Site-archief
Vliegen naar Belfast
Craig Raine
.
Hoewel Belfast jarenlang een slechte naam had (door de burgeroorlog die er woedde in Noord Ierland) is een bezoek aan de stad, ook door de recente geschiedenis, juist de moeite waard. In een deel van de stad is het of de tijd heeft stil gestaan en lijkt het alsof de strijd tussen de katholieken en de protestanten nog altijd niet is gedoofd (wat waarschijnlijk ook zo is). De dichter Craig Raine (1944) is opgenomen met het gedicht ‘Flying to Belfast, 1977’ in ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry international 1970-1984, samengesteld door Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij.
Het gedicht van Raine werd door Jan Eijkelboom vertaald naar ‘Vliegen naar Belfast, 1977’.
.
Vliegen naar Belfast, 1977
.
Lachen was mogelijk
toen de motoren fluitend kookten
.
bedenken hoe de wolken waren-
geschepte sneeuw, appelcharlotte,
.
schuimpudding… ik genoot
van de Ierse zee, de schepen, weeffouten
.
in een grote lap donker linnen.
Toen Belfast onder ons, een radio,
.
de achterkant eraf gerukt,
in de agrarische abstractie
.
van velden. Ingewikkeld,
ordelijk en net. De vensters
.
glommen als druppels soldeer-
alles was bedraad.
.
Ik dacht aan huwelijkscadeaus,
witte theedingen
.
op een dressoir geëtaleerd,
toen wij de wolken ingingen
.
en nergens waren-
een bruid met een sluier, lachend
.
om het gebeuren, slechts
half bang voor een leeg huis
.
met gordijnen overkokend
uit het slaapkamerraam.
.
Hong Kong
Albert Hagenaars
.
Met een naam die naar de hofstad verwijst en een gedicht dat de titel draagt van een stad waar de afgelopen jaren veel aan de hand was kom je vanzelf in mijn vakantiegedichten. Albert Hagenaars (1955) schrijver en dichter heeft als belangrijkste thema’s in zijn boeken reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. In zijn bundel ‘Drijfjacht’ De ongebundelde gedichten 1979 – 2004 uit het jaar 2005 bevat het gedicht ‘Hong Kong’ waarin het thema interculturele relaties als uitgangspunt dient voor het gedicht.
.
Hong Kong
.
voor Lai Lai Hui
.
Over het gladde water van de haven kringelt
de wierook uit de tempels die de stad haar naam gaf
en mij de roes in de vrouw die jij elke nacht werd.
.
In de tempel van Man Mo met haar begroeide
daken en versleten tegels gingen ze ooit door
de knieën: de soldaat en de koopman en de arts
.
maar nooit de dichter. Wij wachtten, jij en ik
en je moeder die volgens haar wetten over ons
heerste, wachtten tot het ene stokje uit de koker
.
zou vallen waarmee de priester onze toekomst
moest duiden maar ik wist het al; toen jij je benen
om de mijne klemde en trok. Er vielen er vier.
.
In de bibliotheek
Herman de Coninck
.
Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.
Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.
.
In de bibliotheek
.
Voor Octavio
.
Er is een boek,
‘Het woordenboek der engelen’ geheten.
Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,
Weet ik, want toen ik het deed
Krakte de cover, verkruimelden
De bladzijden. Daar ontdekte ik
.
Dat engelen ooit zo talrijk waren
als vliegensoorten.
In de schemering
Maakten ze de lucht dik.
Je had twee armen nodig
Om ze van je af te slaan.
.
Vandaag schijnt de zon
Door de hoge ramen.
De bibliotheek is een rustige plek.
Engelen en goden opeengepakt
In donkere, ongeopende boeken.
Het grote geheim ligt
Op een schap waar Mrs. Jones
Elke dag op haar ronde voorbijgaat.
.
Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd
Daar nog bovenuit, of ze luistert.
de boeken fluisteren.
Ik hoor niks, maar zij wel.
.
Lourdes
Riekus Waskowsky
.
Ooit, jaren geleden, ging ik op vakantie naar Spanje met de auto. Op de weg daarheen zouden we Lourdes aandoen. In Parijs raakten we om 5 uur ’s morgens elkaar kwijt (we waren met twee auto’s. We hadden geen ander doel dan (heel vaag) Lourdes. We hadden niets geboekt, we reisden op de bonnefooi. Mobiele telefoons bestonden nog niet (het nieuwste snufje op dat gebied was destijds het antwoordapparaat en daar begin je zo weinig mee als je elkaar kwijt raakt).
Na enig rondrijden in een nog vrijwel leeg Parijs (het was echt nog heel vroeg) besloten we dan maar (na een kaart gekocht te hebben, die hadden we namelijk ook niet bij ons) richting het zuiden en Lourdes te rijden. Bij het oprijden naar de Péage (tolweg) zagen we uiteindelijk ons reisgezelschap. Zij hadden, net als wij geredeneerd dat we uiteindelijk toch de weg naar Lourdes moesten nemen.
Lourdes was een heel ander verhaal, of je nu religieus bent of helemaal niet, de ‘gecontroleerde gekte’ zoals ik het maar noem, is zeker de moeite waard van een bezoek. De Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) schreef er een grappig gedicht over in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.
.
Lourdes
.
Toen hij uit de Grotte Miraculeuse kwam
zaten er in elk geval
2 nieuwe banden aan z’n invalidenwagentje.
.
Kirgisische volksliederen
Anoniem
.
In 1959 publiceerde uitgeverij Querido de bundel ‘De muze kent geen Babel’. In deze bundel staat een gedicht in vertaling van Paul Rodenko met de exotische titel ‘Kirgizische volksliederen’. De auteur van dit gedicht is niet bekend en daarom anoniem.
.
Kirgisische volksliederen
.
In de trillende lucht
weent de Kolbagaj-vogel.
Om de dood van zijn lief
weent de Kolbagaj-vogel.
‘k Schiet mijn pijl door het hart
van de Kolbagaj-vogel.
Ach!
En mijn hart,
Wie ontfermt er zich over?
.
Mensje van Keulen
Bertus Bok
.
Zoals eerder geschreven, zal ik in de vakantieperiode ook gedichten van dichters plaatsen van wie de naam of de titel van het gedicht verwijst naar een vakantiebestemming of iets dat met vakantie te maken heeft. Daarom vandaag een gedicht van Mensje van Keulen (prachtige stad, prima vakantiebestemming).
Uit haar bundel ‘Van Aap tot Zet’ uit 2001 het heerlijk allitererende light verse gedicht ‘Bertus Bok’.
.
Bertus Bok
.
Bertus Bok was best bijzonder
want hij was beslist nooit bang
niet voor brand of donkere bossen
of zijn bed of het behang.
Voor geen boef en geen bedrieger
en niet één bloeddorstig beest
is die beresterke Bertus
ooit aan ’t bibberen geweest.
Op een dag, toen Bertus boven
breeduit in de badkuip lag
en zich met de borstel boende,
ging de bel. En Bertus dacht:
’t Zal de buur zijn om een biertje
of om boter, bloem of brood
en hij sloeg zijn blauwe badjas
om zijn bruine, bonte bloot.
Maar het bleek een biezen mandje
met een brief: ‘Ik ben op reis.
Pas jij braaf op kleine Bartje?
Bye Bye, tante Beatrijs.’
.
Daar heeft de bok zijn bokspoot:
voor baby’s is hij als de dood.
.
In het licht van het huidige tijdgewricht
Jules Deelder
.
Het aardige van sommige titels van gedichten is dat ze nooit verouderen of niet meer actueel zijn. Kijk naar het gedicht van Jules Deelder ‘In het licht van het huidige tijdgewricht’ gepubliceerd in de bundel ‘Transeuropa’ in 1995. Het tijdsgewricht van de jaren ’90 is zo anders dan het ‘huidige’ tijdgewricht (de jaren ’10) en toch kan de titel nog altijd gelden. En wanneer je dan het gedicht leest blijkt dit ook nog eens tijdloos te zijn.
.
In het licht van het huidige tijdgewricht
.
Te leven in een tijd
Waar niets meer waarde
Heeft dan geld is als
Boksen in de hel zonder
Helpers en zonder bel
.
Je stoot je leeg en in-
Casseert zonder één de-
Conde rust want voor je
Het weet is het gebeurd
En zit je op je reet
.
De strijd is zwaar en
Zonder zin want uitein-
Delijk is er maar één
Die gaat strijken met
De winst en dat is Hein
.
Dus boks gerust maar
Vergeet nooit dat wie
Het ook is je altijd met
Je tegenstander in het-
Zelfde schuitje zit
.
Klacht voor een gestorven concubine
Keizer Woe van Han
.
Een liefdesgedicht hoort ook bij vakantiepoëzie. Daarom uit een van de mooiste bundel over de liefde ‘De liefste’ onsterfelijke liefdesverzen samengesteld en vertaald door Paul Claes uit 1990 een gedicht van Keizer Woe van Han getiteld ‘Klacht voor een gestorven concubine’.
.
Klacht voor een gestorven concubine
.
Van zijden mouwen geen geruis.
In ’t jaden voorhof groeit het gruis.
Verlaten ligt de kille zaal.
Een blad viel in het voorportaal.
Ik weet niet waar mijn liefste is.
Zij voelt niet hoezeer ik haar mis.
.
De zomen van het licht
Ida Gerhardt
.
Een zomer vol vakantie poëzie kan niet zonder een gedicht van Ida Gerhardt. Uit haar bundel ‘De zomen van het licht’ uit 1983 het gedicht ‘Het volmaakte’.
.
Het volmaakte
.
Ik gaf mijn kind een zilveren bal.
het werd zijn één, het werd zijn al;
en hij die steeds met ieder deelt,
hij schreit als iemand er mee speelt,
.
Ik sprak tot hem met zacht vermaan;
hij zag mij lang verwonderd aan
en liet toen stil zijn tranen gaan.
.
Ik gaf mijn kind een zilveren bal:
bracht ik zijn onschuld nu ten val?
Of ben ik blind? – Het goddelijke kind
hield in zijn handjes het heelal.
.













