ‘Trouw’ (de krant die de eerste decennia na de tweede wereldoorlog een blad voor de gereformeerde kerken in Nederland was) het gedicht gewoon af.
Wanneer je het gedicht nu leest vraag je je af waarom er zo’n ophef was destijds over dit gedicht en zo’n woord. Het geeft maar weer eens aan hoe de moraal is veranderd en welke vrijheid er tegenwoordig is om te schrijven wat men wil.
.
Niet te geloven
.
Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkestam
.
en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding:
het water was wishky geworden.
.
Alles zoop en naaide
heel Europa was één groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.
.
En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.
.
Martin Bril
Verzameld werk
.
Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.
In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.
.
Credo
.
Je mist meer
Dan je meemaakt
.
Helemaal
Niet erg
.
Gemiddelde
.
Het valt niet mee
Het valt niet tegen
.
Scheepsrecht
.
Hij wou haar
Hij wou haar
Hij wou haar
.
Zij hem
Dus niet
.
Angst
.
Je doet er niets aan
.
Al wordt van hogerhand
Nog wel het
Nodige bedacht
.
Niemand is alleen
.
Gaat de boer dood
Huilen de koeien
.
Ontdekking
.
Bezoek nooit
De plaatsen
Van je jeugd
.
Ze vallen tegen
.
Net als die
Hele jeugd
.
De uitvreters
Wintertuin literaire productie 2012
Vandaag niet direct uit mijn boekenkast maar toch zeker uit een kast, de krant van Wintertuin Literair Productiehuis uit 2012 ‘De uitvreters’. Naar een idee van Frank Tazelaar werd in dat jaar een krant uitgegeven met daarin een groot aantal deelnemers aan de Schrijfwerkplaats die onder de noemer ‘Literaturjugend’ actief was. Maandelijks kwamen jonge, talentvolle schrijvers en dichters bijeen in Nijmegen in de werkplaats om om voor te dragen uit werk dat nog niet af was. Ze kregen daarbij feedback van elkaar en van redactieleden van Wintertuin.
In deze krant een aantal voor mij bekende namen als Rinske Kegel, Elfie Tromp, Dennis Gaens, Tim Pardijs en Eva Mouton, die ik los van elkaar zelf programmeerde op podia van Ongehoord! of tegenkwam via mijn werk in de bibliotheek, deze website of via een andere poëzielink.
Uit ‘De uitvreters’ heb ik voor het gedicht ‘De verlosser’ van Rinske Kegel.
.
De verlosser
.
De tafel is tegen het plafond geplakt
eten doen we van de vloer
de stoelen bungeklen in het raamkozijn
het glas is eruit, de sneeuw is warm
alles voorspelt iets anders
.
Dit jaar is de verlosser vroeg
hij opent jampotjes, dichte deuren, monden
uit de kraan komt pompoensoep
en morgen tomaten
.
Eerst de hoeve, dan het hart
Nederlandse boerderijen in verhalen, gedichten en foto’s
.
Poëzie komt in vele vormen, dat schreef ik al vele malen. Poëziebundels vormen daarop geen uitzondering. Buiten de bundels van dichters zijn er vele bloemlezingen en themabundels uitgegeven. Daarnaast zijn er boeken en bundels die een mengeling bieden van poëzie en andere kunstvormen.
Het boek ‘Eerst de hoeve, dan het hart’ onder redactie van Arie van den Berg uit 2000 is zo’n boek. Aan de hand van verhalen en gedichten van Nederlandse schrijvers en dichters wordt een beeld geschetst van een aantal boerderijen uit vele hoeken van Nederland. Elke boerderij is daarbij in de vorm van een foto vertegenwoordigd om het beeld compleet te maken.
Bekende Nederlandse schrijvers en dichters als Maarten ’t Hart, J.J. Voskuil;, Robert Anker, Carla Boogaards en Rutger Kopland beschreven speciaal voor dit boek boerderijen maar er staan ook bijdragen in die er al waren maar goed bij het thema pasten. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de Stichting Historisch Boerderij-Onderzoek (SHBO), in literaire kring beter bekend als ‘De Boerenhuisclub’ uit de romancyclus ‘Het Bureau’ van J.J. Voskuil.
Ik heb, uiteraard, voor een poëtische bijdrage gekozen en wel van Karel Eykman met het gedicht ‘Verzuchting van de slome koe’.
.
Verzuchting van de slome koe
.De
waarom ik droevig kijk
dat moet je mij niet vragen
dat is niet anders.
.
niet dat ik ermee zit
je zal mijn niet horen klagen
er zit niks anders op.
.
het gaat zoals het gaat
daar begin je toch niets tegen
daar zit ik heus niet mee.
.
wat kijk je me dan nog aan
ik kijk niet terug, kan mij wat schelen
ik kijk wel voor me uit.
.
als je het niet te erg vindt
ga ik door waar ik was gebleven
wat was dat ook alweer?
.
juist ja, gras.
.
Dichters en schrijvers begraafplaats
Schoonselhof in Antwerpen
.
Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.
Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.
Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.
Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.
.
een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
liefde of toeval niemand weet het
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Graf Gust Gils
Graf Hendrik Conscience
Graf Gerald Walschap
Oude graf Herman de Coninck
Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)
Dichter aan huis
Den Haag en Gent
.
Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.
Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.
De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.
In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.
.
Versterving
.
Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,
dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht
van zuigelingen die hun zuigfles missen,
een fopspeen of de tepel van hun moe.
.
Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,
speelt zich haast alles in hun koppen af:
heel dat langdradige en stoffige verleden,
die tamme lusten en die saaie kussen.
.
Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,
gaan als vanzelf hun handen wapperen,
hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:
zij hebben eindelijk besloten te beginnen.
.





















