Site-archief
Borsten
Yannick Dangre
.
Ik mag graag browsen. En dan in de betekenis die ik ooit leerde op de Bibliotheek- en Documentatie Academie; zonder specifiek doel rondstruinen in informatie. Dat doe ik in boeken, dichtbundels maar ook op internet. Al browsend kwam ik een dichter tegen waarvan ik al eens gehoord had maar waarover ik nog niet geschreven had. Daar gaat nu verandering in komen. Het betreft hier de Vlaamse dichter Yannick Dangre (1987).
Yannick Dangre is schrijver van romans en korte verhalen maar ook dichter. Zijn debuutbundel ‘Meisje dat ik nog moet’ (2011) werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs. Poëzie verscheen in ‘Het Liegend Konijn’, ‘Met Andere Zinnen’ en ‘Deus Ex Machina’. In 2014 verscheen van hem de dichtbundel ‘Met terugwerkende kracht’ waaruit ik het onderstaande gedicht ‘Borsten’ nam en in 2017 verscheen ‘Nacht en navel’ dat opnieuw goede recensies kreeg.
.
Borsten
.
Hij kijkt verwonderd naar mijn borsten en ik lach
omdat er zoveel is wat hij nog niet snapt
(menstruatie, afgedragen vaders, buitenspel, buikvel
na de dracht), dus vertel ik hem
.
dat meisjes, ze zijn dan ongeveer twaalf, hun moeders beginnen
op te rapen. Steeds valt er een stukje van hen af
(in de plaats komt een rimpel, dat is een lijntje inzicht
in hun verdriet) en nemen dochters trots
hun vormen over.
.
Mijn zoon knikt plechtig, lijkt zelfs even te verstaan
dat ik weer op het schoolplein sta waar iedereen schreeuwde
dat zij de grootste had (niemand wist dat het later,
als je eerste man je inhaalde, ging om wie de hoogste had)
.
‘En jongens dan?’
‘Van jongens weet ik niets,’ zeg ik
en verder niets. Ik wil niet dat hij zich later verwijt
vaders te begrijpen.
.
Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
Lies van Gasse
.
Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze schreef onder andere de bundels ‘Hetzelfde gedicht steeds weer'(2009), ‘Brak de waterdrager’ (2011), ‘Wenteling'(2013), ‘Zand op een Zeebed’ (2015) en ‘Wassende stad’ (2017). Met ‘Brak de waterdrager’ won ze de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor poëzie, met ‘Wenteling’ werd ze genomineerd voor de Pernathprijs.
Van Gasse profileert zich ook met mengvormen van poëzie en beeld. Zo verraste ze met de graphic poems ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’ (i.s.m. Peter Theunynck) ,waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en schreef ze met Annemarie Estor aan het multimediale epos ‘Hauser’.
In het gedicht zonder titel uit haar bundel ‘Wassende stad’ geeft Lies Van Gasse op een eigenzinnige manier gestalte aan het wezenlijk romantisch levensgevoel dat iedereen weleens overvalt, dat al wat mooi was in ons leven, in onze relatie met een ander misschien wel voorgoed verleden tijd is, dood is.
Wil je de analyse van onderstaand gedicht in zijn geheel lezen ga dan naar https://poezieleesgroep.wordpress.com/analyse-van-enkele-gedichten-6/
.
Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
als ik het in mijn hand kon houden vergeten
hoeveel wegen ik wil trekken in de lijnen
van die hand ik ben mijn oorsprong vergeten
de stappen die ik sindsdien heb gezet en die
me het strak gechronometreerde leven in hebben
geleid vergeten dat ik kon vergeten ik ben
bijna vergeten hoe een lichaam voelt
wanneer ik het opbouw uit de vlakken
van mijn hand vergeten hoe een zijwaartse vlam
een schouder kan belichten vergeten
hoe ik vergat de verdwaalde lok over je gezicht
het spannen van je hoekige kaaklijn je
in rust zelfs bewegende handen vergeten –
we leven in een zelfde bacteriële werkelijkheid
wat die hand met dat lichaam kan doen
hoe we kinderen op de wereld zetten
om die te vergeten, vergeten hoe
een blik in het ijle een streling van zon
regen die valt als onverwacht applaus
.
MUG #4
De nieuwe MUG is uit!
.
Het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, MUGzine is er weer! Nummer 4 bevat gedichten van Elfie Tromp, Runa Svetlikova, Mark Boninsegna en Elianne van Elderen en beeldend werk van kunstenaar Frans Franssen.
We hebben de dichters gevraagd om zich met hun poëzie te buiten te gaan aan een uitbundige, overrijpe, vrolijke omarming van het leven, juist nu, in deze tijd waarin de sluizen dichtgaan en iedereen weer onder de grond kruipt. Weg met die muffigheid, de winterslaap is nog ver en wij dromen het liefst met onze poriën wijd open. Laat de muggen nog een poosje rond ons hoofd zoemen, nu we het zoomen der dagen zo zat zijn.
Benieuwd? MUGzine is gratis te downloaden op http://mugzines.nl. Ook is er weer een papieren editie in een oplage van 100 stuks. Wil je een papieren MUG ontvangen of wil je als donateur verzekerd zijn van elke editie in je brievenbus stuur dan een mail naar mugazines@yahoo.com
Wil je een minimagazine cadeau geven? Omdat je iemand wil bedanken of zomaar dan kun je een MUGzine naar keuze laten toesturen in een fraai vorm gegeven Japans envelopje. Voor meer informatie mail je naar mugazines@yahoo.com
De volgende, en voor dit jaar laatste, editie wordt verwacht in december 2020. Volg MUGzine via Twitter (@Mugzines) en Instagram (@mugzines en @L.uule).
Van één van de dichters in MUG #4 Runa Svetlikova hier alvast een gedicht getiteld ‘Een spiegel ziet zichzelf niet’.
.
Een spiegel ziet zichzelf niet
.
Ook al neig je naar oplossen, laat je niet
schenken. Even ben je alles voor iedereen die gulzig is
.
weet je precies waar je de vinger legt of een schijfje
stilte. In het glas van de ander schitter je moeiteloos
.
maar het is een kwestie van tijd voor je jezelf
met brede gebaren omstoot, je tussen wat kapot is en
.
de kieren door van tafel druipt het klamme donker in
waar je te midden van de schuifelende voeten
.
misschien nog wel je handtas maar
nooit je eigen vorm terug zal vinden.
..
Ellen Lanckman
Ze houdt niet van taal, ze is taal
.
Op haar website https://ellenlanckman.wordpress.com/ schrijft dichter Ellen Lanckman (1975): “Ik hou van eenvoud. Rechttoe rechtaan. Geen gedoe. In het hoofd is het al turbulent genoeg. Ook in het schrijven hou ik van eenvoud. Met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk (proberen) zeggen of uitdrukken. Woorden weggommen om jezelf te laten bovendrijven in de witregels.” Woorden waar ik me helemaal in kan vinden. Tegenwoordig bedienen veel dichters zich van de prozaïsche vorm van poëzie. Veel woorden om iets te zeggen in een gedicht. Ik ben van mening dat een gedicht of poëzie gediend is met verdichte zinnen, met weinig woorden zoveel mogelijk zeggen of uitdrukken, zoals Ellen stelt en zoals ik ook mijn eigen poëzie benader.
Ellen Lanckman volgde een opleiding Proza en Poëzie bij Wisper in Gent en later Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten in Aalst, waar ze in het eerste jaar meteen een dichtbundel schreef én publiceerde. Daarna werden van haar in 5 jaar tijd 4 bundels gepubliceerd. Haar laatste bundel, ‘met niets is alles begonnen’, kwam uit in de zomer van 2018 bij Matador Uitgeverij.
Matthias Haeck schrijft over haar debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’: “Ellen Lanckman houdt niet van taal. De woorden in haar verzen kiest ze weliswaar met haar-scherpe precisie. Haar wendingen zijn verrassend, steeds met een hoekje af, verfrissend. Maar ook: solide. Alsof ze er altijd hebben gestaan, onwrikbaar als kolommen onder haar poëzie. Fundamenten van haar ziel. Dat komt doordat: Ellen Lanckman houdt niet van taal. Ze ís taal. Een debuut dat vraagt naar meer.
Als je haar naam googled kom je vanzelf veel gedichten tegen. Ze zijn te lezen op haar andere website https://www.goednieuws.be/ . Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin met weinig woorden heel veel wordt gezegd is het onderstaande titelloze gedicht.
.
Gisteren wilde ik je bellen
om te kijken of er nog restjes zijn
van die keer
dat je mijn huid tegen de jouwe ritste.
.
Misschien lig ik ergens
onder je bed, opgekruld
tussen het stof
en andere vergane dromen.
.
Of verdwaald
in het kuiltje van de matras, daar
waar mijn lichaam het jouwe vond.
Als twee komma’s in een zin die eindeloos leek.
.
Maar al zou je me zoeken,
en zelfs vinden,
dan weet ik: Van jou
ben ik nooit helemaal
.
teruggekeerd.
.
Zonder
Sylvie Marie
.
In 2009 gaf uitgeverij Vrijdag in Antwerpen samen met uitgeverij Podium in Amsterdam de bundel ‘Zonder’ uit van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984, pseudoniem van Sylvie De Coninck). Over deze Belgisch-Nederlandse co-productie schreef Bouke Vlierhuis in een recensie op Meander:
Zo’n dadendrang, zo’n gevoel van urgentie, zo’n noodzaak tot scheppen als je voelt in deze poëzie en die je bij iedere regel het gevoel geeft dat er nog veel meer is, dat er nog honderd gedichten klaarliggen om op je afgevuurd te worden, dat vind je alleen bij een jonge dichter.
Alle reden dus om de bundel nog eens ter hand te nemen en er in te lezen. Al lezende kwam ik het gedicht ‘hermetisch’ tegen. Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.
.
hermetisch
,
‘er valt een haar van tussen
twee bladzijden van een boek
hoelang zat het er al?’
.
de menigte zwijgt, de micro ebt
hol de klanken weg, te traag
.
blijkt uit de dwaze ogen, blijkt uit geen lichaamstaal.
.
de dichter grijpt in (plots):
‘er is begin en eind wat telt, daartussen
is enkel nostalgisch gemijmer.
daarna kán getwijfeld worden.’
.
alweer geen applaus.
.
Van kop tot teen
Van kop tot teen met Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera
.
In 2018 schreef ik een enthousiaste en positieve recensie van het boek ‘Woorden temmen’ van Kila van der Starre en Babette Zijlstra https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/ . Omdat het zo’n geweldig lees- en doe-boek is. Ik schreef toen onder andere: “Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen.” Woorden waar ik nog steeds achter sta. En nu is er dan een tweede deel van Woorden temmen van dichter Charlotte Van den Broeck (1991) en literatuurwetenschapper Jeroen Dera (1986).
Van den Broeck en Dera zijn ervan overtuigd dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam leest, met al je zintuigen en sensaties. Dat lichamelijke hebben ze heel letterlijk genomen: ieder gedicht in hun poëzie-doe-boek is gekoppeld aan een lichaamsdeel. Zo hoort ‘Graag verlossing’ van Gerda Blees bij de ogen, ‘de rivier’ van Lucebert bij de tong, ‘rib’ van Radna Fabias bij de rib en ‘Als het je overkomt’ van Marieke Lucas Rijneveld bij de knie. Aan de hand van inspirerende lees-, denk-, doe- en schrijfinvalshoeken ga je op poëtische avontuur.
bovenste deel van mijn hoofd
wordt weggenomen, weet ik
dat het poëzie is’
Emily Dickinson
Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera presenteren hun nieuwe bundel
Op vrijdag 11 september a.s. vindt om 16.00 uur bij boekhandel Donner in Rotterdam de boekpresentatie plaats van de nieuwe bundel van Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera.
Miriam Piters, neerlandicus en voormalig bestuurslid van Stichting Poetry International, zal dichter-performer Charlotte Van den Broek en literatuurwetenschapper Jeroen Dera interviewen ter gelegenheid van hun nieuwe boek. Tevens aanwezig is literatuurwetenschapper Kila van der Starre, een van de schrijvers van de eerste bundel in de reeks woorden temmen: 24 uur in het licht van Kila&Babsie.
Interview: 16.15-16.45 uur
Gelegenheid tot stellen van vragen-signeren boeken: 16.45-17.00 uur
Borrel: 17.00-18.00 uur (o.v.)
Impersant
Evy Van Eynde
.
In het rijtje dichtbundels van de laatste jaren mag er een zeker niet ontbreken en dat is de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, die werd uitgegeven door MUG books, mijn eigen kleine uitgeverij. Ik schreef er een lange recensie over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/02/04/zal-ik-liefde-noemen/ en in die recensie noem ik het gedicht ‘Impersant’. Het woord alleen al intrigeerde me vanaf het begin dat ik het las in het manuscript van deze bundel. Het Vlaams woordenboek op internet geeft als betekenis ‘tegelijkertijd’.
Deze bundel van Evy is om vele redenen een kleinnood, en bij een kleine uitgeverij uitgegeven maar een groot publiek waardig. Na deze bundel volgde al snel ‘Amour Florale’ die ook zeer de moeite waard was. Maar nu dus uit ‘Zal ik liefde noemen’ het gedicht ‘Impersant’.
.
Impersant
.
Mag ik je woorden ondertussen
plukken | plakken
op mijn lijf | waar de stilte
bijten sloeg
.
op het rijm (van mijn vel)
.
Mag ik je zinnen prikken
liefde lassen | in je adempoos
zodat je evenwel ( je kan het niet laten)
mij een blos | toedicht
.
op mijn zandbank
in de kamer met bloemetjesbehang
.
waar jij in een mirage
van vergeten dromen | op volle zee
voorbij komen zal
.
of niet?
.
Zij als inktvis
Hugo Claus
.
Over erotische poëzie zijn nogal wat meningen. Je houdt ervan of je houdt er niet van, zei ooit een dichter tegen mij. Maar eigenlijk kun je zoiets niet zeggen. Dat is net zoiets als zeggen dat je niks hebt met voetbal behalve als het Nederlands Elftal speelt. Eigenlijk zeg je dan: Ik hou niet van voetbal in het algemeen maar wel van het spel van het Nederlands elftal. En die nuance zou je ook richting erotische poëzie kunnen hebben. Ik schreef al vaak over erotische poëzie en gaf daar evenzoveel voorbeelden van. Dat ging van omfloerste beschrijvende Arabische poëzie, tot voorname klassieke poëzie en van redelijk platvloerse maar oh zo vermakelijke poëzie (‘Kutgedicht’ van Jules Deelder) tot aan erotische poëzie over planten (‘Amour Florale’ van Evy Van Eynde).
Wie het genre ook beheerste was Hugo Claus en ook weer op zijn heel eigen manier. In heel directe taal zonder franje, grof soms en duidelijk beschrijft hij in ‘Zij als inktvis’ het liefdesspel tussen de dichter en een vrouw.En ook hier is er de erotische spanning voelbaar terwijl er op poëtisch gebied ook veel te genieten valt. Het gedicht ‘Zij als inktvis’ komt uit de bundel ‘Het huis van de liefde’ uit 1999.
.
Zij als inktvis
.
Die inktvis met tongen en tieten
houdt van mij en ik van haar
uit lijfsbehoud.
Hoor mij blaten tegen haar gaten.
.
Als zij knipoogt met haar vele schele ogen
geeft zij licht in het water.
Zij heeft het altijd koud.
Ik nies terwijl ik grond verlies.
.
Zoveel tentakels, zoveel obstakels.
Misschien is het daarom dat ik haar zo bemin,
daarom zo grenzeloos wil vergeten
in haar klamme spleten
wat ooit mijn bestemming was
op het begrensde aardse gras.
.
Als ik haar nappen om mij voel sluiten
en haar zuigen merk tot in mijn merg,
wil ik knappen, kraken en verzuipen.
.
Ver van haar en haar doem en haar domein
en in de maat der mensen
ben ik ontmand en wandel wensloos als een hoen.
.
Alleen bij haar ben ik, alhoewel haar prooi,
een meester in het beestige.
Mijn zuurstof is haar onverbiddelijk groen.
.













