Site-archief
Godzijdank
Dag zes
.
Op deze zesde dag van mijn korte vakantie een gedicht van Vijftiger, performer, levensgenieter, dichter en schrijver Simon Vinkenoog (1928-2009). Het gedicht ‘Godzijdank’ komt uit het hoofdstuk ‘Gesproken woord (jazz en poetry)/1963-1964’ uit de bundel ‘eerste gedichten 49|64’uit 1966.
.
Godzijdank
.
Godzijdank dat ik leef
Godzijdank dat ik engels spreek
Godzijdank dat ik adem en beweeg
Godzijdank dat ik leef.
.
Godzijdank dat ik spreek
Godzijdank dat ik weet
Godzijdank dat ik
Godzijdank
ik
God
.
ik,
waarneembaar,
Ik,
aanvaardbaar.
.
Rust
Dag vier
.
Als er één ding niet echt van toepassing is op mijn vakanties dan is het rust. Wanneer je ergens bent waar je nog nooit geweest bent dan wil je toch weten waar je bent, hoe het er daar uitziet, wat de bijzondere dingen zijn in de buurt? Aan de andere kant, rust is me gegeven omdat ik de gedichten in mijn vakantie altijd voorbereid. Dus vooraf geen rust en eigenlijk ook geen rust als ik op reis bent realiseer ik me. Maar zoals mijn oma al zei “als je dood bent kun je nog lang genoeg rusten”. Daarom hier het gedicht ‘Rust’ van Rob Schouten (1954) uit de bundel ‘Vuil goed’ een keuze uit al zijn gedichten uit 2011.
.
Rust
.
Van filmisch slapen gaat de wereld over
is mijn ervaring. Wacht geen werk, geen zin.
.
Toen ik eens uit gemakzucht niet ontwaakte
hield men mij voor vannacht ontslapen.
.
Ik kan niet zeggen dat het mij kon schelen
te zijn gestorven na geen werkzaam leven.
.
Wellicht schilderde ik een bergbeek uit,
hing gelukzalig met haar in een grot.
.
Terwijl men mij achter het glas bekeek
was ik er niet echt bij met mijn gedachten.
.
Mij viel niet in dankbaar te reageren
omdat de voorstelling me wel beviel
en ik geen last van het geheugen had.
.
Telde bekijks, zo’n kleine zeventig.
Na afloop bloemen maar ik kwam niet meer terug.
.
Reïncarnatie
Dag drie
.
Op dag drie van mijn vakantie een gedicht met een titel die dichters blijkbaar aanspreekt want ik plaatse al eerder een gedicht met de titel ‘Reïncarnatie’. Van Patricia Lasoen (1948) en van Daan Zonderland (1909-1977). Vandaag echter een gedicht met deze titel van Ester Naomi Perquin (1980) uit haar bundel ‘Servetten halfstok’ uit 2007.
.
Reïncarnatie
.
Wil iemand in mijn benen lopen,
in mijn mond zijn woorden leggen
en in mijn handen stijve vingers
soepel strekken voor pianospel
of strelen – wie wil mij aan?
.
Word ik de eerste keus of heeft
een mooier lichaam niet gepast?
Lig ik opgevouwen achteraan of
hang ik breeduit in de etalage?
.
Hoe weten zij hoe ik mij was?
Welk nog onzichtbaar etiket
is in mijn nekrand vastgezet?
.
Gisteren was een witte raaf
Dag twee
.
Op dag twee van mij korte vakantie wil ik een gedicht van Saskia de Jong (1973) getiteld ‘Gisteren was een witte raaf’ uit haar bundel ‘Resistent’ uit 2006, met jullie delen.
.
Gisteren was een witte raaf
.
wat nooit gemist was de mens
nu is er het gekarnde kind gekookt
water om ogen mee te poetsen
.
vroeger alleen leert belangrijke woorden
vroeger was alles een pond of een kilo
zoals een lichaam zich uitstrekte
.
werken was zo leuk in die dagen
smaak was heel gewoon
hoe heerlijk loog de welvaart
.
Voor de spiegel
Liane Bruylants
.
Vanaf vandaag ben ik even een weekje op vakantie. Daarom, zo als altijd de komende week elke dag een gedicht zonder al teveel omhaal. Vandaag begin ik met een gedicht van de Vlaamse dichter Liane Bruylants (1921-2009). Het gedicht ‘Voor de spiegel’ komt uit haar bundel ‘Droomgestalten’ uit 1976, als deel van ‘De Bladen voor de Poëzie’.
.
Voor de spiegel
.
Ik zat naast hem: aan de wand
weerkaatste de spiegel ons beeld.
Het was als een tijdloos verband
waarin niets van onszelf bleef verheeld.
.
Hij dacht dat ik, dromend, niet wist
wat hij me zwijgend verborg
en wat hij sinds lang had beslist
maar steeds nog niet zeggen dorst.
.
Steelsgewijs keek ik hem aan
toen hij zijn hoofd van me boog
en kon het niet langer bestaan
te verzwijgen hoe hij steeds loog.
.
Hij ging. Zijn afscheid was koel
als van een die weet wat hij wil.
Niets had zin n u noch doel:
wij scheidden zonder geschil.
.
.
Dag 5
J.A. Deelder
.
Vandaag een gedicht van de Rotterdamste aller dichters Jules Deelder (1944-2019). Uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1981 het gedicht ‘Der Untergang des Abendlandes’.
.
Der Untergang des Abendlandes
.
Goede reis
Dag 23: Dorien Dijkhuis
.
Op de laatste dag van mijn vakantie een gedicht gericht aan hen die nog op reis gaan of een goede reis gehad hebben. Het gedicht ‘Goede reis’ van Dorien Dijkhuis (1978) verscheen in Tirade 467 uit 2017.
.
Goede reis
.
in Argentinië stappen mensen met hun rechterbeen
het nieuwe jaar in, in Colombia lopen ze met een
lege koffer door de straat
.
voordat de camera werd uitgevonden trok men op de muur
met kalk een lijn rond het lichaam van degene die op reis ging
.
dromen is reizen zonder je te verplaatsen
vandaar dat een bed ook wel ‘koffer’ genoemd wordt
.
’s nachts voelt alleen zijn eenzamer dan overdag
misschien omdat je in het donker geen schaduw hebt
.
als je goed kijkt zie je dat de moedervlekken op je huid
sterrenbeelden vormen
.
zie je een ster vallen, kijk je terug in de tijd
en mag je een wens doen voor later
.
als je ooit terugkeert zal ik je herkennen aan de
kalkdeeltjes die als sterrenstof op je schouders
zijn achtergebleven
.
Aan de reiziger
Dag 20: Lévi Weemoedt
.
Uiteraard mag enige light verse ook niet ontbreken in de vakantie. En dan kom je al snel terecht bij de meester van de tragikomische treurigheid en pessimisme Lévi Weemoedt (1948). Uit de bundel ‘Met enige vertraging’ uit 2014 komt het gedicht ‘Aan de reiziger’ over Drenthe waar Weemoedt al jarenlang woont.
.
Aan de reiziger
.
Het streekvervoer in Drenthe
is kortgezegd aldus:
indien er al
iets langskomt
is het een collectebus
.
Zomerochtend
Dag 19: Jos van Hest
.
Uit ‘Dichter’ gedichten voor kinderen van 6 tot 106 met als thema De wijde wereld en de tijd van elastiek (reizen en vakantie), uit 2021, nam ik het gedicht ‘Zomerochtend’ van dichter Jos van Hest (1946).
.
Zomerochtend
.
Bomen vangen
het eerste licht
de lege weg ligt klaar
we kunnen overal heen
maar we zijn al overal
.
Brug
Dag 18: Steven Van de Putte
.
Van de schrijver van het boek Iedereen stadsdichter Steven Van de Putte (1976), een stadsgedicht ‘Brug’ dat hij schreef als stadsdichter van Deinze.
.
Brug (Opening Buurtpunt ‘Onder ’t perron’, Landegem)
(voor Mieke De Visscher, schilderes, fervente reiziger)
Eerst zwijgt zij nog, haar rugzak vol reizen, legt
zij haar oor aan het raam. Dendert Oostende al?
.
Zo wacht zij mij in, zoekt een vrij spoor
in mijn ogen, schuift letters tot het witte
gewicht van haar woorden, legt vingers
als wissels op de wonden van het dorp:
.
bloed als geroot vlaswater naar te vroege zee.
Een sabel voor altijd in oevers gebeiteld.
.
Tussen kust en kanaal rijdt de rollercoaster
het landschap open. De ontsporing nabij
oververft zij de vallei in felle kleuren. Met
populieren als penselen plukt zij het geluk
.
uit wolkenvelden. Zal zij straks met de oogst
van haar ogen nieuwe bruggen bouwen?
.













