Auteursarchief: woutervanheiningen
Een huis staat onder water
Hannah van Binsbergen
.
Rond lezend ( dat is dat ik begin met zoeken naar iets en van de één op de andere website terecht kom, en uiteindelijk bij iets eindigt waar ik helemaal niet naar op zoek was) op het internet kwam ik een gedicht tegen van Hannah van Binsbergen (1993) waarvan de titel me op het verkeerde been zette. Bij ‘Een huis staat onder water’ moest ik denken aan de situatie waarbij je hypotheek hoger is dan de waarde van je huis. Tegenwoordig lijkt dat iets van vroeger, toen huizen nog betaalbaar waren. Maar niets is minder waar, hier gaat het om een huis dat onder water staat. Het gedicht komt uit Tirade. Jaargang 57 (nrs. 447-451) uit 2013.
.
Een huis staat onder water
.
Droombruggen
Henrik Nordbrandt
.
Het is maar zelden dat het voorwoord van een dichtbundel geschreven is door de drukker van die bundel. En het is al helemaal bijzonder dat een bundel waarbij dat het geval is, een samenwerking is van drukkerij en Poetry International. Bij de dichtbundel ‘Droombruggen’ van de Deense dichter Henrik Norbrandt is dat echter het geval.
De Bevera
Max Niematz
.
De in Tilburg geboren maar in Groningen wonende dichter, schrijver Max Niematz (1942) debuteerde in 1987 als dichter met de dichtbundel ‘De bestijging van Popoque’ bij BZZTOH waarna in 1988 en 1991 nog twee dichtbundels werden gepubliceerd. De laatste bundel was ‘Zielsvrienden’. En dat was ook echt de laatste want daarna schreef Niematz nog slechts romans. Op zijn website schrijft hij daarover:
“Hoewel Niematz de poezie een warm hart toedraagt, ging hij zich vanaf 1991 volledig op proza toeleggen en wel om twee redenen: hij merkte dat de poëzie een te introverterende werking op hem had, zij werd te beklemmend, de dichter in hem begon alsmaar dieper te denken, dieper te voelen, dieper in zichzelf af te stijgen. En twee: hij zou graag ook die meer sociale aspekten van zijn karakter aan bod laten komen als humor, mensenliefde c. q. -verachting, narratief talent, gevoel voor theater. Helaas moest hij constateren dat proza zo mogelijk nog hogere eisen stelt aan het denk-, voel- en in-zichzelf-afstijgvermogen dan poëzie, ja, dat proza nog beklemmender is en zeker zo vervreemdend en consumptief werkt op de scheppende geest.”
Desalniettemin verschijnen in Hollands Maandblad 2022-3 maar liefst drie gedichten van zijn hand. Of hij van gedachten is veranderd weet ik niet maar ik hou het in de gaten. Ik koos uit de drie gedichten het gedicht ‘De Bevera’ wat voor zover ik hen kunnen vinden een rivier in Liguria (Noord Italië) is.
.
De Bevera
.
Deze rots… Ooit regende hij neer
uit de wand hoog boven je en deed de aarde
in zijn val beven. Nu ligt hij hier, de rust
zelve, groot en hoekig als een zerk,
een welkome cesuur op je trektocht. Ergens
in deze woeker van klitten en doornen
moet de doorgang zijn die je toestaat naar
de stroom af te dalen. Diep onder je hoor je
het water woelen. Je benen nemen rust,
maar je hoofd gaat alvast vooruit naar
de plek van betovering, het drinkt er
de schoonheid al van in. Terwijl je het lamme
lijf afzinkt in zijn koelte, wordt alles vreemd
om je heen: wie je bent en dat je hier zit
op deze rots – alles wordt verdacht of
hooguit herinnering, alles spoor van vroeger
leven, één slierende vloed van eeuwen
die je meesleurt, de diepte in.
.
Vrees niet
Liter
.
In Nederland zijn verschillende literaire en poëziemagazines. Veel zijn bekend omdat ze al lang bestaan of een zekere naam hebben (Hollands Maandblad en De Gids). Een aantal andere magazines zijn minder bekend bij het brede publiek (Liter en Awater). En sommige zijn nog nieuw en werken hard aan een naam en nieuw publiek (MUGzine). In het literair tijdschrift Liter (nummer 104, jaargang 25 met als titel ‘Lezen is geloven’) staan essays, artikelen, korte verhalen en gedichten. Een mooi vormgegeven tijdschrift met een kundige redactie en medegefinancierd door de Vermeulen Brauckman stichting.
Op de website van deze stichting lees ik: “De Vermeulen Brauckman Stichting steunt grote projecten die de Bijbel ontsluiten voor een breed publiek. Ook bieden wij een helpende hand aan nieuwe, nog voor groei vatbare initiatieven.” En hoewel ik wars ben van publicaties die vanuit een bepaalde hoek verschijnen moet ik zeggen dat bij Liter dit niet tot irritaties leidt. Het is een mooi blad waar religie af en toe aan de orde komt maar waarin vooral veel moois te lezen valt.
Ik koos uit nummer 104 een gedicht van Hedwig Selles. Door de opmaak van het gedicht is het me niet duidelijk of het gedicht nu ‘Vrees niet’ of ‘Gedicht’ heet. Ik vermoed het eerste. Hedwig Selles (1968) heeft cultuurwetenschappen gestudeerd en bracht meerdere gedichtenbundels uit, onder andere ‘Wie hier binnentreedt’ (2016), waarover Piet Gerbrandy schreef: ‘Hedwig Selles schrijft organische poëzie, waarin “het schorre oergeluid van wereld vuur en wind” te horen is. Dat lijkt me een formidabele prestatie.’
Hedwig Selles publiceerde eerder korte verhalen en gedichten in bijvoorbeeld De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, DWB, Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Selles wordt geïnspireerd door dichters als Achterberg, Faverey, Arends, Auden, Gerlach en Peeters. Haar persoonlijk leven met anorexia heeft haar schrijven ook beïnvloed. Ik las op een website dat ‘haar levensdrift wel dieper gaat dan haar woordkunst’. Met dat laatste is helemaal niets mis getuige het gedicht ‘Vrees niet’.
.
Vrees niet
.
Ik haat de dood, echt
ik haat de dood
maar ik kan het niet laten
ik kan het niet laten
gewoon even dood
.
kijken hoe het is
ik kan het toch gewoon proberen
in de vrieskou min vijftien graden
in de hitte plus veertig graden
er komt een moment dat je het kunt voelen
.
dat je het lichaam gaat verlaten
dat je valt en dat je echt wilt
leven.
.
Aanzegging
Peter WJ Brouwer
.
In 2016 verscheen de dichtbundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ van Peter WJ Brouwer bij uitgeverij In de Knipscheer. In de inleiding staat over de gedichten van Brouwer: “In deze gedichten draait het om de paradox van het ongrijpbare: het vieren ervan, het tonen en verhullen, het aan-uit, zijn steeds terugkerende tegenstellingen die Brouwers werk eigen maken. In ‘Brief aan wie niet bestaat’ wordt het ongrijpbare tastbaar. Maar we hoeven ,maar met onze ogen te knipperen, en het zou zo weer kunnen verdwijnen”.
In inleidingen, voorwoorden en achterflappen wordt vaak wollige taal gebruikt om dichtbundels aan te prijzen, en zo kun je hier ook naar kijken maar in dit geval zit er wel degelijk een kern van waarheid in deze zinnen. Voor wie de diepere betekenis achter deze zinnen beter wil leren begrijpen kan ik de recensie van Levity Peters op meandermagazine.net aanraden.
Ik ken Peter WJ Brouwer (van voordrachten bij poëziestichting Ongehoord!) waar hij als solo voordroeg en waar hij samen met Michael Abspoel delen van hun theaterprogramma rond Jacques Brel bracht. Toen deelde ik het gedicht ‘In mijn gedicht’, dit keer wil ik het gedicht ‘Aanzegging’ delen.
.
Aanzegging
.
Er wordt aangebeld, je ouders doen nog open
laat licht glimt op hun gezichten
.
een jongeman wordt binnengehaald,
hij groet sonoor, wendt zich tot jou:
.
ik ben de benjamin, je jongste broer
.
hij doet of hij thuis is, je vader geeft hem jouw stoel
je toont hem alles en haast je nog meer te zoeken
heb je een broer?
hij houdt een boek onder zijn arm en kijkt je spottend aan
hij zegt: je bent te laat, ik heb jou al geschreven
.
‘s ochtends aan het open raam glipt de schemer
weg met de kat
.
maar hem raak je niet kwijt die dag
.
een lege plek groeit door onder je huid
wat hij jou ontfutselde is wat hij je bracht
.
Büchmania Magazine
Boudewijn Büch
.
Het tijdschrift Büchmania Magazine is een tijdschrift dat jaarlijks wordt gepubliceerd door het Boudewijn Büch Gezelschap Büchmania dat werd opgericht in 2002. Ieder jaar sindsdien verschijnt er een speciaal magazine dat lieert aan Boudewijn Büch (1948 – 2002), zijn werk en zijn passies, in een oplage van 180 stuks. In elk nummer dus aandacht voor de vele onderwerpen waar Büch zich mee bezig hield maar ook voor het persoonlijk en schrijversleven van Büch.
In nummer 18 van 2021 (die van 2022 is er nog niet, het nieuwe nummer verschijnt meestal op de eerste zaterdag van oktober) staat een aardig artikel over de poëzie van Büch. In 1976 verscheen de eerste zelfstandige publicatie van Boudewijn Büch, de poëziebundel getiteld ‘Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs’. Het jaar ervoor waren nog enkele gedichten van hem opgenomen in het literair tijdschrift Maatstaf die de opmaat waren voor deze bundel.
De Poëzie van Büch is onconventioneel; hij maakt veelvuldig gebruik van eindrijm, terwijl de gedichten qua strofebouw en metrum zich eerder als vrije versvorm laten omschrijven. De dood speelt in de bundel een belangrijke rol, het komt maar liefst 34 maal voor in de 65 gedichten. Dat Boudewijn Büch gebiologeerd was door de dood blijkt ook in zijn volgende dichtbundel ‘De taal als blauw’ (en ook uit zijn roman ‘De kleine blonde dood’ bijvoorbeeld). In ‘De taal als blauw staat het gedicht dat ik voor vandaag heb uitgekozen. Het gedicht kent geen titel.
Al met al is Büchmania Magazine voor de fans van deze bijzondere man, een plezier om te lezen. De vele aspecten van het leven van Büch komen allemaal aan de beurt en geven een mooi beeld van de veelzijdigheid van de schrijver, presentator, verzamelaar en bibliomaan.
.
Huil mijn lied
in eenzaamheid
vernietig vader, jongens
en haar majesteit
.
schenk taal als suïcide
.
o onrecht
zo solide
met steeds meer
straf verzwaard
.
ik hou van jou
.
dood alleen die
dit verjaart.
.
Spotify poëzie
Ready made 2.0
.
Ik heb al heel vaak over vele vormen van ready mades geschreven op dit blog, de laatste keer naar aanleiding van het Stapelgedicht. Op enig moment denk ik dan dat ik alle mogelijke vormen van ready mades wel heb behandeld en dan ineens is er een collega, Ronald, die graag mag experimenteren met poëzievormen, die met iets nieuws aankomt. De Spotify poëzie.
Eigenlijk werkt Spotify poëzie hetzelfde als het stapelgedicht maar in plaats van gebruik te maken van titels van boeken als onderdelen voor het gedicht, gebruik je bij Spotify poëzie titels van liedjes en maakt daar een playlist van zodat de titels van de nummers onder elkaar komen te staan. In het voorbeeld van Ronald heeft hij een stuk tekst uit de film ‘Pulp fiction’ van Quentin Tarantino uit 1994 genomen en daar bands en liedjes bij gezocht en het resultaat mag er zijn. Een eclectische mix van bekend, onbekend, Nederlands en Engelstalig. Weliswaar geen nieuw ‘gedicht’ maar zeker de moeite waard om een keer te proberen.
.
Stadsdichters
Harry Zevenbergen
.
Op de zeer interessante website Neerlandistiek.nl lees ik in een artikel van Anke Martens over stadsdichters. Anke deed voor haar bachelorscriptie aan de Radboud Universiteit onderzoek naar wat het stadsdichterschap nou precies inhoud. Ze onderzocht de ontwikkelingen van het stadsdichterschap tussen 2005 en 2020 in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven en Groningen. Natuurlijk zijn er veel meer stadsdichters (en gemeente-, dorps-, wijk-, provincie- en gemeentedichters maar ik begrijp dat ze zich heeft beperkt tot deze grote steden. Waarbij Den Haag heel pijnlijk ontbreekt.
Opvallend was dat de genoemde steden rond 2005 voor het eerst een stadsdichter benoemden waarbij er echter ook grote verschillen zijn. Zo ligt bijvoorbeeld niet vast door welke instantie het stadsdichterschap gefaciliteerd wordt. In de meeste gevallen speelt de gemeente een rol, maar of de gemeente de stadsdichter ook daadwerkelijk zelf aanstelt varieert. Vaak worden er bij de benoeming of het ondersteunen van stadsdichters organisaties die zich met literatuur bezig houden of bibliotheken gevraagd een rol te spelen. Ik ken zelfs een voorbeeld waar de stadsdichter vanuit een samenwerking van een kerk met een sociaalmaatschappelijke organisatie werd geïnitieerd.
Dan zijn er verschillen in de financiering, de bedragen die stadsdichters krijgen, het aantal aan te leveren gedichten, hoe en door wie de stadsdichter wordt benoemd en wat voor soort dichters er gevraagd worden (of verkozen). Een korte conclusie van Anke: “Zoals wel is gebleken, wordt het stadsdichterschap op veel verschillende manieren vormgegeven. Ook de ideeën over de inhoud van het ambt verschillen. Het stadsdichterschap is dus geen vastomlijnd fenomeen, maar kan in allerlei gedaantes gerealiseerd worden. Het is dan ook niet gek dat zich nog steeds nieuwe ontwikkelingen voordoen.”
Wat je er ook van vindt, het stadsdichterschap is in Nederland inmiddels aardig geworteld. Steeds meer steden en gemeenten gaan over tot het benoemen van een stadsdichter of gemeentedichter. Op deze manier worden mensen op een laagdrempelige manier geconfronteerd met poëzie (net als met bijvoorbeeld straatpoëzie) waardoor de belangstelling voor poëzie en (misschien zelfs) het lezen van poëzie wordt bevorderd. En daar mogen we alleen maar blij mee zijn.
Zelf mag ik aanstaande woensdag voor de 4e keer alweer juryvoorzitter zijn bij de verkiezing van de stadsdichter van Maassluis, terwijl in mijn woonplaats nog steeds geen stadsdichter actief is. De enige en meteen laatste stadsdichter van Den Haag (2007-2009) was Harry Zevenbergen (1964-2022) en sindsdien is het stil. Als enige van de grote steden heeft Den Haag het al die tijd zonder moeten doen. Daarom en omdat Harry een goede bekende dichter was hier een stadsgedicht van zijn hand getiteld ‘De was moet schoon’.
.
De was moet schoon
.
kleurrijk aroma in de wasmand
mijn terugblik op een week
zweet, eten, deo en jouw resten
gevangen in textiel en ik weet
.
precies waar, wanneer en waarom
voor de deur wordt het leven
in tien minuten geknipt en geschoren
het is zomer in de Boekhorststraat
.
terwijl wit en bont zich mengt
worstelen fietsen met de autostroom
westwaarts het centrum in en verder
oostwaarts lonkt de Schilderswijk
.
wanneer ik klungel met de machine
staan er altijd mensen klaar om me
te helpen het duurt een paar weken
voor ik door heb wie er werkt
.
Achmed vertelt van de broek in vijf
die eruit kwam met slechts één pijp
Harry vult aan dat de andere
terug werd gevonden in machine vier
.
van buiten roept Ria: “Ben je nieuw hier?”
en dat ik ze niet moet geloven
maar dat van die broek is echt waar
het is zomer in de Boekhorststraat
.














