Site-archief
De opgevouwen leugen
Alja Spaan
.
In het kader van de vakantiepoëzie ga ik de komende weken regelmatig gedichten plaatsen van dichters die ik zeer waardeer. Zonder heel veel verdere informatie dan de bundel waaruit ik het gedicht nam en het jaar van uitgave. Vandaag wil ik daarmee beginnen en als eerste koos ik voor de dichter en collega bij en voorzitter van Meander Alja Spaan.
In 2011 verscheen van haar hand de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ met als ondertitel brieven en gedichten voor en over W. Deze brieven en gedichten zijn geschreven in de periode 2008-2011 en de bundel verscheen bij Alja’s eigen uitgeverij Atelier9en40.
Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘the folded lie’.
.
the folded lie
.
Ik vind een berichtje terug over schrijven over niets
Dat kan ik, zegt hij maar ik weet het nog niet zo
.
Zeker, de hele dag vergaat in druilerige regen en een
Verveling bekruipt me, bijna zoals vroeger toen
.
Ik lang onder de bessenstruiken wachtte tot ik gevonden
Zou worden, een stem die tot tien telde en dan het
.
Langgerekte ‘ik kom‘ en dan toch die onzekerheid en
De angst achtergelaten te worden zoals nu, niet
.
Wetend wat er komen moet behalve wat daadkracht
En vertoon, komma’s achter kromme zinnen nog die
.
Niets verhullend terugkomend vanonder zware takken
Rijp fruit dragen tot het geplukt wordt
.
De doden lachen in hun vuistje
Delphine Lecompte
.
Zowel op de achterflap van de bundel ‘Verzonnen prooi’ als in recensies lees ik dat Delphine Lecompte de ‘redding van de Vlaamse poëzie’ is. Waarom wordt nergens uitgelegd en eerlijk gezegd denk ik dat het een marketingtruc is van de uitgeverij. Hoezo redding? was de Vlaamse poëzie dan op sterven na dood? Dat lijkt me niet. Ik ken vele geweldige ervaren dichters en aankomende poëzietalenten die het tegendeel bewijzen. Desalniettemin is de bundel van Lecompte verfrissend om te lezen.
Wat ik wel bijzonder vind is dat deze bundel uit 2010 in uitgegeven is door uitgeverij De Contrabas (Utrecht/Leeuwarden). Voor de redder van de Vlaamse poëzie zou je eerder een Vlaamse uitgeverij verwachten. Lezend in deze bundel werd mijn aandacht meteen getrokken door de titel van het gedicht ‘De doden lachen in hun vuistje’ en ik werd niet teleurgesteld. Daarom hier dit gedicht.
.
De doden lachen in hun vuistje
.
De oude kruisboogschutter eet een hamburger, met beide handen
Klamp ik me vast aan zijn broek die glinstert van versletenheid
Er valt geen kwak ketchup op mijn linkerwang zoals bloed
Je kunt dat niet afdwingen of ensceneren, we zijn wel degelijk in rouw.
.
In de wachtzaal van het mortuarium hangt een gedicht
Het slaat nergens op, toch alleszins niet op een vriend
die door zijn zoon is omgebracht met een ivoren slagtand
in een Cyrillisch buitenland waar ze rivalen in diepvriesmaaltijden waren.
.
De oude kruisboogschutter vraagt zich af of het blasfemisch is
te willen neuken in de wachtzaal van een mortuarium
Integendeel, zeg ik en doe mijn schoenen alvast uit
Maar dan komt de verantwoordelijke van het dodenhuis
Hij is niet vaal en hij is niet mager, hij lijkt op een behaagzieke dolfijn
Dan kijkt hij naar mijn voeten en hij denkt: het is een teken van respect.
.
Holland
E.J. Potgieter
.
Vakantie in eigen land is thuis blijven of naar een ander deel van het land reizen. Afhankelijk van waar je woont is Holland het een of het ander. Dichter Potgieter(1808 – 1878) schreef eeen gedicht over Holland. Ik nam het over uit de bundel ‘Geliefde gedichten die iedereen kent maar niet kan vinden’ gekozen en ingeleid door Wim Zaal uit 1972.
.
Holland
.
Graauw is uw hemel en stormig uw strand,
Naakt zijn uw duinen en effen uw velden,
U schiep natuur met een stiefmoeders hand, –
Toch heb ik innig u lief, o mijn Land!
.
Al wat gij zijt, is der Vaderen werk;
Uit een moeras wrocht de vlijt van die helden,
Beide de zee en den dwing’land te sterk
Vrijheid een’ tempel en Godsvrucht een kerk.
.
Blijf, wat gij waart, toen ge blonkt als een bloem:
Zorg, dat Europa den zetel der orde,
Dat de verdrukte zijn wijkplaats u noem’,
Land mijner Vad’ren, mijn lust en mijn roem!
.
En wat de donkere toekomst bewaart,
Wat uit haar zwangere wolken ook worde,
Lauw’ren behooren aan ’t vleklooze zwaard,
Land, eens het vrijst’ en gezegendst’ der aard’.
.
Het reisplan
Jan de Bas
.
Elke vakantie, elke reis heeft een reisplan nodig. In 2002 publiceerde dichter Jan de Bas de bundel ‘Dat zijn zo de dingen waar het hier om gaat’. In deze bundel staat het gedicht ‘Het reisplan’. Lees dit gedicht en je weet hoe het zit.
.
Het reisplan
.
Dit, het plan te hebben om,
het ten uitvoer willen brengen,
het uitstellen vanwege,
het bijstellen omdat.
Je weet maar nooit.
Het overboord gooien
ergens halverwege,
want er staat geschreven:
‘Wie veel leest,
heeft veel gereisd.’
Hier een foto van maken
in woorden.
De foto bekijken en dan
denken: ‘ja, kom,
laten we gaan reizen.’
.
New York
Gedicht over Broadway
.
Een aantal keren was ik in New York en vanaf de eerste keer was dit een van mijn favoriete steden in de wereld. Volgens mij kun je er elk jaar terugkomen, je hele leven lang, en dan nog ontdek je steeds nieuwe dingen, straten, musea, en mensen. Want New Yorkers zijn geen doorsnee Amerikanen. Een van de eerste dingen die ik ging bekijken op mijn eerste trip naar New York was Broadway, het veel bezongen en beschreven theaterhart van de stad.
Dichter Claude McKay schreef een prachtig gedicht over Broadway (wat ooit, toen New York nog Nieuw Amsterdam heette de Brede weg was) met de passende titel ‘On Broadway’.
.
On Broadway
.
Bergamo
Bernlef
.
Uit de bundel ‘Achter de rug’ Gedichten 1960 – 1990 uit 1997 komt het vakantiegedicht ‘Bergamo’ van de dichter Bernlef.
.
Bergamo
.
Tijd schampt langs de kabelbaan
blijft een seconde in mijn horloge hangen
stort zich dan naar beneden
.
Kerken en kloosters vol bekenden
murmelend in de goten
schaterend in de afvoerpijpen om ons heen
.
Zo verlaten worden wij dat het telefoonnummer
waaronder wij ze kunnen bellen
op de muur verschijnt
.
Gelukkig is de telefoon defect
gelukkig werkt het espressoapparaat
twee kopjes, twee bitterzwarte ogen
.
Wij drinken de duisternis tot op de bodem uit
en kruipen dan als een spin traag naar zijn buit
terug langs de draad naar het hart van het dal.
.
Groeten uit Zwart Nazareth
Schemer in Schiedam
.
Vanuit mijn woonplaats en waar ik werk ligt Schiedam dichtbij, ik kom er regelmatig. Voor veel mensen is Schiedam dat jeneverstadje ergens onder de rook van Rotterdam. Als vakantiebestemming niet meteen aan te raden maar voor een dagtripje zeker de moeite waard. In 2004 publiceerde boekhandel Post Scriptum Schiedam in samenwerking met Stichting Centrummanagement de bundel ‘Groeten uit Zwart Nazareth’ samengesteld door Ruud Aret en Jan van Bergen en Henegouwen, een bibliotheek collega van me uit Schiedam. Een bundel vol gedichten van Schiedamse dichter en gedichten over Schiedam.
In de 19e eeuw was Schiedam het centrum van de jenever-industrie in Nederland. Met name tussen 1870 en 1890 bloeide deze industrie. De keerzijde hiervan was een enorme vervuiling van de met steenkoolgestookte branderijen en de glasfabriek, het alcoholisme, open riolen en cholera-epidemieën en de erbarmelijke huisvesting van de arbeiders. Uit die tijd stamt de bijnaam van Schiedam Zwart Nazareth.
In de bundel bekende Schiedamse namen als Piet Paaltjens, Rien Vroegindeweij, Ida Gerhardt en Gerard Reve maar ook minder bekende namen zoals die van Jan Willem Hofstra. Hofstra (1907-1991) was dichter, romancier, radiomaker en kunstcriticus van de Volkskrant en Trouw. Uit ‘Het glazen huis’ uit 1942 komt het gedicht ‘Schemer in Schiedam’.
.
Schemer in Schiedam
.
Vuurvlinder en salamander
suizend licht en wijkend aardvuur
Breken uit. Het eerste uur
na dagloon lijden naast elkander
Waarin ik vier de nederlagen
Alleen. De wind ruimt, het geschut
Dreunt soms tot hier. Een eerste trage
Stormveer naast de maan, onnut
Geslonken tot zijn laatste kwartier.
Dit is mijn eigen grond. De vrucht
Valt nimmer af totdat ik hier
De tak breek met het licht gerucht
Als plukt’ ik bloesems. Alle zorgen
Gelijken U en mij: het duister
Dooft in de oogen allen luister
De nacht verdraagt den dag tot morgen.
.
België
Stéphane Mallarmé
.
België, buurland, zo dichtbij en soms, zoals de afgelopen maanden, zover weg. Gelukkig is daar de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842 – 1898) die een lofdicht schreef over Brugge, waar we inmiddels weer naar toe mogen. Dit sonnet komt uit de bundel ‘De middag van een Faun’ uit 1992 in een vertaling van Paul Claes.
.
Gedachtenis aan Belgische vrienden
.
Bijwijlen lijkt hier zonder in een zucht te beven
Heel de haast wierookkleurige vervallenheid
Terwijl ik heimelijk en zichtbaar onderscheid
Hoe plooi voor plooi de weduwsteen zich bloot wil geven
.
Te sidderen of geen bewijs van zich te leveren
Dan te verbreiden oude balsemgeur van tijd
Wij enkele onheuglijken zozeer verblijd
De schok van onze nieuwe vriendschap te beleven
.
O lieve vrienden die ik trof waar ’t nooit banaal
Brugge de ochtend in de dode gracht herhaalt
Met de verspreide wandeling van zoveel zwanen
.
Toen mij plechtstatig deze stad heeft kond gedaan
Wie van haar zonen andere vluchten er toe manen
Plots stralend als de geest de vleugel uit te slaan.
.
Reizigers
Driek van Wissen
.
In de bundel ‘De dichter des Vaderlands’ zijn mooiste gedichten, koos Jean Pierre Rawie uit het werk van voormalig Dichter des Vaderlands en vriend Driek van Wissen (1943 – 2010). In deze bundel uit 2005 staat het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’. In deze vakantie is deze titel heel actueel, er bereiken nogal wat berichten de reizigers tenslotte.
.
Bericht aan de reizigers
.
Des zondags in de trein kan onverhoopt
een horde voetbalfans U bruusk verrassen,
langharigen, werkschuw en ongewassen,
maar door elkander wel met bier gedoopt.
.
Het tuig, met boksbeugels en leren jassen,
slaat stoelen stuk, gaat in de banken krassen,
waarvan het leer ruwweg wordt afgestroopt,
en plundert ook uw koffers en uw tassen.
.
En als de trein, tot het karkas gesloopt,
de halte van bestemming binnenloopt
hangt aan een stel bebloede voetbaldassen
de conducteur vakkundig opgeknoopt.
.
Dus reizigers, als U een kaartje koopt
vermijdt het uitschot en reist eerste klasse!
.













